Regen en wind geselen Aldeneik, een gehucht van Maaseik waar de Maas met de Nederlandse grens flirt. In het centrum kijkt de toren van de Sint-Annakerk neer op de Maasvallei, op de zuidoosterhelling profiteert de familie Henckens-Linssen van het microklimaat en de unieke bodemstructuur. De exclusieve en bekroonde flessen van het Wijndomein Aldeneyck vinden vlotjes hun weg naar de betere eethuizen en getuigen - volgens kenners - van passie en vakmanschap, twee eigenschappen die ook Vital Heynen markeren.
...

Regen en wind geselen Aldeneik, een gehucht van Maaseik waar de Maas met de Nederlandse grens flirt. In het centrum kijkt de toren van de Sint-Annakerk neer op de Maasvallei, op de zuidoosterhelling profiteert de familie Henckens-Linssen van het microklimaat en de unieke bodemstructuur. De exclusieve en bekroonde flessen van het Wijndomein Aldeneyck vinden vlotjes hun weg naar de betere eethuizen en getuigen - volgens kenners - van passie en vakmanschap, twee eigenschappen die ook Vital Heynen markeren. Voor de Aldeneyck Pinot Blanc of Noir is het nog te vroeg, maar na een flinke ochtendwandeling laat de volleybalcoach zich gewillig een koffie serveren. 'Ik houd van grootmoeders wijsheden: ga een uurtje buiten en je keert met een ander gevoel terug. Dat doe ik al mijn hele leven, maar als coach nog veel meer. In Friedrichshafen heb ik twee assistenten en raak ik geen bal meer aan.' Mevrouw Heynen en de dochters trekken zich terug in de keuken, terwijl haar man met het melkkannetje sukkelt. 'Ik mors altijd.' Hij lacht. Vijf dagen na mekaar in Limburg, het is een eeuwigheid geleden. De zomer met de Red Dragons - zevende plaats in de World League en net geen EK-brons - was lang en slopend, maar Friedrichshafen wachtte niet. Nu lijkt hij ontspannen. Even geen volleybal. Verkeerd. 'Gisteren zat ik in de zetel op twee schermen naar matchen te kijken. Live, want als je de uitslag al weet, dan kijk je als coach. Saai.' Hij herinnert zich een gesprek met de grote baas van Zeppelin, een van de hoofdsponsors van de club. 'De man vroeg me wat ik op een vrije dag deed. 'Sorry, ik kan daar niet op antwoorden.' Ik vertelde hem dat ik op zondag, wanneer ik niet op de club moet zijn, naar vier of vijf matchen kijk. Als liefhebber. Hij begreep me. 'Als ik vrij ben, dan lees ik een boek over management. Zeppelin is zíjn passie.'Vital Heynen is een buitenbeentje, van wie het Reiss Profile, een persoonlijke motivatietest, drie opvallende karaktertrekken blootlegde: dominant, hyperactief en chaotisch. 'In Duitsland is alles perfect georganiseerd, terwijl ik van chaos houd. Een fantastische combinatie', lacht Heynen, die als coach van de Duitse nationale ploeg ooit 700 kilometer afmaalde voor een gesprek met een kandidaat-scouter, maar afknapte op de man zijn... auto. Een warboel. Twee chaoten samen, zo vond hij, was niet werkbaar. 'Ik functioneer heel goed in chaotische situaties. En coachen ís chaos. Je hebt niets onder controle, maar ik heb nooit het gevoel dat ik daar ongemakkelijk van word. Eens de match bezig is, zit ik in een flow.' Zoals begin vorige maand, toen hij tijdens een vrij weekend de ploeg van zijn dochter Jade (As B) naar de eerste overwinning van het seizoen coachte. Een grappig beeld: de coach van de Red Dragons én Friedrichshafen, aan de zijlijn van een dameswedstrijd in de tweede divisie. 'Als ik thuis ben en ze vragen om wat training te geven, waarom zou ik dat niet doen? Mijn vrouw zei achteraf wie er in de tribune zat, maar ik heb niemand gezien. Eenmaal de match begint, zoek ik naar oplossingen. Dat is een van mijn kwaliteiten: zelfs in een ploeg die ik totaal niet ken, toch in die match kunnen opgaan. Uitleven. Weet je wat het grote verschil is tussen een trainer en zijn spelers? Zij kunnen dagen genieten, ik amper 30 seconden. Coachen brengt nooit hetzelfde geluk, tenzij je iets groots of uitzonderlijks realiseert. Toen we met Duitsland op het WK brons pakten, de eerste medaille in bijna 50 jaar, zaten de spelers te wenen van blijdschap. Mijn geluk heeft één avond geduurd.' Heb je het zo moeilijk om te genieten? Vital Heynen: 'Neen, maar ik ben vrij snel bezig met de volgende stap. Ik zal die dag, 21 september 2014, nooit vergeten. Drie uur in de namiddag, 3-0 tegen Frankrijk, maar 's avonds heb ik een negatieve speech gegeven. Waarom? Ze waren te blij. 'Coach, we hebben toch brons?' De zomer daarop hebben we niets gepresteerd. De spelers misten de drive en konden de knop niet omdraaien. Johan Cruijff had gelijk: elk voordeel heeft zijn nadeel.' Is dat niet het verschil tussen de subtop en de top, die op elk kampioenschap presteert? Heynen: 'De voetballers van de Duitse nationale ploeg weten dat ze elke vier jaar wereldkampioen moeten worden. De volleyballers van Rusland of Servië, toplanden, krijgen in hun opvoeding mee dat ze medailles moeten halen. Net zoals de Amerikanen, die alleen maar tevreden zijn als ze goud halen. Toen wij met België zevende werden in de World League, zag ik een stuk tevredenheid, terwijl een Amerikaan dan ontgoocheld zou zijn. Winnen zit daar zo ingedramd...Die cultuur moet je creëren. Toen ik in 2016 trainer werd in Friedrichshafen en we meteen de supercup pakten, was het een groot feest. We wonnen de supercup ook dit seizoen, maar er werd al veel minder gefeest. De nieuwe jongens merkten: hier mag je niet verliezen. Die mentaliteit moet je hebben, maar in een klein volleyballand is dat niet vanzelfsprekend. 'Van alle Red Dragons speelt alleen Sam Deroo bij een topclub (Kedzierzyn-Kozle, kampioen van Polen, nvdr). De andere jongens zitten misschien wel in een grote competitie, maar bij kleinere clubs. Dát is ons probleem. We moeten meer spelers hebben in de topclubs, waar een cultuur van winnen heerst. Het was geen gemakkelijke zomer, maar we werden toch vierde op het EK. Toen ik vorig jaar bondscoach werd, zei ik dat we voor een medaille gingen. Niemand geloofde mij, nu blijkt het plots wel mogelijk.' Wat was het plan toen je in 2005 stopte als speler? Heynen: 'Een sabbatjaar nemen en nadenken wat ik in de toekomst zou doen. Ik was niet overtuigd om coach te worden. Ik vond dat saai en wilde een echte job. 'Welke trainingen ga ik geven?' Ik was een paar maanden assistent van Anders Kristiansson (Zweedse ex-coach van Maaseik, nvdr),maar dat lag me totaal niet. Ik kan niet zwijgen, hé... Ik wilde loyaal zijn aan de hoofdcoach en voerde uit wat hij vroeg, maar zo kan ik niet functioneren. Ik was toen ook nog coach van Eisden, een eerstenationaler, waar ik wél plezier aan beleefde, en vroeg aan het bestuur van Noliko of ze mijn contract wilden ontbinden. Drie weken erna stelden ze mij als hoofdcoach aan. (lacht) 'Twee dagen voor de match in Düren, dat een paar weken ervoor in Maaseik had gewonnen, brak hun eerste spelverdeler een vinger. 0/3 op een uur tijd, ik was meteen een topcoach. Dat geluk heb je nodig. Een coach met veel geluk is een goede coach, maar een goede coach hééft ook veel geluk. Ik ben veel liever coach dan speler, al had ik toen nooit verwacht dat ik zo lang zou coachen. 'Een van mijn basisboeken is Drive van Daniel Pink, over doelstellingen en autonomie van spelers, die zélf hun doelen - in het volleybal en het leven - moeten bepalen. Een voorzitter mag roepen dat hij kampioen wil worden, maar als een speler zegt dat hij tevreden is met een derde plaats, dan heb je een probleem.' Je spelers mogen zelf bepalen wanneer ze trainen. Waarom? Heynen: 'In 2008 pakten we met Maaseik titel, beker én zilver op de CEV Cup. Een geweldige seizoen. Dácht ik, want na de individuele gesprekken met de spelers bleken er slechts 5 van de 13 tevreden. Vijf, hé! Dat was een zware ontgoocheling. De jongens die niet starten, zijn sowieso ongelukkig, Bert Derkoningen vond dat ik hem te hard had aangepakt en mijn kapitein, Georg Wiebel, was kwaad omdat ik hem in de beslissende match tegen Roeselare had vervangen. Toen besefte ik dat ik de aandacht van het team naar het individu moest verleggen. 'Onderzoek heeft aangetoond dat mensen beter functioneren als ze zelf beslissingen kunnen nemen. Met flexibele trainingstijden geef ik ze die vrijheid. Als we 's morgens met drie of vier spelers samenkomen om individueel te trainen, dan vraag ik wat ze willen doen. Of: 'Geen zin om te trainen vandaag? Ga dan maar naar huis.'' Ben je een vriend van de spelers? Heynen: 'Ik ben betrokken, maar zeker geen vriend. Eerder een oudere broer dan een vader. En zeker geen lieve opa. (lacht) Ik ben absoluut niet lief. Veeleisend, net als voor onze hond. Als ik hem iets wil bijbrengen, dan mag ik ook niet lief zijn. Wanneer ik met mijn spelers voor de eerste keer samenzit, dan zeg ik dat we ruzie zullen maken. 'Met mij niet, trainer.' Maar meestal duurt het geen twee maanden. (lacht) 'Ik ben niet dwingend, ik geef aan hoe ze moeten werken en leven. Als ik iemand beter in de groep laat functioneren, dan heb ik hem én de groep geholpen. Ik wil mensen zien vooruitgaan, op alle vlakken. Voor Christian Fromm, een van mijn spelers van de Duitse nationale ploeg, heb ik via Twitter een vriendin gezocht. (Heynen schreef dat alle spelers een vriendin hadden, met uitzondering van Fromm. 'Hij is lief en vriendelijk. Kan iemand mij helpen?', nvdr) Hij is inmiddels getrouwd met Maren Brinker, een speelster van de nationale ploeg. Geweldig, toch?' Gaat dat niet heel erg ver? Heynen: 'Bij Friedrichshafen hebben we een vrouwelijke manager, Gesa Katz, van wie de spelers vonden dat we voor haar een man moesten vinden. Een maand erna had ze een vriend. Daarmee gaven we als een groep een signaal: we steunen jou. Net zoals Fromm zich door iedereen gesteund voelde. Een vriendin zorgt voor stabiliteit, met een kind word je een echte man én verantwoordelijker. Met vaders heb je weinig problemen. 'Ik ben met van alles - de speaker, de toeschouwers, de vipruimte... - bezig. In Duitsland heb ik een lijst van alle namen van spelersvrouwen en de kinderen, met de geboortedata. De directe omgeving heeft een grote impact op een speler. Toen we met de nationale ploeg in Maaseik trainden, heb ik alle vrouwen van de internationals thuis uitgenodigd om samen iets te eten. Zij moeten weten wie de coach is, terwijl ik achteraf wist hoe zij in elkaar staken. Coaching is een heel breed verhaal, waarin de training slechts een klein onderdeel is.' Hoe zet je een ploeg naar je hand? Heynen: 'Ik houd van ploegen die in de problemen zitten. Waarom zou ik naar een club gaan die goed functioneert? Wat kan ik daar veranderen? Ik moest ooit eens spreken op de voetbalbond, waar 600 trainers aanwezig waren. Ik vroeg: 'Wie vindt de uitspraak never change a winning team goed'? Toen alle handen in de lucht gingen, riep ik dat dat het een klote-uitspraak was. Je moet wisselen voor je verliest. 'Mijn familie is niet altijd even blij met mijn keuzes, maar in het leven wil je iets bereiken. Als je een half uur na de titelmatch tegen Roeselare thuis in de zetel naar tv zit te kijken, dan is het werk geworden. 'Is dit wat ik wil doen?' Ik ben overal vertrokken voor ik het te lang vond, omdat ik de gewenning voor wil zijn. Ik had vijf geweldige jaren met de Duitse nationale ploeg en kon gemakkelijk voor vier jaar bijtekenen, maar mijn gevoel zei dat het genoeg was. 'Toen ik vorig seizoen bij Friedrichshafen begon, heb ik mijn manier van werken meteen kunnen doordrukken. Waarom? Vroeger was ik de coach van Maaseik die een paar keer kampioen was geworden, daar werd ik bekeken als de trainer die Duitsland naar brons op het WK leidde. Ik denk niet dat ik veel veranderd ben, maar de manier waarop anderen naar mij kijken, is wél anders. Mensen zijn te lief voor mij en hebben veel meer schrik om tegen mij in te gaan.' Hoe ga je met moeilijke spelers om? Heynen: 'Ik ben goed met moeilijke mensen, wellicht omdat ik als kind ook niet gemakkelijk was. Een lastig manneke... Maar die speciallekes zijn meestal ook zij die over iets nadenken. Als je die meekrijgt, dan heb je ze allemaal mee. In de kleedkamer heb je persoonlijkheden nodig die de groep sturen. Bij de nationale ploeg gaf ik alle spelers een blad waarop zeven cirkels stonden getekend: wie zij belangrijk vonden, moesten ze centraal plaatsen. De voor hen minder belangrijke spelers stonden in de periferie. Daarvan hebben we een gemiddelde berekend en de totalen uitgehangen. Ik had niets gedaan, het was de groep die Sam Deroo, Gert Van Walle en Ruben Van Hirtum centraal plaatste. 'Heel interessant, want ik kon meteen vergelijken of de plaats die spelers aan zichzelf gaven overeenstemde met de plaats die ze van de groep kregen. Als een speler van zichzelf denkt dat hij centraal staat, maar door de anderen in de rand wordt geplaatst, dan is er een probleem. Met die resultaten moedig ik ze aan om verantwoordelijkheid op te nemen. Alles is te leren. Wie in de periferie staat, denkt: 'Zij zullen wel winnen of verliezen.' De spelers aan de binnenkant, zeggen: 'Dit is mijn team.' Na een jaar zijn alle spelers naar het centrum opgeschoven, wat mee de goede prestaties verklaart.' Is geld een drijfveer? Heynen: 'Totaal niet. Ik doe alleen dingen die ik graag doe. Mag ik je een levensles meegeven? Als je ergens niet graag bent, verknoei je tijd niet en vertrek. Ik ben heel slecht in het opmaken van contracten. Toen ik bondscoach in Duitsland kon worden, wilde ik meteen naar Frankfurt rijden... Uiteindelijk heb ik pas een week erna getekend, maar toen ik thuis kwam, besefte ik dat ik mijn contract daar vergeten was. 'Laat maar liggen.' 'Ik ben ooit zelf vertrokken in Ankara, nadat iedereen - van de secretaresse tot de manager - werd ontslagen. Ik kon blijven, maar dat kon ik niet maken. Zonder dikkenekkerig te willen zijn: ik heb niet zo'n probleem om een job te vinden. Al komt er misschien een dag dat dat niet meer het geval is.' Zou je zonder volleybal kunnen? Heynen: 'Ja, maar niet zonder werk. Ik moet een passie hebben. Ik heb altijd gezegd dat ik in 2020 zou stoppen als volleybalcoach, die datum komt steeds dichterbij. Ik zou nog graag eens een vrouwenploeg trainen, maar ook werken in een andere sporttak vind ik een enorme uitdaging. Toon Gerbrands coachte de Nederlandse mannen in 1997 naar de Europese titel, werd manager van een schaatsploeg en is nu algemeen directeur van PSV. In Duitsland worden alle topcoaches van andere sporten door de voetbalbond binnengehaald. Mocht ik ooit de kans krijgen om in het voetbal, een conservatief wereldje, een rol te spelen...'