Met zijn 36 jaar is Davy De fauw een van de oudere spelers in het betaald voetbal. Aan stoppen wil de verdediger echter voorlopig niet denken. 'Ik heb nog altijd het gevoel dat ik het te fel ga missen als ik nu zou stoppen. Ik voel me ook gewoon fysiek nog goed. Ik merk wel dat ik na vrije dagen moeilijker op gang kom. Na een of twee dagen niks doen, is de eerste training gew...

Met zijn 36 jaar is Davy De fauw een van de oudere spelers in het betaald voetbal. Aan stoppen wil de verdediger echter voorlopig niet denken. 'Ik heb nog altijd het gevoel dat ik het te fel ga missen als ik nu zou stoppen. Ik voel me ook gewoon fysiek nog goed. Ik merk wel dat ik na vrije dagen moeilijker op gang kom. Na een of twee dagen niks doen, is de eerste training gewoon overleven. Maar zolang ik fit blijf, het niveau aankan en ik teleurgesteld ben als ik op de bank zit, blijf ik voetballen. De keer dat ik me er allemaal bij neerleg, weet ik dat het genoeg is geweest. Ik blijf niet voetballen om te voetballen, dat kan ik niet.' Bij de vraag of hij na zijn carrière trainer wil worden, grijnst De fauw. 'Ik ben ervan overtuigd dat ik een trainer of assistent-trainer kan worden. Ik zie het spelletje, kan voor een groep staan en ik voel de teamprocessen aan. Maar ik sta niet te springen om die trainerscursus te doen. Ik heb UEFA B al gedaan, maar ik ben het niet eens met hoe ze die opleiding geven in de bond om het vereiste diploma te halen. Ik kan niet mee in het verhaal dat ze brengen. Zij gaan uit van een visie waarmee ik het niet helemaal eens ben. Een voorbeeld: je moet de training opmaken in positievorm, wedstrijdvorm, positievorm en weer wedstrijdvorm. Maar zo gáát dat in de praktijk niet. Wij doen een opwarming, passing, positie- en wedstrijdvorm. Klaar. Maar dan zeggen ze: 'We willen het zo en je doet er later maar mee wat je wilt.' Vervolgens is er bijna niemand die het gebruikt. Als ik niet mee kan in het verhaal, als het geen doel heeft, niet zinvol is, dan kan ik mezelf er niet toe krijgen dat doel te halen. Zoiets vreet aan mij. Dat gaat tegen alles in waar ik voor sta. Dat is mijn koppigheid, hé. Ik wil daarin geen concessies doen. Een sterk individu? Dat zal best. Maar dat is lastig in deze maatschappij, hé. Kuddedieren, hé. En dat haat ik.'