Het is een anekdote en Cheikhou Kouyaté kan erom lachen nu hij ze voor het eerst hoort. Twee jaar geleden zou dat iets minder zijn geweest. Anderlecht, dat hem pas had weggehaald bij FC Brussels, leende hem al na de eerste speeldag uit aan KV Kortrijk. Door de onverwachte Europese uitschakeling tegen BATE Borisov moest de Brusselse kern noodgedwongen worden afgeslankt.
...

Het is een anekdote en Cheikhou Kouyaté kan erom lachen nu hij ze voor het eerst hoort. Twee jaar geleden zou dat iets minder zijn geweest. Anderlecht, dat hem pas had weggehaald bij FC Brussels, leende hem al na de eerste speeldag uit aan KV Kortrijk. Door de onverwachte Europese uitschakeling tegen BATE Borisov moest de Brusselse kern noodgedwongen worden afgeslankt. "Ik vernam het pas de dag zelf", wendt de twintigjarige Senegalees nog steeds milde verontwaardiging voor. " Herman(Van Holsbeeck, nvdr) kwam me zeggen: 'Luister Cheikhou, we lenen je niet uit omdat we je niet nodig hebben, maar omdat je talent hebt en we willen dat je speelt. ' Ik kon niets uitbrengen, zo was ik in shock. Ik zat pas bij Anderlecht, werd uitgeleend aan Kortrijk en ik wist van niks! De volgende dag belde Ariël Jacobs me. Hij wilde me zien. Hij legde me uit dat ik me vergiste als ik dacht dat het een verloren jaar zou worden. Zo wist ik dat de coach wel degelijk in me geloofde. Dat overtuigde me om voluit te gaan in Kortrijk." De anekdote dan. Bij Kortrijk wisten ze niet wat ze zagen. Kregen ze een voetballer van Anderlecht, stonden zijn voeten helemaal verkeerd. Het leek wel, zo werd er schamper opgemerkt, of hij voetbalde met de dozen nog aan zijn schoenen. Die geluiden bereikten ook Anderlecht, dat de West-Vlamingen duidelijk maakte dat het Kouyaté in dat geval terug naar Brussel zou halen in januari. "Je kunt beter níet spelen bij Anderlecht dan bij Kortrijk", zegt Kouyaté. "Ik vroeg me af: wat gebeurt er hier? Dit was niet normaal. Elke dag twee uur in de wagen, voor niks. Waar was dat goed voor? Na een tijdje zegden ze me dat ik zou teruggaan als de situatie niet veranderde. In december stond ik plots in de basis. Het was de derby tegen Zulte Waregem (Kouyaté vergist zich: hij debuteerde in november in de basis tegen FC Dender, nvdr) en ik speelde een uitstekende wedstrijd. We wonnen met 1-0, een doelpunt van Coulibaly, geloof ik. Daarna was het onmogelijk om me nog uit de ploeg te zetten. Die dag hebben ze allemaal gezien in Kortrijk dat ik echt wel talent had." Het moeilijkste was nog, zegt hij, dat hij nooit een woordje uitleg kreeg waarom hij niet speelde. "Ik ken mezelf. Een training en een wedstrijd zijn voor mij niet hetzelfde. Mij moet je niet op een training beoordelen. Besnik Hasi lacht er vaak om. 'Wat steek jij toch allemaal uit? Waarom zien we door de week nooit iets terug van wat je in een wedstrijd doet?' Iedereen zegt het me. Ik vraag mezelf ook vaak af hoe het komt." Twee jaar later wordt Cheikhou Kouyaté beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van Anderlechts dertigste landstitel. Uit het niets stond daar de rijzige jongeman van wie bij FC Brussels, zijn eerste club in België, al werd verteld dat Arsenal hem was komen scouten, waarna de eerste vergelijkingen met Patrick Viei- ra de kop opstaken. "Ik had nooit gedacht dat ik veel wedstrijden zou spelen", blikt hij terug op vorig seizoen. "Ik hield rekening met wat invalbeurten, meer niet. Alles is snel gegaan. Toen ik in de ploeg kwam, draaide die als een geoliede machine. Dat heeft mijn integratie zeker vergemakkelijkt." Toch leek het er aanvankelijk niet op dat hij veel plezier zou beleven aan zijn terugkeer. Nog tijdens de voorbereiding brak hij zijn jukbeen in een trainingsduel met Bouba Saré. "Hij deed het zeker niet opzettelijk," lacht hij, "maar die blessure kostte me wel zes weken. Ik deed er alles aan om zo snel mogelijk weer fit te zijn. Mario(fysical coach Innaurato, nvdr) zat voortdurend achter me aan. Werken, werken, werken, zei hij, en je zal sterker terugkeren. Dat heb ik gedaan. Uit bij Zagreb speelde ik mijn eerste wedstrijd en drie dagen later stond ik in de basis tegen AA Gent." Dat was op speeldag zeven. Nog binnen het kwartier sloeg het noodlot toe. In een kopduel met Marko Suler brak hij zijn neus. "Ik had tranen in de ogen. De dokter zei me dat ik niet verder kon en van het veld moest, maar ik wilde niet. Hij heeft me moeten kalmeren, zo moeilijk had ik het met die nieuwe tegenslag. Het heeft twee, drie weken geduurd voor ik erover was. "Ik was overtuigd dat mijn seizoen voorbij was. Het leek wel vervloekt. Tien dagen liep ik rond met proppen in mijn neusgaten en kon ik alleen maar door de mond ademen. Een hel, ik zag het echt niet meer zitten. Tot ik ben beginnen luisteren naar de mensen rond mij en besefte dat het níet voorbij was. De coach, de rest van de staf, mijn vriendin: allemaal hebben ze me gesteund. Voor hen ben ik teruggekeerd, omdat ik wist: zonder hen was ik ook nooit zover geraakt." Maar de een zijn dood is de ander zijn brood en terwijl Kouyaté hard aan zijn revalidatie werkte, greep Bouba Saré zijn kans. "We zijn vrienden. Er is geen afgunst tussen ons. Ik feliciteerde hem telkens wanneer hij een schitterende partij had gespeeld, maar niemand is gelukkig op de bank. Dat begrijpen we allebei wel. Ik beschouw ons ook niet als concurrenten, we hebben niet dezelfde stijl. Bouba is meer verdedigend ingesteld, ik ben aanvallender. We zijn dus complementair. In Zagreb speelden we trouwens alle drie samen: Bouba, Biglia en ik. Dat is uitstekend verlopen." Het bleef bij die ene keer. November 2009 al nam Kouyaté zijn plaats in het elftal weer in, ten koste van Saré. De Ivoriaan raakte sindsdien op de dool en mag weg van Anderlecht. Een probleem van discipline. Kouyaté lost het filosofisch op: "Ik ben ik, Bouba is Bouba." Hard werken en luisteren naar de mensen die altijd achter hem zijn blijven staan: een andere verklaring voor zijn snelle terugkeer heeft hij niet. "Vroeg of laat werpt dat zijn vruchten af. In voetbal kan het snel gaan. Eén match kan volstaan om vertrokken te zijn. Voor mij was dat de wedstrijd in Amsterdam tegen Ajax. Ik was zo goed dat ik me achteraf afvroeg: was ík dat? Daar heb ik beseft dat er meer in mij zat. Die wedstrijd was een mijlpaal." Zijn in Amsterdam de schellen van zijn ogen gevallen, het echte kantelmoment in de race naar de titel lag volgens Kouyaté eerder, met name bij de kansloze uitschakeling voor de Champions League tegen Olympique Lyon (5-1 en 0-3) en de daaropvolgende nederlaag op het veld van STVV (2-1). "Toen is er iets veranderd. Uit die nederlagen is de ploeg mentaal sterker tevoorschijn gekomen. Soms moet je diep vallen om hoog te kunnen klimmen. De wil om te winnen, de honger was terug." Romelu Lukaku en Cheikhou Kouyaté ontbolsterden tot de exponenten van het nieuwe, jonge Anderlecht. De Senegalees staat nu voor het seizoen van de bevestiging. "Iederéén wil het vorige seizoen bevestigen, niet alleen de jongeren. We willen allemaal laten zien dat het vorige seizoen geen toeval was. Dat we nóg beter kunnen. Ook ik. Maar ik ben niet nerveus, ik weet dat het komt. Vroeg of laat, als God het belieft." Jelle Van Damme vertrok, Biglia viel uit met een schouderblessure. "We gaan Lucas missen", zegt Kouyaté. "We zijn echt complementair. Hij helpt me veel, zowel op als naast het veld. Daar houd ik van: ik wil leren van oudere spelers. Hij is iemand die respect afdwingt." Omringd door Lukas Marecek en Sacha Kljestan was hij even de ancien op het middenveld. "Het belangrijkste is dan dat je geen dingen gaat proberen die je anders ook niet doet. Daardoor speelde ik een mindere match op Charleroi. Ik nam te veel hooi op mijn vork in plaats van snel en simpel te spelen. De drang om goed te doen heeft ons daar de das omgedaan. We waren te gehaast en hadden geduldiger moeten blijven. Ik moet dat nog leren in zulke omstandigheden." Ariël Jacobs, zegt hij, vraagt diepgang van hem, maar ook dat hij zijn momenten weet te kiezen. Daar werkt hij aan, onder het goedkeurende oog van de trainer. "Hij was tevreden over vorig seizoen. Het enige wat hij me vroeg was om mijn voeten op de grond te houden." Dat lukt hem aardig. "Ik ben nog steeds dezelfde, dankzij de opvoeding die ik kreeg van mijn mamy - mijn grootmoeder. Zij is het die me naar de Koranschool bracht, die me leerde niet te gaan zweven, die me toeliet een man te worden. Drie jaar geleden is ze gestorven." Hij speelde toen bij FC Brussels. Voorzitter Johan Vermeersch weigerde hem een vliegtuigticket om de begrafenis bij te wonen. "Mijn mamy was mijn vader en mijn moeder tegelijk, mijn álles. Mijn vader heb ik niet gekend, mijn moeder dreef handel en reisde vaak. De liefde van mijn mamy was totaal. Zij gaf me het geld waarmee ik me kon inschrijven in een voetbalschool. Als ik sta waar ik nu sta, is het dankzij haar. Daarom was ik zo boos op Johan. De begrafenis was de laatste keer dat ik haar had kunnen zien. Ik was ten einde raad en heb toen woorden gebruikt die ik nu niet meer durf te herhalen." Dat eerste jaar in België was het moeilijkste. "Ik zat op hotel, alleen. Het leven hier beviel me helemaal niet. Het was koud, niemand ving me op thuis. Ik dacht: dit is geen leven. In Senegal was ik het gewoon mijn vrienden rond mij te hebben. Hier had ik niets, behalve mijn televisie en de trainingen. 'Wat doe ik in dit land?', dacht ik. Ik wilde terug naar Senegal. Tot ik ben verhuisd naar de schoonbroer van mijn makelaar (Tedik Bekir, nvdr). In zijn gezin voelde ik de warmte van een vader en een moeder. Samen eten, gewekt worden. Zo heb ik het volgehouden." Bijna vier jaar is hij inmiddels in België. "Het lijkt wel gisteren, zo snel is het gegaan. Als ik in mijn wagen stap en de bussen en de trams zie rijden, denk ik aan de tijd dat ik zelf nog met de metro naar de training moest. Dan komen de herinneringen boven en denk ik: ah, que le temps passe vite! Als je me toen had gezegd waar ik nu zou staan, ik had je niet geloofd. Dat houdt ook mijn voeten op de grond: te weten waar ik vandaan kom. Dat mag ik nooit vergeten - nóóit. "Ik ben wie ik ben, dat zal nooit veranderen. Ik mag de mensen wier hoop op mijn schouders rust, niet ontgoochelen. Le bon dieu décide, maar ik moet werken. Altijd verder willen gaan, het onmogelijke waar willen maken. Dromen mag. Van een grote club, van een grote carrière. Ik heb altijd met twijfels te maken gehad, zeker toen ik naar Anderlecht ging. 'Wat gaat hij daar zoeken?', dacht men. Zelfs toen ik bij Brussels tekende, zei men dat ik twee, drie jaar nodig zou hebben. Maar kijk, na zes maanden speelde ik. Je moet voortdurend mensen het zwijgen opleggen. Bewijzen dat zij die in je geloofden, gelijk hadden. Op het veld, niet met woorden." Een veelprater is hij niet. "Zo ben ik nu eenmaal. Altijd geweest. In de kleedkamer maak ik grappen, maar verder ben ik verlegen. De trainer wil dat ik meer coach op het terrein. Dat probeer ik wel, maar ik wil niet schreeuwen op ploegmaats. Ik houd er niet van dat ze het bij mij doen, dus doe ik het zelf ook niet." Wanneer hij vanavond in Belgrado het veld betreedt, zullen zijn gedachten onwillekeurig naar zijn familie en vrienden in Dakar afdwalen. Partizan is Anderlechts laatste hindernis op het traject naar de Champions League. Hij lacht. "Mijn vrienden begrijpen niet dat een landskampioen eerst voorronden moet spelen voor hij naar de Champions League kan. Het is niet alleen mijn droom, maar ook de hunne." Hij noemt het de belangrijkste wedstrijd in zijn nog prille carrière. Uitgerekend nu de ramadan net is begonnen. Vorige week woensdag brak de periode aan waarin moslims niet mogen eten of drinken van vier uur 's ochtends tot kwart over negen 's avonds. "Maar dat hindert me niet", zegt Cheikhou Kouyaté. "Het maakt ons zelfs sterker. Alles speelt zich af in het hoofd. We doen het van kleins af aan, we zijn het gewoon. Je zou verbaasd staan van het effect." Het neemt niet weg dat onder bepaalde voorwaarden mag worden afgeweken van de voorschriften. Zo mag wie op reis is, eten. "Het kan dat ik er gebruik van maak de dag van de wedstrijd tegen Partizan." door bruno govers & jan hauspie"Tegen Ajax was ik zo goed dat ik me achteraf afvroeg: was ík dat?"