Vladan Kujovic komt uit Nis, na Belgrado de tweede stad van Servië met in zijn tijd iets van 350.000 inwoners. Enig kind, met een vader die werkte op de administratie van een transportbedrijf en een moeder die vroedvrouw was in de kliniek. Geboren op 23 augustus 1978, twee jaar voor Josip Tito overleed en het nationalisme in de verschillende deelrepublieken van Joegoslavië vrij spel kreeg. In 1991 vloog in Slovenië het deksel van het kruitvat, pas in 1999 stopten de vijandigheden. Kujovic is een kind van de oorlog.
...

Vladan Kujovic komt uit Nis, na Belgrado de tweede stad van Servië met in zijn tijd iets van 350.000 inwoners. Enig kind, met een vader die werkte op de administratie van een transportbedrijf en een moeder die vroedvrouw was in de kliniek. Geboren op 23 augustus 1978, twee jaar voor Josip Tito overleed en het nationalisme in de verschillende deelrepublieken van Joegoslavië vrij spel kreeg. In 1991 vloog in Slovenië het deksel van het kruitvat, pas in 1999 stopten de vijandigheden. Kujovic is een kind van de oorlog. Die heeft hem getekend, hoewel hij er relatief weinig van gemerkt heeft in zijn omgeving. Waar hij woont, in Servië, wordt minder gevochten. Pas na zijn verhuis naar België, in 1997, wordt Servië geregeld gebombardeerd, vanwege de oorlog in Kosovo. Bij NAVO-bombardementen in de buurt van Nis vallen in die periode 49 burgerslachtoffers. Vanuit België kijkt Kujovic het met afgrijzen aan. Gelukkig zijn er onder de doden geen bekenden, zegt hij in een interview met dit blad in 2000. Veel van zijn vrienden van toen worden in die periode wél naar het front gestuurd. Het tekent hem. Zijn ouders proberen hem zo veel mogelijk af te schermen van het gruwelijke gebeuren, maar de economische gevolgen kunnen ze niet verstoppen. Kujovic, in een interview in 2002 met Voetbal International: "Mijn vader en moeder hadden in de oorlog allebei een maandsalaris van zo'n vijftig euro. Dat was heel erg. Er was een handelsembargo, het leven was haast niet te doen. Je kon niet elke dag kopen wat je wilde, omdat het er niet was. Suiker bijvoorbeeld. Veel maakten de mensen daarom zelf. Als 's ochtends de melk en het brood kwamen, stonden er rijen, meestal gepensioneerden, voor de winkels. Dramatisch om te zien en mee te maken. Maar misschien heeft het mij wel sterker gemaakt. Ik heb erdoor geleerd dat ik hard moet knokken om iets te bereiken. Als ik alles had gehad in mijn leven, had ik hier nu niet gestaan." Voor veel mensen in het Joegoslavië van die periode is voetbal iets om aan de dagelijkse ellende te ontsnappen. Als keeper treedt Vladan Kujovic in de voetsporen van zijn pa, ook doelman. Niet lang, hij wordt al snel verplicht te werken. Met zijn pa is de band intens, eens in de twee, drie jaar gaan vader en zoon samen... onderbroeken kopen. Want, zegt hij in VI in 2007: "Dat is traditie en bijgeloof. Voor elke wedstrijd doe ik zo'n onderbroek aan. Het is voor mij ook een herinnering, dat mijn ouders achter mij staan en mijn grootste supporters zijn." Hij zal ze nooit vergeten. Als ze het na de oorlog economisch nog moeilijker krijgen, stuurt Kujovic elke maand wat geld. Zijn moeder verdient in 2007 zo'n 300 euro per maand, terwijl de prijzen in Servië min of meer op westers niveau zijn. Hij past elke maand een beetje bij. Vladan is vijf als hij begint met keepen, zes als hij zich aansluit bij Radnicki Nis. Handschoenen van andere keepers fascineren hem. Altijd vijf maten te groot en hun korte broek is voor hem een lange. In 1997 is de kleine groot geworden. Eerste doelman van Nis en belofte-international, in totaal verzamelt hij een zestigtal interlands voor allerhande jeugdcategorieën. In die selecties heeft hij ploegmaats als Dejan Stankovic, Mateja Kezman en Marko Pantelic. De toekomst ligt open voor een doelman die razend ambitieus is. Intelligent, maar toch maakt hij de school niet af, want het voetbal roept de tiener tot zich. Doelman van Nis, dat is mooi, maar voetbal in Servië, tja, dat is niks meer. Er is weinig geld, weinig volk, een competitie zonder Kroatische clubs, vol met louche figuren. Denk maar aan Zeljko Raznatov, alias Arkan, die zijn privémilitie ronselt onder de supporters van Rode Ster. Arkan probeert zelf even Rode Ster in handen te krijgen, en stort zich dan op Obilic, een club die in 1997 naar eerste klasse stijgt en prompt kampioen wordt. Op een zeer dubieuze manier. Uitwijken is de boodschap, voor élk talent, want corruptie speelt op alle niveaus van de samenleving, ook sportief. Vladan Kujovic belandt bij Eendracht Aalst. Dat heeft hij te danken aan Dejan Veljkovic. Ex-voetballer. Van Aalst. Van Nis. Daarna zaakwaarnemer. Ook nu nog is Kujovic een van zijn cliënten. Via diens relaties bij Aalst mag de keeper er testen. Eén dag traint Kujovic met Jacky Munaron en direct ligt er een contract voor vijf seizoenen klaar. Familiaal is dat even het isolement. Aalst ontvangt een schuchtere jongen die amper Engels spreekt. Opvallen doet hij niet meteen, ook niet met zijn zangtalent. De traditie wil dat nieuwkomers een liedje zingen, met de karaoke-installatie die de club meezeult op oefenstage. Kujovic is niet al te enthousiast, zeker niet als Patrick Orlans hem een Frans nummer aanbeveelt. En zo schalt Comment ça va? uit de speakers. Sportief is het leren als derde doelman, na Nico Vaesen en Jan Van Steenberghe. Hij werkt wel met de top: Jacky Munaron is een tijdje zijn keeperstrainer, Philippe Vande Walle zijn ploegmaat én later keeperstrainer, Wim De Coninck een tijdje zijn hoofdtrainer. Doelmannen met faam, Vande Walle zal zelfs uitgroeien tot een persoonlijke vriend en peter worden van zijn kind. Toch duurt het een tijdje voor hij onder de lat staat. Pas na bijna drie (!) jaar, in maart 2000, debuteert hij voor de A-ploeg, tegen Harelbeke. In Aalst zijn de supporters verrast, want een week eerder had Van Steenberghe de ploeg nog behoed voor een afstraffing op Anderlecht. "Maar we bereiden het nieuwe seizoen voor", zegt Barry Hulshoff, toen trainer, na de wedstrijd. "En Van Steenberghe (die naar La Louvière trekt, nvdr) mag gaan. Kujovic krijgt vijf matchen om zich te bewijzen." Dat doet hij. Hij is nog steeds razend ambitieus. Anderlecht komt hem scouten in een belofte-interland, zegt hij trots na dat debuut tegen Harelbeke. En in Sport/Voetbalmagazine zegt zijn manager dat "Aalst nog zal verschieten van de prijs die ze voor hun doelman gaan vangen." Bij de club denken ze dan aan 500.000 euro, maar dat is blijkbaar nogal laag ingeschat... Verschieten doen ze inderdaad in Aalst. Kujovic gaat niet naar Anderlecht noch naar Club Brugge. Het is Vande Walle die er zijn naam laat vallen. Het komt tot een gesprek, niet tot een akkoord. Kujovic verlengt in Aalst want "bij die andere clubs was ik weer bankzitter geworden. Ik had er meer verdiend, maar mijn carrière heeft voorrang." In Aalst ontpopt hij zich tot een uitstekende doelman. Maar de club heeft andere katten te geselen. Er is geen geld meer. Zijn carrière bij de Ajuinen eindigt in mineur. Als hij weigert een interim-contract voor een week te tekenen, wordt zijn auto voor de tv-camera's in beslag genomen. In oktober 2002 zegt hij daarover in VI: "Drie jaar heb ik er keihard gewerkt. Helaas ging de club failliet, zodat we de laatste weken niet meer zo gemotiveerd waren, want we wisten dat we sowieso zouden worden teruggezet." Financieel moet hij zijn advocaat inschakelen om vijf maanden loonachterstand op te eisen. Geen interview laat Kujovic in die periode onverlet om de verdiensten van Jacky Munaron als keeperstrainer te onderstrepen, maar niet Anderlecht, de nieuwe ploeg van Munaron, maar Roda JC wordt zijn nieuwe werkgever. Getraind door Georges Leekens en met ambitie, in een land van waaruit het makkelijk vertrekken is naar een absolute topclub. Zo stelt hij het voor. "Ik kom naar Kerkrade om Europees voetbal te spelen." Hij ziet het als een tussenstap op weg naar de top. Naar het geld kijkt hij niet, wel naar het sportieve. Op de achtergrond lonkt de A-ploeg van Servië. Hij wil uitblinken bij Roda en dan onder de lat van zijn land, als het kan op een groot toernooi. Vroeger waren Peter Schmeichel en AngeloPeruzzi zijn idolen, nu heeft hij niemand meer als held. Maar in interviews met de Nederlandse pers looft hij Ronald Waterreus voor zijn voetenspel ("zowel met links als met rechts trapt hij perfect") en Edwin van der Sar voor zijn totale kunnen. In 2007 is de liefde voor Nederland echter bekoeld. De concurrentie met Bram Castro heeft hij van zich afgeslagen, maar er broeit wat anders: hij is 28 en wil financieel een klapper. Sportief is het goed gegaan, maar Roda heeft wel nooit Europees voetbal gehaald. Kujovic zelf ook nooit de nationale ploeg. Dus telt nu: de familie. Zijn vrouw is zwanger, de familie in Servië moet worden gesteund, hij wil zekerheid. De aanbieding voor nog eens drie jaar Kerkrade legt hij daarom naast zich neer. De club neemt het hem kwalijk, zet hem onder druk en uit de ploeg. Hij reageert er professioneel op. Afstandelijk. "Ik ga me honderd procent inzetten, tot de laatste dag." Toont zelfs begrip: "Huub Stevens heeft me uitgelegd dat ze willen uitvissen of Castro een goeie eerste doelman is. Ik wist dat dit kon gebeuren als ik niet bijtekende." Eeuwige positivo. In een interview met Voetbal International uit die periode legt hij uit wat hij wil: "Naar een goed gestructureerde club, in een iets sterkere competitie dan de Nederlandse. Vroeger dacht ik dat ik kon vliegen, dat gevoel heb ik niet meer. Ik weet nu wat ik niet kan. Mijn ambitie blijft het nationale elftal, dat wil ik bereiken via een redelijke Europese club in Italië, Spanje, Duitsland, Frankrijk of Engeland. Daar wil ik niet spelen in een ploeg die strijdt tegen de degradatie, maar bij een middenmoter of een subtopper." Zijn nieuwe club heet Levante Unión Deportiva. Hij kan er tekenen voor drie jaar. Drie jaar Primera División: een droom wordt waar. Helaas. De droom wordt een nachtmerrie. De tweede ploeg uit Valencia, die in 1980 nog even wereldbekend wordt als ze Johan Cruijff contracteert (en ook omdat ze de Nederlander al snel moet laten gaan bij gebrek aan middelen), heeft het ook nu niet breed. In 2007 blijven ze maar net in eerste klasse, het jaar erop is dramatisch. Van de 38 competitiewedstrijden wint Levante er maar zeven. Het eindigt als laatste, met 26 punten. De crisis is totaal. Kujovic beleeft er een seizoen met drie trainers, betalingsmoeilijkheden, stakingen. Gelukkig voor hem zijn die zorgen er ook voor eerste doelman Marco Storari te veel aan. Die verhuist naar Cagliari, zodat Kujovic aan zijn verblijf in Spanje toch een paar wedstrijdselecties overhoudt. Het is Lierse dat Kujovic, die zijn contract bij Levante verbreekt, een uitweg biedt. Lierse dat... in tweede klasse voetbalt. We zijn ver van de dromen van de nationale ploeg. Hij wordt er numero uno. Tot de ploeg in 2010 kampioen speelt en hij zijn plaats onder de lat moet afstaan aan Eiji Kawashima. Kujovic is aanvankelijk niet zo ongerust in de komst van de Japanner. Ja, die is commercieel interessanter, maar hij heeft er alle vertrouwen in dat Aimé An-thuenis een eerlijke beslissing zal nemen. Zes maanden later verbreekt de club het contract van de Serviër. Geen eerlijke kans gekregen, constateert de bankzitter verbitterd. Een nieuwe club vinden lukt direct: Willem II heeft keepersproblemen. Kujovic is welkom, maar in de acht wedstrijden dat de doelman er speelt, kan hij de degradatie niet vermijden. Voetballand België is verrast als Kujovic zijn volgende transfer bekendmaakt: naar Club Brugge, dat op zoek is naar een ervaren doelman om Colin Coosemans en Sven Dhoest te begeleiden. Stijn Stijnen is weg en Geert De Vlieger gestopt. Enthousiast begint de nieuwkomer aan zijn taak, wat bij Dany Verlinden, keeperstrainer, voor verbazing zorgt. Kujovic gedraagt zich al bijna als keeperstrainer. Als Coosemans na het verlies tegen Genk wordt geslachtofferd, staat daar plots... Bojan Jorgacevic. Vertegenwoordigd door, jawel, Dejan Veljkovic. Een spagaat waar Kujovic even niet goed van is. De komst van Jorgacevic verandert voor Kujovic de spelregels. Jonkies begeleiden en zich wegcijferen achter de toekomst ziet hij zitten, maar iemand als Jorgacevic ziet hij als een directe concurrent. "Dan gelden er andere regels", zegt hij op winterstage. Hem uit de ploeg verdringen lukt onder Christoph Daum niet. Onder Georges Leekens wel. Kujovic start het seizoen omdat Jorgacevic nog geblesseerd is, maar gaat na de 3-3 op KV Mechelen en de 2-3 tegen Kopenhagen uit de ploeg. Jorgacevic komt terug, tot de fatale 6-1 op Anderlecht voor hem ook de hakbijl doet vallen. Kujovic wordt het nummer een, ook als Jorgacevic fit is. Hij toont zich een betrouwbare sluitpost en wordt beloond met een extra contractjaar, ook al zoekt Club naar een nieuwe doelman. Kujovic is scherp, ook in commentaar. Looft zijn ploegmaats, maar prikkelt ze ook, zoals zondag. Kinderachtig, noemt hij het verlies van de zege in Brussel. Net voor de topper zei hij dit over zijn eigen seizoen: "Ik vind mezelf niet zo verschillend met vorig seizoen, toen heb ik Europees ook goed gespeeld. Als je zes matchen per jaar speelt, of twintig op een rij, geeft dat natuurlijk een ander gevoel. Meer ritme en ook meer vertrouwen. Ik liet zien dat Club op me kan rekenen." ?DOOR PETER T'KINT - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Mijn vader en moeder hadden in de oorlog allebei een maandsalaris van zo'n vijftig euro." De komst van Jorgacevic verandert voor Kujovic de spelregels.