Adus tweette Alex Howes, de Amerikaanse ploegmaat van Sep Vanmarcke en Jens Keukeleire bij EF Education First, vorige week. Over hoe iedereen nu, in tijden van corona, de gewoontes overneemt van profrenners. Het peloton is dan ook een rondrijdende petrischaal van bacteriën en virussen. En dus proberen de broze coureurs angstvallig elke vorm van besmetting te vermijden. 'Wij beschouwen dat als een essentieel deel van ons vak, terwijl 'gewone' mensen dat tot voor deze coronacrisis als een halve fobie zagen', vertelt Jens Keukeleire. 'Dat zal nu wel veranderen. Ik zal geen rare blikken meer krijgen als ik op restaurant voor het eten mijn handen ga wassen. ( lacht)
...

Adus tweette Alex Howes, de Amerikaanse ploegmaat van Sep Vanmarcke en Jens Keukeleire bij EF Education First, vorige week. Over hoe iedereen nu, in tijden van corona, de gewoontes overneemt van profrenners. Het peloton is dan ook een rondrijdende petrischaal van bacteriën en virussen. En dus proberen de broze coureurs angstvallig elke vorm van besmetting te vermijden. 'Wij beschouwen dat als een essentieel deel van ons vak, terwijl 'gewone' mensen dat tot voor deze coronacrisis als een halve fobie zagen', vertelt Jens Keukeleire. 'Dat zal nu wel veranderen. Ik zal geen rare blikken meer krijgen als ik op restaurant voor het eten mijn handen ga wassen. ( lacht) 'Als renner neem je die smetvrees van bij het begin van je carrière ook automatisch aan. Opgelegd door de ploeg, én uit eigen ondervinding. Als je enkele keren net voor een belangrijke koers ziek wordt - zoals mij helaas al enkele keren overkomen is - ga je daar nóg meer op letten. Een 'gewone' werknemer kan na vijf dagen griep opnieuw aan de slag, maar ons kost dat minstens twee, drie weken eer we weer op niveau zijn. Zelfs een lichte verkoudheid of maagdarmstoornis is al nefast. Als je zo de wedstrijden mist die je het beste liggen, kan dat financieel een pak schelen als je contract net ten einde loopt. Zeker voor de klassementsmannen die alles op één grote ronde zetten, met name de Tour, staat er véél geld op het spel - ook voor hun teams.' Dat die smetvrees in het peloton als normaal beschouwd wordt, heeft alles te maken met de grote vatbaarheid van renners voor ziektes. Zeker wanneer in een grote ronde na twee, drie zware weken de vermoeidheid grote gaten in hun immuunsysteem slaat. Van bovendien rondfietsende skeletten met een vetpercentage van slechts vier, vijf procent en met een flinterdunne huid die amper nog een beschermende barrière vormt. Extra kwetsbaar zijn renners ook omdat ze tijdens zo'n grote ronde elke dag van hotel, van streek, van startlocatie veranderen. Ze rijden ook dagelijks met bijna tweehonderd op een kluitje, waar de urine, het neussnot, het spuug en soms zelfs het braaksel van misselijke collega's door de lucht vliegen. Bovenop de vuiligheid van de straat die ze inslikken. En zodra ze aankomen, wanneer hun weerstand op zijn zwakst is, worden ze dan nog eens door jan en alleman betast voor een handtekening of een selfie. Logisch dus dat renners én ploegen al jaren maatregelen nemen om het risico op ziek worden te minimaliseren. Wat zijn de belangrijkste? Een overzicht, in vijf smetvreesgeboden. De nu veel besproken handhygiëne passen coureurs en teams in extreme mate toe. Tegenwoordig heeft zowat iedere renner desinfecterende alcoholgel op zak. Die moet hij - zeker voor en na het eten/een toiletbezoek - gebruiken, nádat hij eerst de handen twintig seconden lang met 'gewone' zeep heeft gewassen. Soigneurs plaatsen ook handpompen en flesjes met Sterillium en sanitiser op de ontbijt/dinertafel, in elke kamer en wagen, en in de bus (soms zelfs met elektronische dispensers zodat die niet met de hand aangeraakt worden). Bij Jumbo-Visma moet iedere ploegleider, mecanicien en verzorger na een plasbeurt zijn handen zo ontsmetten, zeker als hij of zij tijdens de koers bidons aangeeft. 'Sinds het begin van de coronacrisis hebben we zelfs twee nieuwe producten besteld, naast de gewone alcoholgel', vertelt persverantwoordelijke Ard Bierens. 'Eén dat nog beter de handen ontsmet, en één dat preventief werkt, als extra bescherming tegen bacteriën en virussen. Door de afgelasting van de races hebben we die producten nog niet kunnen gebruiken, maar allicht wel zodra het seizoen weer hervat wordt.' Uitgestoken handen van journalisten, kennissen, sponsors, fans, zelfs collega's: renners zijn er als de dood voor. Sommigen zullen die zelfs weigeren of meteen erna hun alcoholflesje bovenhalen. Of ze geven gewoon 'vuistjes' of 'elleboogjes'. Bij onder meer Team INEOS en Jumbo-Visma is zelfs een verbod op handengeven ingevoerd, al jaren voor deze coronacrisis. Veel teams raden hun renners ook aan om tijdens een interview in een tv-studio de niet altijd even propere microfoonhoes ver genoeg van de mond te houden. Ook liftknoppen, trapleuningen, afstandsbedieningen, deurklinken (zeker van wc's), stoelen/klaptafeltjes/gordels/aircoknopjes in vliegtuigen, of balpennen om handtekeningen mee te zetten beschouwen coureurs als broeihaarden van bacteriën. Die raken ze dan ook alleen met de elleboog of de vingerknokkels aan. En als ze toch hun vingers moeten gebruiken, tasten ze steevast direct naar hun flesje alcoholgel in de broekzak. Zoals renners van Team INEOS dat ook moeten doen nadat ze hun koersschoenen hebben betast. Ook een favoriet doelwit immers van bacteriën, als landingsplaats van allerhande lichamelijke uitwerpselen en restanten van energiegels/drank. Na elke rit moeten die schoenen ook gewassen worden. Victor Campenaerts, die als superprof uiteraard op die details let, haalt ook een verbod op 'double dipping' aan. 'Als je je koersbroek en je achterwerk insmeert met vet, moet je in één keer een ferme laag uit de pot nemen. Een beetje aan je gat smeren, en dan nog eens grabbelen is absoluut not done. Bij mijn nieuwe ploeg NTT hebben ze dat probleem opgelost door iedereen zijn persoonlijke pot te geven, met broekvet van onze sponsor Asos.' Die koersbroeken en met name de zeemvellen wemelen van de bacteriën, zeker als renners met zadelpijn sukkelen, veroorzaakt door open wondjes. Daarom wassen verzorgers bij Team INEOS in elke grote rittenwedstrijd de koerskleren van iedere coureur in een aparte, persoonlijke wasmachine - de ploeg neemt daarvoor een aparte camionette mee. Toch gaat zelfs dat voor sommigen niet ver genoeg. 'Het probleem van koersbroeken: als je die wast op zestig graden, verslijten ze te rap', zegt Campenaerts. 'Maar op veertig graden verwijder je niet alle bacteriën. Dus steek ik thuis mijn koersbroek in de diepvriezer, want onder nul graden gaan ze wél dood. Geen grote wetenschappelijke theorie hoor, gewoon een simpele raad van Tante Kaat.' ( lacht) Tien jaar geleden al vertelde Björn Leukemans, die bekend was om zijn extreme smetvrees, dat zijn vriendin van nieuwjaar tot het einde van de voorjaarsklassiekers niet bij hem mocht slapen. Ook al bleek ze perfect gezond. En als ze ziek was, of zelfs maar een flinke snotvalling had, moest ze bij haar ouders logeren. Zo maniakaal als Leukemans zijn Keukeleire en Campenaerts niet, maar ook zij slapen apart als hun levenspartner ziek is. 'Ik ben daardoor zelfs ooit een vriendin kwijtgeraakt. Ze begreep dat niet. Fanny ( Lecluyse, zijn huidige vriendin/profzwemster, nvdr) gelukkig wel.' ( lacht) Keukeleire is ook extra voorzichtig als zijn kinderen met een snotneus rondlopen. Zoals veel renners ook hoestende en niezende volwassenen angstvallig ontwijken. Coureurs die zelfs maar de minste ziekteverschijnselen vertonen moeten ook thuisblijven tijdens ploegstages. En tijdens rittenkoersen worden ze ook in een aparte kamer gelegd, al hebben ze dan mogelijk al een teamgenoot besmet. Bij sommige teams moeten ze zich in dat geval bij het ontbijt en avondeten zelfs afzonderen, eenzaam zittend op het einde van de tafel. 'Daar hebben de meeste collega's geen probleem mee', zegt Keukeleire. 'Ze willen het niet op hun geweten hebben dat ze een ploeggenoot, en zéker niet de kopman, hebben aangestoken. Zoals trouwens ieder mens in deze coronatijden zou moeten denken.' Toch zijn in het peloton niet alle renners even eerlijk. 'Sommigen zwijgen als ze iets voelen opborrelen. Omdat ze per se het einde van een grote ronde of de selectie van een grote klassieker willen halen. Zeer gevaarlijk natuurlijk, want zo kunnen ze al hun ploegmaats besmetten. Als neoprof bij Cofidis heb ik dat nog meegemaakt. Natuurlijk ben je dan kwaad op die kerel, ook al versta je dat wel.' Ook aan tafel gelden 'strenge', al lang ingeburgerde, regels. 'Een simpel voorbeeld: je grabbelt noten niet met je handen, maar met een lepel uit een pot, of door ze op je bord te schudden', zegt Campenaerts. 'Zoals je ook niet met je eigen mes in de confituurpot mag zitten. En een halflege doos melk die door veel handen gepasseerd is, zal ook altijd weggegooid worden. Hetzelfde met de overschot aan bidons met sportdrank na een rit: als die een hele dag in de koffer hebben gelegen, zelfs in een ijsbox, worden die de dag erna niet meer gebruikt. Die 'opgewarmde', verknipte koolhydraten kunnen immers ook een bron van bacteriën vormen. Bidons worden sowieso slechts één keer gebruikt, en niet meer gewassen, om elke besmetting te voorkomen.' De grootste evolutie van de laatste jaren is dat zowat elke ploeg een eigen kok in dienst heeft, om niet af te hangen van de chef van het toegewezen hotel. Sommige teams nemen die koks alleen mee naar grote rondes. Andere, zoals Jumbo-Visma, zelfs naar élke wedstrijd. 'Dit jaar nemen we zelfs een heuse foodtruck in gebruik, nog groter dan de kleinere campers van de voorbije jaren', vertelt Ard Bierens. 'Op basis van het advies van onze foodcoaches kunnen onze koks zo smakelijke, gezonde, gevarieerde maaltijden in de juiste hoeveelheden serveren. Maar ook eten dat in een hygiënische omgeving klaargemaakt is. Je wil niet wéten hoe vuil sommige hotelkeukens zijn... Daarnaast krijgen onze renners hun eten rechtstreeks op hun bord, zodat ze geen mogelijk besmette lepels en messen van een buffet moeten aanraken.' Om de immuniteit van hun coureurs op te krikken gebruiken wielerkoks bij hun gerechten ook veel anti-inflammatoire ingrediënten/kruiden: look (sommige coureurs ruik je naar verluidt van meters ver), gember, tijm, rozenbottel, densiroop, visolie... Daarnaast slikken renners elke dag een hele reeks supplementen met antioxidanten, mineralen en vitaminen. Toen journalisten in 2015 werden rondgeleid in de aparte camper waarin Chris Froome tijdens de Tour zou slapen, moesten ze eerst handschoentjes aandoen. Zoals iedereen die de gewone ploegbus van Team Sky (nu INEOS) opstapt zijn handen moet ontsmetten met alcoholgel, duidelijk aangegeven bij de deur. Elke centimeter van die bus wordt na de start van een rit én 's avonds ook gedesinfecteerd. INEOS hanteert immers een hygiëneprotocol gebaseerd op richtlijnen die in ziekenhuizen gelden. Dat protocol past het ook toe voor de hotelkamer van een renner. Een schoonmaakteam neemt die elke dag helemaal onder handen. Alle bacteriën en virussen op afstandsbedieningen, toiletten, klinken, lichtknoppen... worden verwijderd. Ook bij Jumbo-Visma gebeurt dat al langer, sinds 2016. Toen werd zelfs een chemisch goedje in de kamers gespoten, en de deur gesloten. Na een half uur werd vervolgens een test uitgevoerd om nog resterende bacteriehaarden bloot te leggen. 'Die procedure hanteren we niet meer, want we werken met een nieuwe schoonmaakpartner, maar het principe komt op hetzelfde neer: elke kamer moet brandschoon zijn', zegt Ard Bierens. Al jaren sleuren veel ploegen (INEOS, Jumbo-Visma, Deceuninck-Quick-Step, Sunweb...) tijdens grote rondes persoonlijke matrassen, kussens en antiallergene dekens mee voor hun renners. En ook mobiele airco's, want de slecht onderhouden airco's in sommige hotels blazen ziektekiemen door de kamer. 'Veel coureurs, vooral die uit Zuid-Europese landen als Spanje, wíllen zelfs niet slapen met de airco aan', vertelt Campenaerts. 'Bevreesd om besmet te worden, maar ook bang om een bronchitis op te lopen door de (te) koude, droge lucht die de slijmvliezen kwetsbaar maakt. Ik los dat op met een luchtbevochtiger op mijn nachtkastje. Zo kan ik wel in een koele kamer slapen.' Toch wemelt het peloton van de 'aircohaters', met Alberto Contador vroeger als bekendste voorbeeld. Ook in het restaurant moest de airco van hem afgezet worden, zelfs als het buiten dertig graden was. 'En ook dan, ' zegt Keukeleire, 'zie je nog renners met lange broeken en dikke truien en zelfs mutsen aan tafel zitten. Of in het vliegtuig stappen, want ook daar kan de airco te hard blazen, en veel bacteriën uitstoten. Al zou je die letterlijk kunnen doorslikken door op een kauwgum te knabbelen. Dan adem je ze niet in, en gaan ze rechtstreeks naar de maag om daar verteerd te worden. Team Sky is ermee begonnen, en dus kopiëren veel renners dat. Elk detail kan helpen om niet ziek te worden. En die smetvrees zal, vermoed ik, na de coronacrisis alleen maar toenemen.'