Nog geen twee maanden na zijn plotse terugkeer naar België, op de laatste dagen van de zomermercato, is Eric Matoukou al een sterkhouder bij de Pallieters die, toeval of niet, kort na zijn komst oprukten in de rangschikking.
...

Nog geen twee maanden na zijn plotse terugkeer naar België, op de laatste dagen van de zomermercato, is Eric Matoukou al een sterkhouder bij de Pallieters die, toeval of niet, kort na zijn komst oprukten in de rangschikking. Rots in de branding was de 31-jarige Kameroense verdediger ook bij zijn vorige Belgische club, die hij drie jaar geleden verliet. Matoukou speelde in acht seizoenen meer dan tweehonderd wedstrijden voor Racing Genk. Hij staat daarmee derde in de ranglijst van spelers die het vaakst voor Genk uitkwamen en won zowel de Belgische beker (in 2009) als de landstitel (in 2011). Eerder voetbalde hij in ons land in de hoogste klasse voor FC Brussels en Heusden-Zolder. Eric Matoukou: "Genk was mijn eerste club op het hoogste niveau en bijgevolg heeft een heel groot deel van mijn leven zich hier afgespeeld. De regio heeft me in het hart gesloten en ik woon hier dan ook nog steeds. Ik heb destijds bij Genk Kameroense overwinningskreten geïntroduceerd. Dat herinneren de mensen zich nog maar al te goed." "Toch wel. Zo'n terugkeer zou mooi geweest zijn na mijn Oekraïense avontuur. Maar het belangrijkste was dat ik terug naar België kon. Mijn familie woont hier immers nog (zijn vrouw runde tot voor kort een relatiebureau met Elke Clijsters, nvdr) en ik ben dan ook maar wat blij met de kans die Lierse me biedt. Ik heb meer dan goed mijn brood verdiend in Oekraïne dus het is de allereerste keer dat ik puur voor mijn plezier kan voetballen. Ik voel ook dat ze me hier naar waarde schatten." "Inderdaad. Het spreekt voor zich dat dat mijn mooiste dag bij Genk was. Die intussen legendarische wedstrijd tegen Standard in 2011... Ik stond samen met onder meer ThibautCourtois, Chris Mavinga, Jelle Vossen en KevinDeBruyne op het terrein. Ik weet nog dat ik die avond het gevoel had dat dat het ideale moment was om te vertrekken." "Correctie: ik ben niet zomaar naar een Oekraïense club gegaan. Ik weet dat een heleboel mensen de wenkbrauwen gefronst hebben toen ze hoorden dat ik naar Oekraïne ging, maar Dnipro is echt een geweldige club. Alleen Dinamo Kiev en Sjachtar Donetsk zijn groter en bekender." "Het begon al meteen slecht voor mij bij Dnipro. Ik trof er een coach die het niet bepaald op zwarte spelers begrepen had. Ik was er nog maar net toen de andere Afrikaanse jongens me zeiden dat ik moed zou moeten tonen want dat ik het niet makkelijk zou krijgen. De coach zei: 'Je speelde natuurlijk wel samen met Thibaut Courtois, de beste doelman ter wereld...' Later vroeg hij van welke club ik nu weer precies kwam. Allemaal om me te provoceren. Ik heb daarop gereageerd en toen was het hek van de dam." "Ik keur die racistische reacties niet goed, maar ik begrijp wel waar ze vandaan komen. De meeste van die mensen zijn nog nooit buiten hun eigen stad geweest en hebben bijgevolg nog niets van de wereld gezien. Een voetbalstadion is voor hen de plek bij uitstek waar ze zich alles kunnen permitteren. Ze laten zich gaan en de clubbesturen grijpen niet in, de politie ziet het door de vingers en de scheidsrechters leggen er geen wedstrijden voor stil. De geviseerde spelers laten het dan weer oogluikend toe omdat hen als voetballer tal van extra voordelen te beurt vallen. Profvoetballers krijgen in Oekraïne een voorkeursbehandeling. Alle deuren gaan voor hen open." "Ik was net zoals de meeste buitenlanders die in Oekraïne gaan wonen volledig verrast door dat gigantische verschil. In Kiev waan je je in Europa, maar zodra je vijftig kilometer buiten de stad bent, ziet de omgeving er compleet anders uit. Dnjepropetrovsk ligt in de regio Donetsk en dus dicht bij Rusland. In Afrika heb ik altijd alleen maar lachende mensen gezien. Ik kan je zeggen dat de Oekraïners die levensvreugde niet uitstralen. Ze komen heel kil over. Daar komt nog eens bij dat ze heel gek reageren op mensen die veel geld hebben. Dat merkte ik aan de blikken als ik bijvoorbeeld eens in een chic restaurant ging eten..." "Oekraïne is een land waar je wel een zeker risico loopt dus ik hield me zo veel mogelijk gedeisd." (lacht) "In een Lada nog net niet, maar je kunt je er toch maar het best ietwat terughoudend opstellen en de juiste vrienden zoeken. Dat is overigens niet alleen in Oekraïne het geval. Er zijn nog landen waar je maar beter mensen kunt zoeken die in staat zijn jou te beschermen als dat nodig is. Ik had er geen echte bodyguard, maar wel enkele stevige kameraden." (lacht luid) "Ik ben met mijn 1m86 bepaald geen kleine jongen, maar bij Loetsk was ik de kleinste verdediger. Dat waren stuk voor stuk beren van twee meter. Voor mijn eerste training zag ik kerels bij wijze van opwarming hun rugzak met zand vullen vooraleer ze in de bergen gingen lopen. We moesten ook elke dag om 10 uur op de club zijn en bleven er telkens tot 's avonds. Niet zo gek als je weet dat de coach een voormalige legergeneraal was. En op het veld volgden de vliegende tackles mekaar op. Ik heb er de meest ongelooflijke dingen gezien, maar ik kijk er met plezier op terug." "Ik reed zelf niet meer met de auto, maar liet me vervoeren door een bevriende taxichauffeur. Op zulke momenten weet je dat mensen eender wat zouden doen om aan geld te geraken. Ik heb toen ook mijn appartement in het centrum van Dnjepropetrovsk verlaten en ben in een van de kamers in het trainingscentrum van de club ingetrokken. Als het regent in Donetsk, druppelt het in Dnjepropetrovsk en een heleboel mensen die gevlucht waren voor de gevechten in Donetsk kwamen zich in Dnjepropetrovsk vestigen. Het land stond onder druk en iedere keer dat ik de tv aanzette, zag ik beelden van opstanden en gevechten. Toen ik dat zag, wist ik dat het tijd was om te vertrekken. Ik ben blij dat ik dat avontuur heb gekend, maar de verstandige keuze was terugkeren naar België. Het was trouwens niet zo eenvoudig om terug te komen." "Ik moest met de auto van Dnjepropetrovsk naar België rijden langs een aantal steden waar de gemoederen danig verhit waren. Er waren rellen en de wegen lagen er nog slechter bij dan voordien al het geval was waardoor ik soms niet veel sneller dan 40 kilometer per uur kon rijden. Het was een superlange reis waarin ik één keer enorm opgeschrikt werd. 's Avonds laat moest ik stoppen voor een wegblokkade op veertig kilometer van Kiev. Alleen de wagens met een nummerplaat van Kiev werden doorgelaten. Bussen die het rijverbod probeerden te negeren werden in brand gestoken. De mannen die me tegenhielden, waren verrast toen ze mijn Belgische nummerplaat zagen en vroegen of ik naar Brazilië reed. Alsof je van Oekraïne naar Brazilië kunt rijden... Ik antwoordde dat ik op weg was naar België, maar dat wisten ze helemaal niet liggen. Ik had geen idee of ik met militairen of revolu-tionairen te maken had, maar ze waren tot de tanden toe bewapend en zagen er bepaald niet vrolijk uit. Ik ben zwart, ik was bang. Ik nam mijn smartphone en belde mijn vrouw op omdat ik wilde dat ze de conversatie zou horen." "Ik weet het niet. (lacht) Ik heb hen mijn identiteitskaart getoond, ze hebben mijn auto doorzocht en deden vervolgens teken dat ik mocht doorrijden. In heel mijn leven ben ik nooit meer bang geweest dan op dat moment." DOOR PIERRE DANVOYE