S tefan Everts lastigvallen, dat doe je deze dagen beter niet. Hem bereiken zal sowieso al moeilijk zijn, want Everts houdt zich schuil. Alles moet even wijken nu, want zondag, op de Citadel van Namen, staat er veel op het spel. Zeven wedstrijden gereden in de Moto GP-klasse, nog vijf te gaan en na een moeizaam seizoenbegin staat de zesvoudige wereldkampioen weer bijna waar hij wil staan : bovenaan. Het eerste deel van de achtervolgingsrace is achter de rug, nu nog dat sprongetje maken over de Franse WK-leider Mickaël Pichon. Voor eigen publiek, op zijn lievelingsparcours.
...

S tefan Everts lastigvallen, dat doe je deze dagen beter niet. Hem bereiken zal sowieso al moeilijk zijn, want Everts houdt zich schuil. Alles moet even wijken nu, want zondag, op de Citadel van Namen, staat er veel op het spel. Zeven wedstrijden gereden in de Moto GP-klasse, nog vijf te gaan en na een moeizaam seizoenbegin staat de zesvoudige wereldkampioen weer bijna waar hij wil staan : bovenaan. Het eerste deel van de achtervolgingsrace is achter de rug, nu nog dat sprongetje maken over de Franse WK-leider Mickaël Pichon. Voor eigen publiek, op zijn lievelingsparcours. Stefan Everts : Voor mij heel veel. Als kleine jongen ging ik al kijken op de Citadel, ik heb er heel veel mooie herinneringen aan, vooral aan de aparte sfeer die er heerst. Er is ook zo vaak geschiedenis geschreven, door Joël Robert, Roger De Coster, Eric Geboers. Daar ooit zelf kunnen rijden, was als kind al een droom. En toch heeft het nog tot '98 geduurd, ik was al tien jaar bezig toen ik er pas mijn eerste wedstrijd reed. Het heeft gewoon iets magisch en het is één van mijn favoriete omlopen omdat het zo technisch, zo moeilijk is. Het parcours is heel lang, maar ook heel verschillend. Je moet je constant aanpassen. Het ene moment zit je in het bos, waar het vochtiger is, met veel boomstronken, het andere moment rijd je over stenen en putten. Er zijn veel lastige bochten, moeilijke afdalingen ook, en het is heel smal op sommige plaatsen. En op het laagste punt van de omloop passeer je het Café du Monument, waar de sfeer ongelooflijk is. Daar zitten ze de hele dag pinten te pakken, tot wij er plots voorbij vliegen ; die ambiance is echt geweldig. Daarna naar de skisprong, ook heel speciaal, en nog een laatste klim naar de Citadel. Daar komen we uit het gat gesprongen, we doen nog een rondje op de Citadel en zijn dan weer voor twee minuten vertrokken. Ik kan het parcours luidop dromen, ja (lacht). Het grote verschil met de klassieke omlopen is dat je niet zo afgelegen zit, je rijdt bijna midden in de stad, in een mooi kader. Namen is gewoon uniek, ik kijk er altijd enorm naar uit. Met extra druk, inderdaad. Daarom wil ik me ook zo veel mogelijk afzonderen deze week. Ik wil me zo ontspannen mogelijk voorbereiden. Twee jaar geleden heb ik me al eens enorm onder druk gezet omdat ik toen op de Citadel mijn 50ste GP-zege kon boeken. Dat was een magisch getal voor mij én een evenaring van het record van Joël Robert. Ik heb toen wel gewonnen, maar de dagen ervoor was het heel moeilijk om mezelf onder controle te houden. Dat mag me nu niet overkomen, het is gewoon te belangrijk. Op dit moment heb ik het kampioenschap in handen, ik moet dat kunnen vasthouden en doorzetten tot het einde. Ik heb nu drie keer gereden op de Citadel en drie keer gewonnen. Ik start zondag als de grote favoriet, voor eigen publiek, het mag gewoon niet fout gaan. Daar voel ik mij heel goed, ja. Een deel van mijn succes heb ik ook te danken aan mijn verhuis naar Monaco. Wanneer ik in België ben, is er altijd wel iets te doen, dan cross ik van hier naar daar. Eens rustig een avondje voor televisie zitten, lukt dan gewoon niet. Dat gaat wel in Monaco. Daar doe ik mijn training, ik surf wat op internet, bekijk wat video's ; ik ben er echt op mijn gemak. En dat heb ik nodig, niet te veel aan mijn kop, want dat vreet alleen maar energie en ik moet scherp blijven. Tja, het begin was moeilijk, maar liever een moeilijk begin en een goed einde dan omgekeerd en intussen zit ik toch weer helemaal op schema. Het probleem lag in die eerste drie wedstrijden gewoon bij mezelf, ik was te veel gefocust op die ene cross in de Moto GP-klasse. Ik wou te veel mijn best doen om goed te presteren en heb daarin overdreven. Sommige mensen zijn toen meteen in paniek geslagen, mijn vader vooral, heb je wel goed getraind, is de motor wel goed ? Maar daar lag het probleem niet, daar was ik zeker van, ik heb er ook nooit aan getwijfeld. Goh, ik wilde zo graag iets rechtzetten, weer laten zien wat ik op een motor waard ben. Dat was al van mijn topperiode 1997-'98 geleden. De voorbije jaren ging het gewoon niet meer zoals ik wou omdat ik een stroeve, zware motor had die me niet lag, waarop ik niet soepel kon rijden. Ik heb wel de wereldtitel behaald, maar genieten was het niet. Op de nieuwe Yamaha-motor voelde ik me wel meteen goed, ik had er weer plezier in, kon weer echt op mijn limieten rijden. In de voorbereiding ging het heel goed. Everts in supervorm, stond toen al in de kranten. De verwachtingen waren enorm hoog gespannen, ook bij mij, en ja, dan valt het tegen, hé. Dat heeft misschien ook wat meegespeeld, ja. Iedereen had de mond vol over die nieuwe klasse, met de grote kampioenen van 250 en 500cc tegen mekaar. En de ene favoriet maakt het dan meteen waar, de andere faalt. Dat steekt natuurlijk, want ik verlies niet graag. Tja, je wordt snel afgeschreven, hé. Everts is op de terugweg, Everts is te oud. Dat heeft me wel kwaad gemaakt, want ik zal zelf wel beseffen wanneer ik op de terugweg ben. Ik weet goed genoeg waar ik mee bezig ben, wat ik wel en niet kan. En dat ik te oud ben, is ook dikke zever. Ik ben pas dertig, Joël Smets zit nu toch ook op zijn top en die is al 34. Dan moet ik zeker nog drie, vier jaar mee kunnen. Ik draai al wel lang mee natuurlijk, mijn eerste wereldtitel is van '91, maar ik voel me nog altijd niet uitgeblust, hoor. Dat was telkens een zware teleurstelling, en heel hard. Op de wedstrijd zelf wordt er nog veel gepraat, je zit nog in die sfeer, en je zoekt naar oorzaken, maar als je daarna naar huis rijdt, is het net alsof ze met een dikke hamer langskomen. Ik zat dan naast Kelly (zijn vriendin, nvdr) in de auto, en we waren allebei zo ontgoocheld, waarom lukt het nu niet ? En het ergste was dat ik wist dat ik zo veel beter kon. Maar dat is net het mooie aan topsport, verliezen is hard, maar twee dagen later ben je toch weer met de volgende wedstrijd bezig. En nu heb ik de laatste vier wedstrijden gewonnen, zo snel kan het dus omslaan. Hoogtes en laagtes, hé. Sabine Appelmans heeft me al gezegd dat ze die mist, dat haar leven nu min of meer op een vaste lijn loopt. Dat zal ik ook wel missen als ik ooit stop. Die 125cc klasse, waarin ik op een 250cc viertakt rijd, was de afleiding die ik nodig had. De tijd tussen de twee wedstrijden is kort, maar ik verteer dat goed en ik ben niet meer zo gefocust op die ene cross. Ik heb al eens kunnen rijden, ik ken het circuit en in de 450cc weet ik meteen waar ik moet zijn. Ik kan daardoor direct aanvallen. Dat is nu mijn sterke punt, en dat wil ik toch wel vasthouden. Daarom wil ik het seizoen ook uitrijden in de 125cc. Ik heb nu niet meer de tijd om me nerveus te maken voor de Moto GP. Ik moet recupereren, andere kleren aantrekken, de tijd in de gaten houden. Aan die 125cc kan ik ook deelnemen zonder druk. Ik hoef niet te rijden voor het podium. Ik moet alleen zorgen dat de 450cc zo goed mogelijk is. En als de 125 daarbij helpt, des te beter. Ik had dat idee vorig jaar al en tijdens de contractbesprekingen met Yamaha had ik gezegd dat ik enkele GP's in de 125cc klasse wilde rijden. Ik had in de zomer veel met de 250cc viertakt getraind en ik rijd gewoon ontzettend graag met die motor. Hij is ideaal om de souplesse te onderhouden en de agressiviteit wat op te krikken. Het grote verschil met de 450cc is dat je veel aanvallender moet rijden, omdat je minder pk hebt. Je mag niet te veel afremmen voor een bocht of in de modder, omdat je dan te veel kracht verliest. Als ik daarna op een 450cc stap, heb ik meer pk, maar toch ook nog het gevoel dat ik vinnig rij, en dat is er zo positief aan. Toen we voor de start van het seizoen het tijdsschema kregen, vonden we dat nogal krap. Daarom wilden we eerst wat afwachten. Het was mijn teambaas Michele Rinaldi die me een week voor Italië opbelde, waarom probeer je het nu eens niet in de 125cc, dit is misschien het juiste moment. Hij is altijd in mij blijven geloven, vond het niet normaal dat het zo slecht liep. Ik heb toen overlegd met mijn trainer en die was ervan overtuigd dat het fysiek geen probleem kon zijn. De machine is klaargemaakt, ik heb hem eens getest, het zat direct goed en die eerste wedstrijd is fantastisch meegevallen. Schitterend natuurlijk om ook dat record te hebben, al was dat vooraf zeker niet de bedoeling. Italië was één groot vraagteken, we wisten helemaal niks. En dan win ik de kwalificatiewedstrijd, en denk ik : tiens, ik zou hier morgen de twee wedstrijden kunnen winnen (lacht). En stel je voor, eerst drie wedstrijden zonder zege, en dan plots twee op één dag. Je zag het hele team herleven, iedereen was zo content. Het was een mooie dag. Goh, weet je, ik ben heel gedreven, ik wil graag de beste zijn, zo veel mogelijk winnen, en zo veel mogelijk records scherper stellen. Maar misschien hecht ik daar over vijf jaar wel veel minder belang aan. Een plaatsje in de geschiedenisboeken zal ik sowieso hebben, door wat ik tot nu heb gepresteerd, en door mijn rijstijl. Dat zou pas uniek zijn natuurlijk, en het is misschien wel een verleiding die op de loer ligt, ja. Ik ben vier keer gestart en heb drie keer gewonnen, dan heb je de smaak te pakken. Maar ik weet ook wel, ik lig 45 punten achter op de Belgische WK-leider Steve Ramon, 43 op de Nederlander Marc De Reuver. Die kloof is in vijf wedstrijden niet meer goed te maken, tenzij die jongens elk één keer uitvallen. Ze hadden het waarschijnlijk liever anders gezien, ja. Maar ik vind : het kan hen ook iets bijbrengen. Mijn niveau is duidelijk hoger, en dat kan hun niveau alleen maar aanscherpen. Wat kan ik daar meer over zeggen ? Ik heb al wat zeges weggenomen van de grote favorieten, maar ik voel mij daar niet slecht bij. Dan moeten zij maar wat meer gas geven. Alleen in Oostenrijk heeft hij me echt verrast omdat hij zo bleef aanklampen. Dat was ook één van de mooiste wedstrijden van de laatste vijf jaar. Daar had hij net zo goed kunnen winnen. Maar in die eerste wedstrijden vond ik hem niet echt supersterk, daarin hebben wij het gewoon laten afweten. Ik heb vanaf het begin het gevoel gehad dat ik hem aankon en dat heb ik de voorbije weken ook bewezen. Pichon begint nu ook fouten te maken. De rollen lijken omgekeerd, de druk die ik in het begin had, zit nu bij hem. Maar laten we toch vooral Joël Smets niet vergeten. Die heeft maar vier punten minder dan ik. Daar wordt veel te weinig over gepraat, terwijl hij toch heel sterk bezig is. Hij heeft nog niet kunnen winnen, maar stond bijna altijd op het podium, en het zou niet de eerste keer zijn dat iemand wereldkampioen wordt zonder GP-zege. Het is nog lang niet gereden, hoor, we hebben alledrie evenveel kansen. Nu komt het er op aan het kopje er goed bij te houden, tot de laatste wedstrijd. Ik vond dat hij een gevaarlijk manoeuvre had gemaakt en reageerde nogal fel. Maar achteraf, op de beelden, zag ik dat ik zelf in de fout was gegaan en dat lag serieus op mijn maag. Ik heb me meteen verontschuldigd, maar Pichon maakte er geen probleem van. Blijkbaar wil hij ook wat afstand houden. In Oostenrijk bijvoorbeeld heb ik hem een tikje gegeven en toen had hij het ook kunnen uitschreeuwen, maar zo is hij niet. En ik moet toegeven, het is wel prettiger werken zo. Met Joël is dat anders, twee landgenoten, je zegt eens iets, de pers doet er nog wat peper en zout bij en we zijn weer vertrokken. Dat jaagt je toch weer op. Goh, je denkt daar wel eens aan : dat zou een mooi moment zijn om te stoppen. Maar ik ben er nog helemaal niet klaar voor. Ik moet er eerst zelf van overtuigd zijn, mijn tijd is voorbij, het is goed geweest. Ik wil trouwens niet op een hoogtepunt stoppen, liever een jaar te veel dan één te weinig. Het zal sowieso een moeilijke stap worden, laat mij dus eerst nog maar wat genieten, nu dat eindelijk weer lukt. door Inge Van Meensel'Stoppen ? Laat mij eerst nog maar wat genieten, nu dat eindelijk weer lukt. ''Laten we toch vooral Joël Smets niet vergeten. Hij heeft maar vier punten minder dan ik. '