Je kon voor of tegen hem zijn, maar George Kessler liet niemand onberoerd. Overal waar hij kwam, drukte hij een stempel op de club. Zijn zucht naar een bijna extreme vorm van organisatie liep als een rode draad door zijn carrière en duwde zijn andere kwaliteiten naar de achtergrond. Kessler heeft zijn inbreng in de clubs die hij trainde altijd in fraaie bewoordingen omschreven: hij organiseerde en stimuleerde, hij boetseerde en corrigeerde. Op een zeer directe manier.
...

Je kon voor of tegen hem zijn, maar George Kessler liet niemand onberoerd. Overal waar hij kwam, drukte hij een stempel op de club. Zijn zucht naar een bijna extreme vorm van organisatie liep als een rode draad door zijn carrière en duwde zijn andere kwaliteiten naar de achtergrond. Kessler heeft zijn inbreng in de clubs die hij trainde altijd in fraaie bewoordingen omschreven: hij organiseerde en stimuleerde, hij boetseerde en corrigeerde. Op een zeer directe manier. Ontelbare keren hebben we Kessler geïnterviewd. Heel vaak in een deftig restaurant. Kessler nam altijd alle tijd om zijn verhaal te doen. Hij ontving je steeds in stijl. We herinneren ons een reportage op het einde van zijn trainerscarrière, in november 1991, toen de Nederlandse Duitser zich aan Fortuna Sittard had gebonden. Een ploeg beneden zijn niveau, wist hij, want waar was hij als trainer niet overal neergestreken? Bondscoach van Nederland, Sparta Rotterdam, Anderlecht, PEC Zwolle, Wacker Innsbruck, AZ, Club Brugge, Olympiacos Piraeus, FC Köln, Antwerp en Standard. En nu dus Fortuna Sittard. Het was ook een emotionele beslissing van een rationeel denkende man. Want in Sittard werd Kessler geboren, daar sleet hij zijn jeugd. Dus liet hij eerst even de accommodatie van de club zien. Hij stapte pontificaal door het stadion, af en toe halt houdend bij aan de muur opgehangen foto's uit vroegere tijden. Alsof hij met zijn kennis wilde koketteren noemde hij de afgebeelde voetballers of bestuursleden stuk voor stuk met naam. Vervolgens schreed hij door het centrum van de stad. In een donkerblauw pak, lila hemd en bijpassende rood-blauwe das. We mochten hem wel, George Kessler. Steeds weer boeiend was het om naar deze gepolijst pratende en zorgvuldig zijn woorden kiezende trainer te luisteren. Natuurlijk frappeerde daarbij zijn verlangen naar herkenning en erkenning, zijn eigenliefde die nogal wat mensen stoorde. Maar daar keek je doorheen. Kessler slaagde erin de interesse voor zijn persoon meer dan dertig jaar levendig te houden. Hij botste als bondscoach met Johan Cruijff; hij had bij Anderlecht problemen met Paul Van Himst, die hij te weinig wereldveroveraar noemde; hij kwam bij Standard in conflict met de toenmalige manager Roger Henrotay; hij palmde bij Club Brugge het bureel in van de machtige Michel Van Maele, en zo zijn er wel meer zaken. Zoals bij FC Köln bijvoorbeeld toen de voorzitter had gevraagd om vanuit het hotel met de spelersbus mee te rijden naar het stadion. Dat mocht. Alleen was de man één minuut te laat, hij stond in de deuropening van het hotel en kwam de trap afgestormd. Jammer voor hem, maar het was te laat. Dus zei Kessler tegen de chauffeur van de bus: ' Abfahren. ' Uren en uren praatte hij op die dag in Sittard over zijn carrière die op dat moment bijna afgelopen was. Kessler wist dat hij meer als organisator dan als trainer werd neergezet, maar dat bleek hem niet te storen. Hij had, zei hij, veel trainers opgeleid. Theoretisch en praktisch. En hij was, benadrukte hij, in wezen zijn tijd ver vooruit. Kessler omschreef zichzelf als een trainer die speelde met oefenstof, die als het ware oefenstof kneedde, die spelers methodisch vormde, zonder dat ze daarbij merkten dat hij het woord methodiek in de mond nam. En hij vertelde onder meer over zijn periode bij het Nederlandse AZ toen hij met twee spitsen en een dubbele bezetting van de vleugels aantrad. Dat was ongebruikelijk in die tijd. Maar, sprak Kessler, hij voelde nooit de behoefte om die kennis te etaleren. George Kessler karakteriseerde zichzelf als een trainer die hield van de schoonheid van het spel. Hij wilde niet alleen winnen, hij wilde winnen met mooi voetbal. Bij AZ waren de acties zo oogstrelend dat hij geregeld van de bank opsprong om te applaudisseren. AZ speelde matchen waarin het tempo constant werd geregeld. Im vollem Umfang, zei Kessler die er al eens graag wat Duitse uitdrukkingen tussen gooide. In wezen, zei Kessler, was hij altijd eenvoudig gebleven, dat werd hem thuis bijgebracht. Hij heeft altijd iedereen willen helpen. Daarom voelde hij zich ook zo goed in dit vak: trainen is uiteindelijk ook helpen.