'Mijn appartement is gelegen tussen de bossen en de velden', had Roel Moors vooraf gewhatsappt. Dat blijkt ook, wanneer we het centrum van Bamberg buitenrijden en tien kilometer verder in het gehucht Fensdorf terechtkomen, te midden van het groen. Daar woont Moors sinds afgelopen zomer op het gelijkvloers van een huis waar amper een levende ziel passeert - op de eigenaar na.
...

'Mijn appartement is gelegen tussen de bossen en de velden', had Roel Moors vooraf gewhatsappt. Dat blijkt ook, wanneer we het centrum van Bamberg buitenrijden en tien kilometer verder in het gehucht Fensdorf terechtkomen, te midden van het groen. Daar woont Moors sinds afgelopen zomer op het gelijkvloers van een huis waar amper een levende ziel passeert - op de eigenaar na. Een sacrale stilte op het platteland die hij verkoos boven een woning in Bamberg, een stad van ruim 70.000 inwoners, bekend om zijn prachtige historische centrum, pronkend op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Als Lierenaar is hij weliswaar een stadsmens, maar zonder vriendenkring en gezin in de buurt is dit de ideale plaats om zich alleen op het basketbal te concentreren. En om tot drie keer per week goed tien kilometer te gaan lopen. 'Even het hoofd vrijmaken, ik heb dat nodig. En ik blijf een sportman pur sang, hé', lacht Moors, ex-viervoudig Belgisch Speler van het Jaar.Het afgelegen huis met ruime tuin, waar een robotgrasmachine het werk doet, is ook geschikt om zijn zoontje Vik (11) en dochtertje Lieke (8) buiten te laten spelen. Om de drie weken, van woensdagnamiddag tot zaterdag/zondag, komen zij samen met zijn vrouw Miranda op bezoek. Hen meenemen naar Duitsland was immers geen optie. 'Ik wilde Vik en Lieke niet uit hun vertrouwde omgeving weghalen voor een onzeker 'avontuur'', zegt Moors, die voor het eerst sinds hij als jonge speler vijf jaar in Charleroi woonde weer op zichzelf is aangewezen. Sinds augustus heeft hij zelfs slechts twee keer de ruim zes uur durende autorit naar Lier afgelegd. Meer vrije dagen had hij niet. En ook met eindejaar zal dat beperkt blijven tot twee dagen. 'Natuurlijk mis ik mijn gezin ( op de livingkast hangt een tekening met 'papa' als bijschrift, nvdr), maar ik heb hiervoor gekozen, dus moet ik niet klagen. En met Facetime kan je ook goed contact houden.' De keuze om de Antwerp Giants, na bekerwinst en een derde plaats in de Final Four van de Champions League, te verlaten voor Bamberg heeft Moors nochtans niet vlug genomen. 'Antwerp, dat is 'mijn' club. Ik had er een speciale band met mijn staf, alle medewerkers, de supporters, de bestuursleden, in het bijzonder voorzitter Roger Roels. En had ook niet het gevoel dat mijn verhaal er ten einde liep. Integendeel, nog uitdagingen genoeg: een nieuwe ploeg bouwen, eindelijk nog eens kampioen worden...' De roep van het buitenland was voor Moors echter te groot. 'Als speler had ik, op een korte interim bij Villeurbanne na, nooit die stap kunnen zetten, wegens onder meer een (te) lang contract in Charleroi. Als coach wist ik dat nu hét moment gekomen was, na de unieke Champions Leaguecampagne met de Giants. Alleen zo beland je als Belg op de radar van buitenlandse clubs, zoals Bamberg ( dat in de kleine finale van de Final Four verloor tegen Antwerp, nvdr). Toen mijn vrouw en kinderen hun fiat gaven, heb ik de knoop doorgehakt.' Moors was dan al, na het seizoen, op sollicitatie geweest in Bamberg. Dat had eerder Leo De Rycke, sportief manager van de Antwerp Giants, aangetrokken (zie kader), maar voor dat eerste gesprek in Duitsland heeft Moors nooit met hem over een mogelijke overstap gepraat. 'Uit principe. Ik had nog een lopend contract met Antwerp, dus wilde ik het spel correct spelen, ook ten opzichte van Bamberg. Dat moest mij kiezen voor mijn kwaliteiten als coach, niet wegens mijn link met Leo.' Dat deed het bestuur van Bamberg ook, want Moors werd gekozen uit zes kandidaten. 'Hoe ik me 'verkocht' heb? Door zonder zenuwen - mijn leven/carrière hing er niet vanaf, hé - eerlijk te antwoorden op de vragen. Door mijn kijk op basketbal, op de structuur van een club duidelijk uit te leggen.' Dat bleek perfect te matchen met de nieuwe visie van de Traditionsverein die tussen 2004 en 2017 negen keer Duits landskampioen werd. Of beter de óúde visie, want na twee moeilijke jaren wilde Bamberg weer zijn identiteit van weleer oppikken: mikken op de jeugd, geen overbetaalde vedetten aantrekken, maar vedetten máken. En zo weer agressief, snel basketbal spelen, als een hecht team. Precies de succesformule die Moors bij Antwerp toegepast had. Bamberg gaf de Belg een contract van twee jaar en kocht daarvoor zelfs zijn lopende verbintenis bij de Giants af. Wijzend op veel geloof in Moors, na twee seizoenen waarin liefst vier coaches in de Regnitz-rivier gekieperd werden. Veel geduld heeft Michael Stoschek, de eigenaar van Bamberg, tevens de voorzitter van hoofdsponsor Brose Fahrzeugteile, niet. Dat schrikte Moors echter allerminst af. 'Hoe hoger je klimt, hoe rapper je ontslagen kan worden. Maar dat net dát trok me aan, die challenge, uit mijn comfortzone te moeten treden. Want als ik hier kan overleven, in een voor coaches 'moeilijke' club, dan kan dat later een springplank naar meer zijn.' Moors hééft die druk al gevoeld, al van bij het eerste gesprek met de Aufsichtsrat van Bamberg. 'Toen kreeg ik de vraag hoe ik zou reageren als ik na een nederlaag een boze mail zou krijgen. Dat is intussen al eens gebeurd, zelfs na een zege, want sommigen blijven kritisch over tactische keuzes. Daar trek ik me echter niets van aan. Nooit zal ik, om mijn vel te redden, iets doen waar ik niet achter sta. En word ik dan toch ontslagen, dan kan ik me niets verwijten.' Daar is tot dusver geen reden voor: Moors startte met zeven overwinningen op elf competitiematchen (waarvan wel twee op een rij na ons bezoek aan Bamberg) en met vier zeges op zes Champions Leaguewedstrijden. Ondanks een fel gewijzigde kern met acht nieuwe spelers, onder wie de Amerikaan Paris Lee, vorig seizoen ook bij Antwerp Giants, en de Belg Retin Obasohan. 'Het bestuur beseft ook dat de topclubs uit grootsteden, Alba Berlijn en Bayern München, met hun megabudget normaal buiten categorie zijn. Zeker nadat ons budget gehalveerd werd, gezien de verlegde focus naar de jeugd. Ik zal dus wellicht iets meer tijd krijgen om een ploeg te bouwen. En omdat de resultaten van in het begin meevielen, weliswaar met een nog grote progressiemarge, geeft me dat ook meer krediet. De eigenaar stuurde me onlangs zelfs een bericht met felicitaties, over de 'continue inspanningen en het voorbeeldige gedrag van de spelers'. Zo'n bericht is, hoorde ik, zeer uitzonderlijk.' Toch was het ook voor de controlefreak in Moors aanpassen. Met name het jongleren tussen de meningen van een veel uitgebreidere sportieve staf. 'Bij Antwerp had ik één kinesist, die tevens fysiektrainer was, en twee assistenten. Hier heb ik naast mijn assistenten ook twéé fysiektrainers, twéé individuele trainers en twee kinesisten - allemaal fulltimers. Logisch dat die in het begin wat argwanend waren voor een nieuwe, 'onbekende' coach uit een kleine competitie. En dus op hun strepen staan omdat ze hun bijdrage willen leveren.'Dat allemaal delegeren, en tegelijkertijd zelf de teugels in handen nemen was in het begin het moeilijkste. Ook omdat ik niet op tafel ga kloppen en zeggen: ík ben hier nu de baas. Neen, dat moet op een ongedwongen manier groeien. Daarom wilde ik Thomas Crab, mijn assistent van bij Antwerp, er hier ook bij. Een vertrouwenspersoon die mijn basketbalfilosofie kent, dat mee kan helpen communiceren naar de spelers en andere stafleden. Zeer belangrijk als je je moet aanpassen aan een nieuwe club en competitie. 'Een voordeel is dat ik met de meesten Engels kan praten. Ik trek intussen wel mijn plan in het Duits, maar spreek het nog niet goed genoeg om ingewikkelde zaken uit te leggen. Jean-Marie Pfaff indachtig en om misverstanden uit te sluiten houd ik het daarom voorlopig bij het Engels. Ook tegen de pers, al word ik hier heel erg afgeschermd door onze twee persverantwoordelijken - ook fulltimers trouwens. In Antwerp had ik zelfs meer rechtstreeks contact met journalisten. Hier lees ik ook geen Duitse kranten of magazines. Geen behoefte aan. Zo kan ik ook de (eventuele) druk van de media niet voelen, hé. ' Ook een drukverhogende, maar tevens stimulerende factor is de fanatieke aanhang van Bamberg, elke match met minstens 4000 abonnees trouw op post. Niet toevallig wordt de stad ook Freak City genoemd en de 6150 zitjes tellende Brose Arena der Frankenhölle. Een hel waar de leden van de talrijke supportersclubs (waarvan zelfs de grootste in Duitsland) de Sektion Südblock elke keer omtoveren in een Rote Wand, allen getooid in rode T-shirts, zwaaiend met vlaggen, kloppend op trommels, zich de hele wedstrijd schor schreeuwend. Zoals we, de avond voor het interview met Roel Moors, ook zelf ervaren, in het Champions Leagueduel tegen het Griekse Peristeri. Opzwepende muziek of deuntjes? Niet nodig, want de Bambergfans zwijgen geen seconde. Ook in de hoofdtribunes staat iedereen in de laatste spannende minuten recht op de banken, de thuisploeg naar een nipte 72-69-zege stuwend. Na een nochtans weinig hoogstaande wedstrijd, maar waarin de Bambergspelers er wél hun kop voor legden, en meelevend van op de bank duidelijk een hechte ploeg vormen. 'Vorig seizoen hadden we deze match verloren, want toen hadden we geen team. Die chemistry heeft Moors er nu al ingeslepen', prijst Jochen Kiel, de vaste trommelaar in de Sektion Südblock. Voor de Belgische coach, voor wie teamspirit de Heilige Graal is, het mooiste compliment. Van een kennerspubliek dat echter ook veeleisend is. Zo ervoer Moors al afgelopen zomer, tijdens een traditionele supportersavond, waarvoor hij speciaal naar Bamberg reisde. 'In een pokkehete, volgepakte zaal met 250 man moest ik plaatsnemen op een podium en konden de fans hun kritische vragen afvuren, allemaal netjes voorbereid op papier. Dan voel je meteen: dit is geen gewone club. Basketbal is hier een religie, in een stad zonder grote voetbalploeg. Zelfs de sponsors leven passioneel mee, merkte ik onlangs tijdens een rondetafelgesprek in een poepchic kasteel. 'Daar heb ik, net als aan de fans, uitgelegd dat ik naar eer en geweten keuzes maak, vóór de jeugd, niet tégen oudere spelers. Gewoon mezelf gebleven ook. Daarmee raak je het verst.' Zichzelf zijn, dat gaat bij Roel Moors, zo merken we tijdens de CL-match tegen Peristeri, niet gepaard met heftige emoties. Die kanaliseren noemde hij vijf jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine nochtans zijn grootste uitdaging, toen de Lierenaar stopte als speler en als assistent-coach begon bij Antwerp Giants. Dat lijkt nu geen probleem: opvallend kalm en gefocust geeft hij richtlijnen aan zijn spelers, 'klaagt' hij beleefd tegen de refs. 'Ik líjk misschien rustig, maar binnenin voel ik me zo niet', lacht Moors. 'Toch probeer ik op een normale manier met de arbiters te praten. Als je bij elke beslissing door het lint gaat, trekken zij een muur op. Hetzelfde met mijn spelers: wat hebben zij eraan als ik wild gesticuleer en roep langs het veld? Al ben ik tijdens een time-out wel to the point, rechtstreeks gericht tegen een speler. Niet: 'Wij moeten dit.' Neen: 'Jíj moet meer dat.' Van mij mag een speler dan zelfs emotioneel reageren. Zolang hij maar antwoordt op het terrein.' Veel emoties toont Moors ook niet na de nochtans hard bevochten zege tegen Peristeri. 'Euforisch ben ik zelden, alleen bij 'grote' momenten. Ik was wel blij en opgelucht, maar dacht al direct aan de verbeterpunten. En dat waren er nogal wat. Zoals ik ook altijd kritisch ben voor mezelf, nooit excuses zoek na een verkeerde beslissing. Ik geef dat zelfs toe tegen mijn spelers. Je mag als coach geen schrik hebben om je tegen hen kwetsbaar op te stellen. Niemand is foutloos, al moet je er wel naar streven.' Perfectionisme dat Moors soms verhindert om een zege intens te savoureren. 'Ook als speler was mijn motto: blijf niet teren op gisteren, kijk meteen uit naar morgen. En als coach kan ik, gezien ons superdruk schema, me nog minder permitteren om na te genieten.' Een nederlaag houdt de Antwerpenaar daarentegen wel lang(er) bezig. 'Voor ik ga slapen, bekijk ik vaak nog de match, als verwerkingsproces. Soms neem ik dan ook een slaappilletje. Maar zelfs dan schiet ik soms wakker, zoals vorige zondag, na het verlies tegen Ulm. Om vier uur heb ik toen in mijn bed ons lamentabele vierde quarter afgespeeld. Ik móést weten waar het verkeerd was gelopen. Pas als we opnieuw winnen kan ik dat proces helemaal afsluiten. Tot dan ben ik niet de aangenaamste mens, maar dat slechte humeur kunnen mijn gezin en spelers intussen wel plaatsen. Mijn grootste voldoening haal ik meer uit een héél seizoen. Hoe krijg ik mijn spelers over zo'n lange periode mee in mijn verhaal?' Met dat verhaal wil Moors minstens tot eind volgend seizoen bestuur, fans en spelers van Bamberg begeesteren. Met de stille, verre droom om ooit een stapje hoger te zetten, richting de strafste Europese basketbalcompetitie, de Liga ACB in Spanje. 'Rechtstreeks vanuit België naar Spanje trekken is als coach uitgesloten. Via Duitsland kan dat wel, maar dan moet ik in Bamberg wel slagen. Echt 'dromen' doe ik dus niet, ik concentreer me alléén hier op. Dat is al moeilijk genoeg.' ( lacht)