Toen we het interview vorige week dinsdag beëindigden, deed Martin Hongla nog een ferme uitspraak: de groep wil mét Lior Refaelov de play-offs aanvatten. Twee dagen later zou de club er anders over beslissen. Wat hij ook nog zei: 'Club Brugge is nog geen kampioen. Wij viseren ook die eerste plaats.' In een seizoen vol tumult rond opzij geschoven spelers - eerst Didier Lamkel Zé, daarna Simen Juklerød en nu de Gouden Schoen - was de Kameroener een lichtpunt op het middenveld.
...

Toen we het interview vorige week dinsdag beëindigden, deed Martin Hongla nog een ferme uitspraak: de groep wil mét Lior Refaelov de play-offs aanvatten. Twee dagen later zou de club er anders over beslissen. Wat hij ook nog zei: 'Club Brugge is nog geen kampioen. Wij viseren ook die eerste plaats.' In een seizoen vol tumult rond opzij geschoven spelers - eerst Didier Lamkel Zé, daarna Simen Juklerød en nu de Gouden Schoen - was de Kameroener een lichtpunt op het middenveld. Yaoundé, Kameroen, daar begon het allemaal. In de schaduw zelfs van waar in januari 2022 de openingswedstrijd van het Afrikaans landenkampioenschap wordt gespeeld. De buurt waar de president resideert. Daar woont ook de familie Hongla. Vier zussen, een broer, een vader die als ingenieur in de bouw werkte en hun moeder. Zijn broer is ouder, hij voetbalde ook, maar trad daarna in de voetsporen van hun vader; ook hij ging de bouw in. Pa rust nu uit. Het is er goed leven, zegt Hongla. 'Geen geweld, zoals elders in Afrika.' Geen covid ook. De toegang tot het land wordt in deze pandemie streng afgeschermd, je komt er niet meer zomaar in. Het gevolg is dat het leven er amper veranderde: geen mondmaskers, alles open. Twee, drie keer per jaar vliegt hij terug om de familie te zien. Soms ook voor interlands, inmiddels is Hongla ook A-international. In het spoor van hun voorgangers - Milla lang geleden, Eto'o nadien - probeert de huidige generatie beter te doen. 'Iets bijdragen wat zij nog niet konden', zegt Hongla. 'Dat is mijn drijfveer. We hebben kracht, techniek, maar moeten wel uitwijken naar Europa om beter te worden. Onze stadions zijn anders, de werkomstandigheden... Talent alleen volstaat niet, talent heeft nood aan arbeid, training.' Het zijne werd aan de basis ontwikkeld op de voetbalacademie die Blaise Nkufo in Yaoundé oprichtte. Een Congolees met de Zwitserse nationaliteit die trouwde met een Kameroense. 'Na een match met mijn ploeg kwam iemand naar me toe. Hij zei: 'Blaise wil je familie zien en eens met jou spreken.' In het begin geloof je dat niet, ik ben vrij achterdochtig. Ik had nog nooit van hem gehoord, want het Zwitserse voetbal volgden we niet. Hij heeft dan kennis gemaakt met mijn familie, en later is het vertrouwen gegroeid.' Frank Boya zat er ook, ze deelden zelfs de kamer en waren zoals broers. Blaise had voor zijn voetballers een appartement met zes, zeven kamers. Vier jongens per kamer, verdeeld over twee stapelbedden. Het was vlak bij het huis van zijn ouders, tien, vijftien minuutjes te voet. ' Als je in het weekend naar huis ging, kreeg je wat geld mee. Ik had geen honger, een bed en kreeg wat zakgeld. Geen echt salaris, maar het was professioneel. Goeie trainers, ex-spelers, goeie raad... Blaise leerde ons recuperatiedrankjes kennen ter vervanging van frisdrank, moeilijk binnen te werken, geef ik toe. ( lacht) Hij leerde ons ook dat hydrateren belangrijk was. Hij leerde ons veel, regels waarvan we niks wisten. Het was zoals een internaat, met uren waarop we binnen moesten blijven en vrouwen die voor ons kookten. We hadden een vaste bedtijd en bezoek mocht, op bepaalde uren, maar niet binnen, we bleven met hen buiten op het terras. Blaise gaf ons vrijheid, maar was wel streng op ons werk. Hij was prof en verwachtte altijd meer.'Op zijn zeventiende was Hongla klaar voor een volgende stap: Spanje. Een scout pikte hem op bij de nationale jeugdploeg U20 en introduceerde hem bij Granada. Omdat hij nog te jong was, ging hij eerst op verkenning. Bij de club, in de stad. Op zijn achttiende verhuisde hij. 'Nerveus? Absoluut niet. Moeilijk was het wél, hard ook, zo zonder familie, zonder vrienden, in een land waar je de taal niet kent. Maar na een jaar sprak ik Spaans. Ik wist dat ik op voetbalvlak rustig moest blijven en kon terugvallen op wat ik in Kameroen had geleerd. Dingen die Blaise had meegemaakt in Europa en die hij ons had verteld. Ik begon er bij de B-ploeg, wende aan sneller voetbal. Ik kwam er in een groep die al professioneel was en moest me tonen. Als ik ergens als voetballer kom, wil ik niet weten of Messi of Ronaldo er is. Dat interesseert me niet. Het belangrijkste is je tonen en je plaats pakken. Mijn ambitie dreef me vooruit, na twee maanden vond ik al dat ik de beste was bij de B-ploeg. Fysiek, tactisch... ik zag niemand beter. Daarom ben ik ook bij de A-ploeg gebleven, toen ze me daar vroegen. Ik was er klaar voor. Niet dat je dan direct gaat spelen, daarvoor moet je dan eerst zien wie op je plaats staat en wat de trainer wil. En dan is het werken in zijn richting, om ook daar klaar voor te zijn.' Keihard werkte hij. In stilte. Hij werd fysiek sterker omdat hij naast de collectieve trainingen ook individueel ging werken, met een eigen begeleider. Tot Granada hem uitspeelde als centrale verdediger en er een nieuwe coach kwam in wiens filosofie hij niet paste. De club wilde hem terug sturen naar het B-elftal, maar dat weigerde hij. Hongla heeft zijn trots en voelde zich onheus bejegend. Het kwam tot een breuk. En toen belde Barça. 'Ik was verrast. Ik had zes maanden niet gespeeld en kreeg plots een telefoontje van een privénummer: 'We hebben interesse, je moet naar ons komen, naar Barcelona.' Ik dacht: wat gebeurt er nu, wat vertelt die? Twee dagen later belde Granada: ze hadden iemand van Barcelona aan de lijn gehad, of ik verhuurd wilde worden.' Een ander zou springen, de principiële Hongla niet. 'De mensen deden plots vriendelijk tegen me, terwijl ze me zes maanden niet zagen staan. Soms is het voetbal een verschrikkelijke wereld, maar anderzijds moet je ook nadenken over waar je vandaan komt. Je mag het niet laten schieten.' Uiteraard zei hij 'ja', maar om de zaak af te ronden, stuurde hij zijn manager; hij wilde de sportdirecteur niet zien. 'Je kunt niet de ene dag hard zijn tegenover iemand en hem een mes in de rug steken, en een volgende lachen. Ik ben fier, ja. Je moet mensen altijd respecteren. Soms behandelen mensen een voetballer als een object, dat je zomaar kan weggooien. Dat doe je niet. Ik ben nadien nooit meer in Granada geweest. Ik kan niet ergens gaan waar ze je niet respecteren. Impossible. ' Barcelona was een fantastische leerschool. Hij speelde met de B-ploeg, maar trainde vaak met de A-ploeg. 'Op een gegeven moment vroeg ik me af: waarom zit ik daar niet? Oké, Busquets, Coutinho, Vidal... Maar ik heb ook mijn trots. Als ik ergens ben, vind ik dat ik moet kunnen spelen. In het begin ben je onder de indruk; Messi kwam gewoon met me praten... Hij is open, praat met iedereen, ook met de jongeren.' Of je Messi mag tackelen op training? 'Er zijn geen orders, en soms moet je blok zetten, maar je mag niet te hard zijn.' Hij leerde er veel bij over tactiek. Gebruik maken van de ruimte, intelligent lopen, wanneer je het ritme moet versnellen, of breken, wanneer het niet loopt zoals je wil. Alle dagen waren er videosessies en analyses. Alle trainingen werden gefilmd en naar de spelers gestuurd om 's avonds te bestuderen. 'Hoe het liep, wat je deed, waar je op moest letten. Of ik daar altijd zin in had? Ja. Dat moet, wil je vooruitgang boeken. In Antwerpen doe ik dat ook. Elke match herbekijk ik.' Uiteindelijk behield Barcelona hem niet, een blessure remde hem er ook af en na een goeie periode in Oekraïne bij Lviv pikte Antwerp hem op. Zijn eerste seizoen, zei hij, stond in het teken van de aanpassing. 'Ik kwam bij een ploeg die gewoon was wedstrijden te winnen en bij een trainer, László Bölöni, die een voorkeur had voor kracht, voor het fysieke aspect. Dan moet je in die richting werken en niet loslaten; jezelf afvragen waarom je niet speelt en op zoek gaan naar antwoorden. Ik bleef na op training en werkte aan de punten die hij belangrijk vindt: harder worden, de beuk erin. En dan weet je: nu kan hij niet meer om me heen. Dat moment kwam inderdaad: ik kreeg een paar matchen, maar blesseerde me dan en daarna was het voorbij.' Ivan Leko zag veel potentieel in hem vanaf dag een. 'Ja, maar ook met hem was het niet eenvoudig. Hij was een trainer die veel druk legde en ons verplichtte hard te werken. Hij kon met je lachen, maar deed dat nooit op het veld. Daar was hij zeer autoritair, eiste twee uur concentratie. In het begin praatten we niet veel. Hij was op bepaalde vlakken zo veeleisend, dat ik het niet kon brengen. Zeer agressief ook, tegenover mij. Daar kon ik niet zo mee om. Het gebeurde dat hij een training stillegde omdat hij niet leuk vond wat hij zag. Dat vergde aanpassing. Pas toen we allemaal een klik maakten, ging het lopen. In het begin vroeg je je af: waarom al dat lopen? Maar nadien zag je: hé, dit zorgt ervoor dat we matchen winnen. De training was lastiger dan de match.' Heel af en toe zagen we hem als centrale verdediger, en soms als zes, maar zijn voorkeur gaat naar een rol met iets meer vrijheid. 'In Kameroen was ik een tien. Nu ik wat lager speel, heb ik nog wel reflexen van toen. Lager ben ik wel beter. Eigenlijk ben ik een acht, want voor een zes ben ik wat ongeduldig. Ik wil niet voor die verdediging hangen en alleen controleren. Een echte zes moet gedisciplineerd zijn en niet uit zijn zone komen, de acht heeft meer vrijheid.' Na Leko kwam Frank Vercauteren, met een andere filosofie. Met het aantal speelminuten groeide ook zijn zelfvertrouwen. En inmiddels laat ook hij zich horen in de kleedkamer. 'Wanneer het niet loopt, zoals tegen Anderlecht of in de eerste helft tegen Genk op het einde van de reguliere competitie, dan zeg ik dat. In de kleedkamer zijn harde woorden gevallen. Daar moeten we nu in deze fase van leren. En dan kijken we verder dan de tweede plaats. Waarom niet?'