Anderlecht - Lommel, 09/03/2002, 26e speeldag, 2-0

'Niet mijn debuutmatch. Pas mijn derde wedstrijd, maar wél de belangrijkste uit mijn carrière. De eerste twee waren immers tegengevallen. In december 2001 een eerste invalbeurt op Beveren, in de 83e minuut. Het Beveren van de Ivorianen, met Yapi Yapo, Yaya Touré, Zézéto... Kwieke dribbelaars van wie ik, ondanks de 1-4-stand, echt schrik had. Na drie minuten pakte ik zelfs al mijn eerste gele kaart. Geen goeie herinnering dus. Net als aan mijn eerste basisplaats, meteen na de winterstop op Antwerp, in een vol Bosuilstadion. Tijdens de rust, bij 1-0, al vervangen. Weliswaar met als excuus dat de héle ploeg toen niet goed draaide, tegen een sterk Antwerp met Yattara en Goots.

Nadat ik met Lokeren scoorde tégen Anderlecht, heb ik voor de eerste keer in mijn carrière gehuild.' Olivier Deschacht

'Ik vloog weer naar de bank, maar bleef bij de beloften en reserven keihard werken, onder coach Frank Vercauteren. Tot plots, twee maanden later, Glen De Boeck uitviel in de opwarming voor de thuiswedstrijd tegen Lommel. Aimé Anthuenis vroeg: 'Ben je klaar?' Ik: 'Natuurlijk!' Ik had mezelf opgejut: Oli, je hebt bij de reserven al vele keren getoond wat je kunt, toon het nu bij de eerste ploeg! En ik héb het getoond. Alles lukte: lange passes, intercepties, tackles... Ik werd verkozen tot man van de match en verdween erna niet meer uit de ploeg. Dáárom dus de belangrijkste wedstrijd uit mijn carrière. Want als De Boeck niet uitvalt, blijf ik misschien tot het einde van het seizoen op de bank, haalt de club in de zomer een nieuwe linksback en was er bij Anderlecht van Deschacht nooit sprake geweest.'

Anderlecht - Zulte Waregem, 05/05/2006, 34e speeldag, 3-0

'Mijn eerste titel vierde ik in 2004, onder Hugo Broos. Club Brugge had dat weekend echter al verloren. Geen échte euforie dus. Dat was er wel, twee jaar later. Veel spannender, want we moesten thuis winnen. Gelukkig was de klus vlug geklaard, mede door twee assists van Pär Zetterberg, die zijn allerlaatste match speelde. Dat gaf die wedstrijd extra piment: op het einde kreeg hij een applausvervanging, waarop alle supporters papiertjes met TACK - bedankt in het Zweeds - in de lucht staken. Zo mooi... Het was Pär ook van harte gegund. Een schitterende voetballer: vista, traptechniek, leiderschap. Bovenal een fantastische kerel, met wie ik het altijd goed kon vinden. Ook nu nog, want we volgen samen de UEFA A-trainerscursus. Of hoe in het leven alles terugkeert...

'Ook speciaal aan die titel: de eerste onder Vercauteren, die mij bij de beloften gevormd had. Door mij onder meer een rij naar achteren te schuiven: van linksvoor naar de linksbackpositie. Daar zou ik, als linksvoetige die goed kon verdedigen en het spel goed las, beter renderen, vond Frank. Dat heeft hij slim gezien. ( lacht) Nochtans was hij vaak streng en hard, maar vooral omdat hij meer in mij zag dan in andere, meer getalenteerde maar minder gemotiveerde jongeren. Ik wilde daarentegen wél luisteren, bijleren, hard werken.

'De rode draad doorheen mijn carrière: ik was nooit de uitblinker, letterlijk en figuurlijk een meeloper die zich opofferde voor zijn ploegmaats. Die zich ook elk seizoen elke week op training moest bewijzen om de zoveelste gehaalde concurrent voor de linksback op de bank te houden. Alleen toen Jelle Van Damme kwam ( in 2006, nvdr), had ik schrik dat ik mijn plaats zou verliezen, maar ik speelde zo goed dat Vercauteren Jelle op het middenveld zette.' ( lacht)

Club Brugge - Anderlecht, 18/04/2010, 6e speeldag play-off 1, 1-2

'In al die jaren bij Anderlecht heb ik nooit met een betere ploeg gespeeld als dat seizoen: Proto, Juhász, Wasilewski, Kouyaté, Van Damme, Boussoufa, Biglia, Gillet, Frutos, Suárez, Lukaku... Zeker die laatste twee waren heel complementair: techniek gepaard aan kracht. Romelu werd nog vóór zijn zeventiende al topschutter. Een gouden kerel: coachbaar, zéér hongerig, nooit egoïstisch, altijd hard werkend om zijn minpunten bij te schaven, met name zijn basisuithouding. Die was toen nog niet top, omdat hij bij de jeugd iedereen op power kon aftroeven.

'Met al die toppers speelden we alle ploegen kapot: 12 punten voorsprong na de reguliere competitie en 10 op 15 in de eerste vijf duels van play-off 1. Al op de zesde speeldag, óp Club Brugge, konden we kampioen spelen. Op het veld van de aartsvijand uiteraard een extra motivatie. Zeker voor mij, want de wedstrijden tegen en op Club waren voor mij, als Vlaming, altijd heel speciaal. Hoewel ik er vaak werd uitgefloten - nu nog zelfs, met Zulte Waregem - ben ik er altijd boven mezelf uitgestegen. Ook toen in die titelmatch, net als de hele ploeg. Club kwam er niet aan te pas: 0-2 via Van Damme en Biglia, alleen in blessuretijd scoorde Wesley Sonck nog tegen.

'Het feest achteraf was héérlijk: eerst een halfuur vieren voor een vol bezoekersvak, in een verder leeg Jan Breydelstadion, daarna springen en zingen in de kleedkamer en op de bus - ondanks twee uur file op de E40 - en tot slot een enthousiast onthaal in Anderlecht.'

Anderlecht - Zulte Waregem, 19/05/2013, 10e speeldag play-off 1, 1-1

'Mijn meest stresserende titelmatch. Terwijl het nooit zo ver had mogen komen. Maar als je in de competitie zeven en in play-off 1 drie penalty's mist... Dat begint op den duur in het kopje te kruipen, hé. Toch begonnen we thuis tegen Zulte Waregem met veel vertrouwen. Aan een gelijkspel hadden we immers genoeg. Geen probleem, dácht iedereen.

'We zaten echter nooit in de wedstrijd, tegen een zéér goed Essevee. Malanda, Thorgan Hazard, Leye, Berrier: een perfect afgestelde machine. In de tweede helft werd het zelfs 0-1, via Jens Naessens. Het stadion was plots muisstil. Gelukkig scoorde Biglia twee minuten later al de gelijkmaker, een afgeweken vrijschop. Blijft het langer 0-1, dan hadden we allicht nóg meer gepanikeerd.

'Al was het ook daarna pompen of verzuipen, want Zulte Waregem blééf komen: de ene voorzet na de andere, pure powerplay. Bovendien pakte Kouyaté in de 80e minuut nog rood. Na mijn invalbeurt in de 64e minuut heb ik, samen met de eveneens ingevallen Wasilewski, op het einde veel moeten opkuisen. Zelden zo'n spannend slot meegemaakt. Tot Proto de laatste lange bal uit de lucht plukte en de ref affloot. Een immense ontlading bij ons. En evenredig veel verdriet bij Zulte Waregem. Ik zie Davy De fauw nog huilen, tranen met tuiten. Wat wil je: met een tikje meer geluk hadden ze geschiedenis kunnen schrijven. Dan speelde ik nu bij een ex-kampioen... Met De fauw aan mijn zijde. Hoe het kan keren, hé.'

Anderlecht - Lokeren, 18/05/2014, 10e speeldag play-off 1, 3-1

'De meest onverwachte titelmatch. Na de reguliere competitie hadden we immers 10 punten minder dan Standard. Mét een nieuwe trainer, want Besnik Hasi volgde half maart, na de 1-0-nederlaag tegen OH Leuven, de ontslagen John van den Brom op. Ondanks een halvering van de punten, van 10 naar 5, stonden we na de eerste speeldag van play-off 1 weer 8 punten achter, na een nederlaag op Standard. Het zou knokken worden voor de tweede of derde plaats. Maar dan deed Hasi na die eerste play-offmatch een meesterzet: hij schoof Kouyaté van de verdediging naar het middenveld, naast Youri Tielemans. Een complementair duo dat de machine deed aanslaan. Ook omdat Hasi, in tegenstelling tot Van den Brom, wél vasthield aan een vast concept en basiselftal.

Ik kan met trots zeggen dat ik de meeste matchen voor de roemrijkste club van België gespeeld heb.' Olivier Deschacht

'De déclic kwam er door de zege op Club Brugge, op de zevende speeldag, dankzij een owngoal van Thomas Meunier. Na nog twee zeges, tegen Genk en Zulte Waregem, moesten we de laatste match wel winnen tegen Lokeren. Weer een tumultueuze wedstrijd: 1-0 voor gekomen, daarna rood voor Vanden Borre en de gelijkmaker van Lokeren. Met tien tegen elf scoorde Mbemba gelukkig meteen de 2-1 en werd Persoons van Lokeren nog uitgesloten. Praet maakte het af: 3-1!

'Ook een grote ontlading, dankzij die comeback. En zeker met zo'n jonge ploeg, met Tielemans en Praet als exponenten. Vooral Youri toonde in die play-offs zijn grote kwaliteiten, hij werd in no time volwassen. Qua mentaliteit vergelijkbaar met Lukaku: hard werkend, heel coachbaar, luisterend naar ervaren ploegmaats. Ik heb die raad altijd proberen te geven, weliswaar zonder te overdrijven. Je moet jongeren niet té veel overladen met info, hen ook zichzelf laten zijn. Maar het zijn wel degenen die het meest willen leren en willen werken die uiteindelijk aan de top geraken. Zoals Lukaku, Tielemans, Praet, Leander Dendoncker later ook. Blij dat ik hen op die weg een beetje heb kunnen helpen.'

Anderlecht - KV Kortrijk, 25/05/2015, 4e speeldag play-off 1, 5-1

'In mijn carrière heeft Yves Vanderhaeghe een belangrijke rol gespeeld. Van in mijn eerste seizoen stond hij me bij, op en naast het veld. Ondanks het leeftijdsverschil van elf jaar werden we de beste vrienden. Extra speciaal was het dus om net in deze match tegen KV Kortrijk, dat Yves toen al coachte, twéé keer te scoren - voor het eerst in mijn carrière. Twee corners van Steven Defour aan de eerste paal binnengekopt. Tweemaal grote euforie ook, ik liep telkens het hele veld af. En Yves, die werd zot, natuurlijk! In de tweede helft zette hij zelfs zijn beste kopper op mij - Santini in plaats van Pavlovic - zodat ik zeker geen derde keer zou scoren. 'Sorry, Oli', excuseerde hij zich. ( lacht)

'Jammer genoeg volstond die zege niet voor de titel. Al waren we kampioen geworden als Johan Verbist op Club Brugge bij een 0-1 de óverduidelijke penaltyfout van De fauw - daar is Davy weer - op Frank Acheampong gefloten had. In plaats van 0-2 werd het daarna nog 2-1, omdat Vanden Borre stond te slapen. En net die drie punten kwamen we tekort op AA Gent, dat kampioen werd. Ondanks alle titels en successen steekt dat nog altijd, ja. Zo ben ik, hé: ik wilde altijd meer en meer. Alleen winnen telde.

'De reden ook waarom ik nooit een transfer heb willen maken naar een middenmoter of een kelderploeg uit een topcompetitie. Ik had er meer kunnen verdienen, maar wat heb je na je carrière aan drie seizoenen bij Wolverhampton of Getafe? Evengoed moet je zelfs na één jaar al met hangende pootjes terugkeren, omdat je er op de bank beland bent. Ik heb daarentegen elk jaar voor de titel kunnen spelen, vele Champions Leaguecampagnes meegemaakt. Bewust gekozen voor kippenvel, om al die schitterende momenten te kunnen beleven. Zodat ik nu met trots kan zeggen dat ik de meeste matchen ( 603, nvdr) voor de roemrijkste club van België gespeeld heb. Een record dat niemand mij allicht nog zal afpakken. Veel meer waard dan wat extra geld, toch?'

Anderlecht - Lokeren, 01/11/2018, 13e speeldag, 1-1

'Hoe ouder ik werd, hoe meer ik droomde van een afscheid bij Anderlecht zoals dat van Zetterberg indertijd. Tot plots dat telefoontje, drie weken na het seizoen 2017/18. Van de nieuwe voorzitter: dat mijn contract niet meer verlengd zou worden, terwijl Hein Vanhaezebrouck en Luc Devroe me tijdens de play-offs het omgekeerde beloofd hadden. Het zit me nog altijd hoog, ja. Als ze me tijdig hadden ingelicht, dan had ik dat ook zeer jammer gevonden, maar dan had ik tenmínste nog een echte afscheidswedstrijd kunnen vieren. Helaas werd me dat niet gegund...

'Dus heb ik dat zélf moeten creëren, met Lokeren in mijn eerste match op en tégen Anderlecht. Voor de aftrap kreeg ik een goedkoop kadertje toegestopt en een getekende regenboogtrui van Remco Evenepoel, die net wereldkampioen bij de junioren was geworden - dat is nu veel meer waard. ( lacht) Het mooiste was echter het applaus van de supporters. Voor de wedstrijd, in de derde minuut ( Deschacht speelde met het rugnummer 3 bij paars-wit, nvdr) - ik was zelfs zo onder de indruk dat ik een foute pass gaf - en het luidst toen ik de 0-1 binnen kopte. Alsof het in de sterren stond geschreven. Hier, luister naar het commentaar van Filip Joos: ( toont een filmpje op zijn smartphone) 'Deschacht is mee, stel je voor... Ja, daar is ie! Dáár is ie! O-li-vier Deschacht scoort op Anderlecht!!!' Zot, hé. Hét nieuws van de dag. Ik kreeg achteraf zelfs berichtjes van ploegmaats van wie ik in jaren niets meer gehoord had.

'Ik heb toen niet gejuicht, neen. Kon ik niet maken voor de supporters die me twintig jaar lang gesteund hadden. Al kreeg ik van hen wel een staande ovatie. En na de match nog een. Voor de eerste keer in mijn carrière heb ik toen zelfs gehuild, in de kleedkamer. Door de mix van emoties: boos omdat ik nog altijd voor Anderlecht had moeten spelen, maar ook blij terugblikkend op al die mooie jaren. Kippenvelmomenten waar ik, na die eerste invalbeurt tegen Beveren als twintigjarig groentje, nooit had van durven te dromen.'

Olivier Deschacht als speler van Anderlecht in 2003 en van Zulte Waregem dit seizoen., BELGAIMAGE
Olivier Deschacht als speler van Anderlecht in 2003 en van Zulte Waregem dit seizoen. © BELGAIMAGE
'Niet mijn debuutmatch. Pas mijn derde wedstrijd, maar wél de belangrijkste uit mijn carrière. De eerste twee waren immers tegengevallen. In december 2001 een eerste invalbeurt op Beveren, in de 83e minuut. Het Beveren van de Ivorianen, met Yapi Yapo, Yaya Touré, Zézéto... Kwieke dribbelaars van wie ik, ondanks de 1-4-stand, echt schrik had. Na drie minuten pakte ik zelfs al mijn eerste gele kaart. Geen goeie herinnering dus. Net als aan mijn eerste basisplaats, meteen na de winterstop op Antwerp, in een vol Bosuilstadion. Tijdens de rust, bij 1-0, al vervangen. Weliswaar met als excuus dat de héle ploeg toen niet goed draaide, tegen een sterk Antwerp met Yattara en Goots. 'Ik vloog weer naar de bank, maar bleef bij de beloften en reserven keihard werken, onder coach Frank Vercauteren. Tot plots, twee maanden later, Glen De Boeck uitviel in de opwarming voor de thuiswedstrijd tegen Lommel. Aimé Anthuenis vroeg: 'Ben je klaar?' Ik: 'Natuurlijk!' Ik had mezelf opgejut: Oli, je hebt bij de reserven al vele keren getoond wat je kunt, toon het nu bij de eerste ploeg! En ik héb het getoond. Alles lukte: lange passes, intercepties, tackles... Ik werd verkozen tot man van de match en verdween erna niet meer uit de ploeg. Dáárom dus de belangrijkste wedstrijd uit mijn carrière. Want als De Boeck niet uitvalt, blijf ik misschien tot het einde van het seizoen op de bank, haalt de club in de zomer een nieuwe linksback en was er bij Anderlecht van Deschacht nooit sprake geweest.''Mijn eerste titel vierde ik in 2004, onder Hugo Broos. Club Brugge had dat weekend echter al verloren. Geen échte euforie dus. Dat was er wel, twee jaar later. Veel spannender, want we moesten thuis winnen. Gelukkig was de klus vlug geklaard, mede door twee assists van Pär Zetterberg, die zijn allerlaatste match speelde. Dat gaf die wedstrijd extra piment: op het einde kreeg hij een applausvervanging, waarop alle supporters papiertjes met TACK - bedankt in het Zweeds - in de lucht staken. Zo mooi... Het was Pär ook van harte gegund. Een schitterende voetballer: vista, traptechniek, leiderschap. Bovenal een fantastische kerel, met wie ik het altijd goed kon vinden. Ook nu nog, want we volgen samen de UEFA A-trainerscursus. Of hoe in het leven alles terugkeert... 'Ook speciaal aan die titel: de eerste onder Vercauteren, die mij bij de beloften gevormd had. Door mij onder meer een rij naar achteren te schuiven: van linksvoor naar de linksbackpositie. Daar zou ik, als linksvoetige die goed kon verdedigen en het spel goed las, beter renderen, vond Frank. Dat heeft hij slim gezien. ( lacht) Nochtans was hij vaak streng en hard, maar vooral omdat hij meer in mij zag dan in andere, meer getalenteerde maar minder gemotiveerde jongeren. Ik wilde daarentegen wél luisteren, bijleren, hard werken. 'De rode draad doorheen mijn carrière: ik was nooit de uitblinker, letterlijk en figuurlijk een meeloper die zich opofferde voor zijn ploegmaats. Die zich ook elk seizoen elke week op training moest bewijzen om de zoveelste gehaalde concurrent voor de linksback op de bank te houden. Alleen toen Jelle Van Damme kwam ( in 2006, nvdr), had ik schrik dat ik mijn plaats zou verliezen, maar ik speelde zo goed dat Vercauteren Jelle op het middenveld zette.' ( lacht)'In al die jaren bij Anderlecht heb ik nooit met een betere ploeg gespeeld als dat seizoen: Proto, Juhász, Wasilewski, Kouyaté, Van Damme, Boussoufa, Biglia, Gillet, Frutos, Suárez, Lukaku... Zeker die laatste twee waren heel complementair: techniek gepaard aan kracht. Romelu werd nog vóór zijn zeventiende al topschutter. Een gouden kerel: coachbaar, zéér hongerig, nooit egoïstisch, altijd hard werkend om zijn minpunten bij te schaven, met name zijn basisuithouding. Die was toen nog niet top, omdat hij bij de jeugd iedereen op power kon aftroeven. 'Met al die toppers speelden we alle ploegen kapot: 12 punten voorsprong na de reguliere competitie en 10 op 15 in de eerste vijf duels van play-off 1. Al op de zesde speeldag, óp Club Brugge, konden we kampioen spelen. Op het veld van de aartsvijand uiteraard een extra motivatie. Zeker voor mij, want de wedstrijden tegen en op Club waren voor mij, als Vlaming, altijd heel speciaal. Hoewel ik er vaak werd uitgefloten - nu nog zelfs, met Zulte Waregem - ben ik er altijd boven mezelf uitgestegen. Ook toen in die titelmatch, net als de hele ploeg. Club kwam er niet aan te pas: 0-2 via Van Damme en Biglia, alleen in blessuretijd scoorde Wesley Sonck nog tegen. 'Het feest achteraf was héérlijk: eerst een halfuur vieren voor een vol bezoekersvak, in een verder leeg Jan Breydelstadion, daarna springen en zingen in de kleedkamer en op de bus - ondanks twee uur file op de E40 - en tot slot een enthousiast onthaal in Anderlecht.''Mijn meest stresserende titelmatch. Terwijl het nooit zo ver had mogen komen. Maar als je in de competitie zeven en in play-off 1 drie penalty's mist... Dat begint op den duur in het kopje te kruipen, hé. Toch begonnen we thuis tegen Zulte Waregem met veel vertrouwen. Aan een gelijkspel hadden we immers genoeg. Geen probleem, dácht iedereen. 'We zaten echter nooit in de wedstrijd, tegen een zéér goed Essevee. Malanda, Thorgan Hazard, Leye, Berrier: een perfect afgestelde machine. In de tweede helft werd het zelfs 0-1, via Jens Naessens. Het stadion was plots muisstil. Gelukkig scoorde Biglia twee minuten later al de gelijkmaker, een afgeweken vrijschop. Blijft het langer 0-1, dan hadden we allicht nóg meer gepanikeerd. 'Al was het ook daarna pompen of verzuipen, want Zulte Waregem blééf komen: de ene voorzet na de andere, pure powerplay. Bovendien pakte Kouyaté in de 80e minuut nog rood. Na mijn invalbeurt in de 64e minuut heb ik, samen met de eveneens ingevallen Wasilewski, op het einde veel moeten opkuisen. Zelden zo'n spannend slot meegemaakt. Tot Proto de laatste lange bal uit de lucht plukte en de ref affloot. Een immense ontlading bij ons. En evenredig veel verdriet bij Zulte Waregem. Ik zie Davy De fauw nog huilen, tranen met tuiten. Wat wil je: met een tikje meer geluk hadden ze geschiedenis kunnen schrijven. Dan speelde ik nu bij een ex-kampioen... Met De fauw aan mijn zijde. Hoe het kan keren, hé.''De meest onverwachte titelmatch. Na de reguliere competitie hadden we immers 10 punten minder dan Standard. Mét een nieuwe trainer, want Besnik Hasi volgde half maart, na de 1-0-nederlaag tegen OH Leuven, de ontslagen John van den Brom op. Ondanks een halvering van de punten, van 10 naar 5, stonden we na de eerste speeldag van play-off 1 weer 8 punten achter, na een nederlaag op Standard. Het zou knokken worden voor de tweede of derde plaats. Maar dan deed Hasi na die eerste play-offmatch een meesterzet: hij schoof Kouyaté van de verdediging naar het middenveld, naast Youri Tielemans. Een complementair duo dat de machine deed aanslaan. Ook omdat Hasi, in tegenstelling tot Van den Brom, wél vasthield aan een vast concept en basiselftal. 'De déclic kwam er door de zege op Club Brugge, op de zevende speeldag, dankzij een owngoal van Thomas Meunier. Na nog twee zeges, tegen Genk en Zulte Waregem, moesten we de laatste match wel winnen tegen Lokeren. Weer een tumultueuze wedstrijd: 1-0 voor gekomen, daarna rood voor Vanden Borre en de gelijkmaker van Lokeren. Met tien tegen elf scoorde Mbemba gelukkig meteen de 2-1 en werd Persoons van Lokeren nog uitgesloten. Praet maakte het af: 3-1! 'Ook een grote ontlading, dankzij die comeback. En zeker met zo'n jonge ploeg, met Tielemans en Praet als exponenten. Vooral Youri toonde in die play-offs zijn grote kwaliteiten, hij werd in no time volwassen. Qua mentaliteit vergelijkbaar met Lukaku: hard werkend, heel coachbaar, luisterend naar ervaren ploegmaats. Ik heb die raad altijd proberen te geven, weliswaar zonder te overdrijven. Je moet jongeren niet té veel overladen met info, hen ook zichzelf laten zijn. Maar het zijn wel degenen die het meest willen leren en willen werken die uiteindelijk aan de top geraken. Zoals Lukaku, Tielemans, Praet, Leander Dendoncker later ook. Blij dat ik hen op die weg een beetje heb kunnen helpen.''In mijn carrière heeft Yves Vanderhaeghe een belangrijke rol gespeeld. Van in mijn eerste seizoen stond hij me bij, op en naast het veld. Ondanks het leeftijdsverschil van elf jaar werden we de beste vrienden. Extra speciaal was het dus om net in deze match tegen KV Kortrijk, dat Yves toen al coachte, twéé keer te scoren - voor het eerst in mijn carrière. Twee corners van Steven Defour aan de eerste paal binnengekopt. Tweemaal grote euforie ook, ik liep telkens het hele veld af. En Yves, die werd zot, natuurlijk! In de tweede helft zette hij zelfs zijn beste kopper op mij - Santini in plaats van Pavlovic - zodat ik zeker geen derde keer zou scoren. 'Sorry, Oli', excuseerde hij zich. ( lacht) 'Jammer genoeg volstond die zege niet voor de titel. Al waren we kampioen geworden als Johan Verbist op Club Brugge bij een 0-1 de óverduidelijke penaltyfout van De fauw - daar is Davy weer - op Frank Acheampong gefloten had. In plaats van 0-2 werd het daarna nog 2-1, omdat Vanden Borre stond te slapen. En net die drie punten kwamen we tekort op AA Gent, dat kampioen werd. Ondanks alle titels en successen steekt dat nog altijd, ja. Zo ben ik, hé: ik wilde altijd meer en meer. Alleen winnen telde. 'De reden ook waarom ik nooit een transfer heb willen maken naar een middenmoter of een kelderploeg uit een topcompetitie. Ik had er meer kunnen verdienen, maar wat heb je na je carrière aan drie seizoenen bij Wolverhampton of Getafe? Evengoed moet je zelfs na één jaar al met hangende pootjes terugkeren, omdat je er op de bank beland bent. Ik heb daarentegen elk jaar voor de titel kunnen spelen, vele Champions Leaguecampagnes meegemaakt. Bewust gekozen voor kippenvel, om al die schitterende momenten te kunnen beleven. Zodat ik nu met trots kan zeggen dat ik de meeste matchen ( 603, nvdr) voor de roemrijkste club van België gespeeld heb. Een record dat niemand mij allicht nog zal afpakken. Veel meer waard dan wat extra geld, toch?''Hoe ouder ik werd, hoe meer ik droomde van een afscheid bij Anderlecht zoals dat van Zetterberg indertijd. Tot plots dat telefoontje, drie weken na het seizoen 2017/18. Van de nieuwe voorzitter: dat mijn contract niet meer verlengd zou worden, terwijl Hein Vanhaezebrouck en Luc Devroe me tijdens de play-offs het omgekeerde beloofd hadden. Het zit me nog altijd hoog, ja. Als ze me tijdig hadden ingelicht, dan had ik dat ook zeer jammer gevonden, maar dan had ik tenmínste nog een echte afscheidswedstrijd kunnen vieren. Helaas werd me dat niet gegund... 'Dus heb ik dat zélf moeten creëren, met Lokeren in mijn eerste match op en tégen Anderlecht. Voor de aftrap kreeg ik een goedkoop kadertje toegestopt en een getekende regenboogtrui van Remco Evenepoel, die net wereldkampioen bij de junioren was geworden - dat is nu veel meer waard. ( lacht) Het mooiste was echter het applaus van de supporters. Voor de wedstrijd, in de derde minuut ( Deschacht speelde met het rugnummer 3 bij paars-wit, nvdr) - ik was zelfs zo onder de indruk dat ik een foute pass gaf - en het luidst toen ik de 0-1 binnen kopte. Alsof het in de sterren stond geschreven. Hier, luister naar het commentaar van Filip Joos: ( toont een filmpje op zijn smartphone) 'Deschacht is mee, stel je voor... Ja, daar is ie! Dáár is ie! O-li-vier Deschacht scoort op Anderlecht!!!' Zot, hé. Hét nieuws van de dag. Ik kreeg achteraf zelfs berichtjes van ploegmaats van wie ik in jaren niets meer gehoord had. 'Ik heb toen niet gejuicht, neen. Kon ik niet maken voor de supporters die me twintig jaar lang gesteund hadden. Al kreeg ik van hen wel een staande ovatie. En na de match nog een. Voor de eerste keer in mijn carrière heb ik toen zelfs gehuild, in de kleedkamer. Door de mix van emoties: boos omdat ik nog altijd voor Anderlecht had moeten spelen, maar ook blij terugblikkend op al die mooie jaren. Kippenvelmomenten waar ik, na die eerste invalbeurt tegen Beveren als twintigjarig groentje, nooit had van durven te dromen.'