Philippe Clement (48) verandert niet. Zelfs niet in interviews, ook daarin geeft hij nog altijd dezelfde indruk. In vijf jaar tijd veranderden de voetballers die Clement als trainer onder zijn hoede had drastisch van kaliber - pakweg van Kiese Thelin (bij Waasland-Beveren) tot Wissam Ben Yedder (AS Monaco) - maar hijzelf bleef dezelfde.
...

Philippe Clement (48) verandert niet. Zelfs niet in interviews, ook daarin geeft hij nog altijd dezelfde indruk. In vijf jaar tijd veranderden de voetballers die Clement als trainer onder zijn hoede had drastisch van kaliber - pakweg van Kiese Thelin (bij Waasland-Beveren) tot Wissam Ben Yedder (AS Monaco) - maar hijzelf bleef dezelfde. Dat hij het niet nodig vindt om zichzelf te 'verkopen', komt misschien omdat hij het zich niet kon inbeelden dat hij ooit op het hoogste niveau zou trainen. Vaak wordt Philippe Clement voorgesteld als een pragmatische coach. Iemand die alleen maar in functie van de omstandigheden kan plannen. Maar uiteraard heeft hij een verhaal te vertellen: dat van een bijna banale voetballer (hoewel, 38 keer geselecteerd voor de Rode Duivels) tot toptrainer. Clement voelt alleen niet de behoefte om daar tonnen tekst over te verspreiden - liever laat hij de resultaten spreken, want die spreken voor zich. Toch gaat er achter die resultaten iets schuil: de methode-Clement. Die ontvouwt de enige Belgische trainer in een kampioenschap van de big five in dit gesprek. In juli 2017 nam u het A-elftal van het armlastige Waasland-Beveren onder handen, vijf jaar later leidt u AS Monaco, een kanjer in de Franse competitie. Waar staat u over vijf jaar? PHILIPPE CLEMENT: 'Ik heb geen carrièreplan. Het enige plan dat ik ooit had, was om ooit bij een profclub te voetballen. Eigenlijk wilde ik vooral de binnenkant van een kleedkamer zien. (lacht) Dat verlangen dateert van toen ik nog klein was. De vader van een vriend van mij was professioneel fotograaf. Elk weekend woonde hij voor zijn werk voetbalwedstrijden bij, hij kwam in alle stadions. Dat deed ons dromen. Vooral omdat journalisten en fotografen in die tijd na een match nog in de kleedkamer mochten komen. We waren allemaal jaloers op die vriend omdat zijn vader de handtekeningen van voetballers voor hem meebracht. Voor een stuk is het daarom dat ik als kind profvoetballer wilde worden: om in de kleedkamer van Club Brugge, Anderlecht of Standard te kunnen geraken. Goed, die wens is intussen al lang werkelijkheid geworden. Nu probeer ik gewoon van het leven te genieten. Ik blijf wel ambitieus, maar ik heb geen dromen meer. Lange tijd zag ik me gewoon jeugdtrainer bij Club Brugge blijven. Dat zou me totaal niet hebben gestoord.' Succes stijgt anders gemakkelijk naar het hoofd. En haalt plannen overhoop. Bent u in die vijf jaar tijd niet veranderd? CLEMENT: 'Als mens ben ik niet veranderd - tenminste, dat hoop ik toch. Als trainer ben ik wel geëvolueerd - tenminste, dat hoop ik ook. (lacht) Elk jaar leerde ik bij, ontdekte ik nieuwe dingen. Je beleeft zoveel momenten en zoveel verschillende momenten. Ik ben er meer en meer van overtuigd dat er niets boven de ervaring van meegemaakte situaties gaat. In mijn werk en in mijn relatie met mijn spelers is er veel veranderd. Ik heb veel zaken leren begrijpen. In vergelijking met mijn debuut kan ik nu bijvoorbeeld veel beter om met de momenten van spanning in een groep. Als ik één domein zou moeten aanwijzen waarin ik denk me te hebben verbeterd, dan wel mijn reactievermogen op dat vlak.' Wat u daarentegen niet verandert, is de gewoonte om van uw seizoeneindes een thriller te maken. Hoe hebt u het einde van de competitie beleefd? In twee maanden tijd verhuisde u van het ene uiterste van het spectrum naar het andere: van de wipstoel naar lofbetuigingen van de voorzitter. CLEMENT: 'Er is daar veel over geschreven. Het begon bij een journalist die schreef over complicaties, en dat ik zou kunnen worden ontslagen. Maar weet u, soms is het ingewikkelder dan dat. De buitenwereld baseert haar perceptie louter op resultaten. Intern wordt daar bij de club heel anders naar gekeken. Ik ga liever af op mijn persoonlijke beleving, op het gevoel dat ik bij de mensen van de club krijg, dan op wat een journalist schrijft. Sportief directeur Paul Mitchell woonde de trainingen bij, hij zag wat daar gebeurde. Hij kon ook de statistieken bekijken en aan de hand daarvan vaststellen hoe ik de groep deed evolueren. De voorzitter zei ook dat we zijn volledige steun kregen. Om echt te kunnen oordelen over hoe de dingen verlopen, moet je binnen in de reactor zitten. En ik kan u vertellen: binnen in de reactor was er niemand die aan mijn methode twijfelde. Iedereen was heel enthousiast over onze manier van werken.' Maar het blijft een feit dat u de dynamiek van het seizoen van Monaco tussen midden maart en midden mei drastisch hebt omgegooid: van de negende plaats klom u op naar de derde plaats in het eindklassement. Was u zelf verrast door die serie van negen opeenvolgende overwinningen? CLEMENT: 'Ik heb nooit getwijfeld, als dat uw vraag is. Als hoofdtrainer ben ik de katalysator van de emoties in een club. Maar daar mag ik me niet door laten beïnvloeden. Ik wist dat de resultaten zouden volgen als we goed zouden blijven werken. Kijk rondom u en u zal zien: clubs die op de lange termijn werken, zoals Manchester City en Liverpool, rekenen niet op de laatste twee wedstrijden om nog in het klassement vooruit te schieten. Hier in Monaco zijn we met een project op de lange termijn bezig. We werken met jonge spelers, soms de jongste van de hele Ligue 1. Als je met jongeren werkt, weet je dat de evolutie niet altijd lineair verloopt.' Wat was de ambitie van de club toen u er in januari aankwam? CLEMENT: 'De ambitie was om te ploeg te doen groeien op alle vlakken. Van een plaats op het podium was nooit sprake. Dat zou ook niet realistisch geweest zijn. Bovendien hadden we de eerste twee maanden met zeventien gevallen van covid af te rekenen. Maar dat belette de pers niet om te schrijven dat het ons aan stabiliteit ontbrak. Daarna is die fameuze serie gevolgd, de beste van het seizoen in de Ligue 1. In de terugronde pakten we veertig punten. Dat is enorm, dat kan je normaal gezien niet vragen van een trainer die nog zijn spelsysteem en zijn ideeën moet installeren. Zeker niet in een zeer moeilijke competitie als de Ligue 1. ' Wat is uw geheim? CLEMENT: 'Dat is in de eerste plaats de verdienste van de club en van alle competente mensen die dagelijks met de spelers bezig zijn. Natuurlijk hebben ze me wel niet toevallig gekozen. Het bestuur kende mijn kwaliteiten en het had begrepen dat mijn stijl bij de ploeg en bij de ambities van AS Monaco zou kunnen passen. Om meerdere redenen. De eerste is dat ik een groep in weinig tijd fysiek op poten kan zetten. Op dat vlak hebben we het seizoen als beste ploeg beëindigd. In alle aspecten: intensiteit, pressing, afgelegde kilometers... Ik kan u vertellen dat die fysieke paraatheid er niet was toen ik in Monaco begon. Maar ik herhaal: niet dat ik daar zoveel verdienste aan heb. We hebben een heel goede staf op het vlak van performance en we hebben heel goed samengewerkt. 'Daarnaast had de club voor mij gekozen omdat ze wisten dat ik met jongeren kan werken en tegelijkertijd toch resultaten behaal. Het was dan ook heel belangrijk dat alle leden van de staf zich konden vinden in mijn filosofie. En tenslotte wilde de club een trainer die een goede groepsgeest kan smeden. De mix van culturen moest nog aanslaan. Om een goede teamspirit te krijgen, moet je de spelers met elkaar verbinden. Daarvoor moet je de karakters kennen, van elke speler afzonderlijk. Er steekt veel diversiteit in de ploeg: Fransen, Duitsers, Nederlanders, Zuid-Amerikanen, Afrikanen. Die kan je niet allemaal op dezelfde manier behandelen, je heb een individuele benadering nodig. Wat een Fransman vertrouwen geeft, kan net het vertrouwen van een Zuid-Amerikaan ondermijnen. Als je daar niet mee kan jongleren, ben je dood. Het mentale is in het voetbal soms het belangrijkste.' Is dat een werk op dagelijkse basis? CLEMENT: 'In België gaan ze verwonderd opkijken wanneer ze dit horen, maar ze waren hier verbaasd toen ik activiteiten voor teambuilding voorstelde. En daar werden niet alleen de spelers bij betrokken, maar het voltallige personeel dat rond een club draait: de veiligheidsdiensten, de administratie, iedereen. We hebben paintball gedaan, en barbecues georganiseerd. Dingen die ik overal heb gedaan, maar die ze hier niet deden. Daarnaast ontbraken er nog enkele details aan het nieuwe trainingscentrum. Ik heb basketbalringen laten installeren, en pingpongtafels en tafelvoetbal. Dat werd gewaardeerd. Maar het allerbelangrijkste blijven de individuele gesprekken met de spelers.' Op 48-jarige leeftijd en met drie opeenvolgende titels op zak België verlaten om naar Monaco te trekken, wat toen een Franse middenmoter was: op papier was dat geen evidente keuze. Was het de tot dusver grootste uitdaging van uw carrière? CLEMENT: 'Eerlijk gezegd, nee. Ik voelde veel meer druk toen ik Genk inwisselde voor Brugge. Ik was met Genk kampioen geworden en ik keerde terug naar mijn vroegere club. Dat was gevaarlijk. In Brugge kenden ze me als speler, daarna als jeugdtrainer en tenslotte als assistent-trainer van het eerste elftal. En nu stapte ik daar binnen als T1. Het was belangrijk om me te doen gelden. Het is niet evident om baas te worden in een club waar je zoveel jaren in de schaduw hebt gefunctioneerd. Ergens moest ik me doen respecteren. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat het mogelijk was, maar het was toch een fameuze uitdaging.' Hoe moeilijk was de aanpassing aan het leven in Monaco? CLEMENT: 'Ik ben niet iemand die graag onderstreept wat er niet gaat. Of die lang blijft stilstaan bij ingewikkelde zaken. Maar natuurlijk was het in het begin niet gemakkelijk. Ik ben vertrokken zonder mijn vrouw en mijn kinderen, ik moest een appartement zoeken, het bemeubelen... Als je tot elf uur 's avonds werkt, heb je geen zin om helemaal alleen thuis te komen en een IKEA-meubel te monteren. Dat is nochtans was ik heb gedaan. Voetbal heeft niet alleen zijn glamoureuze kant. Al blijf ik daar positief bij. Ik heb van mijn passie mijn job gemaakt, wat zou ik dan klagen? Soms mis ik mijn familie en mijn vrienden. Maar ik besef ook: dit is een passage in mijn leven. En als ik nu hard werk, dan is het ook om later meer tijd met hen door te brengen.' Intussen ligt er opnieuw druk op u. U moet de ploeg klaarstomen voor de derde voorronde van de Champions League. Volgens de laatste berichten hebt u de opvolger voor Aurélien Tchouaméni nog niet gevonden. Of kan dat Eliot Matazo zijn? CLEMENT: 'Dat kan maar die jongen is nog maar 20 jaar. Toen Aurélien 20 jaar was, was hij ook nog niet klaar om titularis te zijn. Toch niet voor een heel seizoen met om de drie dagen een wedstrijd. Hetzelfde geldt voor Eliot. Hij heeft het talent, we moeten nu de tijd nemen om het te ontwikkelen. Over drie of zes maanden kan hij misschien tot de opvolger van Tchouaméni uitgroeien, maar momenteel is hij nog niet klaar om hem voor een heel seizoen te vervangen.' Takumi Minamino was deze zomer de eerste grote versterking voor Monaco. Hij komt over van Liverpool. Is het om met dergelijke spelers te werken dat u de stap naar Monaco hebt gezet? CLEMENT: 'Het niveau ligt hoger in Monaco, dat is waar. Maar zo denk ik niet. Zo groot zijn de verschillen niet tussen Monaco en Brugge. Wat, los van de structuur, wel verschilt is dat er in de Belgische competitie geen spelers van het gehalte van Wissam Ben Yedder rondlopen. In de verhouding talent/ervaring van de individuele spelers moet België onderdoen omdat de Belgische clubs hun beste spelers op termijn niet kunnen houden. Maar inderdaad, als trainer met zulke afgewerkte producten als Wissam kunnen werken, dat is behoorlijk stimulerend. Een ander verschil is dat de technische staf veel groter is dan in België. 'Voor de rest denk ik niet dat ik in de manier van coachen een andere trainer zou zijn mocht ik op de bank van Liverpool of Manchester City zitten.' Op de een of andere dag, misschien al met Kerstmis, wordt er in België uitgekeken naar een nieuwe bondscoach. De nationale ploeg leiden is voor veel trainers een oude droom. Ook voor u? CLEMENT: 'Dat zou op een moment een ambitie kunnen zijn. Maar nu niet. Ik wil op dagelijkse basis blijven werken, met mijn staf en mijn spelers. Ik zou niet het geduld hebben om vandaag de job van bondscoach te doen. Ik heb nog te veel energie. (lacht) Ik wil daarmee niet zeggen dat Roberto Martínez geen energie heeft. Het is gewoon een ander leven.'