Een mens beschikt over enorm veel veerkracht, meer dan hij soms durft te vermoeden. Zoals Jean-Marie Philips. In augustus voor drie jaar verkozen als voorzitter van de Liga Beroepsvoetbal. Briljant jurist, scherp analyticus, begiftigd met een heldere geest en een scherpe pen. Met zijn stijl hebben sommigen problemen, zijn dossierkennis echter wordt nooit in twijfel getrokken. Maar er is meer. "U wil het over mijn hele leven hebben ? Dat kan. Iedereen in voetballand kent het, of zou het moeten kennen. In elk geval wordt er van tijd tot tijd wel een allusie op gemaakt. Ik ben 56, heb mooie momenten gekend, maar ook twee moeilijke jaren. Moet er daarover gesproken worden ? Als u mijn leven wil beschrijven : ja. Heb ik het graag ? Neen. Het is mijn leven, ik moet dat niet verstoppen, maar u begrijpt dat ik daar niet fier op ben, noch er graag publiciteit rond maak. Er zijn wonden geslagen, ook bij mijn familie. Ik zou niet willen dat die weer opengaan."
...

Een mens beschikt over enorm veel veerkracht, meer dan hij soms durft te vermoeden. Zoals Jean-Marie Philips. In augustus voor drie jaar verkozen als voorzitter van de Liga Beroepsvoetbal. Briljant jurist, scherp analyticus, begiftigd met een heldere geest en een scherpe pen. Met zijn stijl hebben sommigen problemen, zijn dossierkennis echter wordt nooit in twijfel getrokken. Maar er is meer. "U wil het over mijn hele leven hebben ? Dat kan. Iedereen in voetballand kent het, of zou het moeten kennen. In elk geval wordt er van tijd tot tijd wel een allusie op gemaakt. Ik ben 56, heb mooie momenten gekend, maar ook twee moeilijke jaren. Moet er daarover gesproken worden ? Als u mijn leven wil beschrijven : ja. Heb ik het graag ? Neen. Het is mijn leven, ik moet dat niet verstoppen, maar u begrijpt dat ik daar niet fier op ben, noch er graag publiciteit rond maak. Er zijn wonden geslagen, ook bij mijn familie. Ik zou niet willen dat die weer opengaan." U bent een echte Brusselaar.Jean-Marie Philips : Geboren en getogen in Molenbeek, op vijfhonderd meter van het stadion van Daring. Op school was ik veel bezig met turnen, zwemmen en voetbal. Ik was geen vedette, speelde in de goal en als rechtsbuiten omdat ik een zekere snelheid had. Mijn vader was brandweerman, mijn moeder huisvrouw. Een gewoon gezin met twee kinderen, dat het niet breed had en waar het zeker niet evident was dat de zoon na zijn middelbare studies vijf jaar naar de universiteit ging. Mijn vaders droom was dat ik als functionaris terecht kon op de gemeente. Ging u naar het voetbal kijken ?Ja. Op een dag had ik een slecht rapport en werd me dat verboden door mijn moeder. In die tijd was het de gewoonte dat ik bij mijn grootmoeder langs ging om te eten. Van haar mocht ik alles, dus ook naar de match. Wil het toeval nu dat er ook een team van Belgavox was, dat voor de nieuwsbeelden in de cinema zorgde. Toevallig kwam ik in beeld en even toevallig gingen mijn ouders die week naar de film... Na uw studies begon u aan een carrière als jurist.Ik ben doctor in de rechten en licentiaat criminologie. In de betere boekhandel liggen werken van mij. Als advocaat had ik veel werk in de autosector, in het kantoor van meester Bricmont, een bekend advocaat in Brussel en onder meer de raadgever van prins Karel. We hadden een prachtige verdeelsleutel in onze honoraria : ik had geen kosten en kreeg veertig procent op alles wat binnenkwam. Komende uit het milieu dat ik u net beschreef, kwam ik op 27, 28 jaar ineens in een andere wereld terecht. Dat had een invloed op mijn persoonlijkheid : ik werd, zo u wil, weggerukt uit de dagelijkse realiteit en verloor het contact ermee. Ik leg u dat uit omdat dat later de kiem van mijn drama zou zijn. U proefde van de Brusselse beau monde ?Eén voorbeeld. Met mijn vrouw en mijn drie kinderen was ik in de jaren zeventig eens met verlof in de buurt van het Zuid-Franse Saint-Maxime. Plots kreeg ik er een telefoontje van de zoon van één van de mensen die we vertegenwoordigden. Zijn familie had een jacht in Saint-Tropez en hij vroeg of ik tijdens een tochtje even op de boot wilde komen. Uiteraard vonden de kinderen dat ongelooflijk, op het strand met een klein bootje te worden opgepikt en naar zo'n groot jacht te worden gevaren.U was vooral een zakenadvocaat.Pleiten voor assisen of correctionele rechtbanken kon ik niet. Ik kan niet op emotie pleiten, had liever commerciële zaken of problemen van verantwoordelijkheid. Voor prins Karel ging ik destijds pleiten in Aix-en-Provence, in een geschil over gronden aan de Azurenkust. Op een bepaald moment rees er een geschil tussen de prins en meester Bricmont, mijn geestelijke vader, en begon de prins zijn advocaat aan te vallen. We kregen een huiszoeking en het gevolg was dat een heleboel mensen hun zaken terugtrokken. Dat was een slag, ook financieel. Ik had twee wagens, een huis, een appartement en plots viel alles weg. Mijn fout was dat ik op dat moment de moed niet had om mijn vrouw en mijn kinderen te zeggen dat we onze levensstijl moesten terugschroeven. Ik had iets bereikt en kon de stap terug psychologisch niet zetten. Was het hoogmoed ? Ik weet het niet. Dus ging ik lenen, hier en daar, in de hoop op beterschap, tot ik op een bepaald ogenblik negen of tien miljoen aan leningen moest afbetalen en met de rug tegen de muur stond.Toen beging u een stommiteit.Ik had een hele grote zaak van een Franse verzekeringsmaatschappij tegen de ASLK. Mijn cliënt was hoofdaansprakelijke en om uit de problemen te komen, vond ik een vonnis uit met een schadevergoeding ter grootte van het bedrag dat ik nodig had. Mijn cliënt stortte dat direct. Uiteraard moest zoiets op termijn uitlekken, maar op dat moment weet je niet meer van welk hout pijlen maken. Zes maanden later kwam alles ook effectief uit en kwam er een rechtszaak van. Van de rechter kreeg ik drie jaar zonder uitstel, een hele zware straf omdat ik "de stafhouder had doen wenen". Er moest een voorbeeld gesteld worden : ik had de reputatie briljant te zijn, en nu moest daar een briljante straf tegenover staan. ( Word even stil) Dat zijn zaken waaraan een mens niet graag wordt herinnerd. Ik heb van die drie jaar vijftien maanden uitgezeten. Elke dag werd ik bezocht door mijn vrouw en werd ik gesteund door mijn ouders en mijn schoonouders. Anderen waren niet zo vergevingsgezind : op school kreeg mijn dochter van de nonnetjes te horen dat ze moest zwijgen, want dat haar vader in de gevangenis zat. Het was hard, je weet van niks als je daar zit en na vijftien maanden kom je buiten en heb je niks meer. Maar het was nog harder voor mijn vrouw, mijn kinderen en mijn directe omgeving. Ik herinner me nog goed dat ik in de gevangenis het bezoek kreeg van een psychiater. Op de vraag hoe voelt u zich nu ?, verraste ik hem met ik voel me hier goed. Dat stond ook zo in zijn rapport. Ik vóélde me ook goed, want ik was opgelucht : ik hoefde niet langer bang te zijn van de telefoon of van de bel. Ik zat comfortabel tussen mijn vier muren en was niet langer gestresst. Ex-RWDM-voorzitter Willy Uytterhaegen ving u op.Hij kende mijn schoonvader en kende mij als advocaat. Hij stelde me voor om bij hem in de winkel te komen werken. De dag na mijn vrijlating kon ik al beginnen. In 1986 ging RWDM in faling, Uytterhaegen had contact met Boskamp en nog anderen. Omdat ik jurist was, vroeg hij mij om te onderzoeken hoe we de club konden overnemen. De curator was een ex-prof van mij aan de ULB en die beschouwde mij meteen weer als een normaal mens. Zo rolde u in het voetbal.Op de rechtbank bleek meneer Mabille ook plots te bieden. Uiteindelijk kwamen we tot een akkoord en sloten we een alliantie. Johan Vermeersch was er ook bij, maar die wilde alleen de baas zijn en dat ging niet voor de anderen, dus bleef hij uit de race. Later nam hij wel de club over, maar toen was ik er al weg. Ik werd administratief-secretaris van RWDM en ging daarnaast halftijds werken voor meneer Mabille. Tot 1994 bleef ik bij Molenbeek, dat me ook voorstelde als lid van de raad van beheer in de Liga Beroepsvoetbal. U weet, ik kan niet zwijgen. En dus roerde ik mijn mond, maakte zo kennis met meneer Roger Vanden Stock en werd geconsulteerd op juridisch vlak. Zo ging de bal aan het rollen. U kwam in het voetbal op een moment dat het op juridisch vlak implodeerde.Misschien was dat mijn geluk. De naweeën van het Bellemans-onderzoek, de zaak-Bosman die zijn oosprong vond in het transferreglement zoals dat er in de jaren tachtig uitzag, de diverse decreten... Ik ben erin gerold, heel toevallig, en heb me vastgebeten in de materie.Na een korte periode bij Union ging u bij de Liga Beroepsvoetbal aan de slag.Halverwege de jaren negentig liep het mandaat van voorzitter Roger Vanden Stock af. Meneer Van Milders was kandidaat-voorzitter, maar lag niet goed bij de rest. Daarop werd me gevraagd om mijn kandidatuur te stellen. Is het door mijn verleden, ik weet het niet, maar ook mij vond men geen goede kandidaat. Dus kwam het volgende compromis uit de bus : Eddy Wauters werd voorzitter en ik directeur-generaal, een nieuwe functie die werd gecreëerd om mij aan boord te houden. In de coulissen hoorden we toen dat u Michel Verschueren als manager van Anderlecht zou opvolgen.Toen ik door RWDM werd ontslagen na een conflict over bevoegdheden - ik kreeg plots iemand boven mij die niks afwist van voetbal, maar alles naar zich toetrok -, stopte Michel Verschueren me tijdens een vergadering op de bond een briefje toe. Hij wilde me spreken. We gingen samen iets drinken en hij vroeg me of ik voor Anderlecht wilde werken. Als Brusselaar kon ik niet beter dromen. Hij zorgde voor een ontmoeting met Constant Vanden Stock. We zijn in de Saint-Guidon iets gaan eten en er is gepraat over wat ik wilde doen. Ik stelde een paar dingen voor en zei ook : ik ben gewoon de dingen te zeggen zoals ze zijn, ik ben geen jaknikker of een slaafs volger, en : ik ben niet echt gewoon om voor een baas te werken. We gingen akkoord over de voorwaarden, maar uiteindelijk is het nooit doorgegaan. Was het mijn karakter dat hem afschrikte of was het mijn voorgeschiedenis ? Ik weet het niet, maar ik kreeg geen nieuws meer en even later trok Anderlecht Paul Courant aan. Uw carrière in de profliga kreeg snel een internationale dimensie.Inderdaad, de Europese liga's verenigden zich, de contacten met Uefa werden intenser en sinds tien maanden ben ik Uefa-afgevaardigde. Na mijn malheur ben ik achteraf bekeken nog goed op mijn pootjes terecht gekomen en ik moet de voetbalwereld danken voor de kansen die ze me gaf. Een wereld waar u als jurist van opkeek ?Het heeft lang geduurd voor clubs beseften dat zij de wetten moesten eerbiedigen. Er was een mentaliteitsverandering nodig. De ene voetballeider aanvaardde dat, de andere zei : het is mijn geld, waar moeit die zich mee ? Soms heb ik het nog moeilijk met bepaalde beslissingen van clubs. Iemand in de B-kern stoppen omdat hij geen nieuw contract wil tekenen, is moreel geweld dat ik niet kan aanvaarden. De C-kern gebruiken om een speler murw te maken, daar kan ik me als jurist niet in vinden. Vandaar dat ik met mensen van Sporta en met de syndicaten goeie relaties heb. Vandaar dat ik ook zo'n voorstander was van een CAO met de spelers, waarin zij rechten hebben, maar ook plichten. In augustus werd u verkozen tot voorzitter van de Liga Beroepsvoetbal. Toen u uw plannen voor een afslanking van eerste klasse ontvouwde, was de eerste reactie er eentje van : zie je wel, hij is de stem van Anderlecht.Dat is makkelijk. Ik ben de woordvoerder van Anderlecht niet. Toen het bureau Deloitte & Touche zijn doorlichting van ons voetbal maakte, was ik nog geen voorzitter. Zij hebben ons een dure spiegel voorgehouden en gezegd wat wij allemaal wel wisten, maar niet tegen onszelf durfden zeggen : dat het niet gaat met achttien clubs in eerste klasse. Trudo Dejonghe, die op dit onderwerp doctoreerde aan de Gentse universiteit, zegt ook dat het niet gaat. En meneer Lambrecht wil fusioneren. Ik breng dus geen nieuwe boodschap, hé. Ik stelde veel hoop op een natuurlijke reductie via de licentie, maar ik moet concluderen dat veel clubs met tientallen miljoenen schulden er toch een kregen. Daar liep iets fout. Wat ?Blijkbaar hebben clubs akkoorden kunnen sluiten met derden. Ik ben heel tevreden met de doorgevoerde saneringen, maar in maart volgend jaar gaan we pas zien of de clubs die akkoorden kunnen naleven. De kleintjes moeten de mogelijkheid krijgen om in leven te blijven, maar voortleven staat niet synoniem met overleven. Als er geen inkrimping van het aantal clubs komt via de licenties, om economische redenen dus, dan moet er een volgen op sportieve gronden. In 2005 moeten wij met veertien ploegen kunnen starten. Hoe die afslanking moet verlopen, gaan we met een paar mensen onderzoeken. Marc Degryse pleit voor een denktank met nieuwe mensen.Een Vanden Stock, een Van Hove of een Louis-Dreyfus zullen zich niet neerlegen bij het advies van twee economisten of drie externe topmanagers. Een vijfkoppige commissie kan de hervormingen voorbereiden. De licentie hebben wij zelf ingevoerd, bijvoorbeeld, alleen moeten we er misschien strengere economische eisen aan koppelen. Wielerploegen moeten bij de start van het seizoen een bankwaarborg voorleggen.Voilà, was dat al in de licentie inbegrepen geweest, deden er nu al drie, vier clubs niet meer mee. In die geest wil de Uefa ook een licentie invoeren. In België echter stonden ook de grote clubs daar weigerachtig tegenover. De Belgische clubs willen eigenlijk geen doorlichting van hun situatie.U wil dat ze allemaal eenzelfde statuut aannemen.Inderdaad, zodat we appelen met appelen kunnen vergelijken. Als iedereen een nv is, moet iedereen dezelfde boekhoudige plannen neerleggen. Nu moeten we een nv als Standard vergelijken met een vzw als Anderlecht : dat kan niet. Een nv sleurt ieder jaar zijn passiva mee, een vzw kan na het afsluiten van een jaar zeggen : boeken toe en we zwijgen over de geconsolideerde schuld. Daar heb ik het moeilijk mee.Hoe reageerden de clubbestuurders op uw plannen ?Niemand bewoog. Allicht is er achteraf commentaar geleverd, maar niet openlijk. De commissies zijn geïnstalleerd, die moeten werken. Ik zal dat werk opvolgen, zoals ik nu al elke maand aan Karel Dierick vraag hoe het met de TV-onderhandelingen staat. Zijn commissie nam vorige week kennis van de offertes voor het nieuwe TV-contract. Die komen lang niet in de buurt van het 1,2 miljard frank waar Dierick van droomde of de bedragen die Abbas Bayat voorstelde.Er is nauwelijks meer geboden dan wat er tot dusver wordt betaald, een kleine 50 miljoen frank meer. Mijn persoonlijke reactie was er één van : is dit een grap of een provocatie ? Voor die bedragen kunnen we niet tekenen. Onze strategie nu kan zijn dat we anderen aanspreken. Ook in het buitenland, ja, mensen als meneer Leo Kirch, die nadien de rechten kunnen doorverkopen. Of misschien is een combinatie VRT/RTL ook geïnteresseerd. In elk geval, dit is een affront in het gezicht van de clubs. Met zulke mensen kan ik niet meer onbevangen aan dezelfde tafel zitten. Zij hebben ons proberen te bedriegen. Andere slag voor de profliga : het niet verplicht maken via een KB van de fankaart.Hier begrijp ik iets niet. De minister kan zo'n kaart niet verplicht stellen, maar anderzijds blijft de voetbalwet wel bestaan en moeten wij mensen identificeren, compartimenteren, nominatieve tickets uitschrijven en kunnen rapporteren over de bezetting van de diverse compartimenten. Dus zeg ik aan de clubs : gebruik de fankaart. In voorverkoop één kaart, vier tickets, en de dag van de wedstrijd één kaart, één ticket. Als iedereen op dezelfde golflengte geraakt, zijn we eruit en kunnen we de wet respecteren. Maar als je de identiteitskaart aanvaardt, zoals nu gebeurt, zorg je voor verwarring. En je loopt risico's, want je kan een miljoen frank boete oplopen als je mensen bij elkaar zet die voor verschillende clubs supporteren. Als jurist kan ik toch niet zeggen aan mijn clubs : doe maar, u moet niet naar de wet kijken ?door Peter T'Kint