Als uitgelaten kinderen, zo is de sfeer op de training van Ajax op een doordeweekse dag tussen de twee Champions Leaguewedstrijden tegen Milan door. Ajax is weer een naam in Europa en voorlopig werkt dat nog veeleer stimulerend dan stresserend op de jonge Amsterdamse bende. Het plezier straalt er van af. Trainer Ronald Koeman en zijn assistenten Ruud Krol en Tonny Bruins Slot kijken goedkeurend toe met de handen op de rug : zij hoeven niet in te grijpen. Na de training sloft de bende van het trainingsveld door een haag jonge fans die geduldig aanschuiven voor handtekeningen.
...

Als uitgelaten kinderen, zo is de sfeer op de training van Ajax op een doordeweekse dag tussen de twee Champions Leaguewedstrijden tegen Milan door. Ajax is weer een naam in Europa en voorlopig werkt dat nog veeleer stimulerend dan stresserend op de jonge Amsterdamse bende. Het plezier straalt er van af. Trainer Ronald Koeman en zijn assistenten Ruud Krol en Tonny Bruins Slot kijken goedkeurend toe met de handen op de rug : zij hoeven niet in te grijpen. Na de training sloft de bende van het trainingsveld door een haag jonge fans die geduldig aanschuiven voor handtekeningen. Op de grasmat van de ArenA gaf het jonge Ajax een paar dagen eerder behoorlijk weerwerk aan de vedetten van Milan in hun heenwedstrijd in de kwartfinales van de Champions League. De problemen met het gras in het gesloten stadion worden nu tenminste grondig aangepakt. Sinds kort heeft Ajax een heus grascomité, waarin de vroegere assistent-trainer Bobby Haarms, technisch directeur Leo Beenhakker en een grasdeskundige geregeld voor overleg samenzitten. Ruud Krol hoort daar niet bij. Hij is de man die in de achtergrond jonge spelers begeleidt op hun weg naar de top. De huidige hoogconjunctuur is dan ook genieten voor hem. Vóór Ajax-Milan stapte Milankapitein Paolo Maldini op hem af en schudde hem de hand met de woorden : "U bent nog steeds een mythe voor mij." "Dat ben ik daar nog steeds, hoor", weet Krol. "Ik heb nog wel eens heimwee naar Italië, ik vind het nog steeds een schitterend land."Ruud Krol : Nou, het gaat soms snel. Op een feestje van de ex-internationals eind 1999 vroeg de toenmalige bondscoach Frank Rijkaard of ik niet zijn assistent wou worden. Ik beloofde daar eens over na te denken. In maart 2000 vroeg hij het wéér, op een feestje bij Ajax. Zo is het gegaan. Later vroeg Van Gaal of ik niet wilde aanblijven. Zo ben ik dus naar Nederland teruggekeerd, maar mijn bedoeling was het in feite niet. Ik vind het nog steeds moeilijk om hier 's morgens wakker te worden. Als je twintig jaar in de zon hebt geleefd en je wordt dan elke dag wakker met zo'n grijze lucht, dan stemt dat niet optimistisch. Nee, we zijn onafhankelijk van elkaar gekomen. Ik ben door de club gevraagd. Dan denk je : terug naar huis, naar de roots waar het allemaal begon. Dat idee sprak me wel aan. Ik zei wel meteen dat het er van af hing wie er als hoofdtrainer aan de slag zou gaan en of het met die man zou klikken. En het werkte. Toen Ronald en ik hier begonnen, ging het niet goed. Dat was één van de hoofdredenen waarom ik naar hier terug wilde keren. Want dat het Ajax niet goed verging, deed me pijn. Ik wilde er best toe bijdragen ze weer omhoog te helpen. Ajax hoort aan de top. Toen we begonnen, waren we het er al na twee trainingen over eens dat het zwaar tegenviel. Waar het op aankwam, was het plezier weer in de trainingen te brengen en de spelers te stimuleren initiatief te nemen. Ajax miste initiatief en plezier. Niet dat je de hele tijd moet lachen, maar wel af en toe. Tussen het moment dat we overnamen op 3 december 2001 en het einde van de heenronde op 23 december lag er niet veel tijd om bij te sturen. Op het trainingskamp in Portugal kon dat wel. Na de winterstop drukten we onze stempel op het team, ook door het terughalen van een speler als Jan van Halst. Je hebt spelers nodig die leven in de brouwerij brengen en er de schouders onder willen zetten. Daar pasten we dan jonge jongens bij in. Voor hen was dat het signaal dat je jongere nog steeds je kans kon krijgen bij Ajax. Vóór onze terugkeer werd er veel aangekocht en was er weinig aandacht voor de doorstroming van de jeugd. De jongens moeten weten dat als ze hard werken in de jeugd, er een dag komt waarop ze een kans krijgen in het eerste. Nu zijn er toch een stuk of zeven die doorstromen, wat nog niet wil zeggen dat ze er al zijn. Wij geven ze die kans, aan hen om ze met twee handen te pakken. Jelle Van Damme is er één van. Nu moet hij zelf leren inschatten wat hij er moet voor doen en laten. Wij kunnen dat niet voor hem. De meeste van die jongens zijn leergierig. Zo'n Champions League biedt hen leermomenten waar ze later heel veel zullen aan hebben. Ik had dit niet voorspeld, maar ik wist vooraf wel dat maar weinig teams ons konden wegspelen. In de tweede ronde, wist ik, zou dat enkel Valencia zijn. Natuurlijk zijn jonge spelers onder de indruk van Milan, dat zie je in de eerste tien minuten van een wedstrijd. Jonge spelers kennen nog golfbewegingen. Hoe ouder je wordt, hoe beter je je eigen lichaam leert kennen. Fysiek is het zwaar, maar het mentale nog zwaarder. Er zit nog rek in, hoor.Koelbloedigheid. Thuis speelden we een goeie pot tegen Milan, maar na afloop was ik ontgoocheld : als Milan de paar halve kansjes krijgt die wij afdwongen, dan scoren ze daaruit twee keer. Wij zijn nog te speels, te weinig doeltreffend.Nee, hoor. Wij vullen elkaar goed aan. Ik praat wel eens met de spelers, maar ik ben ook wel eens kwaad op ze. We hebben allemaal hetzelfde belang voor ogen : Ajax terug naar de top brengen. Dat dat schijnt te lukken, geeft mij de meeste voldoening. Maar we zijn nog niet aan het einde van de rit : we moeten het succes nog bevestigen.Ik voel dat niet zo aan. Hij praat ook voldoende met de spelers. Als ik zie dat iemand niet happy is, stap ik er wel op af. Wij moeten er voor zorgen dat ze goed in het hoofd zitten. Ronald neemt de beslissingen : wij bakken de taart, hij zorgt voor de slagroom. Ik leer ook nog elke dag bij. Als je niets meer wil leren, kan je beter stoppen met leven.Het werk in de schaduw is heel anders, maar ik vind het net zo leuk. Assistent bij Ajax is toch iets anders dan bij om het even welke club. Ajax is toch mijn club. Daarom ben ik hier vanzelf scherp. Dat is belangrijk. Het is niet zo dat ik als assistent makkelijker inslaap : als we een slechte wedstrijd spelen, slaap ik nog steeds heel slecht. Dat had ik als speler en als hoofdtrainer al.Ik dien mijn contract hier uit. Dat loopt nog twee jaar. Daarna zien we wel. Ik schiet er niets mee op nu al te piekeren over wat er daarna komt. We hebben daar trouwens geen tijd voor. Ik doe ook niet aan carrièreplanning. Eén keer heb ik dat gedaan en het is toen heel anders gelopen. Bij Vancouver dacht ik : hier blijf ik lekker drie, vier jaar, omdat het daar verschrikkelijk mooi was. Maar vijf maanden later zat ik bij Napels. Ook dat was heel mooi. Ik heb het me nooit beklaagd dat ik me niet aan die eerste planning heb gehouden.De historie is weg. Ik kan niet meer tegen mijn kinderen zeggen : "Kijk, daar beleefde papa zijn successen", want het stadion is er niet meer. Met de terugkeer van Arie van Eijden is hier toch weer een clubsfeer teruggekeerd. Je moet proberen de warmte van het vroegere Ajax te behouden. Dat is wat al die oud-Ajacieden hier elk op hun eigen manier proberen te doen. De ArenA en De Toekomst liggen niet zo dicht bij elkaar als vroeger het stadion en de trainingsvelden van de jeugd. Nu moet je de auto nemen naar De Toekomst. Dat kost extra moeite, maar stilaan gebeurt het toch weer. Ik stimuleer ze daar ook toe : "Ga toch eens kijken". Vorige week is Ibrahimovic nog eens geweest. Maar ze komen er wel aan. Je hebt nu al Stekelenburg, Sneijder, De Jong, Van der Vaart, Heitinga, Sikora en Mendes da Silva. Echte Amsterdammers missen we. Die brengen bravoure en zelfbewustzijn mee. Dat neigde meer naar arrogantie. Arrogant ben je als je niet in het gareel wil lopen, je beter voelt dan je bent en je verheven waant boven een ander. Iedereen in het team is gelijk, een team heeft regels waar iedereen in mee moet lopen. Als je dat niet wil, val je uit de boot. Het probleem van Mido heeft niets te maken met cultuurverschil, maar wel met persoonlijk gedrag. Dat cultuurverschil is een goedkoop excuus. Ik heb er in Egypte ook een hele goeie voetballer uitgezet die ik twee keer een nieuwe kans gaf, maar die het telkens verknalde. Op een gegeven moment moet je er een lijn durven onder trekken. Het groepsbelang gaat altijd voor het individuele belang. Ja. Ik vond het spijtig, ik had in al die maanden maar één keer verloren. Maar ik heb er wel van geleerd. Het heeft mijn trainerscarrière niet kapot gemaakt. Ik ben niet het soort trainer dat de publiciteit zoekt. Twintig jaar heb ik in de schijnwerpers gevoetbald. Leuk, maar na verloop van tijd leer je het ook leuk vinden om eens even niét in die schijnwerpers te staan. Ik kom en ik ga. Ik wil werken waar ik het leuk vind, en daar probeer ik spelers wat mee te geven van wat ik heb geleerd in mijn carrière. Door dat ontslag ben ik sterker geworden. Ik heb me afgevraagd : had ik het niet zo of zo moeten doen ? De conclusies die ik daar uit trok, hebben me geholpen in mijn verdere carrière.Op een gegeven moment moet je met harde hand ingrijpen om zaken op te lossen. Ik kwam er met een andere mentaliteit, probeerde er zaken op te lossen zoals ik dat in Italië en Frankrijk had meegemaakt, maar in Mechelen werkte het niet. Ik zou het nu heel anders aanpakken.Niet waar. In Abu Dhabi had ik het niét naar mijn zin. Ik vind het belangrijk een sociaal leven te hebben. Daar kon dat niet, ook al ben ik niet zo moeilijk. Er zat daar een rijke man die het niet met mijn ideeën eens was. Dus moest hij me maar wegsturen, wat ook is gebeurd. Dat was de enige keer dat ik opgelucht was met een ontslag. Het kwam me toen ook goed uit.Maar het klopt wel dat ik me overal en in alle omstandigheden makkelijk aanpas. Ik ben rijk wat betreft ervaringen en culturen. Dat is ook de raad die ik altijd aan jongens geef die weggaan : probeer je altijd zo snel mogelijk in de cultuur van de mensen rond jou in te leven, want dat is het makkelijkst voor jezelf. Als je in Italië belandt, schuif dan de Gazzetta dello Sport niet opzij omdat je ze niet kan lezen, maar probéér ze te lezen. Ik praat Italiaans, Frans, Engels. Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik geen Arabisch leerde in Egypte. Ik zou er maar anderhalf jaar blijven, maar het werden uiteindelijk vijf en een half jaar. Zo moeilijk zou het niet geweest zijn. Als Nederlander beheers ik de nodige harde klanken. Te lang eigenlijk. Had ik geweten hoe het er elders aan toe ging, ik had eerder mijn vleugels uitgeslagen. Ajax was mijn club. We wilden nog één keer die Europacup winnen na het gouden team uit het begin van de jaren zeventig, en in 1979 waren we er dicht bij. Dat was mijn grote droom toen. Maar op het einde was ik uitgekeken op de Nederlandse competitie. Wéér NAC, wéér MVV : het werd een sleur, ik had geen uitdaging meer. Nu is het wat anders. Ik geniet er nu weer van in een andere functie.Ik heb altijd gezocht naar een vorm van ontspanning. Eerst ging dat via bioscoopbezoek, maar dat benauwde me op de duur. Ik kon er mijn energie niet in kwijt de dag voor een wedstrijd. Kunst interesseert me enorm. Het eerste kunstwerk dat me ooit raakte, kon ik niet eens betalen. Ik heb het op afbetaling gekocht. De schoonheid van dat beeldje raakte me enorm. Ik heb nog nooit iets gekocht omdat ik het een goeie investering vond. Wat ik koop, koop ik voor mezelf : omdat ik het mooi vind, terwijl jij er misschien niets in ziet. Dat is toch prachtig ? De schoonheid van iets wordt bepaald door de ogen van de mens die er naar kijkt.door Geert Foutré'Je moet proberen de warmte van het vroegere Ajax te behouden.''Ik heb nog wel eens heimwee naar Italië.'