Langs het meer van Genève voert de weg door de velden. De tegenliggers zijn tractoren. Dan doemt ineens een ranch op met daarvoor een bronzen standbeeld van een cowboy die rodeo rijdt. De letters C en S prijken groot in de poort - Corinna Schumacher leidt hier haar bedrijf, een trainingsschool voor (momenteel 26) renpaarden.
...

Langs het meer van Genève voert de weg door de velden. De tegenliggers zijn tractoren. Dan doemt ineens een ranch op met daarvoor een bronzen standbeeld van een cowboy die rodeo rijdt. De letters C en S prijken groot in de poort - Corinna Schumacher leidt hier haar bedrijf, een trainingsschool voor (momenteel 26) renpaarden. Die ranch vormde altijd al een onderdeel van de toekomstplannen van Michael Schumacher. Tien minuten met de auto verderop ligt, in een park aan de oever van het meer van Genève, de villa van de Schumachers. Nu ja, villa - de woorden kast en kasteel passen beter. Naar de grootte ervan raden vele kranten. 700 vierkante meter? 2200 vierkante meter? Vast staat wel: wie foto's van de villa publiceert of op het internet plaatst, mag zich verwachten aan post van Schumachers advocaten. Het privéleven van Michael Schumacher is heilig. Drie jaar geleden trok Michael Schumacher een streep onder zijn carrière als autocoureur, ofte als beste formule 1-rijder aller tijden: 249 wedstrijden, 91 GP-overwinningen, zeven wereldtitels. Onlangs leek het even dat er een comeback in de maak was. De Duitser zou weer in een Ferrari kruipen en voor de rest van het seizoen de gecrashte Braziliaan Felipe Massa vervangen. Finaal ging het feestje niet door. Een halfjaar eerder had Schumacher bij een val met een motor een rib en een nekwervel gebroken en de pijn bleek nog te hevig. Michael Schumacher: "Als iemand die zich teruggetrokken heeft." "Tegen het einde van het jaar zal mijn nek genezen zijn en dan kan ik weer rijden. Maar ik moet niemand wat bewijzen. Ook mezelf niet. Ik heb geen spijt over mijn beslissing van drie jaar geleden. Langs de andere kant is er geen enkele reden om me op die beslissing vast te pinnen. Maar ik ben gelukkig met het leven dat ik nu leid." "Het waren hectische dagen, ik voelde me door elkaar geschud als op een roetsjbaan. Eerst was er het ongeval van mijn goede vriend Felipe, dat ik op televisie zag gebeuren. Dan de telefoongesprekken met Ferrari en het onderhoud met de baas, Luca di Montezemolo, in Maranello. Vervolgens de testrit en de nekpijn, het besef dat het niet ging. En dat werd allemaal voluit in de openbaarheid gegooid. Gelukkig heb ik ook veel steun en sympathie gekregen." "Ik bedoelde: een paar dagen lang was ik weer dáár waar ik vroeger al geweest ben. Na een pauze van drie jaar had ik aan enkele dagen voldoende om weer zo fit en mentaal scherp als vroeger te zijn. Ondanks de pijn kon ik de wagen meteen weer naar zijn limieten brengen. Ik vond op slag de focus terug, ik was opnieuw voor 100 % op de job van autocoureur gefixeerd. Wat ik met die uitspraak vooral niet bedoelde, was dat ik mijn oude leven had gemist." "Voor mij niet. Vroeger stierven er autocoureurs in een crash. Tegenwoordig stappen ze na een crash meestal ongedeerd uit hun wagen." "Absoluut, dat had zijn dood kunnen zijn. Maar zijn ongeval was niet structureel. Het was toeval, het noodlot. De auto voor hem verliest een onderdeel en hij krijgt dat tegen zijn hoofd. U kunt hier straks buiten stappen en een dakpan op uw hoofd krijgen." "Klopt, maar ik maak een onderscheid tussen berekenbare en onberekenbare risico's. Er zijn veel dingen waarvoor ik bang ben. Ik ben geen waaghals. Ik zal me nooit op een snowboard van een onbekende helling storten." "Als de dag komt dat er iets gebeurt, dan kan ik daar niets aan doen. De afweging die ik maak, is de volgende: wat doe ik zó graag dat ik bereid ben er welke risico's voor te nemen? Waarom ben ik destijds met autoracen begonnen? Omdat ik er plezier aan beleefde. Het is duidelijk dat ik een kick krijg van risico's. Daarom ben ik na mijn afscheid met de motor gaan rijden. Daarom doe ik aan bergbeklimmen. Daarom spring ik met een valscherm uit een vliegtuig terwijl ik vroeger hoogtevrees had." "Al daags na mijn laatste race, op 22 oktober 2006 in Brazilië, voelde ik me bijzonder gelukkig, want enorm bevrijd. Ik wou zélf dat het voorbij was. Ik had mogelijkheden zat. Ferrari bood me een contract aan. Financieel was dat zeer interessant, maar geld heeft nooit een grote rol in mijn leven gespeeld. Wat de doorslag gaf, was dat ik geen enkele sportieve reden om door te gaan meer zag." "Ik kon het niet meer opbrengen, ik had de kracht en de energie niet meer. De laatste twee jaar moest ik me voortdurend forceren om telkens weer die testritten af te haspelen. Dat was een kwelling geworden." "Het zijn niet die testritten an sich, natuurlijk. Het ging om al het gedoe errond: dat was ik zo moe. De verwachtingen - van mezelf, van het team, van de sponsors, van de media, van de fans, van het publiek. Ik kreeg het almaar moeilijker om voortdurend door anderen te worden beoordeeld." "Dat er in je leven op ieder moment mensen zijn die iets van je willen en verwachten. Terwijl je hoofd daar niet naar staat: je focus staat op je job van autoracer. Op trainingsdagen, bij de testritten, in het weekend van een race: elke keer was de weg naar de motorhome een hel. Je weet dat je de verwachtingen van al die mensen niet kunt beantwoorden - dat is gewoon onmogelijk. Maar ik voel me er niet goed bij wanneer ik mensen ongelukkig maak. Dat druist in tegen mijn natuur. Ik wil harmonie rondom mij. Die was er niet meer. Je belandt in een negatieve stemming, een negatieve spiraal. Op de duur straal je dat uit." "Heel veel. Zo veel dat ik onafhankelijk ben en dat ik me geen financiële zorgen om mijn familie moet maken. Dat is een mooi gevoel, ik geef dat graag toe." "Dat weet ik, maar ik stond zelf van bij het begin op de rem. Al na mijn eerste race in de formule 1 zei ik: vergroot het toch niet zo uit. En van bij het begin heb ik mijn privéleven beschermd. Ik ging er altijd van uit dat iedereen dat moest aanvaarden." "Ik ben niet in deze sport gestapt om rijk en beroemd te worden. Vijftien jaar lang dweilde ik de kartbanen af. Onderweg deden er zich kansen voor. Dankzij veel geluk en beschermheren, die meer vertrouwen in mij hadden dan ikzelf, ging het stelselmatig hogerop. Die zogenaamde rommel - de roem, de hype - die was er eerst niet bij. Die werd plots over me heen gestort, ik moest leren daarmee om te gaan. Met minder geld had het wat mij betreft ook gekund. Maar moest ik daarom het geld weigeren dat me werd geboden?" "In mijn privéleven was die rust eerder al aanwezig. En voor de rest heb ik niet het gevoel dat ik mezelf aan de buitenwereld moet meedelen. Natuurlijk moest ik mijn beslissing om te stoppen uitleggen. Maar dat normaliseerde zich snel." "Voor mezelf was een comeback niet noodzakelijk. Maar Luca di Montezemolo smeekte me om Massa te vervangen. En ik heb me laten overtuigen." "In dat gesprek met Luca di Montezemolo werd me duidelijk hoeveel ik aan Ferrari te danken heb. Hoezeer die mensen van Ferrari als familie voor mij zijn geworden. En dat ik het ook voor Felipe wou doen - we zijn als broers voor elkaar geworden." "Ja, dan neemt de realist in mij het over. Ik heb mijn agenda herschikt, met de ingenieurs gesproken, mijn lichaam getraind en daarbij vastgesteld dat mijn lichamelijke conditie en mijn reactievermogen nog zo goed waren als vroeger." "Het duurde slechts enkele ronden voor ik het gevoel van vroeger terugvond." "Veeleer van bevestiging. Alleen, dat was in Mugello het issue niet. Wat ik wilde testen, was de toestand van mijn nek. En al bij het afremmen voor de eerste bocht voelde ik de pijn. De volgende dag probeerden we met medicijnen, maar het ging niet." "Zeker, het breekt mijn hart. Maar dat is het leven, er gebeuren dingen die je niet kunt beïnvloeden en waarvan de gevolgen groter zijn dan je zou willen. Het kostte me enkele dagen om het te verwerken. De teleurstelling was des te groter omdat de positieve reacties op mijn comeback me zo hadden verrast. In het begin van mijn carrière schilderden ze me meestal af als een robot. Ze noemden me onbenaderbaar en antipathiek. Allemaal beschrijvingen die niet klopten met mijn zelfbeeld. Het heeft me verbijsterd dat door die comeback nu alles opgelost leek." "Ik voelde me ongeliefd, al kon ik dat voor mezelf wel verklaren. Dat gaat zo met mensen die veel winnen. Ik was het slachtoffer van mijn succes." "Zeker weten. Onlangs speelde ik een avond poker met de vader van Lewis Hamilton en die vertelde me over hoe kritisch de Britse media zijn zoon benaderen. Je zou denken: iemand als Lewis, met zijn succes - al wereldkampioen in zijn tweede seizoen - dat moet toch een superster zijn. Maar de Britse media geven de voorkeur aan Jenson Button. Iemand die al tien jaar meedraait en er nu voor het eerst boven uitschiet. Dat is natuurlijk een mooier verhaal en de mensen willen mooie verhalen. Het verhaal van Lewis Hamilton is te glad." "Inderdaad. Ze vroegen me toen naar mijn plannen en mijn ideeën. Mijn antwoord luidde steevast: het is mijn plan om eerst een tijd helemaal niets te doen. Ik wilde me niet meteen in een nieuw avontuur storten. Ik wilde vrij zijn en genieten." "Absoluut niet. Die drie jaren sinds mijn afscheid zijn voorbijgevlogen. Er is geen sprake van verveling. Het is niet zo dat ik hier de hele tijd op de sofa lig. Ik heb nog altijd mijn verplichtingen en mijn partners met wie ik samenwerk. Voor het bedrijf van mijn vrouw valt er veel te doen. Er zijn ook nog de kinderen. Mijn leven is goed gevuld. Maar het is voor mij wel duidelijk dat er ooit een nieuw hoofdstuk zal aanbreken. Ik weet alleen niet wanneer." "Dat herken ik. Ik ben echter geen man die in zijn eigen verleden kruipt. Ik kijk bijvoorbeeld nooit naar de video's van mijn races. Wat telt, dat zijn het heden en de toekomst." "Hij moet beide zijn. Hij moet verstand van mechanische processen hebben. Anderzijds moet hij over het talent beschikken om dingen te combineren, een visie te ontwikkelen en die uit te voeren - inderdaad, zoals een kunstenaar." "Een beetje. Ik ben er natuurlijk nog dikwijls bij. Maar het valt voor dat ik een vrije zondagnamiddag met mijn gezin belangrijker vind. Sinds drie jaar beleef ik de formule 1 zoals de toeschouwers het beleven: via de televisie. Dan zie je een rijder in zijn wagen, hij draagt een helm en de toeschouwer merkt geen enkele emotie meer. Als je dat vergelijkt met voetbal: dat is één groot theater omdat je de voetballers recht in het gezicht kunt kijken." "Tja, tijdens de race uiteraard een bijzonder geconcentreerde en gelijkmatige. Formule 1 vereist precisie, moed en koelbloedigheid. In dat anderhalf uur van de race heb je als rijder innerlijke rust nodig en een emotioneel ritme dat die rust genereert. Als je die controle een ogenblik verliest, loopt het verkeerd. Maar er zou zeker emotie te zien zijn in de momenten waarin over een wedstrijd wordt beslist. Bij een pitstop, bijvoorbeeld. Dan hadden de toeschouwers beslist een grijns of een spoor van jubel in mijn ogen kunnen bespeuren. En bij een zege zouden ze een Michael Schumacher die uit de bol ging, hebben ontdekt." door detlef hacke, georg mascolo, lothar gorris - © der spiegel"Ik ben niet in deze sport gestapt om rijk en beroemd te worden."