Die ochtend verlaten de laatste supporters van Zenit Sint-Petersburg licht euforisch hotel Porto Antas, op een steenworp van het moderne Estadio do Dragão (Drakenstadion) waar FC Porto anderhalve dag eerder uit de Champions League gewipt werd door Nicolas Lombaerts en co. Meteen loert een nieuwe crisis om de hoek bij de Portugese landskampioen, waar trainer Vito Pereira flink onder vuur ligt. "Nu moeten we net als vorig jaar de Europa League winnen", zucht de receptionist van het hotel.

Crisis wordt het ook in Portugal zelf, waar vanaf volgend jaar elke Portugees een half uur per dag langer moet werken en waar de feestdag ter gelegenheid van de onafhankelijkheid van Spanje (in 1640) afgeschaft wordt.

Maar op het eerste zicht oogt Portugals tweede grootste stad (216.000 inwoners, Lissabon heeft er 480.000) rustig en mooi, geprangd tussen de Atlantische Oceaan en de Rio Douro (Gouden Rivier). Steven Defour komt zijn bezoek uit België ophalen, rijdt even langs zijn appartement aan zee en vervolgens naar de zuidelijke kade, met de cruiseschepen en de terrasjes met een mooi uitzicht op de oude stad aan de overkant.

Naar deze plek pleegt Defour vrienden die uit België overkomen mee te nemen. Over een paar weken verhuist hij van Gaia op de zuidelijke oever van de Douro naar de overkant. Foz do Douro, voorheen een klein vissersdorpje, is nu een trendy wijk, waar Defour het appartement van Sérgio Conceição kocht.

Voor Defour komt zijn kwetsuur erg ongelegen. Tegen Zenit startte hij voor de derde keer naeen in de basis. Hij hoopt weer fit te zijn op 8 januari, voor de topper tegen Sporting Lissabon, waar hem een duel wacht met ex-ploegmaat Oguchi Onyewu.

Wat is dat toch met jou, Steven? Gewoon pech, of moet je stilaan op zoek naar een andere engelbewaarder?

Steven Defour: "Misschien moet ik dat eens gaan doen, maar deze blessure is gewoon pech, heeft de dokter bevestigd. Het is een contactblessure, opgelopen in een duel. Dat is nu eenmaal mijn speelstijl. Met de rem op voetballen kan ik niet."

Waren APOEL Nicosia en Zenit Sint-Petersburg beter dan Porto?

"Tegen Zenit hebben we kansen genoeg gehad om het af te maken, ginder hadden we de pech dat we vroeg met tien man stonden. En APOEL was in alle wedstrijden een onwrikbaar blok. Als je maar zes wedstrijden hebt, kun je je geen enkele match permitteren waarin het tegenvalt. Zelf stond ik toch in drie van de zes wedstrijden in de Champions League in de basis."

Nummer tien

In België was je vooral verdedigende middenvelder. Waar speel je hier?

"Op de tien, eigenlijk als tweede spits, achter Hulk. Maar ik kan op alle drie de plaatsen op het middenveld spelen, heeft de trainer me gezegd. Porto hanteert altijd een 4-3-3. Dat speel ik ook liever dan 4-4-2. Met drie middenvelders kan je beter op balbezit spelen, openingen creëren, driehoekjes maken, en de flankspelers kunnen aanvallender ingesteld zijn dan met een 4-4-2."

In België was je toch bij voorkeur verdedigende middenvelder?

"Omdat het spel daar directer gaat en men bij voorkeur de lange bal gebruikt, terwijl Porto altijd voetballende oplossingen zoekt over de grond, waardoor je als nummer tien vaak aan de bal komt, veel kan bewegen en kaatsen."

Klopt het dat vorig jaar Dominique D'Onofrio jou in de voorbereiding vroeg om een rij vooruit te schuiven, waarop jij zei dat je dat niet zo zag zitten en liever op de zes speelde?

"Dat klopt. In de voorbereiding probeerden we dat toen uit, met mij meer naar voor, maar alle ballen vlogen over me heen. Daarom vroeg ik om terug te zakken."

Had je dat ook gevraagd als D'Onofrio een minder verticale aanpak had gepredikt, of als je nog met pakweg Jovanovic en Mbokani voorin had kunnen spelen?

"Voetballen begint altijd van achteruit. Voorin mag je zo veel kwaliteit hebben als je wil, als ze van achteruit de lange bal hanteren, gaat die over de hoofden van de middenvelders. In dat systeem ben je beter af met een tweede spits als Cyriac. Of ik een zes dan wel een tien ben, hangt af van het type spelers dat ik rond me heb."

Een Portugees gezegde luidt: in Braga wordt gebeden, in Coimbra gestudeerd, Lissabon toont wat het heeft en Porto werkt. Spelen jullie werkvoetbal?

"Dat cliché is meer geënt op het dagelijkse leven, hoewel dat hier erg meevalt. Men had me voorspeld dat Porto erg druk zou zijn, maar ik vind het hier naar Belgische normen erg rustig. Verder vind ik ons wel beter voetballen dan Benfica. Wij spelen op balbezit, al kunnen we ook snel omschakelen, mocht dat nodig zijn. Bij Standard speelden we vooral op balbezit onder Bölöni. Toen heb ik mijn beste voetbal gebracht. Dominique wilde dat het meteen naar voor ging, Michel ( Preud'homme, nvdr) was meer voor de snelle omschakeling."

Wat vond je op voetbalgebied het grootste verschil met België?

"Dat het hier heel snel gaat. Je moet ook altijd opletten dat je de looplijnen volgt, en weten waar en wanneer je druk moet zetten. Dat moet je toch leren, terwijl je in België meer op gevoel speelt. Ik heb in België nooit op looplijnen getraind. Michel Preud'homme liet Axel ( Witsel, nvdr), Marouane ( Fellaini, nvdr) en mij op het middenveld doen wat we wilden, op voorwaarde dat de drie posities bezet waren."

Een opmerking die vaak terugkomt bij Belgen die net naar het buitenland verhuisd zijn, is hoeveel harder er in het buitenland getraind wordt.

"Er wordt anders getraind: slechts één keer per dag, maar dan wel anderhalf uur lang aan 200 kilometer per uur. In België train je nog twee of drie dagen twee keer per dag, waarvan één keer fitness. Hier kan je ook aan fitness doen, maar dan wel op vrijwillig initiatief: voor en na de training staat er een fitnesstrainer klaar die je een programma wil maken. Op training gebeurt - behalve in de voorbereiding op het seizoen - alles met bal. Hier geen duurlopen of boslopen, terwijl we met Standard als we op zaterdag voetbalden op maandag meestal een bosloop hadden."

Wordt er veel tactisch getraind?

"Behalve de looplijnen krijgen we de dag voor de match vijf minuten videobeelden van de tegenstander. Dat is alles. Wij gaan altijd uit van de eigen sterkte. In België is men twee tot drie dagen voor een match al bezig met tactiek in functie van de tegenstander, krijg je vaak een half uur beelden van de andere ploeg, plus minstens een half uur analyse van je eigen vorige match. Misschien is het daarom dat Belgische topclubs het op verplaatsing soms zo moeilijk hebben: omdat de spelers te veel moeten denken wat ze moeten doen bij balverlies en in tal van situaties. Ook als je naar Lierse en Zulte Waregem gaat, word je volgestouwd met tactische richtlijnen."

Geen meeloper

Is de Portugese competitie sterker dan de Belgische?

"Het niveau van de topploegen - Porto, Benfica, Sporting, Braga - is hoger dan dat van de Belgische topclubs, de gewone clubs zijn niet beter dan de gewone clubs in België. De betere steken er ver bovenuit, omdat de concurrentie zo groot is dat ze eender wie uit hun kern kunnen opstellen zonder dat het spelniveau eronder lijdt. Als je een Belgische topploeg op vier plaatsen wijzigt, kan je niet hetzelfde voetbal brengen als met je basiself. De Portugese topclubs hebben een dubbele bezetting op elke positie. Om een voorbeeld te geven: wij hebben onlangs een jonge verdediger, Alexandre, gekocht. Hij kostte negen miljoen euro, een pak meer dus dan Mangala en ik. Die zit niet eens elke week in de kern. Je moet hier niet alleen moeite doen om in de basiself te geraken, maar ook om bij de achttien te horen. Spelers gaan daar enorm relaxed mee om, dat zorgt niet voor negatieve oprispingen. Niet in de pers - wij worden hier heel erg van de kranten afgeschermd - maar ook niet intern. Het kan dat je een paar weken goed bezig was en dat de trainer gewoon iemand anders op je plaats zet om tactische reden. De norm ligt hier heel hoog: hier moet je niet alleen winnen, maar ook goed voetballen. Er zit ook veel volk te kijken: 40.000 tegen 'gewone' ploegen, 52.000 voor de toppers. En bij uitwedstrijden zitten er vaak meer supporters van ons dan van de thuisploeg."

Is prof zijn hier anders dan prof zijn in België?

"De doelstellingen zijn anders. Bij Standard was het al goed als we Europees voetbal haalden, Porto moet elk jaar kampioen worden. Hier moet je per seizoen minstens één prijs pakken. Intern voel je die druk niet, het gaat er binnen de club zelfs speelser aan toe dan op Standard, waar 20 minuten voor de warming-up alle muziek uit moest. Hier staat een uur voor de aftrap de muziek in de kleedkamer nog keihard. De druk komt van buitenaf: van de kranten en van de fans. Na de bekeruitschakeling tegen Coimbra stonden de fans ons op te wachten aan het stadion. Met Standard heb ik dat ook meegemaakt, maar daar kon je nog discussiëren met de fans, hier niet. De bus werd met van alles bekogeld, we zaten twee uur vast in het stadion tot de politie het plein had vrijgemaakt."

Als je bij Standard fit was, speelde je. Hoe ga je hier om met het feit dat je geen titularissen hebt?

"Als je terechtkomt in een ploeg die alles gewonnen heeft, weet je dat het wachten wordt. Eerst moet je door je prestaties op training een plaats in de selectie afdwingen, dan hopen op een invalbeurt en daarbij zo goed presteren dat je misschien mag blijven staan. Ik had mezelf een jaar aanpassingstijd gegeven, waarin ik aan zoveel mogelijk speelminuten wou komen. Qua prestaties sta ik dus al verder dan ik vooraf inschatte. Ik dacht dat ik meer tijd nodig zou hebben om een kans te krijgen om te tonen wat ik kan, maar het ging relatief snel."

Ben je hier na vier maanden een betere voetballer geworden?

"Ja. Als je dagelijks tussen betere spelers staat, word je zelf automatisch beter. Als je maandenlang dezelfde oefeningen herhaalt, kan je op de duur blind voetballen. Bij Standard was dat anders, omdat ik daar de man was naar wie werd gekeken als het moeilijk ging. Ik moest de ploeg omhoogtrekken, en de anderen volgden. Hier moet ik de anderen volgen. Mijn doel hier is om geen meeloper te blijven, maar gaandeweg een belangrijke speler te worden, maar dan op het niveau van Porto."

Had je in België geen uitdaging meer?

"Als je elke week bij de besten bent, moet je een nieuwe uitdaging zoeken. In België ging het me soms te gemakkelijk. Als voetballer wil je toch de beste zijn op het hoogst mogelijke niveau? Of mijn limiet Standard, Porto of Real Madrid was, wist ik niet, maar ik wil het wel weten. Het had best gekund dat Porto boven mijn limiet lag, maar ik heb al gauw gevoeld dat men hier in mij gelooft."

Ben je op het juiste moment vertrokken, of had je eerder moeten weggaan bij Standard?

"Na de tweede landstitel, onder Bölöni, was ik op mijn sterkst als voetballer, maar ik wilde absoluut de Champions League spelen en met Standard kon ik dat. Alleen viel ik een week voor de eerste match geblesseerd uit."

Stel dat je niet per se die CL met Standard wilde afwerken, waar zit je dan nu?

"Everton drong toen heel erg aan, en via mijn manager wist ik dat Real me wou als Xabi Alsonso niet zou overkomen van Liverpool. Maar die ging dus wel naar Madrid."

Wat heeft die lange periode bij Standard je bijgebracht?

"De interactie tussen fans en spelers was fantastisch. Met een jonge spelersgroep hebben we stap na stap omhoog gezet en bijna alles gewonnen."

Kapiteinsband

Je bent bij Standard niet in de beste verstandhouding vertrokken. Hoe kijk je daar nu met enige afstand op terug?

"Het nieuwe bestuur zei: als je een ploeg hebt, mag je gaan. Met Lokomotiv Moskou was er een goed gesprek, tot mijn manager een telefoontje uit Porto kreeg om naar mijn situatie te informeren. Toen Porto hoorde dat Moskou me wilde, vroegen ze om nog even te wachten. Lokomotiv wilde echter een snelle beslissing en gooide er een pak geld bij, maar ik word niet graag onder druk gezet."

Als je puur voor het geld kiest, zit je nu in Moskou?

"Dat is zo. Ben ik ouder, dan teken ik direct, nu vond ik de sportieve uitdaging bij Porto interessanter: het hoort bij de acht beste clubs van Europa. Standard was door die ommekeer niet tevreden, want zij hadden al een akkoord met Moskou en konden een interessante transfersom krijgen. 'Weet je eigenlijk wat je wil?', vroeg Pierre François me. Plots werd mijn 'bon de sortie' die ze me gegeven hadden, ingetrokken. Op maandag hoorde ik dat ik vrijdag een akkoord moest hebben. Dat vond ik niet fijn. Ik had er niets op tegen om nog een half jaar bij Standard te blijven, maar ik wilde graag mijn opties openhouden."

Eerst zou je spelen tegen Zürich, maar dat ging niet door.

"Ik was een week out geweest. Zondag keer ik terug van Lieven Maesschalck en dinsdag speelt Standard tegen Zürich. 'Kan je spelen?', vraagt Pierre François me. Ik zeg: 'Ik kan spelen, maar ik ben niet fit. En als ik tegen Zürich speel, kunnen jullie me niet verkopen aan een ploeg die ook Champions League speelt.' Toen lieten ze me aan de kant, maar lieten wel uitschijnen dat dat alleen mijn beslissing was. Terwijl dat niet zo was. Ze hadden me een beetje uit de wind kunnen zetten, maar nu kwam ik in het oog van de storm terecht. Dat was zo niet afgesproken. Later was mijn deadline zogezegd voorbij, en zei men: 'Je kan nog zes maanden blijven.' Toen ik vroeg of ik dan mijn kapiteinsband terug zou krijgen, was het antwoord negatief. Die bleef bij Jelle Van Damme, dat was een keuze op lange termijn. Dat vond ik niet meteen een blijk van waardering tegenover iemand die vier jaar kapitein is geweest en die je wil houden. Temeer omdat Jelle me gezegd had dat hij me die band wilde geven. Als je wil dat iemand blijft, doe je daar toch alles voor?"

Uiteindelijk heb je toch nog een helft gespeeld, tegen Gent.

"Vrijdagmiddag was er nog geen akkoord, dus zegt José Riga: 'Ik neem je op in de kern. Als er vanavond niets rond is, speel je morgen.' Om drie uur zaterdagmiddag belt mijn makelaar Paul Stefani me om te zeggen dat alle documenten in orde zijn, maar bij de theorie zie ik toch nog mijn naam staan bij de bankzitters. Ik denk: Pierre François zal de trainer nog niet ingelicht hebben. Maar bij de rust vraagt Riga me om me op te warmen, en laat me invallen. Om geen problemen te maken, heb ik niets gezegd. Toen ik op het veld kwam, vroeg Tim Smolders me nog hoe het zat. Ik zei: 'Het is rond.' 'Proficiat,' zei hij, 'dan zal ik u niet te zwaar aanpakken.'"

Hier blijf je waarschijnlijk wel even, want er staat een opstapclausule op je hoofd die bepaalt dat wie je wil kopen 50 miljoen euro moet betalen.

"De sportief directeur zei: 'Ik ben een fan van jou, we geloven heel erg in jou, daarom zetten we zo'n som op je hoofd.' Ik zou het ook niet erg vinden om hier vijf jaar te spelen."

Als het tegenvalt, kan Luciano D'Onofrio je niet meer naar Anderlecht brengen.

(grijnst) "Ik wist dat die vraag ging komen! Anderlecht, dat kan ik niet maken. Ik was één met de supporters van Standard. Ik ben te veel met die club vergroeid om nog naar Anderlecht te gaan. Aan mij zou Luciano dat niet gevraagd hebben."

Toen je van Genk naar Standard ging, zou Anderlechtmanager Herman Van Holsbeeck aan Paul Stefani gevraagd hebben waarom hij jou niet aangeboden had aan paars-wit.

"Ik weet dat Anderlecht toen riep dat ze geen spelers namen die dreigden met de wet van '78 om hun contract eenzijdig op te zeggen. Toen ik met Genk op de verkiezing van Profvoetballer van het Jaar uitgeroepen werd tot Jonge Prof van het Jaar, stelde Van Holsbeeck voor om me voor drie miljoen euro te kopen, maar Genk weigerde dat. Ik stond er toen zelf bij."

Dan moet je, als je naar België terugkeert, naar Genk?

"Als ik ooit naar België terugkeer, dan liefst naar KV Mechelen. Gaat Mechelen in 2003 niet failliet, dan speelde ik er nog jaren. Was ik toen zestien geweest, hadden ze me een contract aangeboden en laten spelen, zei Fi Vanhoof me. Maar ik was maar veertien. Ik heb fantastische jaren beleefd bij Mechelen, samen met David Hubert en Marvin Ogunjimi, en Limbombe ook."

Hoor je Luciano D'Onofrio soms nog?

"Ja. Hij vindt dat ik nog doelgerichter moet voetballen. 'Nu ben je een grote speler,' zegt hij, 'maar als je ook nog eens gaat scoren, word je een hele grote.'"

Wat zeg je op de kritiek van Standard dat Luciano achter de transfers van jou, Mangala en Witsel zit?

"Als iedereen daar beter van geworden is, wat maakt het dan uit of het Jan, Pier of Paul is die achter die transfers zat?"

Je maatje Axel Witsel doet het goed. Mag je daar, speler van Porto zijnde, iets over zeggen?

"Dat ligt moeilijk. De rivaliteit tussen Benfica en Porto is die tussen Standard en Anderlecht maal tien. Axel doet het daar erg goed, en dat verbaast me niet."

DOOR GEERT FOUTRÉ - BEELDEN IMAGEGLOBE

"De rivaliteit tussen Benfica en Porto is die tussen Standard en Anderlecht maal tien."

"Ik moest bij Standard de ploeg omhoogtrekken, en de anderen volgden. Hier moet ik de anderen volgen."

"Toen ze me bij Standard zeiden dat ik nog zes maanden kon blijven en ik vroeg of ik dan mijn kapiteinsband zou terugkrijgen, was het antwoord: neen."

"Als ik ooit naar België terugkeer, dan liefst naar KV Mechelen."

Die ochtend verlaten de laatste supporters van Zenit Sint-Petersburg licht euforisch hotel Porto Antas, op een steenworp van het moderne Estadio do Dragão (Drakenstadion) waar FC Porto anderhalve dag eerder uit de Champions League gewipt werd door Nicolas Lombaerts en co. Meteen loert een nieuwe crisis om de hoek bij de Portugese landskampioen, waar trainer Vito Pereira flink onder vuur ligt. "Nu moeten we net als vorig jaar de Europa League winnen", zucht de receptionist van het hotel. Crisis wordt het ook in Portugal zelf, waar vanaf volgend jaar elke Portugees een half uur per dag langer moet werken en waar de feestdag ter gelegenheid van de onafhankelijkheid van Spanje (in 1640) afgeschaft wordt. Maar op het eerste zicht oogt Portugals tweede grootste stad (216.000 inwoners, Lissabon heeft er 480.000) rustig en mooi, geprangd tussen de Atlantische Oceaan en de Rio Douro (Gouden Rivier). Steven Defour komt zijn bezoek uit België ophalen, rijdt even langs zijn appartement aan zee en vervolgens naar de zuidelijke kade, met de cruiseschepen en de terrasjes met een mooi uitzicht op de oude stad aan de overkant. Naar deze plek pleegt Defour vrienden die uit België overkomen mee te nemen. Over een paar weken verhuist hij van Gaia op de zuidelijke oever van de Douro naar de overkant. Foz do Douro, voorheen een klein vissersdorpje, is nu een trendy wijk, waar Defour het appartement van Sérgio Conceição kocht. Voor Defour komt zijn kwetsuur erg ongelegen. Tegen Zenit startte hij voor de derde keer naeen in de basis. Hij hoopt weer fit te zijn op 8 januari, voor de topper tegen Sporting Lissabon, waar hem een duel wacht met ex-ploegmaat Oguchi Onyewu. Steven Defour: "Misschien moet ik dat eens gaan doen, maar deze blessure is gewoon pech, heeft de dokter bevestigd. Het is een contactblessure, opgelopen in een duel. Dat is nu eenmaal mijn speelstijl. Met de rem op voetballen kan ik niet." "Tegen Zenit hebben we kansen genoeg gehad om het af te maken, ginder hadden we de pech dat we vroeg met tien man stonden. En APOEL was in alle wedstrijden een onwrikbaar blok. Als je maar zes wedstrijden hebt, kun je je geen enkele match permitteren waarin het tegenvalt. Zelf stond ik toch in drie van de zes wedstrijden in de Champions League in de basis." "Op de tien, eigenlijk als tweede spits, achter Hulk. Maar ik kan op alle drie de plaatsen op het middenveld spelen, heeft de trainer me gezegd. Porto hanteert altijd een 4-3-3. Dat speel ik ook liever dan 4-4-2. Met drie middenvelders kan je beter op balbezit spelen, openingen creëren, driehoekjes maken, en de flankspelers kunnen aanvallender ingesteld zijn dan met een 4-4-2." "Omdat het spel daar directer gaat en men bij voorkeur de lange bal gebruikt, terwijl Porto altijd voetballende oplossingen zoekt over de grond, waardoor je als nummer tien vaak aan de bal komt, veel kan bewegen en kaatsen." "Dat klopt. In de voorbereiding probeerden we dat toen uit, met mij meer naar voor, maar alle ballen vlogen over me heen. Daarom vroeg ik om terug te zakken." "Voetballen begint altijd van achteruit. Voorin mag je zo veel kwaliteit hebben als je wil, als ze van achteruit de lange bal hanteren, gaat die over de hoofden van de middenvelders. In dat systeem ben je beter af met een tweede spits als Cyriac. Of ik een zes dan wel een tien ben, hangt af van het type spelers dat ik rond me heb." "Dat cliché is meer geënt op het dagelijkse leven, hoewel dat hier erg meevalt. Men had me voorspeld dat Porto erg druk zou zijn, maar ik vind het hier naar Belgische normen erg rustig. Verder vind ik ons wel beter voetballen dan Benfica. Wij spelen op balbezit, al kunnen we ook snel omschakelen, mocht dat nodig zijn. Bij Standard speelden we vooral op balbezit onder Bölöni. Toen heb ik mijn beste voetbal gebracht. Dominique wilde dat het meteen naar voor ging, Michel ( Preud'homme, nvdr) was meer voor de snelle omschakeling." "Dat het hier heel snel gaat. Je moet ook altijd opletten dat je de looplijnen volgt, en weten waar en wanneer je druk moet zetten. Dat moet je toch leren, terwijl je in België meer op gevoel speelt. Ik heb in België nooit op looplijnen getraind. Michel Preud'homme liet Axel ( Witsel, nvdr), Marouane ( Fellaini, nvdr) en mij op het middenveld doen wat we wilden, op voorwaarde dat de drie posities bezet waren." "Er wordt anders getraind: slechts één keer per dag, maar dan wel anderhalf uur lang aan 200 kilometer per uur. In België train je nog twee of drie dagen twee keer per dag, waarvan één keer fitness. Hier kan je ook aan fitness doen, maar dan wel op vrijwillig initiatief: voor en na de training staat er een fitnesstrainer klaar die je een programma wil maken. Op training gebeurt - behalve in de voorbereiding op het seizoen - alles met bal. Hier geen duurlopen of boslopen, terwijl we met Standard als we op zaterdag voetbalden op maandag meestal een bosloop hadden." "Behalve de looplijnen krijgen we de dag voor de match vijf minuten videobeelden van de tegenstander. Dat is alles. Wij gaan altijd uit van de eigen sterkte. In België is men twee tot drie dagen voor een match al bezig met tactiek in functie van de tegenstander, krijg je vaak een half uur beelden van de andere ploeg, plus minstens een half uur analyse van je eigen vorige match. Misschien is het daarom dat Belgische topclubs het op verplaatsing soms zo moeilijk hebben: omdat de spelers te veel moeten denken wat ze moeten doen bij balverlies en in tal van situaties. Ook als je naar Lierse en Zulte Waregem gaat, word je volgestouwd met tactische richtlijnen." "Het niveau van de topploegen - Porto, Benfica, Sporting, Braga - is hoger dan dat van de Belgische topclubs, de gewone clubs zijn niet beter dan de gewone clubs in België. De betere steken er ver bovenuit, omdat de concurrentie zo groot is dat ze eender wie uit hun kern kunnen opstellen zonder dat het spelniveau eronder lijdt. Als je een Belgische topploeg op vier plaatsen wijzigt, kan je niet hetzelfde voetbal brengen als met je basiself. De Portugese topclubs hebben een dubbele bezetting op elke positie. Om een voorbeeld te geven: wij hebben onlangs een jonge verdediger, Alexandre, gekocht. Hij kostte negen miljoen euro, een pak meer dus dan Mangala en ik. Die zit niet eens elke week in de kern. Je moet hier niet alleen moeite doen om in de basiself te geraken, maar ook om bij de achttien te horen. Spelers gaan daar enorm relaxed mee om, dat zorgt niet voor negatieve oprispingen. Niet in de pers - wij worden hier heel erg van de kranten afgeschermd - maar ook niet intern. Het kan dat je een paar weken goed bezig was en dat de trainer gewoon iemand anders op je plaats zet om tactische reden. De norm ligt hier heel hoog: hier moet je niet alleen winnen, maar ook goed voetballen. Er zit ook veel volk te kijken: 40.000 tegen 'gewone' ploegen, 52.000 voor de toppers. En bij uitwedstrijden zitten er vaak meer supporters van ons dan van de thuisploeg." "De doelstellingen zijn anders. Bij Standard was het al goed als we Europees voetbal haalden, Porto moet elk jaar kampioen worden. Hier moet je per seizoen minstens één prijs pakken. Intern voel je die druk niet, het gaat er binnen de club zelfs speelser aan toe dan op Standard, waar 20 minuten voor de warming-up alle muziek uit moest. Hier staat een uur voor de aftrap de muziek in de kleedkamer nog keihard. De druk komt van buitenaf: van de kranten en van de fans. Na de bekeruitschakeling tegen Coimbra stonden de fans ons op te wachten aan het stadion. Met Standard heb ik dat ook meegemaakt, maar daar kon je nog discussiëren met de fans, hier niet. De bus werd met van alles bekogeld, we zaten twee uur vast in het stadion tot de politie het plein had vrijgemaakt." "Als je terechtkomt in een ploeg die alles gewonnen heeft, weet je dat het wachten wordt. Eerst moet je door je prestaties op training een plaats in de selectie afdwingen, dan hopen op een invalbeurt en daarbij zo goed presteren dat je misschien mag blijven staan. Ik had mezelf een jaar aanpassingstijd gegeven, waarin ik aan zoveel mogelijk speelminuten wou komen. Qua prestaties sta ik dus al verder dan ik vooraf inschatte. Ik dacht dat ik meer tijd nodig zou hebben om een kans te krijgen om te tonen wat ik kan, maar het ging relatief snel." "Ja. Als je dagelijks tussen betere spelers staat, word je zelf automatisch beter. Als je maandenlang dezelfde oefeningen herhaalt, kan je op de duur blind voetballen. Bij Standard was dat anders, omdat ik daar de man was naar wie werd gekeken als het moeilijk ging. Ik moest de ploeg omhoogtrekken, en de anderen volgden. Hier moet ik de anderen volgen. Mijn doel hier is om geen meeloper te blijven, maar gaandeweg een belangrijke speler te worden, maar dan op het niveau van Porto." "Als je elke week bij de besten bent, moet je een nieuwe uitdaging zoeken. In België ging het me soms te gemakkelijk. Als voetballer wil je toch de beste zijn op het hoogst mogelijke niveau? Of mijn limiet Standard, Porto of Real Madrid was, wist ik niet, maar ik wil het wel weten. Het had best gekund dat Porto boven mijn limiet lag, maar ik heb al gauw gevoeld dat men hier in mij gelooft." "Na de tweede landstitel, onder Bölöni, was ik op mijn sterkst als voetballer, maar ik wilde absoluut de Champions League spelen en met Standard kon ik dat. Alleen viel ik een week voor de eerste match geblesseerd uit." "Everton drong toen heel erg aan, en via mijn manager wist ik dat Real me wou als Xabi Alsonso niet zou overkomen van Liverpool. Maar die ging dus wel naar Madrid." "De interactie tussen fans en spelers was fantastisch. Met een jonge spelersgroep hebben we stap na stap omhoog gezet en bijna alles gewonnen." "Het nieuwe bestuur zei: als je een ploeg hebt, mag je gaan. Met Lokomotiv Moskou was er een goed gesprek, tot mijn manager een telefoontje uit Porto kreeg om naar mijn situatie te informeren. Toen Porto hoorde dat Moskou me wilde, vroegen ze om nog even te wachten. Lokomotiv wilde echter een snelle beslissing en gooide er een pak geld bij, maar ik word niet graag onder druk gezet." "Dat is zo. Ben ik ouder, dan teken ik direct, nu vond ik de sportieve uitdaging bij Porto interessanter: het hoort bij de acht beste clubs van Europa. Standard was door die ommekeer niet tevreden, want zij hadden al een akkoord met Moskou en konden een interessante transfersom krijgen. 'Weet je eigenlijk wat je wil?', vroeg Pierre François me. Plots werd mijn 'bon de sortie' die ze me gegeven hadden, ingetrokken. Op maandag hoorde ik dat ik vrijdag een akkoord moest hebben. Dat vond ik niet fijn. Ik had er niets op tegen om nog een half jaar bij Standard te blijven, maar ik wilde graag mijn opties openhouden." "Ik was een week out geweest. Zondag keer ik terug van Lieven Maesschalck en dinsdag speelt Standard tegen Zürich. 'Kan je spelen?', vraagt Pierre François me. Ik zeg: 'Ik kan spelen, maar ik ben niet fit. En als ik tegen Zürich speel, kunnen jullie me niet verkopen aan een ploeg die ook Champions League speelt.' Toen lieten ze me aan de kant, maar lieten wel uitschijnen dat dat alleen mijn beslissing was. Terwijl dat niet zo was. Ze hadden me een beetje uit de wind kunnen zetten, maar nu kwam ik in het oog van de storm terecht. Dat was zo niet afgesproken. Later was mijn deadline zogezegd voorbij, en zei men: 'Je kan nog zes maanden blijven.' Toen ik vroeg of ik dan mijn kapiteinsband terug zou krijgen, was het antwoord negatief. Die bleef bij Jelle Van Damme, dat was een keuze op lange termijn. Dat vond ik niet meteen een blijk van waardering tegenover iemand die vier jaar kapitein is geweest en die je wil houden. Temeer omdat Jelle me gezegd had dat hij me die band wilde geven. Als je wil dat iemand blijft, doe je daar toch alles voor?" "Vrijdagmiddag was er nog geen akkoord, dus zegt José Riga: 'Ik neem je op in de kern. Als er vanavond niets rond is, speel je morgen.' Om drie uur zaterdagmiddag belt mijn makelaar Paul Stefani me om te zeggen dat alle documenten in orde zijn, maar bij de theorie zie ik toch nog mijn naam staan bij de bankzitters. Ik denk: Pierre François zal de trainer nog niet ingelicht hebben. Maar bij de rust vraagt Riga me om me op te warmen, en laat me invallen. Om geen problemen te maken, heb ik niets gezegd. Toen ik op het veld kwam, vroeg Tim Smolders me nog hoe het zat. Ik zei: 'Het is rond.' 'Proficiat,' zei hij, 'dan zal ik u niet te zwaar aanpakken.'" "De sportief directeur zei: 'Ik ben een fan van jou, we geloven heel erg in jou, daarom zetten we zo'n som op je hoofd.' Ik zou het ook niet erg vinden om hier vijf jaar te spelen." (grijnst) "Ik wist dat die vraag ging komen! Anderlecht, dat kan ik niet maken. Ik was één met de supporters van Standard. Ik ben te veel met die club vergroeid om nog naar Anderlecht te gaan. Aan mij zou Luciano dat niet gevraagd hebben." "Ik weet dat Anderlecht toen riep dat ze geen spelers namen die dreigden met de wet van '78 om hun contract eenzijdig op te zeggen. Toen ik met Genk op de verkiezing van Profvoetballer van het Jaar uitgeroepen werd tot Jonge Prof van het Jaar, stelde Van Holsbeeck voor om me voor drie miljoen euro te kopen, maar Genk weigerde dat. Ik stond er toen zelf bij." "Als ik ooit naar België terugkeer, dan liefst naar KV Mechelen. Gaat Mechelen in 2003 niet failliet, dan speelde ik er nog jaren. Was ik toen zestien geweest, hadden ze me een contract aangeboden en laten spelen, zei Fi Vanhoof me. Maar ik was maar veertien. Ik heb fantastische jaren beleefd bij Mechelen, samen met David Hubert en Marvin Ogunjimi, en Limbombe ook." "Ja. Hij vindt dat ik nog doelgerichter moet voetballen. 'Nu ben je een grote speler,' zegt hij, 'maar als je ook nog eens gaat scoren, word je een hele grote.'" "Als iedereen daar beter van geworden is, wat maakt het dan uit of het Jan, Pier of Paul is die achter die transfers zat?" "Dat ligt moeilijk. De rivaliteit tussen Benfica en Porto is die tussen Standard en Anderlecht maal tien. Axel doet het daar erg goed, en dat verbaast me niet." DOOR GEERT FOUTRÉ - BEELDEN IMAGEGLOBE"De rivaliteit tussen Benfica en Porto is die tussen Standard en Anderlecht maal tien." "Ik moest bij Standard de ploeg omhoogtrekken, en de anderen volgden. Hier moet ik de anderen volgen." "Toen ze me bij Standard zeiden dat ik nog zes maanden kon blijven en ik vroeg of ik dan mijn kapiteinsband zou terugkrijgen, was het antwoord: neen." "Als ik ooit naar België terugkeer, dan liefst naar KV Mechelen."