Ç a va. Ça va mieux." Scoren, zoals op STVV, deed hem plezier, zegt Nabil Dirar een dag na de wedstrijd. Het talent heeft hij, nu nog het behoud van de concentratie. Recent kwam hij nog in opspraak, nadat Club Brugge hem voor onbepaalde tijd naar de B-kern verwees. Net voor de derby tegen Cercle werd hij gerehabiliteerd, en op STVV stond hij alweer in de basis.
...

Ç a va. Ça va mieux." Scoren, zoals op STVV, deed hem plezier, zegt Nabil Dirar een dag na de wedstrijd. Het talent heeft hij, nu nog het behoud van de concentratie. Recent kwam hij nog in opspraak, nadat Club Brugge hem voor onbepaalde tijd naar de B-kern verwees. Net voor de derby tegen Cercle werd hij gerehabiliteerd, en op STVV stond hij alweer in de basis. Nabil Dirar: "De Dirar met een andere mentaliteit, dat alleszins. Ik ga proberen mijn hoofd niet meer op hol te laten brengen en me te concentreren op mijn werk. Ik ben het beu dat er op een negatieve manier over mij wordt gesproken. Mijn matchen spelen, à fond, en daarnaast alles vergeten, dat wil ik nu. Een goed imago neerzetten, want ik ben geen slechte jongen. Ik ben een sympathieke en dat wil ik op het veld laten zien." "Ja. Ik dacht dat het voorbij was. Anderzijds: de sanctie deed me ook goed, want nu heb ik het eindelijk begrepen. Door die sanctie en door de vele gesprekken nadien met mensen." "Ik had voor die tackle rood kunnen krijgen, dat heb ik direct toegegeven. We verloren en 's anderendaags is alles geëxplodeerd. We waren nog allemaal in shock, de trainer gaf zijn analyse, en toen hebben we elkaar slecht begrepen. Er vielen woorden, dat zorgde voor spanningen, et voilà. Ik heb me toen héél slecht uitgedrukt." "Min of meer. Ik heb die fout gemaakt, dat ontken ik niet. Niet omdat ik een smeerlap ben, maar ik was wel opgewonden. Ik heb me direct geëxcuseerd, ik besefte ook dat die jongen heel veel geluk had dat hij zijn been niet brak. Maar dat was niet de reden voor de nederlaag. Ik ben na dat incident gewisseld en dat vond ik erg, omdat ik voelde dat ik nog gevaarlijk kon zijn. Maar goed, de trainer vond het beter voor de ploeg om me eraf te halen, uit vrees voor weer een uitsluiting." " Voilà. Ik ben geen hypocriet, ik zeg wat ik denk. Maar op een slechte manier." "Dat is niet typisch Arabisch, Italianen doen het ook. Met woorden die niet de juiste waren. Ik ben me bovendien beginnen te verweren in het Engels, niet direct de beste keuze. ( lacht) Of liever, in een mengeling van Nederlands en Engels. En daarin werden woorden gebruikt die hard aankomen, ook al is hun betekenis uitgehold door veelvuldig gebruik." "Ik kan me gewoon niet uitdrukken in het Engels, dat is de les. Ik heb een fout gemaakt die ik nooit meer ga herhalen. Juist omdat ik weet dat de coach een groot hart heeft. Hij heeft me laten terugkeren, gaf me direct speelkansen, dat zijn allemaal tekenen van grote menselijkheid. Terwijl ik dacht dat het tussen hem en mij voorbij was." "Hij heeft gezegd dat hij nooit meer met mij zou werken en ik heb gezegd dat ik het daarmee eens was. Ik was te ver gegaan. Ik wilde weg uit Brugge, weg uit België zelfs. Naar een ander kampioenschap. Het was mijn derde sanctie, de mensen hier krijgen een slecht beeld van mij." "Ik was triest, dat kan je begrijpen. Het was een belangrijke week, met wedstrijden tegen Anderlecht, Standard en Dinamo Zagreb. Ik was superontgoocheld dat al die matchen aan mij voorbijgingen. In plaats daarvan trainde ik met de beloften. Ander veld, andere kleedkamer, die van de bezoekers. Trainen met die jongeren heeft me wel deugd gedaan. Die gasten gaven zich de hele tijd helemaal en ik zag in hun ogen dat ze maar al te graag in mijn plaats zouden zijn." "Natuurlijk. Of ik nu met de reserven speel, dan wel met de A-ploeg: zodra ik een bal zie, heb ik zin om te voetballen. Ik wilde de ster niet uithangen en over het veld wandelen, ook niet in die omstandigheden. Het deed me plezier om met die jongens te werken." "Daar had ik geen enkel probleem mee, omdat ik de hele tijd bij mijn vrienden en mijn vriendin was. Zij is veel meer zen dan ik, veel kalmer, veel meer volwassen ook. Ze heeft veel op mij ingepraat. Net als anderen die me een ongelooflijke stommeling vonden. "Weet je, ik ben geen voetballer geworden om bij Real of Barcelona te sjotten. Wat ik wil, is in de buurt blijven van vrienden en familie. Ik ben heel tevreden bij Club. Daarom wilde ik niet weg, ook al waren er mogelijkheden. "Ik had geen zin meer om met de reserven te trainen en was van plan om op mijn eentje mijn conditie te onderhouden. Of om dat te doen bij een andere ploeg, tot op 1 januari de transferperiode begon en ik kon tekenen. Maar uiteindelijk is het allemaal zover niet gekomen. De directie is met mij komen praten, de coach ook. Ze stelden voor om terug te keren. Ik heb eerst nog wat getwijfeld en bedenktijd gevraagd. Maar uiteindelijk heb ik het goed in België. Pluspunten hier zijn: de nabijheid van de familie, het feit dat ik nog jong ben en dat ik graag voetbal. Het minpunt is dat ik een 'naam' heb in België, dat spelers en andere clubs me kennen en me provoceren. En dan is het soms moeilijk om geconcentreerd te blijven en doe of zeg ik dingen ... Als het hoofd er niet bij is, werkt het niet." "Ik heb nooit op internaat gezeten, of in een opleidingscentrum, of bij de jeugd van een grote club. Discipline ken ik niet. Voetballen was voor mij lang het spelen van clandestiene toernooitjes, waarbij alles toegelaten was. Ik ben als voetballer per toeval geslaagd. Ik had kwaliteiten, voetbalde in derde klasse, Westerlo is me daar komen halen. Dat heeft allemaal nog zijn invloed. Zij die door een club werden gevormd, hebben discipline en mentaliteit. Ik heb vooral op straat geleefd." "Dat komt nu nog steeds terug, dat bandeloze van Casablanca, daarna Sint-Joost. We hadden geen park om te voetballen, dus was de straat van ons. Van passerende wagens trokken we ons niks aan, we blokkeerden de straat en deden verder. Hadden trainers me vroeger in handen genomen en getoond hoe ik moest reageren, was het misschien anders gelopen. Ik heb mijn manier van uitdrukken en wellicht is die wat vulgairder dan van anderen ... Maar goed, ik hoop dat ik het nu begrepen heb. Want recht op nog een fout heb ik niet. Al mijn cartouchen zijn verschoten." "Ik vreesde dat ze me zouden uitfluiten, ja. Slechte resultaten, mijn gedrag ... Ik had het zelfs kunnen begrijpen, maar het is niet gebeurd, ze hebben zelfs mijn naam geroepen." "Een mental coach, geen psycholoog. Eén tot twee keer per week zie ik haar. We praten vooral, over alles. Ik vertel dingen, zij leert me hoe te reageren in situaties. Het is nog te vroeg om te zeggen dat het al helpt, misschien in de toekomst." "Ik? Ik weet het niet. Als Club Brugge van mij af wil, zien we wel wat er gebeurt, maar ik voel me hier goed. Ik ben ook van plan om niet meer te luisteren naar de provocaties van anderen op het veld. Dat zijn toch maar stommeriken die me niet kunnen tegenhouden op een normale manier en daarom gebaren en woorden gebruiken. Omdat het hun enige wapen is." "Er zijn mensen die op voetbalvlak zo slecht zijn dat taal hun enige verweer is. C'est con, quoi. Mocht je ooit horen wat er allemaal op een veld wordt gezegd, er zouden nogal sancties vallen. Sale Arabe, janet , ..." "Dat kan toch niemand stoppen? Het zijn woorden van - hoe zal ik het zeggen? - des pisseurs ... Ik ga hen negeren en mijn spel spelen. Ik moet er proberen mee te lachen, of ik ontplof. Als iemand me zoiets zou zeggen na een match, dan breek ik, maar op een terrein kan ik niks doen. En dat weten ze. Dus gaan ze, zelfs als ik de bal niet heb, op mijn tenen staan of me doen struikelen ... Scheidsrechters zien dat niet altijd. Het is bij Brugge veel erger dan destijds in Westerlo, allicht omdat ze me toen niet zo goed kenden. Of dat Westerlo als tegenstander niet zo'n grote ploeg was en het dus minder uitmaakte. Club kloppen, dat is net alsof ze de titel pakken. Ze zijn veel gemotiveerder dan wij, in sommige wedstrijden." "Omdat daar meer ruimte is en minder wordt geprovoceerd. Er wordt beter gevoetbald. Tegen die kleinere ploegen is het vaak voetballen in het duel, met provocaties, en daarin laten we ons meeslepen. Misschien moeten we in dat soort wedstrijden veranderen van spel: ballen voor de goal gooien, agressief spelen, het duel opzoeken, ... Misschien dat we dan de wedstrijd winnen. We slapen soms, we moeten niet alles op de scheidsrechter steken, het ligt soms ook aan ons. Iedereen is verantwoordelijk, niet alleen de Franstaligen of de Vlamingen of de buitenlanders. Het is niet door zich tegen een groep te keren, of een paar individuen, dat we de problemen van de ploeg oplossen. Het is niet de taal die belangrijk is binnen het voetbal, maar de voeten. Het is niet door goed Nederlands te spreken dat ik een goeie speler ben." "( zucht, denkt na) Dat ze me leert hoe ik moet reageren. Dat ze me leert om na te denken over een antwoord in plaats van direct te reageren. Het zijn mijn woorden die er vaak te vlug uitkomen en die te hard zijn. ( lacht) Ik moet leren tot vijf tellen tot er ergens een licht gaat branden in mijn hoofd. Me leren beheersen dus. "Mijn glimlach zal ik nooit verliezen, maar ik ga meer zen proberen te zijn. Als ik 's morgens opsta en ik zie al die mensen in hun dikke jassen met hun vrachtwagen vertrekken naar de fabriek, dan ben ik blij dat ik voetballer ben. Wat kan ik meer verlangen? Je gaat ergens wat drinken en je krijgt je koffie gratis. Ik profiteer. Mensen komen me zeggen dat ze mijn spel fantastisch vinden. Ik moet daarvan genieten, want na het voetbal zal het zo niet meer zijn. Mijn broer werkt bij een schoonmaakfirma, zat in de bouw, werkte al in een hotel ... Hoeveel uur werkt een voetballer per dag? Eén ochtend, drie, vier uur. Hooguit. Hij komt hier ontbijten, wat rusten, een uurtje of twee trainen, douchen en hij gaat terug naar huis. Ik zie dat niet eens als werken. Terwijl je het wel als werk moet zien, want als je wedstrijden wint, verdien je geld. ( leunt achteruit) Het wordt tijd dat we wat gaan winnen, dan kan ik voor iedereen cadeautjes kopen. Anders moet ik op de kerstman hopen en aangezien ik moslim ben, geloof ik daar niet in. ( plots ernstig) Ik denk dat ik verplicht zal worden om hypocriet te zijn." "Ik weet niet of dat de les is, maar ik ben het alleszins niet. Anders was ik niet gestraft. Wat ik denk, zeg ik, of je daar nu tevreden mee bent of niet. "Hypocrisie is iets wat ik verafschuw. Ik kan het niet zijn. Ik wil van niemand afhangen. Als ik morgen moet gaan werken om mijn brood te verdienen, dan is het maar zo. In een ideale wereld kan iedereen met elkaar overweg, maar het is geen ideale wereld. Ook hier niet. Je kan niet met iedereen goed staan, er zullen altijd meer affiniteiten zijn met de ene dan met een ander. Maar eens op het veld mag dat niet spelen. En men mag van ons niet verlangen dat we hypocriet zijn." ( lacht) "Dat is me al te veel. Is drie ook genoeg?" DOOR PETER T'KINT