"Ik zal eens even kijken in m'n agenda." Terwijl hij nagaat wanneer we langs kunnen komen voor het interview, fluit Filip Meirhaeghe een vrolijk deuntje door de telefoon. Het typeert de 31-jarige Oost-Vlaamse wereldtopper in het mountainbiken. Een buitenbeentje toch wel in de Belgische sportwereld, Popeye - "een bijnaam die ik kreeg van mijn voormalige manager Gert-Jan Theunisse omdat ik iets meer gespierd, gestuikt ben dan de meeste andere renners" - door zijn soms stoutmoedige uitspraken, maar in wezen een erg bescheiden persoon.
...

"Ik zal eens even kijken in m'n agenda." Terwijl hij nagaat wanneer we langs kunnen komen voor het interview, fluit Filip Meirhaeghe een vrolijk deuntje door de telefoon. Het typeert de 31-jarige Oost-Vlaamse wereldtopper in het mountainbiken. Een buitenbeentje toch wel in de Belgische sportwereld, Popeye - "een bijnaam die ik kreeg van mijn voormalige manager Gert-Jan Theunisse omdat ik iets meer gespierd, gestuikt ben dan de meeste andere renners" - door zijn soms stoutmoedige uitspraken, maar in wezen een erg bescheiden persoon. Normaal zou Meirhaeghe volgende week dinsdag aan de start verschijnen van de tweede zesdaagse in zijn carrière, die van Vlaanderen-Gent. Maar door een ontsteking aan de knie moest hij noodgedwongen forfait geven. Hij vindt het jammer, maar echt zwaar tilt hij er niet aan want het mountainbiken blijft de hoofdbezigheid van de vice-olympisch kampioen.Filip Meirhaeghe : Ik wou vooral de winter goed doorbrengen en niet te veel conditie verliezen met het oog op volgend seizoen. Maar ik zou wel met een zekere ambitie gereden hebben. Laat ons zeggen dat ik, samen met de Oostenrijker Stocher, op een zevende, achtste plaats mikte op dertien deelnemende ploegen. Daarom debuteerde ik ook al in de zesdaagse van Amsterdam, om mij aan te passen aan het ritme en bij te leren in de aflossingen. Goed. Ik trok naar ginder om een snelcursus pisterijden te volgen, zonder enige prestatiedruk. We verloren elke dag zowat drie ronden, wat nog goed meeviel. Dat we ( Meirhaeghe vormde koppel met Lorenzo Lapage, nvdr) niet als laatste eindigden, vond ik een bonus. Het koppel dat we achter ons lieten, beschikte toch over heel wat piste-ervaring, wat niet van mij kan gezegd worden. Ik had nog geen veldritten geprogrammeerd, toen Patrick Sercu me belde met het voorstel om de zesdaagse te rijden. Voor mij is dat altijd een beetje een droom geweest. Ik ben in Gent geboren en woon vlakbij, dus greep ik die kans met beide handen. Helaas zal het er dit jaar niet van komen door die blessure. In het veld rijd je niet in de rook. Niet alleen de rook van de mensen, maar ook die van de derny's vormt een aanzienlijk nadeel op de piste. En het is nachtwerk, hé. Op zes dagen tijd moet je heel je bioritme veranderen. In Amsterdam reden we nog een relatief kort programma. Om middernacht zat onze dagtaak er meestal op, maar dan moet je je nog wassen, iets eten, naar het hotel rijden. Zo lagen we pas rond half drie in ons bed. Met die omschakeling kende ik wel wat problemen. De piste biedt dan weer als voordeel dat je geen last hebt van slechte weersomstandigheden. Bovendien kan je er heel goed trainen op souplesse en snelheid.Sommige mensen verwachtten misschien dat we onmiddellijk voor de overwinning zouden meestrijden, maar realistisch is dat natuurlijk niet. Matthew Gilmore vertelde me dat hij in zijn eerste zesdaagse van Gent op negenendertig ronden gereden werd. Ik zou wel wat publiek gelokt hebben, omdat ik in de streek redelijk populair ben. Maar een gevestigde waarde als Etienne De Wilde vervangen, gaat niet zomaar. De piste was zijn hoofddoel, zijn beroep. Voor mij geldt dat niet. Wacht een momentje, ik ga een mug doodslaan.( Meirhaeghe begeeft zich naar de andere kant van de kamer, mikt, slaat, ...maar mist) In de kelder is het een beetje vochtig, niet nat, maar wel ideaal voor de muggen.Ik ben begonnen met mountainbiken op mijn zestiende en heb pas nadien met de weg en het veld, die ik dan vooral zag als training, gecombineerd. Als jonge gast kies je vooral een hobby, niet zozeer een sport. Ik zag het als een keuze tussen een sport van de jaren '50 en een moderne hobby. Ze was snel gemaakt.De grootste waarde heeft toch die tweede plaats in Sydney. Hoewel die eindoverwinning in de wereldbeker ook belangrijk is. Ik probeer zo goed mogelijk aan mijn palmares te werken, ik wil alles winnen. Het is echt moeilijk om te kiezen, want zowel 2000 als 2002 waren superseizoenen. Dit jaar reed ik misschien nog iets beter, constanter vooral. In vier van de vijf wereldbekerwedstrijden stond ik op het podium, in de vijfde werd ik zesde.Juist. Zilver op de Spelen en op een WK is mooi, maar ik zie liever goud. Volgend jaar wil ik dan ook pieken op het WK. Dat wil niet zeggen dat ik de wereldbeker links ga laten liggen, maar het WK wordt sowieso de hoofddoelstelling. Een jaar later wordt dat de Spelen.Volgens mij is de populariteit zeker niet gezakt, maar minder uitgesproken aan het groeien. Houffalize trekt nog altijd heel veel volk. Ook de markt van de mountainbikeverkoop is eerder gestagneerd. Als iedereen een fiets heeft, moeten ze er niet onmiddellijk weer een bij kopen, hé.Op het gebied van sponsoring loopt België in de mountainbikewereld serieus achter. Dat komt uiteraard door de gevestigde waarden wegwielrennen en veldrijden. Een probleem blijft ook dat de mountainbikewereld voorlopig bijna uitsluitend op sponsorgeld kan rekenen van fietsfabrikanten. Vroeger gold dat ook voor het wegwielrennen en het kostte ook in die sport tijd om daar verandering in te brengen. Ik merk dat er met de Olympische Spelen in aantocht stilaan andere kandidaat-sponsors opduiken.De eerste plaats wordt altijd het beste betaald, dat spreekt voor zich. En door de sponsorperikelen en het mindere jaar 2001 heeft die olympische medaille op financieel vlak uiteindelijk niet zoveel bijgebracht.Een zestienjarige gast die zegt : 'ik word wegrenner om veel geld te verdienen', zal op het moment dat hij prof moet worden, geen zin meer hebben. Je moet sporter worden omdat je voor jezelf goeie prestaties wil leveren. In sommige sporten zal er inderdaad meer financiële compensatie zijn dan in andere. Maar wie sport voor het geld, zal er nooit komen.Ik heb al het geluk dat ik van mijn sport mijn beroep heb kunnen maken. En ik verdien niet slecht mijn boterham. Ik ga er niet rijk van worden, maar wat moet een wegwielrenner dan zeggen als hij aan een tennisspeler denkt ? Of aan een golfer ?De beide ploegen stelden voor volgend seizoen als voorwaarde om voor één enkele sponsor te kiezen. Bij Landbouwkrediet stond nog niets op papier en ik kon niet blijven wachten. Daarom dat ik de volgende twee seizoenen, tot na de Spelen, voor Specialized zal rijden. En op de weg, waar ik niet zo vaak zal aantreden, waarschijnlijk voor het huidige team van Cipollini, dat met Specializedmateriaal zal rijden. Was ik bij Landbouwkrediet gebleven, dan zou ik mogelijk de Giro rijden. Ik zag dat wel zitten, maar de Olympische Spelen zouden sowieso mijn vormen, in het mountainbiken wel te verstaan.Je moet lang op een heel hoge polsslag kunnen rijden, in het rood. Mountainbiken is een erg intensieve sport. Het valt te vergelijken met het veldrijden, alleen duurt het twee uur in plaats van een. En techniek, een van mijn belangrijkste troeven, is ook belangrijk. Mijn grootste wapen is dat ik enorm veel intervals aankan, dat ik er snokken aan kan geven. Dat vormt een belangrijk gegeven op technische stukken, waar je uiteraard minder intensief rijdt omdat je daar niet aan dertig per uur kunt vlammen. Veel renners kunnen op een hoog tempo rijden, maar hebben problemen met voortdurende versnellingen. Vroeger was ik minder in lange beklimmingen, maar dit seizoen ging dat heel goed, waarschijnlijk dankzij de Ronde van Oostenrijk. In andere wedstrijden reed ik Green eraf op de beklimmingen. Op het WK bleek hij daarop iets sterker als ik, maar het verschil aan de aankomst bedroeg een luttele achttien seconden, terwijl de andere concurrenten minuten kregen aangesmeerd. Ik kan en moet in alles nog verbeteren - en ik voel me ook nog elk jaar sterker worden - maar me concentreren op het klimmen alleen ga ik niet doen. Nee, dat was enkele voor de Spelen. Of ik dat voor Athene ook zal doen, zal afhangen van mijn mentale situatie op dat moment. Het ging om een plotse ingeving.Mentaal, zonder twijfel. Maar je moet ook de juiste ingesteldheid bezitten. Ik was ervan overtuigd dat ik naar Sydney ging om te winnen. Als je er zelf niet in gelooft, moet je die slogans niet ophangen, want dan hebben ze geen enkele zin.Ik heb er twee liggen, maar ik kan er niet op spelen. Dat zullen ze dus uit hun duim gezogen hebben ( lacht). Helaas hebben veel Belgen dat lef niet. Maar ik doe dat niet om te tonen dat ik persoonlijkheid heb, wel om mezelf te motiveren. Het was hoegenaamd niet de bedoeling dat die slogans in de media kwamen.De security had me maar moeten tegenhouden, maar ze waren veel te traag ( lacht). Het ging om de kick. We hadden al een hele week feest gevierd omwille van die medaille, waren dus euforisch. We, Peter ( Van den Abeele, nvdr), Roel(Paulissen, nvdr) en ik, wilden iets doen. We zaten alle drie met schrik, maar uiteindelijk waagde ik het toch. Ik dacht : wat kunnen ze me doen ? Me van het podium halen en buitensturen. Dan ga ik naar het olympisch dorp slapen, hé.De eerste keer was het mij wel daar om te doen. Ik wilde dat ze de mountainbiker konden zien. Ik vind die kledij trouwens mooi en draag ze graag. Om op familiebezoek te gaan, bijvoorbeeld. De interesse voor het verleden komt via mijn geloof in reïncarnatie.Ik wil niet dat er voor een wedstrijd al gezegd wordt dat ik ga winnen. Tenzij ik het zelf zeg, maar dus geen mensen uit mijn omgeving. Vroeger wou ik per se voor de start mijn tanden poetsen. Nu doe ik dat nog ( lacht), maar vroeger moest dat gebeuren vlak voor ik vertrok. Ik geloof, in verschillende zaken. In het leven van Jezus. ( denkt na) Ik heb geen fysisch beeld van God - dat is ook niet nodig, denk ik. Maar ik geloof dat er een kracht boven ons staat die alles controleert, in de mate van het mogelijke. Ik geloof ook honderd procent in reïncarnatie. Hoe ik me dat voorstel ? Ik kan me niet inbeelden dat onze ziel hier op deze al miljarden jaren bestaande planeet verblijft om er maar voor zeventig jaar te leven en dat het daarbij ophoudt. Als dat zo zou zijn, kunnen wij niks meer bewijzen en alleen maar, zoals we goed bezig zijn, de boel om zeep helpen. Ik kan me geen vorig leven herinneren, maar ik ben ervan overtuigd dat we niet voor het eerst leven en ook niet voor het laatst. Misschien evolueren we uiteindelijk naar een spiritueel bestaan, waarin we niet altijd een lichaam nodig hebben. Maar zoals we het er nu van afbrengen, hebben we nog een lange weg voor de boeg." Ik wil zeker niet iedereen over dezelfde kam scheren of te sterk generaliseren, maar ik heb het gevoel dat veel Belgische vrouwen fake zijn. Ze komen niet naar de buitenwereld zoals ze in werkelijkheid zijn. Daar hou ik niet van. Ik voel me heel goed bij Susan. Met haar heb ik plannen. Ja, trouwplannen. En kinderen, maar nog niet onmiddellijk, hé. Toch niet voor zover ik weet ( lacht). door Roel Van den broeck'Wie sport voor het geld, zal er nooit komen.''Ik wil alles winnen.'