Dirk Van Kerckhoven

"Als kleine jongen was ik altijd aan het voetballen: ik kwam thuis van school, gooide mijn boekentas in de hoek en ging op het pleintje spelen met buren en schoolvrienden. Als we een paar vierkante meter terrein vrij hadden, organiseerden we een match, vaak tot ongenoegen van mijn moeder. De tuin lag altijd bezaaid met platgetrapte bloemen. Tijdens de examens stond ik 's nachts op om naar de Rode Duivels in Mexico te kunnen kijken. Ik kocht ook jaarlijks de Paninialbums, een must voor elke jonge voetbalfan. Nooit gedacht dat ik ooit zelf op zo'n sticker zou prijken. Toen vond ik het belangrijker om alle prentjes te kunnen inkleven (lacht).
...

"Als kleine jongen was ik altijd aan het voetballen: ik kwam thuis van school, gooide mijn boekentas in de hoek en ging op het pleintje spelen met buren en schoolvrienden. Als we een paar vierkante meter terrein vrij hadden, organiseerden we een match, vaak tot ongenoegen van mijn moeder. De tuin lag altijd bezaaid met platgetrapte bloemen. Tijdens de examens stond ik 's nachts op om naar de Rode Duivels in Mexico te kunnen kijken. Ik kocht ook jaarlijks de Paninialbums, een must voor elke jonge voetbalfan. Nooit gedacht dat ik ooit zelf op zo'n sticker zou prijken. Toen vond ik het belangrijker om alle prentjes te kunnen inkleven (lacht). "Ik ben dan bij de plaatselijke club, bij KFC Lint, gaan voetballen. Bijna elk seizoen werden we kampioen en op mijn zestiende kwam ik in de eerste ploeg. Ik stond linksbuiten en scoorde heel veel doelpunten. Niet veel later kreeg ik aanbiedingen van Lierse en van kleinere clubs zoals Lyra, Boom en Racing Mechelen. Maar welke club moest ik kiezen? Eerst een tussenstap en dan pas naar de top? Ik twijfelde tussen Lierse en Lyra. Mijn zes jaar oudere broer Dirk zei me toen vlakaf: 'Ga naar Lierse, het is je droomclub.' "Van jongs af waren we vurige fans van de Pallieters en we gingen samen met de fiets naar de thuiswedstrijden, maar eigenlijk had ik niet zo veel contact met mijn broer. Het leeftijdsverschil was te groot: hij had andere interesses, andere vrienden. Maar door hem heb ik voor Lierse gekozen. 'Waarom zou je wachten?', zei hij. 'Als het niet lukt, kan je nog altijd zakken.' En dat ik eeuwige rivaal Lyra zou verkiezen boven de ploeg van zijn hart, dat begreep hij zeker niet. Nu nog supportert hij voor Lierse, ook al speelt zijn bloedeigen broer voor Westerlo. (lacht)" "Bij Lierse speelde ik het eerste seizoen bij de UEFA-junioren. Ploegmaats waren David Brocken, Bart Willemsen(ex-Westerlo en Gent, gestopt na chronische heupblessure op 22-jarige leeftijd, nvdr) en Kris Mampaey. We hadden een heel sterke ploeg en werden kampioen. Het volgende seizoen werd Barry Hulshoff hoofdtrainer en die trok volop de kaart van de jeugd. Maar het was vooral Marcel Vets, de jeugdcoördinator, die aan de wieg stond van mijn doorbraak. Hij volgde alle wedstrijden en was verantwoordelijk voor de interne scouting. Ik herinner me nog goed hoe hij bij de tactische besprekingen vaak het woord 'DOS' op het bord schreef. 'Discipline, Organisatie en Samenwerking', drie pijlers waar hij op hamerde. Ik heb veel van hem opgestoken. Naast het voetbal was hij ook leraar in een school in Boechout en dat merkte je. Hij kon heel geïnspireerd vertellen en onze groep hing altijd aan zijn lippen. Hij was de juiste man op de juiste plaats. Als een van de uitblinkers werd ik van de UEFA's overgeheveld naar de A-kern. "Ondanks een paar blessures heb ik onder Hulshoff een basisplaats kunnen afdwingen. Ik speelde samen met onder anderen Frank Dauwen ( nu assistent-coach bij Westerlo, nvdr) en Stan van den Buijs ( hulptrainer bij AA Gent, nvdr). Er ging een nieuwe wereld voor me open: ik zat als groentje ineens bij de grote jongens. Ik stal heel veel met mijn ogen en wilde er alles voor doen om me in het team te knokken. Je best doen en dan zien waar het schip strandt, dat is altijd mijn leuze geweest. "Ik voelde een gezonde nervositeit, zeker geen pretentie. Dat merkte ik ook de eerste keer bij de nationale ploeg. Ik was een vaste waarde bij Lierse, maar dat stelt niks voor bij de Rode Duivels. Plots zit je tussen iconen als MarcDegryse en Franky Van der Elst en voor mijn positie had je Vital Borkelmans en Philippe Léonard. Ook in Duitsland was geduld en hard werken de sleutel tot succes. Ik was in België een topper, maar wist dat ik in Gelsenkirchen opnieuw naam moest maken. Op mijn plaats speelde clubboegbeeld Mike Büskens ( meer dan 250 wedstrijden voor Schalke, nvdr). Zowel nationaal als Europees had Schalke hoge ogen gegooid, denk maar aan het succes in de UEFA Cup in 1997 ( tegen Inter, met een hoofdrol voor Marc Wilmots, nvdr). Niet eenvoudig om in dat sterrenelftal een plek te veroveren, maar Huub Stevens verkoos mij boven Büskens." "Bij Lierse werd Herman Helleputte de nieuwe trainer. Een streekgenoot die zelf ook heel zijn carrière op het Lisp had gevoetbald. Ik herinner me nog goed hoe Herman speelde. Mijn favoriete speler was hij niet, maar ik had ook geen echte voorkeur. Ik was fan van de ploeg en ik hield enorm van de sfeer in het stadion. Helleputte heeft me als voetballer rustiger gemaakt. Zijn kalmte en gemoedelijkheid straalt hij uit op zijn spelersgroep en daarom past hij ook perfect bij kleine, warme clubs als Lierse en Westerlo. "Toegegeven, het is anders om te debuteren bij Lierse dan bij Club Brugge of Standard. Bij de kleinere clubs krijg je meer tijd om je te ontwikkelen en als jongen van de streek krijg je sowieso meer krediet. Helleputte was de ideale trainer op dat moment. Hij behield steeds het vertrouwen in mij en af en toe kwam hij ook een babbeltje slaan. Die kleine dingen doen veel, zeker voor jonge voetballers. Hij was een vaderfiguur." "En toen kwam Erik Gerets, een grote meneer die een belangrijke rol gespeeld heeft in mijn carrière. Vroeger had ik twee idolen: Gerets en Jan Ceulemans, de Leeuw en de Caje, en ik heb de eer gehad om met beiden te werken. De cirkel is nu rond. Iedereen vroeg zich af hoe Erik het zou aanpakken, want als trainer had hij nog niet veel ervaring ( Gerets kwam van RFC Luik, nvdr). Maar je voelde meteen zijn passie, zijn gedrevenheid en zijn ijzeren wilskracht. Hij trainde zoals hij had gespeeld, als een ontembare leeuw. Ik had ook het geluk dat Erik zelf een vleugelverdediger was geweest. Ik speelde linksback, hij rechts. Hij wist dus perfect hoe me te coachen. "Erik was voortdurend met je bezig, praatte heel veel in op de spelersgroep. Dat heeft ook meteen resultaat opgeleverd: het eerste jaar loodste hij ons Europa in, en iets later pakten we de landstitel. Zo kwam ik ook in de schijnwerpers te staan van de grote clubs. Aan Gerets heb ik dus zeker mijn transfer naar Schalke te danken. Zelf vertrok hij naar Club Brugge en heel wat spelers verkasten na dat succesjaar ook naar een topclub: Bob Peeters naar Roda JC, Bart De Roover naar NAC Breda, Zefilho en Dirk Huysmans naar Standard, David Brocken naar Anderlecht en ikzelf kon naar Duitsland. Maar ik bleef nog een seizoen langer bij Lierse. Ik wilde doodgraag met de club van mijn hart in de Champions League spelen. Een transfer kon dus wachten en na dat jaar bleek Schalke gelukkig nog steeds geïnteresseerd." "Uit die tijd zal me altijd de dubbele confrontatie met Famagusta, de Cypriotische kampioen, bijblijven. De heenwedstrijd verloren we met 2-0 en een week later zou op het Lisp de beslissing vallen. Toen is er plots iemand belangrijk in mijn leven gestorven. Jos Rits, de buurman van mijn ouders, de erevoorzitter van KFC Lint en mijn grootste supporter. Iedere avond, nadat mijn vader de koeien had gemolken, kwam Jos even langs bij ons thuis. Hij dronk dan een borreltje en praatte wat over het voetbal. Aan hem heb ik heel veel gehad, want hij miste geen enkele wedstrijd en wist me altijd op te beuren als ik eens slecht speelde. Nooit wist hij iets negatiefs over me te vertellen en hij voorspelde toen al: 'Nico, jij wordt vroeg of laat Rode Duivel.' Ik verklaarde hem voor gek, maar Jos heeft gelijk gehad. "Twee dagen voor die belangrijke terugwedstrijd tegen Famagusta is hij in zijn slaap overleden aan een hartaanval. Ik ben in tranen uitgebarsten maar dat heeft me de kracht gegeven om alles uit de kast te halen. We wonnen met 3-0 en mochten naar de Champions League. Achteraf ben ik in mijn eentje met een vlag van Lierse het veld opgelopen. Opnieuw liet ik mijn emoties de vrije loop, mijn gedachten bij Jos. Ik stond te wenen in de middencirkel. Dat hij dit niet meer mag meemaken, mijmerde ik. Dat gevoel overvalt me nu ook soms nog en daar doe ik het voor. Iedere match die ik speel, is een laatste eerbetoon aan Jos. Ik zal hem nooit vergeten." Sdoor nicolas bogaertsbeeld: michel gouverneur (reporters)