Het enige fysieke litteken dat Kodjovi Obilalé (27) niet verborgen kan houden, zit boven op zijn rechterhand. Een overblijfsel van een auto-ongeluk is het, opgelopen toen de wagen waarin hij op zijn vijfde mee reed tegen een muur botste. "Hand op twee plaatsen gebroken en borstkas ineen gedrukt", zegt hij.

Maar de zwaarste littekens zijn verscholen op Obilalés rug: drie kogels drongen zijn lichaam binnen bij de aanslag die Angolese rebellen begin 2010 op de spelersbus van Togo pleegden. De chauffeur, de assistent-trainer en de persverantwoordelijke kwamen om het leven, talloze spelers raakten gewond, onder wie Obilalé. Met veel belangstelling - "Is Togo gekwalificeerd?" - zegt hij de aanstaande Afrika Cup, die van 21 januari tot en met 12 februari in Gabon en Equatoriaal Guinea wordt gehouden, evenwel niet te zullen volgen.

De doelman, die destijds uitkwam voor GSI Pontivy, een Bretoense amateurclub uit de CFA, is ondertussen zeven keer geopereerd, maar zal wellicht voor de rest van zijn leven met krukken en een beduidend dunner en gedeeltelijk verlamd rechterbeen verder moeten.

Hoe is het nu met je?

Kodjovi Obilalé: "Mijn gezondheid evolueert een beetje mee met het weer: soms gaat het goed, soms gaat het minder. Nu het kouder is, voel ik overal pijn, mijn voet, mijn rug, de littekens ... Mijn toestand is niet meer zoals vroeger. Vooral mijn rechterbeen en mijn rug bezorgen mij nog moeilijkheden. Het grote probleem was dat ik in een rolstoel moest zitten, maar nu kan ik rechtop staan en met krukken lopen. Daar ben ik tevreden over. Je moet zoeken wat je nog kan en beetje bij beetje evolueert dat, maar de pijn, die blijft. Slapen is nog altijd lastig: mijn nacht begint om drie, vier uur 's ochtends. Ik neem elke dag en waarschijnlijk tot het einde van mijn dagen pillen tegen de pijn. Slaappillen neem ik niet, want dan ben ik binnen de kortste keren verslaafd en dat wil ik niet. Ik kan gewoon eten, maar doordat er stukken van mijn maag en darmen zijn weggesneden niet meer zo veel als voorheen. Vol is vol en meer kan ik niet binnen krijgen, ook al heb ik nog honger.

"Alles is veranderd, mijn leven is niet meer hetzelfde. Mijn revalidatie is momenteel gestopt omdat het moment daar is dat ik ook mijn professionele leven weer oppik. Dat neemt veel tijd in beslag. Toen ik doelman was en trainde, deed ik daarnaast nog andere jobs, zoals tweedehandsauto's verkopen. Maar nu kan ik dat niet meer. Er is de MDA, la Maison d'Autonomie, een organisatie die certificaten bepaalt en uitschrijft voor mensen met een handicap. Maar zo'n erkenning duurt ongeveer zes maanden en je moet een test afleggen om je competenties in te kunnen schatten, om te zien welke basis je mentaal nog hebt. Dus ik heb onlangs een examen gedaan over vierkantswortels, chemische en fysische vraagstukken, rekensommen ... Gelukkig heb ik wat dat betreft een goede basis. Op dat vlak heb ik aan niets ingeboet. Ik heb nog altijd mijn hoofd.

"Maar je blijft je afvragen: waarom? Het was, hoorde ik achteraf, niet de bedoeling van de rebellen om in het bijzonder de bus van Togo te treffen, maar eerder om hun vrijheid te herwinnen. Hoe het met hen gaat aflopen, weet ik niet. Ik neem aan dat men ze gaat straffen."

Voor een verwerkingsproces, hoor je vaak, is het bevorderlijk als daders gestraft worden.

"Maar ik volg het niet op: mijn leven ís al verspild, ongeacht wat zij als straf krijgen, dat gaat daar niets aan veranderen. Mijn carrière is beëindigd. Ik heb bij de psycholoog mijn emoties kunnen ventileren, waardoor ik nu niet meer de behoefte voel om daar nog over te spreken."

Is het de geestelijke of lichamelijke pijn die je uit je slaap houdt?

"Beide eigenlijk. Ik stel me vragen over mijn toekomst. Soms voel ik me depressief, uit verveling, van een hele dag niks te kunnen doen. Maar de aanslag zelf zorgt daar ook voor, dat is de basis van alles. Ik dacht dat ik sterk was, maar er zijn zaken die sterker zijn dan een mens. En die komen ongewild. Het ene moment reageer ik agressief, het andere wil ik niet praten. Het is niet meer zo erg als in het begin, maar de beelden komen soms nog terug. Een moment dat mijn hele leven overhoop gehaald heeft. Een moment waarvan je onmogelijk kan zeggen dat je het mettertijd wel zal vergeten. Nu de CAN er weer aankomt, wordt het allemaal weer opgerakeld. Ik heb moeite gedaan om weer een beetje naar voetbal te kunnen kijken. Ook al was het moeilijk, ik kan het vandaag al wat beter relativeren. Ik loop met krukken, maar ik had net zo goed dood kunnen zijn. Het enige wat mij een beetje kan helpen om het te vergeten is een job en veranderen van professioneel leven. Andere horizonten verkennen.

"Wat ik mij vandaag vooral afvraag, is hoe mijn leven er over tien jaar uit zal zien. Van wat ga ik leven? Dat zorgt voor onrust in mijn hoofd. De UNFP weet wat ik nodig heb en ze proberen mij te oriënteren. Iemand een vis geven is goed, maar iemand leren vissen is beter. Ik hoop dat ik weer een mooi leven kan opbouwen. Dat verdien ik ook, denk ik. Want als ik blijf denken aan afzien en de pijn in mijn rug, ga ik geen rust vinden en dat zou ik niet kunnen verdragen."

Overal paniek

Hoe herinner je je de aanslag?

"We waren met de ploeg onderweg voor de Afrika Cup in Angola. Ik zat in het midden van de bus en ineens was er die impact, alsof je met een auto onverwachts ergens tegen knalt. Ik had zelfs geen tijd om weg te duiken, want ik was al geraakt voor ik het besefte. De kogel was er eerder dan het geluid. Ik wou dekking zoeken en gaan liggen, maar ik kon niet meer bewegen. Ik was verlamd van mijn nek tot aan mijn voeten. Ik kon niet anders dan rechtop blijven zitten, dus ik had nog veel meer kogels kunnen krijgen. Godzijdank is dat niet gebeurd. Je ziet doden liggen, je denkt aan je kinderen, de mensen die je liefhebben en je vraagt je af wat je overkomt. Overal paniek. Ç a retourne le cerveau. Op een gegeven moment hield het schieten op door de aanwezigheid van militairen. Mensen kwamen in de bus op zoek naar doden en gewonden. Het leek wel of ik bloed plaste, het lekte overal en ik had een gat van drie, vier centimeter in mijn rug. Het waren geen geschoolde hulpverleners die het eerst bij ons waren, dus ze grepen met hun vingers in mijn wonden toen ze mij uit de bus droegen. De pijn was onbeschrijflijk. De hel. Ik wil het me eigenlijk niet meer herinneren."

Wat gebeurde er daarna?

"Mijn eerste zorgen heb ik in Angola gekregen, daarna ben ik naar een ziekenhuis in Zuid-Afrika gebracht. Maar mijn repatriëring naar Frankrijk lag moeilijk, want die was nogal duur. Uiteindelijk heeft Togo dat betaald, want ik had die 65.000 euro die het kostte niet. Ik ben nog altijd ontgoocheld in de voetballeiders. Een mens is toch geen hond? Mijn houding in het leven is altijd geweest dat je mensen moet behandelen zoals ze verdienen behandeld te worden. De voetbalwereld zegt mij niet zo veel meer. Ik wil andere mensen leren kennen. Er is in het voetbal, heb ik ervaren, niet te veel oprechtheid meer. Als het goed gaat, is iedereen daar, maar als je naar beneden tuimelt, is het zoals mensen met veel geld die ineens arm worden: je hebt geen vrienden meer, niemand ziet je nog staan. De weinige tijd die ik in het voetbal heb doorgemaakt is leuk geweest, maar de dag dat je uit de wagon stapt, maak je er geen deel meer van uit. Mensen vergeten je. Dat ik pijn voel, maakt deel uit van mijn leven, maar mensen trekken het zich niet meer aan en ik trek mij hen niet meer aan. Ik leef in stilte nu, maar met hoop, hoop om een nieuw leven op te kunnen bouwen. Ik wil weer met passie kunnen leven. Ik wil niet méchant zijn, ik heb niks tegen de voetbalwereld op zich - voetbal brengt mensen samen - maar ik wil slechts aangeven dat er ook veel achter verborgen zit. Dat heeft mij verrast. En er is een vereniging in Frankrijk die mij blíjft verbazen: de UNFP, l'Union National de Footballeurs Professionnels. Ik heb in wezen niks met hen te maken, want ik was en ben geen profvoetballer, maar zij zijn het wel die alles doen om mij te helpen. Ze bellen, ze sturen een psycholoog, een financieel raadgever, een sociaal assistente ... Daar ben ik hen heel dankbaar voor. Ze laten mij niet los. Nu is Frankrijk mijn tweede land geworden."

Ebbenhouten Schoen

Door wie voel je je vergeten?

"Togo, in eerste instantie. De zoon van de assistent-trainer heeft tegenover mij ook zijn ongenoegen laten blijken over hoe de zaken omtrent zijn vader zijn afgehandeld: het wordt niet opgevolgd. Als ik morgen werk vind, is dat dankzij de UNFP, die mij niet heeft laten vallen. Ik ga mijn zoontje daarom zeker niet aanraden om ooit voor Togo te voetballen. Ik zal hem video's van de aanslag en interviews tonen. Het was noodzakelijk dat ik des cries de gueule liet horen opdat ze een geste deden. Le chef d'état heeft aan mij gedacht, maar hij was door de mensen rond zich van veel dingen niet op de hoogte. In Frankrijk is het leven niet zoals in Afrika. Het is veel duurder. Als je 100.000 euro op je bankrekening hebt staan, ga je daar hier niet je hele leven van rondkomen. Angola had wel een verzekering afgesloten voor de CAN, maar die komt niet over de brug. Zij zeggen dat het de fout van Togo is, dat ze daar niet met de bus hadden moeten rijden. Naar de CAF ( Federatie van het Afrikaanse voetbal, nvdr) heb ik ook een brief gestuurd, maar die hebben niet eens geantwoord. Dat heeft mij verrast, maar zwaar til ik er niet aan. Ik hoop dat ze de realiteit onder ogen zien. Ik speelde natuurlijk slechts bij een amateurclub in Frankrijk en ik ben geen Michael Essien. Was dit een bekende speler overkomen, dan zou de Afrika Cup niet gespeeld zijn."

In jouw geval trok Togo zich weliswaar terug uit de Afrika Cup, maar werd het daarvoor door de FIFA aanvankelijk geschorst.

" Horrible allemaal. Hoe kan je nu geld boven een mens stellen? Zij denken alleen aan hun competitie en aan wat er zou kunnen gebeuren. C'est un monde de fous, quoi. "

Je liet je vorig jaar in interviews vaak kritisch uit over officiële instanties, nu klink je al iets begripvoller over hun standpunten. Wat is er veranderd?

"Ik móést die coups de gueule in het begin laten horen opdat ze zouden reageren. Als ik had gezwegen, zou niemand iets gedaan hebben. Ze zouden niet in actie geschoten zijn. Je mag ook niet vergeten dat dingen voorbijgaan omdat mensen andere zaken aan hun hoofd hebben. Dit interview zal uiteindelijk ook in de archieven belanden, hé. Ik zal gelukkig zijn als ik me mentaal goed voel en weet dat men mij weer als mens behandelt, als een winnaar. Er zijn Franse journalisten die mij meer bellen dan de voetbalbond van Togo ooit gedaan heeft. Gewoon vragen hoe het is, is voor mij nochtans al voldoende."

Met alle respect voor de moeilijke situatie waarin je zit, maar verwacht je niet te veel dat anderen je leven weer op de rails zetten? Moet je dat uiteindelijk niet zelf doen?

"Je moet gesteund worden, want je moet een uitdaging aannemen die geen einde kent. Alles wat ik tot op vandaag bereikt heb, heb ik aan mijzelf te danken en een paar mensen en organisaties. Maar de mentale kracht om door te gaan en steun te zoeken waar het kon, komt van mijzelf. Dat ik mijn auto heb verkocht en een automatic heb aangeschaft om mobiel te zijn en opnieuw mijn rijbewijs heb gehaald, is dankzij mijzelf, niet anderen. Ik ga vooruit. Sporten in een rolstoel, dat zie ik mijzelf niet doen. Ik doe alleen een beetje fitness om mijn lichaam te onderhouden, maar ik heb een streep getrokken onder mijn sportcarrière.

"Ik leef mijn leven ten volle nu. Van kritiek trek ik mij niets meer aan. Tja, ik kan elke dag een overwinning op de dood vieren. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze levend uit zo'n situatie zijn geraakt? Ik wil me geen zorgen meer maken. Dus ik ga ook vaker op reis. Naar Parijs, Zwitserland en België onder andere. Ik was een paar maanden geleden nog in Luik en Brussel. Ik was uitgenodigd door Friendly Foot, voor de Ebbenhouten Schoen."

'Le petit blanc'

Wat heb je als het moeilijkste moment in je revalidatie ervaren?

"Zonder twijfel de dag dat ze mij hebben verteld dat ik niet meer zou kunnen stappen. Ik zat in het ziekenhuis in een rolstoel toen de dokters een stand van zaken kwamen maken. Ik ben kwaad weggereden en ik heb hen gezegd dat ik wél zou stappen. 'Vous n'êtes pas mon Dieu.' Ik dank le bon Dieu dat ik nu met krukken wel kan stappen. Maar voor mijn hele familie is dit nog altijd een moeilijke situatie."

Hoe moeilijk?

"Aan mijn zoontje merk ik nog altijd de gevolgen van wat mij is overkomen. Hij heeft moeite om zich uit te drukken, terwijl hij aanvankelijk heel open was naar mij toe. Ook voor mijn vrouw, mijn moeder en mijn broer is het lastig. Ik vormde de kern van de familie.

"Mensen kijken anders naar mij, soms met medelijden. Maar veel mensen in de wereld van het voetbal die je hun vriend noemen, zijn vals. Er zit niks achter hun lach. Ze hebben geen plaats voor je in hun hart. Ik wil ook niet veralgemenen: er zijn ook collega's die mij wel nog bellen. Maar de mensen begrijpen het niet altijd. Ze zien je goed gekleed met krukken rondlopen, je hebt een gsm en een automatische auto waardoor je zelfstandig bent en ze denken dat je geen problemen hebt. Maar als je thuiskomt, dan val je terug op jezelf en voel je alles. Ik kan dat ondertussen verdragen, maar mijn zoontje heeft het daar lastiger mee. Hij was vroeger heel vriendelijk, nu is hij agressiever. Hij maakt zich sneller druk, hij wil niks begrijpen. Ik ben er honderd procent zeker van dat dat een reactie is op mijn situatie en geen deel uitmaakt van zijn normale ontwikkeling. Hij voelt dat ik afzie, daar twijfel ik niet aan. Als hij naar mij toe komt, is het omdat hij echt hulp nodig heeft. ( lachje) Hij is veranderd en toen ik thuis in een rolstoel zat, was hij bang van mij. Dat is wel even slikken."

Wanneer ben je laatst in Togo geweest?

"Dat is geleden van de voorbereiding op de vorige CAN. En ik zie mezelf nog niet meteen teruggaan. Ik ben er niet klaar voor. Dat zal een heel emotioneel moment worden. Terug naar Togo op krukken en met ongetwijfeld veel mensen die mij staan op te wachten, dat kan ik mentaal nog niet aan."

hem opzoeken. DOOR RAOUL DE GROOTE - BEELDEN: IMAGEGLOBE

"Ik wou dekking zoeken en gaan liggen, maar ik kon niet meer bewegen." "Mijn zoontje is veranderd en toen ik thuis in een rolstoel zat, was hij bang van mij. Dat is wel even slikken." "Terug naar Togo op krukken, dat kan ik mentaal nog niet aan."

Het enige fysieke litteken dat Kodjovi Obilalé (27) niet verborgen kan houden, zit boven op zijn rechterhand. Een overblijfsel van een auto-ongeluk is het, opgelopen toen de wagen waarin hij op zijn vijfde mee reed tegen een muur botste. "Hand op twee plaatsen gebroken en borstkas ineen gedrukt", zegt hij. Maar de zwaarste littekens zijn verscholen op Obilalés rug: drie kogels drongen zijn lichaam binnen bij de aanslag die Angolese rebellen begin 2010 op de spelersbus van Togo pleegden. De chauffeur, de assistent-trainer en de persverantwoordelijke kwamen om het leven, talloze spelers raakten gewond, onder wie Obilalé. Met veel belangstelling - "Is Togo gekwalificeerd?" - zegt hij de aanstaande Afrika Cup, die van 21 januari tot en met 12 februari in Gabon en Equatoriaal Guinea wordt gehouden, evenwel niet te zullen volgen. De doelman, die destijds uitkwam voor GSI Pontivy, een Bretoense amateurclub uit de CFA, is ondertussen zeven keer geopereerd, maar zal wellicht voor de rest van zijn leven met krukken en een beduidend dunner en gedeeltelijk verlamd rechterbeen verder moeten. Kodjovi Obilalé: "Mijn gezondheid evolueert een beetje mee met het weer: soms gaat het goed, soms gaat het minder. Nu het kouder is, voel ik overal pijn, mijn voet, mijn rug, de littekens ... Mijn toestand is niet meer zoals vroeger. Vooral mijn rechterbeen en mijn rug bezorgen mij nog moeilijkheden. Het grote probleem was dat ik in een rolstoel moest zitten, maar nu kan ik rechtop staan en met krukken lopen. Daar ben ik tevreden over. Je moet zoeken wat je nog kan en beetje bij beetje evolueert dat, maar de pijn, die blijft. Slapen is nog altijd lastig: mijn nacht begint om drie, vier uur 's ochtends. Ik neem elke dag en waarschijnlijk tot het einde van mijn dagen pillen tegen de pijn. Slaappillen neem ik niet, want dan ben ik binnen de kortste keren verslaafd en dat wil ik niet. Ik kan gewoon eten, maar doordat er stukken van mijn maag en darmen zijn weggesneden niet meer zo veel als voorheen. Vol is vol en meer kan ik niet binnen krijgen, ook al heb ik nog honger. "Alles is veranderd, mijn leven is niet meer hetzelfde. Mijn revalidatie is momenteel gestopt omdat het moment daar is dat ik ook mijn professionele leven weer oppik. Dat neemt veel tijd in beslag. Toen ik doelman was en trainde, deed ik daarnaast nog andere jobs, zoals tweedehandsauto's verkopen. Maar nu kan ik dat niet meer. Er is de MDA, la Maison d'Autonomie, een organisatie die certificaten bepaalt en uitschrijft voor mensen met een handicap. Maar zo'n erkenning duurt ongeveer zes maanden en je moet een test afleggen om je competenties in te kunnen schatten, om te zien welke basis je mentaal nog hebt. Dus ik heb onlangs een examen gedaan over vierkantswortels, chemische en fysische vraagstukken, rekensommen ... Gelukkig heb ik wat dat betreft een goede basis. Op dat vlak heb ik aan niets ingeboet. Ik heb nog altijd mijn hoofd. "Maar je blijft je afvragen: waarom? Het was, hoorde ik achteraf, niet de bedoeling van de rebellen om in het bijzonder de bus van Togo te treffen, maar eerder om hun vrijheid te herwinnen. Hoe het met hen gaat aflopen, weet ik niet. Ik neem aan dat men ze gaat straffen." "Maar ik volg het niet op: mijn leven ís al verspild, ongeacht wat zij als straf krijgen, dat gaat daar niets aan veranderen. Mijn carrière is beëindigd. Ik heb bij de psycholoog mijn emoties kunnen ventileren, waardoor ik nu niet meer de behoefte voel om daar nog over te spreken." "Beide eigenlijk. Ik stel me vragen over mijn toekomst. Soms voel ik me depressief, uit verveling, van een hele dag niks te kunnen doen. Maar de aanslag zelf zorgt daar ook voor, dat is de basis van alles. Ik dacht dat ik sterk was, maar er zijn zaken die sterker zijn dan een mens. En die komen ongewild. Het ene moment reageer ik agressief, het andere wil ik niet praten. Het is niet meer zo erg als in het begin, maar de beelden komen soms nog terug. Een moment dat mijn hele leven overhoop gehaald heeft. Een moment waarvan je onmogelijk kan zeggen dat je het mettertijd wel zal vergeten. Nu de CAN er weer aankomt, wordt het allemaal weer opgerakeld. Ik heb moeite gedaan om weer een beetje naar voetbal te kunnen kijken. Ook al was het moeilijk, ik kan het vandaag al wat beter relativeren. Ik loop met krukken, maar ik had net zo goed dood kunnen zijn. Het enige wat mij een beetje kan helpen om het te vergeten is een job en veranderen van professioneel leven. Andere horizonten verkennen. "Wat ik mij vandaag vooral afvraag, is hoe mijn leven er over tien jaar uit zal zien. Van wat ga ik leven? Dat zorgt voor onrust in mijn hoofd. De UNFP weet wat ik nodig heb en ze proberen mij te oriënteren. Iemand een vis geven is goed, maar iemand leren vissen is beter. Ik hoop dat ik weer een mooi leven kan opbouwen. Dat verdien ik ook, denk ik. Want als ik blijf denken aan afzien en de pijn in mijn rug, ga ik geen rust vinden en dat zou ik niet kunnen verdragen." "We waren met de ploeg onderweg voor de Afrika Cup in Angola. Ik zat in het midden van de bus en ineens was er die impact, alsof je met een auto onverwachts ergens tegen knalt. Ik had zelfs geen tijd om weg te duiken, want ik was al geraakt voor ik het besefte. De kogel was er eerder dan het geluid. Ik wou dekking zoeken en gaan liggen, maar ik kon niet meer bewegen. Ik was verlamd van mijn nek tot aan mijn voeten. Ik kon niet anders dan rechtop blijven zitten, dus ik had nog veel meer kogels kunnen krijgen. Godzijdank is dat niet gebeurd. Je ziet doden liggen, je denkt aan je kinderen, de mensen die je liefhebben en je vraagt je af wat je overkomt. Overal paniek. Ç a retourne le cerveau. Op een gegeven moment hield het schieten op door de aanwezigheid van militairen. Mensen kwamen in de bus op zoek naar doden en gewonden. Het leek wel of ik bloed plaste, het lekte overal en ik had een gat van drie, vier centimeter in mijn rug. Het waren geen geschoolde hulpverleners die het eerst bij ons waren, dus ze grepen met hun vingers in mijn wonden toen ze mij uit de bus droegen. De pijn was onbeschrijflijk. De hel. Ik wil het me eigenlijk niet meer herinneren." "Mijn eerste zorgen heb ik in Angola gekregen, daarna ben ik naar een ziekenhuis in Zuid-Afrika gebracht. Maar mijn repatriëring naar Frankrijk lag moeilijk, want die was nogal duur. Uiteindelijk heeft Togo dat betaald, want ik had die 65.000 euro die het kostte niet. Ik ben nog altijd ontgoocheld in de voetballeiders. Een mens is toch geen hond? Mijn houding in het leven is altijd geweest dat je mensen moet behandelen zoals ze verdienen behandeld te worden. De voetbalwereld zegt mij niet zo veel meer. Ik wil andere mensen leren kennen. Er is in het voetbal, heb ik ervaren, niet te veel oprechtheid meer. Als het goed gaat, is iedereen daar, maar als je naar beneden tuimelt, is het zoals mensen met veel geld die ineens arm worden: je hebt geen vrienden meer, niemand ziet je nog staan. De weinige tijd die ik in het voetbal heb doorgemaakt is leuk geweest, maar de dag dat je uit de wagon stapt, maak je er geen deel meer van uit. Mensen vergeten je. Dat ik pijn voel, maakt deel uit van mijn leven, maar mensen trekken het zich niet meer aan en ik trek mij hen niet meer aan. Ik leef in stilte nu, maar met hoop, hoop om een nieuw leven op te kunnen bouwen. Ik wil weer met passie kunnen leven. Ik wil niet méchant zijn, ik heb niks tegen de voetbalwereld op zich - voetbal brengt mensen samen - maar ik wil slechts aangeven dat er ook veel achter verborgen zit. Dat heeft mij verrast. En er is een vereniging in Frankrijk die mij blíjft verbazen: de UNFP, l'Union National de Footballeurs Professionnels. Ik heb in wezen niks met hen te maken, want ik was en ben geen profvoetballer, maar zij zijn het wel die alles doen om mij te helpen. Ze bellen, ze sturen een psycholoog, een financieel raadgever, een sociaal assistente ... Daar ben ik hen heel dankbaar voor. Ze laten mij niet los. Nu is Frankrijk mijn tweede land geworden." "Togo, in eerste instantie. De zoon van de assistent-trainer heeft tegenover mij ook zijn ongenoegen laten blijken over hoe de zaken omtrent zijn vader zijn afgehandeld: het wordt niet opgevolgd. Als ik morgen werk vind, is dat dankzij de UNFP, die mij niet heeft laten vallen. Ik ga mijn zoontje daarom zeker niet aanraden om ooit voor Togo te voetballen. Ik zal hem video's van de aanslag en interviews tonen. Het was noodzakelijk dat ik des cries de gueule liet horen opdat ze een geste deden. Le chef d'état heeft aan mij gedacht, maar hij was door de mensen rond zich van veel dingen niet op de hoogte. In Frankrijk is het leven niet zoals in Afrika. Het is veel duurder. Als je 100.000 euro op je bankrekening hebt staan, ga je daar hier niet je hele leven van rondkomen. Angola had wel een verzekering afgesloten voor de CAN, maar die komt niet over de brug. Zij zeggen dat het de fout van Togo is, dat ze daar niet met de bus hadden moeten rijden. Naar de CAF ( Federatie van het Afrikaanse voetbal, nvdr) heb ik ook een brief gestuurd, maar die hebben niet eens geantwoord. Dat heeft mij verrast, maar zwaar til ik er niet aan. Ik hoop dat ze de realiteit onder ogen zien. Ik speelde natuurlijk slechts bij een amateurclub in Frankrijk en ik ben geen Michael Essien. Was dit een bekende speler overkomen, dan zou de Afrika Cup niet gespeeld zijn." " Horrible allemaal. Hoe kan je nu geld boven een mens stellen? Zij denken alleen aan hun competitie en aan wat er zou kunnen gebeuren. C'est un monde de fous, quoi. " "Ik móést die coups de gueule in het begin laten horen opdat ze zouden reageren. Als ik had gezwegen, zou niemand iets gedaan hebben. Ze zouden niet in actie geschoten zijn. Je mag ook niet vergeten dat dingen voorbijgaan omdat mensen andere zaken aan hun hoofd hebben. Dit interview zal uiteindelijk ook in de archieven belanden, hé. Ik zal gelukkig zijn als ik me mentaal goed voel en weet dat men mij weer als mens behandelt, als een winnaar. Er zijn Franse journalisten die mij meer bellen dan de voetbalbond van Togo ooit gedaan heeft. Gewoon vragen hoe het is, is voor mij nochtans al voldoende." "Je moet gesteund worden, want je moet een uitdaging aannemen die geen einde kent. Alles wat ik tot op vandaag bereikt heb, heb ik aan mijzelf te danken en een paar mensen en organisaties. Maar de mentale kracht om door te gaan en steun te zoeken waar het kon, komt van mijzelf. Dat ik mijn auto heb verkocht en een automatic heb aangeschaft om mobiel te zijn en opnieuw mijn rijbewijs heb gehaald, is dankzij mijzelf, niet anderen. Ik ga vooruit. Sporten in een rolstoel, dat zie ik mijzelf niet doen. Ik doe alleen een beetje fitness om mijn lichaam te onderhouden, maar ik heb een streep getrokken onder mijn sportcarrière. "Ik leef mijn leven ten volle nu. Van kritiek trek ik mij niets meer aan. Tja, ik kan elke dag een overwinning op de dood vieren. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze levend uit zo'n situatie zijn geraakt? Ik wil me geen zorgen meer maken. Dus ik ga ook vaker op reis. Naar Parijs, Zwitserland en België onder andere. Ik was een paar maanden geleden nog in Luik en Brussel. Ik was uitgenodigd door Friendly Foot, voor de Ebbenhouten Schoen." "Zonder twijfel de dag dat ze mij hebben verteld dat ik niet meer zou kunnen stappen. Ik zat in het ziekenhuis in een rolstoel toen de dokters een stand van zaken kwamen maken. Ik ben kwaad weggereden en ik heb hen gezegd dat ik wél zou stappen. 'Vous n'êtes pas mon Dieu.' Ik dank le bon Dieu dat ik nu met krukken wel kan stappen. Maar voor mijn hele familie is dit nog altijd een moeilijke situatie." "Aan mijn zoontje merk ik nog altijd de gevolgen van wat mij is overkomen. Hij heeft moeite om zich uit te drukken, terwijl hij aanvankelijk heel open was naar mij toe. Ook voor mijn vrouw, mijn moeder en mijn broer is het lastig. Ik vormde de kern van de familie. "Mensen kijken anders naar mij, soms met medelijden. Maar veel mensen in de wereld van het voetbal die je hun vriend noemen, zijn vals. Er zit niks achter hun lach. Ze hebben geen plaats voor je in hun hart. Ik wil ook niet veralgemenen: er zijn ook collega's die mij wel nog bellen. Maar de mensen begrijpen het niet altijd. Ze zien je goed gekleed met krukken rondlopen, je hebt een gsm en een automatische auto waardoor je zelfstandig bent en ze denken dat je geen problemen hebt. Maar als je thuiskomt, dan val je terug op jezelf en voel je alles. Ik kan dat ondertussen verdragen, maar mijn zoontje heeft het daar lastiger mee. Hij was vroeger heel vriendelijk, nu is hij agressiever. Hij maakt zich sneller druk, hij wil niks begrijpen. Ik ben er honderd procent zeker van dat dat een reactie is op mijn situatie en geen deel uitmaakt van zijn normale ontwikkeling. Hij voelt dat ik afzie, daar twijfel ik niet aan. Als hij naar mij toe komt, is het omdat hij echt hulp nodig heeft. ( lachje) Hij is veranderd en toen ik thuis in een rolstoel zat, was hij bang van mij. Dat is wel even slikken." "Dat is geleden van de voorbereiding op de vorige CAN. En ik zie mezelf nog niet meteen teruggaan. Ik ben er niet klaar voor. Dat zal een heel emotioneel moment worden. Terug naar Togo op krukken en met ongetwijfeld veel mensen die mij staan op te wachten, dat kan ik mentaal nog niet aan." hem opzoeken. DOOR RAOUL DE GROOTE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Ik wou dekking zoeken en gaan liggen, maar ik kon niet meer bewegen." "Mijn zoontje is veranderd en toen ik thuis in een rolstoel zat, was hij bang van mij. Dat is wel even slikken." "Terug naar Togo op krukken, dat kan ik mentaal nog niet aan."