Geen plukje haar. Geen schrammetje. Geen overtollig vet dat zich ongevraagd heeft genesteld rond de borststreek. De ebbenhouten torso van Kara Mbodji ziet er buitengewoon strak uit. Toch hebben anderhalf jaar Anderlecht er duidelijk ingehakt bij Kara. Maar de littekens bevinden zich net onder de oppervlakte. 'Ik accepteer alles wat mij overkomen is', zegt Kara, terwijl zijn blik aan intensiteit wint. 'Elke morgen ben ik God dankbaar dat ik mag trainen. Als het wat minder gaat, denk ik aan alle mensen die sukkelen met hun gezondheid en hun bed niet eens uitgeraken. Dus: ik incasseer en ik recht de rug.'
...

Geen plukje haar. Geen schrammetje. Geen overtollig vet dat zich ongevraagd heeft genesteld rond de borststreek. De ebbenhouten torso van Kara Mbodji ziet er buitengewoon strak uit. Toch hebben anderhalf jaar Anderlecht er duidelijk ingehakt bij Kara. Maar de littekens bevinden zich net onder de oppervlakte. 'Ik accepteer alles wat mij overkomen is', zegt Kara, terwijl zijn blik aan intensiteit wint. 'Elke morgen ben ik God dankbaar dat ik mag trainen. Als het wat minder gaat, denk ik aan alle mensen die sukkelen met hun gezondheid en hun bed niet eens uitgeraken. Dus: ik incasseer en ik recht de rug.' Hij zal het een paar keer herhalen. Alsof de hele wereld meeluistert. 'Kritiek raakt mij niet. Weet je wat mij echt pijn heeft gedaan? Het overlijden van mijn vader, nu twaalf jaar geleden. 9 december 2004. Die dag zal ik nooit meer vergeten. Ik was er kapot van. Beeld je in: een gastje van 15 jaar die zijn vader verliest. Wat van hem rest, is de goede opvoeding die hij mij gegeven heeft. Ik ben extreem koppig, maar mijn vader heeft mij op tijd doen inzien dat ik dingen deed die niet deugden. Ik heb meer dan eens een educatieve oorveeg gekregen wanneer ik een connerie had uitgehaald, maar uiteindelijk zag hij er nog het meest van af. Ik was een beetje zijn oogappel. Als mijn vader in de buurt was, durfden mijn ooms, tantes en grote broers mij niet aan te raken.' (lacht) KARA MBODJI: 'Een geluk dat ik niet veel later gerekruteerd werd door de voetbalschool Diambars. Daardoor had ik minder tijd om te piekeren over de dood van mijn vader. Ik heb er vijf jaar gezeten en in 2010 kreeg ik voor het eerst een kans in Europa, bij het Gent van Michel Preud'homme. Na twee maanden meetrainen gaf Bob Peeters, op dat moment beloftetrainer, groen licht. Aan Ivan De Witte heeft hij letterlijk gezegd: 'De enige speler die jullie moeten nemen, is Kara.' De transfer is op het laatst toch niet doorgegaan.' KARA: 'Voor mij blijft het een grote mysterie. Michel Louwagie heeft mij zelfs medische testen laten afleggen. Dan ben je toch geïnteresseerd? Ik heb een gesprek onder vier ogen gevraagd met Louwagie, die in hetzelfde hotel verbleef als ik, maar hij is verdwenen zonder een woord uitleg te geven. Een paar maanden later heb ik in Noorwegen bij Tromsø mijn eerste profcontract getekend en nu zit ik bij de beste club van België. Wie is er dan als winnaar uit dit verhaal gekomen?' KARA: 'Ik gedroeg mij niet als een verdediger: ik was te speels en ik nam onnodige risico's. Dat laatste is een erfenis van mijn passage bij Diambars, waar ons één ding in het hoofd werd geprent: speel voetbal. Zelfs als verdediger mocht je geen lange ballen trappen. Dat hoefde ook niet - doorgaans waren we toch sterker dan de rest - maar op mijn leeftijd leer je zoiets nog moeilijk af. Je mag ook niet vergeten dat ik in Noorwegen drie jaar op het middenveld stond. Daar mag je de bal kwijtraken.' KARA: 'Nu zoek ik inderdaad de simpelste oplossing. Ik heb vorig seizoen een zware tol betaald voor mijn overmoed, ik heb de ploeg zelfs punten gekost. Ik heb die fouten erkend en er de volle verantwoordelijkheid voor genomen. (schudt het hoofd) Er waren momenten dat ik mij uit schaamte thuis wilde opsluiten. Het deed pijn te beseffen dat ik niets kon terugdoen voor Anderlecht, dat ettelijke miljoenen in mij had geïnvesteerd, noch voor de supporters die desnoods zouden sterven voor hun kleuren... Ik heb lessen getrokken uit vorig seizoen en dat zie je terug in mijn prestaties.' KARA: 'Dat hoort erbij, zo zijn supporters nu eenmaal. Ze fluiten je uit en twee minuten later gaan ze voor jou applaudisseren na een doelpunt of assist. Eén ding kan ik echter niet verdragen: dat de supporters één bepaalde speler viseren en anderen met rust laten. Je hebt jongens die niets verkeerd kunnen doen en er zijn er die werkelijk niets goed kunnen doen. Waarom maken supporters zo'n onderscheid? Ik walg van dat soort onrecht en ik ben niet bang om dat aan te klagen.' KARA: 'De manier waarop de fans Badji behandelen is... Het is niet correct. Ik ben verbaasd dat hij zo weinig krediet heeft bij de fans. Komt dat omdat hij geen Belg is? Omdat hij hier niet werd opgeleid? Of zit er iets anders achter? Hij verdient het alleszins niet om bij elke slechte pass uitgejouwd te worden. Die jongen loopt als een gek voor de ploeg en traint als een bezetene. 'Je hebt het wellicht gemerkt: Badji en ik zijn na een match niet meer zo close met de supporters. Zolang Badji uitgefloten wordt, kan ik niet doen alsof er niets aan de hand is.' Neem je dat zo ter harte omdat Badji een landgenoot en persoonlijke vriend is?KARA: 'Mijn vriendschap met Badji staat daar helemaal los van. Ik ben vorig seizoen bij het bestuur en bij Besnik Hasi voor meer dan één speler gaan pleiten. Voor mij komt het collectief op de eerste plaats. Misschien is dat wel mijn zwakke plek.' KARA: 'Moeilijk te zeggen. Ik voel dat sommige spelers moeite hebben om mij te aanvaarden als leider. Niet dat ik mij in die rol heb willen manoeuvreren - het ligt gewoon in mijn aard om de leiding te nemen. Ik denk dat de mensen zich verkijken op mijn persoonlijkheid. Ik hoor dikwijls zeggen: Kara heeft een rotkarakter. Nee, ik heb veel temperament. En dat zal altijd zo blijven. Maar met mij kan je naar de oorlog. En ik zou nooit iemand verraden, zelfs niet mocht ik bedreigd worden.' KARA: 'Ik moet lachen als ik hoor of lees dat niemand in onze kleedkamer bekwaam is om het voortouw te nemen. In deze ploeg zijn er genoeg leiders, mannen met persoonlijkheid, die voor niets terugdeinzen en hun verantwoordelijkheid niet schuwen. Maar die moeten door iedereen erkend worden. Dát is het probleem van deze ploeg. Bij gebrek aan een consensus worden anderen naar voren geschoven als zogenaamde leiders. N'importe quoi.' KARA: 'De kern zou niet misstaan met een extra centrale middenvelder en een linksachter - Acheampong beschouw ik namelijk als een aanvaller. Maar nu spreek ik voor mijn beurt. Ik eis geen versterkingen van het bestuur. Het is aan de technische staf om te beslissen in welke linies we versterking nodig hebben. (klopt op tafel) Eigenlijk moeten we met het huidige spelersmateriaal altijd meedoen voor de titel! Bekijk het klassement en je kan vaststellen dat we niet zo ver staan van de eerste plaats.' KARA: 'We zijn ons ervan bewust dat Anderlecht zich geen drie jaar zonder titel kan permitteren. Mocht het opnieuw mislopen... In dat geval mogen wij - de spelers - ons dat aanrekenen. De trainer heeft veel kritiek moeten verdragen, maar wat hebben wij getoond de voorbije maanden?' KARA: 'René Weiler reikt ons een tactiek en oplossingen aan, wij zijn de voornaamste acteurs in het spel. Het is in het voetbal nog altijd bon ton om alle schuld op de trainer af te schuiven. Vandaag zeg ik met volle overtuiging dat ik de trainer steun. We moeten in elk geval solidair met hem zijn: binnenskamers en naar buiten toe.' KARA: 'Natuurlijk is de trainer aansprakelijk wanneer het niet draait. Ook Weiler weet dat. Maar sommige spelers lijken niet te beseffen dat ze medeplichtig zijn aan deze situatie. Het is een wisselwerking: hoe meer de trainer zich voor ons inzet, hoe meer wij voor hem moeten doen. Ik blijf in herhaling vallen: elke speler is het aan de club verplicht om zijn shirt nat te maken. Na negentig minuten zouden we elke supporter recht in de ogen moeten kunnen kijken. Ik vind het niet normaal dat je in de Belgische competitie wordt afgetroefd door een 'kleine' ploeg omdat de wedstrijdmentaliteit niet goed zit.' KARA: (fel) 'Ik heb dat niet gezegd. Daar wil ik mijn hand voor in het vuur steken. Ik zal je vertellen hoe het gegaan is. Tijdens een onderhoud met Herman Van Holsbeeck heb ik vernomen dat er op clubniveau een akkoord was met Swansea en dat ik de zaterdag daarop in Wales werd verwacht om mijn medische testen af te leggen. Na dat gesprek ben ik in de gang de trainer tegengekomen. Hij zei: 'Blijkbaar sta je op het punt om te vertrekken.' Ik bevestigde hem dat er een akkoord was, maar dat ik nog door de medische keuring moest. We hebben elkaar de hand geschud en elkaar succes gewenst.' KARA: 'Door de bemoeienissen van enkele tussenpersonen die achter mijn rug mijn salaris hebben willen onderhandelen met Swansea. Bij mij pakt dat niet! Voor mij hoefde die transfer dan ook niet meer.' KARA: 'Nuance: ik stond open voor een vertrek naar de Premier League - je zou zot zijn om zo'n kans te laten liggen. Maar in tegenstelling tot wat wordt beweerd, heb ik Anderlecht nooit voor een voldongen feit geplaatst. Het omgekeerde is wel waar: ik ben naar de uitgang geduwd bij Anderlecht. Sommige mensen binnen de club wilden mij liever kwijt. Op een dag werd mijn makelaar op Anderlecht ontboden met de vraag om voor mij een nieuwe club te zoeken. Dat kan je toch maar op één manier interpreteren? KARA: 'Na het vertrek van De Maio heeft de club mij gevraagd om te blijven. Nochtans heb ik andere zaken gehoord. Er was zogezegd geen interesse meer vanuit het buitenland... Leg mij dan eens uit waarom een speler die weg wil, niet wegraakt en uiteindelijk blijft, wordt beloond met een nieuw contract. Die nieuwe overeenkomst werd mij maar om één reden aangeboden: als tegenprestatie omdat ik ben ingegaan op hun vraag om minstens het seizoen uit te doen. Al de rest zijn leugens. Mensen kletsen erop los, zonder de waarheid te kennen, en vervormen zelfs de realiteit. Ik heb mij dus voorgenomen om dit seizoen enkel te praten als het moet.' KARA: 'Tegen wie? Ik wil met mijn voeten spreken. Maar ik vond het tijd om de waarheid te zeggen.' KARA: 'Omdat ik bewust gezocht word. Die fase met Joseph Akpala vorig seizoen was wel heel flagrant. Ik geef Akpala een stomp met de schouder. Na de match en de dagen erna spreekt iedereen over een kopstoot. Er werden zelfs vergelijkingen gemaakt met de beruchte kopstoot van Zinédine Zidane... En overal hoorde je: met minder dan drie speeldagen schorsing mag Kara niet wegkomen. Ik ben mezelf gaan verdedigen op de voetbalbond en ik had het gevoel dat ze mij moesten hebben. Iemand anders hadden ze met rust gelaten, maar ik werd geschorst omdat ik Kara heet.' KARA: 'Sinds het voorval met Karim Essikal word ik als een schurk opgevoerd in de media. Blijkbaar jaag ik zelfs kinderen de stuipen op het lijf. Komaan zeg! Denken de mensen nu echt dat ik de toekomst van Essikal bewust op het spel heb gezet? Ik ben een verdediger en dan hoor je ruw te spelen. Maar ik heb nog nooit moedwillig een slag uitgedeeld. Op het veld gebruik ik mijn brute kracht, ernaast ben ik een sentimentele persoon.' KARA: 'Maar dat is geen reden om mij voor het vuil van de straat uit te maken. Sommige supporters gaan daar heel ver in: ik heb berichten gekregen waarin ik een aap werd genoemd. Hoe laf moet je zijn om van achter je computer mensen te beschimpen? Die mannen mogen gerust op mij afstappen en face to face hun gedacht zeggen. Het heeft mij wel tot nadenken aangezet. Ik heb mij een paar keer afgevraagd of het nog zin had om voor Anderlecht te spelen...' KARA: 'Maak je geen zorgen: ik kan veel verdragen. Ik weet dat mijn weg uitgestippeld werd door God. Niemand zal mij dus kapot krijgen. Zeker niet in België. De druk bij Anderlecht is in niets te vergelijken met wat wij soms meemaken in Senegal. Daar zijn supporters in staat je huis in de fik te steken of met jou te vechten. Om voor een Afrikaans land uit te komen moet je ballen aan je lijf hebben!' KARA: 'Met stip op één: een kwalificatieduel voor de Afrika Cup tegen Ivoorkust in 2012. We moesten in Dakar een 2-0 uit de heenwedstrijd goedmaken, maar voor we het beseften, had Didier Drogba al twee keer gescoord. Het publiek begon zich te roeren. Plots zag ik een paar kasseien door de lucht vliegen en stond een deel van het veld in brand. Op politiebevel zijn we samen met de spelers van Ivoorkust in de middencirkel gaan staan. Op die plek was het voor hen gemakkelijker om ons te beschermen tegen de menigte. Met van die kleine bestelwagens zonder ramen zijn we uit het stadion kunnen wegglippen. Toch heb nooit voor mijn leven gevreesd. Om maar te zeggen dat ik niet snel van iets onder de indruk ben.' DOOR ALAIN ELIASY - FOTO'S KOEN BAUTERS'Ik moet lachen als ik hoor dat niemand in onze kleedkamer bekwaam is om het voortouw te nemen. In deze ploeg zijn er genoeg leiders.' - KARA MBODJI 'Sommige mensen bij Anderlecht wilden mij liever kwijt. Ik werd naar de uitgang geduwd.' - KARA MBODJI