Miljan Miljanic is de allereerste die Aleksandar Jankovic een grote trainerscarrière voorspelt. Of beter: Sasja - 'Noem me zo maar, want in Servië worden Aleksandars bijna altijd Sasja genoemd.' We schrijven dan begin jaren negentig, een vriendschappelijke wedstrijd Frankrijk-Brazilië in het Parc des Princes. Aan Braziliaanse kant spelen Rai, Romario en Bebeto.
...

Miljan Miljanic is de allereerste die Aleksandar Jankovic een grote trainerscarrière voorspelt. Of beter: Sasja - 'Noem me zo maar, want in Servië worden Aleksandars bijna altijd Sasja genoemd.' We schrijven dan begin jaren negentig, een vriendschappelijke wedstrijd Frankrijk-Brazilië in het Parc des Princes. Aan Braziliaanse kant spelen Rai, Romario en Bebeto. Miljanic is een zwaargewicht: ex-coach van Rode Ster Belgrado, Real Madrid, Valencia en de nationale ploeg van Joegoslavië. Hij pakt zijn koffers voor een trainersseminarie in Brazilië. Om niet als een idioot over te komen, wil hij een paar dingen weten over de Seleção van dat moment. Hij belt naar Jankovic, die hij kent van in Belgrado en die dan bij Cherbourg speelt: 'Zeg, ik wil me daar niet belachelijk maken. Kun jij me wat vertellen over Brazilië? Wat is hun opstelling? Hoe spelen ze?' Enkele dagen later belt Miljanic vanuit Zuid-Amerika opnieuw naar Jankovic: 'Zeg, dat was er pal op, jouw analyse van Frankrijk-Brazilië. Luister goed, jongen: jij ziet dat heel goed. Wanneer je stopt met voetballen, moet je zeker overwegen om trainer te worden.' ALEKSANDAR JANKOVIC: 'Toen ik 19 was, ging ik naar Australië, dat was een keerpunt in mijn carrière. Ik speelde toen goed bij Rode Ster en was international in alle jeugdcategorieën. Dan brak de burgeroorlog uit. Ik zag mijn land uiteenvallen. Heel mijn generatie sloeg op de vlucht, om het even waarheen. Iedereen greep de eerste kans die hij kreeg. Dat ik naar Australië trok, had niks te maken met het spelniveau daar. Ik kreeg gewoon de kans om een land in oorlog te verlaten. Ik heb mijn boeltje gepakt en ben op mijn eentje vertrokken, op twee dagen tijd was het geregeld. Op sportief vlak was het niet zo'n wijze beslissing. Ondertussen is het voetbal in Australië wel vooruitgegaan, maar 25 jaar geleden was het niet veel soeps. Maar op menselijk vlak was het erg verrijkend. Door naar het andere eind van de wereld te vertrekken kwam ik ook onder de schaduw van mijn vader uit. Hij was in Joegoslavië enorm populair als sportjournalist en ik was altijd de zoon van. Dat woog op mij. Ik wilde een eigen identiteit. In Australië kende natuurlijk niemand de journalist Jankovic. Dat was beter voor mij. Voor het eerst werd ik gewoon gezien als een voetballer, niet als de kleine van de reporter.' JANKOVIC: 'Neen. Pas op mijn 24e, toen ik bij Pau zat, met Slavo Muslin als coach. Ik begon de matchen zelf voor te bereiden door notities te nemen en mijn advies te geven over bepaalde fases. Dat was bijna ontspanning, een spelletje, een passie ook. En ik zag dat Muslin dat prima vond. Toen zei ik bij mezelf: misschien kan ik in het voetbal blijven.' JANKOVIC: 'Ik ben gestopt toen ik 28 was. Dat is vroeg ja, maar ergens ook begrijpelijk. Na Cherbourg en Pau verbleef ik een jaar in de VS. Het was de start van de MLS, maar ik heb er vooral zaalvoetbal gespeeld. Shows op zijn Amerikaans, met soms wel 15.000 toeschouwers. Als je van ver scoorde, telde dat voor drie, van dat soort dingen... Ik wilde nadien weer ernstig voetballen in Europa en testte bij Racing Paris in de Ligue 2. Tijdens die test blesseerde ik me, hoewel het contract al bijna getekend was. Gescheurde kruisbanden! Ik had geen contract en moest terugkeren naar Servië om me te laten opereren. Op dat moment kreeg ik een ingeving. Ik wist dat ik op mijn leeftijd nooit nog mijn oude niveau zou halen. Muslin belde me. Zijn assistent bij Rode Ster was ervandoor gegaan. Ik hoor hem nog zeggen: 'Het is niet aan mij om te zeggen dat je je spelerscarrière moet stopzetten om iets anders te doen, want je bent nog jong. Het is een belangrijk moment, je kunt maar één keer stoppen. Maar als je wilt, kun je met mij samenwerken. Denk erover na. Praat er met je vrouw en je familie over.' Ik heb er een week over nagedacht. Dan heb ik hem gecontacteerd en gezegd: 'Laten we het doen.' Zo is het begonnen. We hebben dezelfde ideeën over de bewegingen op het veld, de tactische discipline, de strengheid in het dagelijks leven, het leiden van een groep... Op zes jaar tijd pakten we zeven prijzen, met Rode Ster en Levski Sofia. Prachtig was dat.' JANKOVIC: 'Dat weet ik niet, ik heb nog niks gewonnen als T1... (lacht) Ik heb me die vraag nooit gesteld toen ik assistent was. Ik ging helemaal op in het werk van een T2. Ik wist dat ik ooit hoofdcoach zou worden, daar was geen haast bij, gewoon een kwestie van het juiste moment afwachten. Het gebeurde in 2006, bijna van de ene dag op de andere. Muslin begon het seizoen bij Lokeren, met mij als assistent natuurlijk. Bij de winterstop kregen we een bod van Lokomotiv Moskou, moeilijk te weigeren. Roger Lambrecht is dan naar mij gekomen en stelde voor om te blijven en de plaats van Muslin in te nemen. Dat was de eerste keer dat een club me heel concreet vroeg om er T1 te worden. Ik antwoordde: 'Het spijt me, maar we zijn samen gekomen en we vertrekken samen.' Net als Muslin tekende ik voor twee jaar in Moskou. Maar na zes maanden voelde ik opeens dat mijn avontuur als assistent klaar was. Op dat moment redeneerde ik: ofwel stop ik als T2 en word ik T1, ofwel blijf ik heel mijn leven T2. Ik heb mijn contract verbroken en ben teruggekeerd naar Belgrado. Zonder dat ik iets achter de hand had. Geen club, geen contract, niks. Geen werk, dus geen inkomen. Dat duurde ruim een jaar. Dan ben ik weer aan de slag gegaan bij Rode Ster, ik had een groot plan voor de jeugd in mijn hoofd. Wat later kreeg ik de eerste ploeg onder mijn hoede, ik was toen 35. Ik werd de jongste trainer uit de geschiedenis van de club. De rest is geschiedenis...' JANKOVIC: 'Ja, ik heb dat voorstel gekregen. Ik heb me er zelfs even mee beziggehouden toen ik bij Rode Ster zat. Europabeker met mijn club en kwalificatiematchen met de nationale ploeg. Gekkenwerk! Echt, compleet gekkenwerk! Weet je dat telkens als Servië nu speelt, er in de selectie minstens tien spelers zitten die ik bij de U21 heb gecoacht? We bleven drie jaar ongeslagen, drie keer moest ik de kern helemaal vernieuwen omdat de beste spelers zo snel naar de A-ploeg vertrokken.' JANKOVIC: 'Ten eerste: er zijn geen twee trainers die dezelfde methodes hebben. Ten tweede: ik werk nu al tien jaar op mezelf. Ten derde: het bestuur van Standard heeft me aangetrokken om wat ik bij Mechelen neergezet heb. Ik kom niet zomaar uit het niets. Ik weet dat ze al twee jaar mijn werk analyseerden. Bovendien kent Olivier Renard me goed genoeg.' JANKOVIC: 'Daar ben ik het niet mee eens! Helemaal niet. We hebben veel krachten verbruikt tegen Anderlecht. Als je de afstanden bekijkt die we gelopen hebben, dan kun je echt niet zeggen dat we niet alles gegeven hebben. Maar tactisch stonden we niet goed. Anderlecht speelde heel goed georganiseerd en leverde opnieuw het bewijs dat Standard moeilijk het spel kan maken tegen een laag blok dat goed staat. We hebben gedomineerd, dat bewijst de 63 procent balbezit. Maar we konden geen echte kansen creëren.' JANKOVIC: 'Denk je dat ik mijn ploeg bescherm door publiekelijk te verkondigen dat ze verdiende te winnen terwijl dat niet het geval was?' JANKOVIC: 'Je kunt niet vooruitgaan als je je achter zulke zaken verstopt.' JANKOVIC: 'Ik heb in de wedstrijd andere dingen gezien. Dingen die binnen de kleedkamer blijven. Ik heb ook gezien dat we beter hadden moeten reageren bij die fase waaruit de goal viel. De verdediger die omgeduwd werd: ofwel valt hij en fluit de arbiter, ofwel laat hij zich gelden en speelt hij even stevig als zijn tegenstander. Maar over de gehele match vond ik meneer Delferière niet slecht fluiten. Ik vond niet dat hij tegen Standard floot. Bij Mechelen heb ik het twee of drie keer meegemaakt dat ik de indruk had dat de scheids tegen ons was, en dat heb ik ook telkens gezegd. Maar tegen Anderlecht was daar niks van aan. Het zou van mijn kant oneerlijk geweest zijn om meneer Delferière aan te vallen. En het is niet door te zeggen dat ons verlies de schuld is van de arbiter dat mijn ploeg de week erna beter gaat spelen! Je moet je verantwoordelijkheid nemen. Iedereen. Er zijn nederlagen waaruit ik heel positieve zaken haal. Ik denk bijvoorbeeld aan het interview van Adrien Trebel na het verlies op Ajax. Hij erkent dat hij in de fout ging met het balverlies waar de goal uit volgde. Zeer goed. Ik hield ook van het commentaar van Jean-François Gillet na Anderlecht, heel helder. Hij maakte een foutje bij de goal, maar hij had ook kunnen zeggen dat het zonder hem bij de rust 0-2 had gestaan. Dat heeft hij niet gedaan. Je verantwoordelijkheid nemen, daar word je beter door.' JANKOVIC: 'Normaal zou je het nooit hoeven te hebben over inzet. Dat zou een natuurlijk gegeven moeten zijn bij een profvoetballer. Maar het is duidelijk dat voor het moment resultaten en mentaliteit prioritair zijn. Door een tijd hard samen te werken komen er automatismen en zal het spel automatisch beter worden. En als de resultaten volgen, dan is de sfeer goed en kun je naar nog meer overwinningen toe werken.' JANKOVIC: 'Natuurlijk. Rode Ster heeft een bepaald DNA en dat lijkt op dat van Standard. Er zijn clubs die een energie uitstralen die sterker is dan elders. Rode Ster in Servië, Standard in België, Marseille in Frankrijk, Boca Juniors in Argentinië... Daar ademt men voetbal. De mensen vergeven je alles zodra je zelf alles geeft. Als ze zien welke energie je uitstraalt, zien ze veel door de vingers.' DOOR PIERRE DANVOYE - FOTO'S BELGAIMAGE'Ik zag mijn land uiteenvallen. Heel mijn generatie sloeg op de vlucht voor de burgeroorlog.' - ALEKSANDAR JANKOVIC