Op zijn passie voor het voetbal zit nog altijd geen centje sleet, op de geestdrift waarmee hij erover communiceert net zo min. Maar op 69-jarige leeftijd gunt Tomislav Ivic zichzelf eindelijk wat rust, en trekt hij tijd uit om te genieten van het leven. "Ik maak de balans op van alles wat ik heb meegemaakt, al die jaren lang. En ik prijs mezelf gelukkig omdat ik het heb mogen meemaken. Soms denk ik : had ik dat maar allemaal geweten toen ik eraan begon. Ik toets mijn kennis en mijn notities aan de actualiteit, en zo verfris ik mijn kennis. Dat doe ik alleen voor mezelf en het is een interessante ervaring. Het voetbal is volop in beweging, het maakt op alle vlakken progressie, het wordt een almaar mooiere sport."
...

Op zijn passie voor het voetbal zit nog altijd geen centje sleet, op de geestdrift waarmee hij erover communiceert net zo min. Maar op 69-jarige leeftijd gunt Tomislav Ivic zichzelf eindelijk wat rust, en trekt hij tijd uit om te genieten van het leven. "Ik maak de balans op van alles wat ik heb meegemaakt, al die jaren lang. En ik prijs mezelf gelukkig omdat ik het heb mogen meemaken. Soms denk ik : had ik dat maar allemaal geweten toen ik eraan begon. Ik toets mijn kennis en mijn notities aan de actualiteit, en zo verfris ik mijn kennis. Dat doe ik alleen voor mezelf en het is een interessante ervaring. Het voetbal is volop in beweging, het maakt op alle vlakken progressie, het wordt een almaar mooiere sport." Zijn energie blijft onuitputtelijk. De ontvangst in het Poljud-stadion van Hajduk Spit is hartelijk, Ivic woont er de competitiematch tussen de thuisploeg en Zadar bij. In Split weet hij zich ook omringd door zijn kinderen. Na de wedstrijd troont hij ons mee naar de Koralj, een schitterend restaurant in de jachthaven van Split. De vis is er vers en smaakt nog naar de zee, de Dalmatische witte wijn parelt in de glazen, achteraf is er nog net ruimte voor twee kleine pannenkoeken met stroop. Buiten baadt Split in de nacht. De stad werd gesticht in het jaar 300, ze ontstond rond het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. Ongeveer uit die tijd nog stammen de vestingen, die de kust afboorden als stenen flanken van de zee. Split ziet de toekomst met zelfvertrouwen tegemoet, maar zoekt nog naar de schittering van weleer. Dat veroorzaakt vormen van melancholie, de weemoed glanst hier in de ogen van de mensen. De oudjes die kuieren over de Riva, de mooie promenade die langs de zee loopt : in de groeven in hun gelaat ligt het verlangen naar de tijd van voor de oorlog, die Joegoslavië deed uiteenspatten. De jeugd ondervindt daarvan geen hinder. Zij kennen alleen maar Kroatië. De economische crisis sluipt door de stad, maar het onthaal heeft niks aan warmte ingeboet. In de bergen die over Split leunen, worden we ontvangen door Mate Simicic. Zijn zoon Zeljko heeft nog bij Namen, Waver en Rochefort gevoetbald. Simicic, een oude man geworden, laat ons proeven van de delicatessen die hij zelf heeft bereid : hesp en salami, gedroogd vlees, gegrilde escargots, wijn en likeur van noten. In Split hebben veel families twee huizen : een aan de zee, een in de bergen. Ook Ivic houdt er een buitenverblijf op na. Wat doet hij daar dan om de tijd te vullen ? "Ik plant aardappelen", lacht hij. In welke formatie zou hij ze in de grond steken : 4-3-3, 4-4-2, 3-5-2 ? Hij schatert het uit. "Ik heb nog werkaanbiedingen gekregen, maar ik heb de bladzijde omgedraaid. Marseille was de laatste halte. Ik herinner me het blok dat we vormden om de club te redden. Ik hield me bezig met de sportieve voorbereiding, Bernard Tapie nam het mentale aspect voor zijn rekening. Het bleek een winnende formule, maar eens we de club op het droge hadden gekregen, werd het werk delicater. Mijn gezondheid verplichtte me toen om me terug te trekken. Ergens heb ik dat met een gevoel van opluchting gedaan." De wedstrijd Hajduk-Zadar blijkt een mager beestje. Zesduizend toeschouwers, geen enkele moeilijke bal voor de doelman van Split, de thuisploeg wint met 4-0, Dario Srna en Milan Rapaic blinken uit. De match leert ons niets over wat de Rode Duivels zaterdag te wachten staat in het Maksimir-stadion van Zagreb. Tomislav Ivic heeft daar wel een idee van. "Kroatie is barslecht aan kwalificatiecampagne begonnen, maar bezit nog altijd evidente kwaliteiten. Als iedereen er voluit voor gaat en als er geen geblesseerden zijn, houdt coach Otto Baric sterke troeven achter de hand. Baric, een collega en vriend, bewaart het vertrouwen en hij heeft gelijk. De generatie waarover hij beschikt, kan zelfs de vorige overtreffen. "In 1996 en '98 draaide alles rond zes spelers : Suker, Boksic, Jarni, Asanovic, Boban en Prosinecki. Suker tekende voor vijftig procent van de doelpunten. Als je in je ploeg iemand hebt rondlopen die zo vlot scoort en bijna in elke match een goal maakt, wordt alles veel gemakkelijker. Asanovic kwam bij zijn club niet altijd bovendrijven, maar met de nationale ploeg stond hij er altijd. Het huidige Kroatische team beschikt over een bredere basis, het hangt niet van zes individuen af. Verdediging, middenveld, aanval : overal steekt kwaliteit. De jongste spelers lopen op het middenveld, en daardoor moet de ploeg nog leergeld betalen. Igor Tudor, bijvoorbeeld, is zich nog volop aan het ontwikkelen. Maar alles bij elkaar is er een uitzonderlijk spelersmateriaal voorhanden. Een voetballer zoals Srna heeft het Kroatische voetbal lange tijd niet gekend. Leko en Babic zijn schitterende elementen. De terugkeer van Rapaic is een goede zaak : op zijn linkerflank valt hij vaak niet af te remmen, zijn centers zijn dikwijls dodelijk." Van Otto Baric is geweten dat hij Dado Prso, de prijsschutter van Monaco, intensief scout. "De aanwezigheid van Prso in de ploeg beantwoordt aan de logica zelve", vindt Ivic. "Ik vraag me alleen af waarom het zolang duurde voor men hem ontdekte. Hoe dan ook worden in het aanvallende compartiment van de Kroatische ploeg veel kwaliteiten verzameld : gestalte, kracht, talent. En voor de verdediging heeft Baric keuze zat : Zivkovic, Robert Kovac, Simunic, Simic, Tomas. Stuk voor stuk voetballers met meer kwaliteiten dan de verdedigers waarmee we op het WK van 1998 in Frankrijk speelden. Met uitzondering van Jarni dan. Maar Kroatië beschikt over een groep van zo'n 25 spelers, de meesten daarvan zijn jonger dan 25 jaar. De toekomst lacht deze ploeg toe." Niet dat Ivic het Belgisch elftal onderschat. Hij weet dat Aimé Anthuenis vooral met Thomas Buffel een gevaarlijk wapen bezit. Maar tussen de regels door laat hij uitschemeren dat Kroatië volgens hem al verder is opgeschoten met het verjongingsproces. Kroatië is er gewoon vroeger mee begonnen. Ivic beschouwt Marc Wilmots en Gert Verheyen als moderne voetballers, volgens hem hebben ze te vroeg afgehaakt voor de nationale ploeg. Vooral voor Verheyen blijkt hij een boontje te hebben. "Een voetballer die in België serieus wordt onderschat. Maar ik begrijp heel goed waarom hij een van de hoekstenen van Robert Waseige was. Verheyen is een intelligente voetballer, iemand met veel présence op het veld. Leest het spel goed, houdt het veld breed, infiltreert gemakkelijk, maakt het een verdediging altijd moeilijk. Ik stel vast dat de Rode Duivels nog altijd geen oplossing hebben gevonden voor hun rechterflank." In Kroatië, van Zagreb tot in Split, ligt vooral Emile Mpenza vooraan in de mond. De spits van Schalke 04 heeft zo zijn voor- en tegenstanders. Ivic heeft Mpenza nog meegemaakt bij Standard. "Geen enkele ploeg kan op dezelfde manier spelen met of zonder Mpenza. Ik bedoel : staat hij in de ploeg, dan moet je het systeem en de tactiek op hem afstemmen. Hij is een spits die altijd bressen slaat in een defensie. De incarnatie van kracht en snelheid. Stuur hem dertig keer in de diepte, en hij zal er dertig keer voluit voor gaan. Maar een Raul is Emile niet. Daarvoor denkt en speelt hij te weinig voor de ploeg. Hij is meer iemand die afmaakt wat men voor hem heeft voorbereid." Tomislav Ivic zelf ontsnapt niet aan een vergelijking tussen het voetbal van vroeger en dat van nu. "Spelers die uitblonken op het vlak van fysiek, snelheid, beweeglijkheid, die had je dertig jaar geleden ook al. Maar toen liepen er zo één of twee in een ploeg rond. Nu heb je er zo elf nodig voor één ploeg. Met als gevolg dat de tactiek tegenwoordig een meer doorslaggevende rol speelt. In vergelijking met vroeger wordt van een coach een veel grotere tactische flexibiliteit gevergd. Vroeger zat een trainer soms twintig jaar lang gevangen in hetzelfde concept. Nu moet hij wekelijks het systeem aanpassen, wisseloplossingen bedenken, rotatiesystemen toepassen, zich instellen op de tegenstander van die ene wedstrijd, variëren kortom. In het moderne voetbal geldt de filosofie van het moment, en elk moment vereist een andere filosofie."Is het voetbal daarom aan de tactiek overgeleverd ? "Integendeel", weerlegt Ivic. "Wat in de confrontaties tussen al die verschillende tactische systemen altijd het verschil maakt, is de techniek. Daarom is het de plicht van elke coach om de technische capaciteiten van zijn spelers op te vijzelen."Hij gaat nog een tijdje door, tekent schema's op velletjes papier, schrapt namen, voegt er andere aan toe. Op het einde van de avond omarmt Tomislav Ivic ons. "Als je terug in België bent, wil je dan zeker Raymond Goethals de groeten doen ?" Pierre Bilic'In het moderne voetbal geldt de filosofie van het moment.'