Kijk, daar op het negende woonden wij, drie verdiepen hoger was het appartement van mijn grootouders.' Gilles De Bilde staat te wijzen naar de topverdiepingen - en dat bedoelen we niet als synoniem voor 'klasse' - van een groot, afgeleefd woonblok: paviljoen 7 in het Breughelpark van Zellik. Een sociale woonwijk in de Brusselse rand die zeker in de jaren negentig en de nillies een kwalijke reputatie kreeg, maar waar ook begin dit jaar nog politiecombo's bekogeld werden. Vanaf de parking aan Paviljoen 7 heb je een machtig panoramisch zicht op onze hoofdstad en de immer drukke ringsnelweg errond.
...

Kijk, daar op het negende woonden wij, drie verdiepen hoger was het appartement van mijn grootouders.' Gilles De Bilde staat te wijzen naar de topverdiepingen - en dat bedoelen we niet als synoniem voor 'klasse' - van een groot, afgeleefd woonblok: paviljoen 7 in het Breughelpark van Zellik. Een sociale woonwijk in de Brusselse rand die zeker in de jaren negentig en de nillies een kwalijke reputatie kreeg, maar waar ook begin dit jaar nog politiecombo's bekogeld werden. Vanaf de parking aan Paviljoen 7 heb je een machtig panoramisch zicht op onze hoofdstad en de immer drukke ringsnelweg errond. Terwijl hij poseert voor onze fotograaf vertelt De Bilde hoe hij daar een slaapkamer deelde met zijn jongere broer Franck, en hoe ze op een dag een luide knal hoorden die hun vensters deed daveren: dat was Patrick Haemers, berucht crimineel, die met zijn kompanen een geldtransport liet ontploffen op de aanpalende snelweg. Vanuit hun slaapkamer keken de broertjes geboeid naar de gebeurtenis. Het is zo een van die kleine voorvallen die bij een mens van vijftig plots willen opdoemen. Maar er waren ook grote voorvallen, die sowieso nog een veel grotere stempel zouden drukken op het latere leven van Gilles De Bilde. Zijn moeder was veelal afwezig en worstelde met een knoert van een drankprobleem - 'dikwijls was er geen eten voorzien en moesten mijn broer en ik onze plan trekken, of aten we bij de Congolese buren' - en zijn vader en grootouders mocht hij niet zien - 'soms stonden we samen met hen in de lift en mocht ik van mijn moeder niet eens dag zeggen'. Natuurlijk waren er ook mooiere momenten, die zijn jeugd toch wat glans gaven. Zoals de dagelijkse voetbalpartijtjes in het park, waar hij als een van de enige blanken mocht strijden tegen de Afrikanen. De Bilde: 'Ik was als enige goed genoeg om te mogen meedoen. Hier leerde ik de skills en leerde ik van me afbijten, want je kreeg hier serieuze doefen. ' Het straatvoetbal hield hem weg van de criminele wereld waarin veel van zijn buren verzeilden, maar voedde hem wel met die typische, gewiekste straatmentaliteit; een schelmachtige charme die hem nooit zou verlaten. Al is die op zijn vijftigste toch wat afgevlakt, lacht De Bilde, tegenwoordig aan de slag als commentator bij Eleven Sports en analist bij DPG Media. 'Met de leeftijd word je kalmer en gematigder, hè. Ik heb genoeg meegemaakt in mijn leven, zowel professioneel als privé. Op een bepaalde leeftijd ben je blij dat er niet te veel heisa meer is en dat je rustig je leven kunt leiden. Al zal ik nooit honderd procent rust vinden, dat is de aard van het beestje.' Wat doet het jou om vijftig te worden? Gilles De Bilde: 'Het is raar, want in mijn hoofd voel ik me nog 25 jaar. Maar de feiten zijn er: er staat een 5 en een 0. ( lacht) Depressief word ik daar niet van. Ik kan nog alles, ben fysiek oké. Mijn leven is op orde, dus ik heb geen reden tot klagen. 'Ik heb ook nooit te kampen gekregen met de typische voetbalproblemen: knieën, kraakbeen... maar mijn rug is altijd mijn zwakke plek geweest. Twee jaar geleden heb ik me laten opereren aan een hernia, een probleem van vroeger. Bij PSV had ik die laten weghalen, maar niet operatief, want dan was ik negen maanden out en dat zagen ze daar niet zitten. In feite heeft het WK 2018 in Rusland mij genekt, met het vele reizen en de niet altijd zo comfortabele omstandigheden. Na terugkomst liep ik kreupel. Met voetballen ben ik gestopt, dat is te belastend, net als lopen. Dus ik beperk me tot zwemmen en fietsen.' Mis je dat, tegen een balletje trappelen? De kleedkamersfeer? De Bilde: 'Heel soms. Ik heb echter nooit de ambitie gekoesterd om trainer te zijn, hoewel ik daar wel de kansen toe had, vooral dan als assistent-trainer. Toen ik destijds een punt zette achter mijn profcarrière was ik het mentaal echt moe. Als profvoetballer ben je geprivilegieerd, absoluut, en ik ben blij dat ik al die dingen kon meemaken en daar goed mijn boterham mee verdiende, maar mensen realiseren zich niet altijd de constante druk en alle verplichtingen die er bij horen. Steeds maar dat móéten-móéten-móéten. Wedstrijden vond ik nooit erg, maar elke dag trainen... op den duur wordt dat toch een sleur. 'Ik ben eigenlijk relatief jong gestopt, op mijn 33ste, maar daar heb ik nooit spijt van gehad. Zelfs niet de manier waarop. Dat moest ook niet met toeters en bellen, dat interesseerde me niet. Mijn kinderen waren pas geboren, we hadden ons huis in Marbella, ik keek daar naar uit. Bij Lierse had ik met Emilio Ferrera een bijna vriendschappelijke band, hij overtuigde me verder te doen tot de wedstrijd tegen Anderlecht, vier wedstrijden voor het einde van het seizoen. Nadien was ik dan 'diplomatisch geblesseerd', zoals dat heet.' ( lacht) Je debuteerde ook pas op je 23e op het hoogste niveau, toen Eendracht Aalst in 1994 naar eerste klasse promoveerde. Je zou verwachten dat je het dan zo lang mogelijk rekt? De Bilde: 'Voetbal is voor mij nooit allesoverheersend geweest. Ik had wel een bepaalde discipline en wilde het goed doen, maar niet ten koste van alles. Nu ik ouder ben, besef ik goed genoeg dat ik niet de makkelijkste speler was om te coachen. Maar dat hing ook van persoon tot persoon af. Sommige trainers konden me raken, anderen minder. Johan Boskamp bijvoorbeeld. Die kwam een beetje uit hetzelfde milieu als ik, die voelde voor mij aan als authentiek. Wij konden hevig ruzie maken, fysiek zelfs, maar de volgende dag als je scoorde was hij wel de eerste bij wie je in de armen vloog. Net omdat hij altijd zo zichzelf was. 'Hetzelfde met Dick Advocaat, mijn trainer bij PSV. Hij wordt vaak als koel en afstandelijk bestempeld, maar wie stond er hier aan de kerk van Zellik toen mijn grootvader stierf? Advocaat. Dat was een week voor een CL-match tegen Barcelona. Hij gaf me het weekend vrij in de Nederlandse competitie, maar wilde wel dat ik tegen Barcelona zou spelen. Al liet hij de keuze helemaal aan mij. Op een bepaald moment brak ik op de training en begon ik te huilen. Advocaat zag dat en sloeg zijn arm rond mij, op een zeer vaderlijke manier. Dat raakte mij. En uiteindelijk speelde ik die wedstrijd ook tegen Barcelona. Ik vond het ook geweldig dat hij me belde vlak na dat incident met Krist Porte ( in december 1996 deelde De Bilde een vuistslag uit aan Porte tijdens Anderlecht-Aalst, waar Porte verschillende breuken aan overhield en De Bilde voor een half jaar werd geschorst, nvdr). Hij zei meteen: 'Ik wil je bij PSV, ongeacht de duur van je schorsing.' Ook Boskamp was in die periode heel ondersteunend, hij stond de ochtend na het incident al aan mijn deur.' Waar heb je je het gelukkigst gevoeld? De Bilde: 'Elke periode had zijn charme. Bij Aalst was alles wauw. Alles kon, alles mocht en alles lukte. Dat was de periode van ontluiking. Zeker toen Jan Ceulemans er trainer werd. Hij was dan wel een Club- en ik een Anderlechtman, hij was toch een icoon van het Belgische voetbal. Als zo iemand zijn vertrouwen schenkt, geeft dat vleugels aan een gast van 21 jaar. 'En dan natuurlijk mijn periode bij Anderlecht. Als Brusselse straatjongen droom je daar van. Ik stond een paar jaar eerder nog geregeld in de tribunes te kijken, samen met mijn maten. Dus het moment dat je daar dan zelf op het veld staat, en diezelfde maten ziet zitten in de tribune, geeft dat een speciaal gevoel. Ook de tweede keer, toen ik er terugkeerde, deed dat iets met mij. 'PSV was puur als profvoetballer het mooiste. De top qua omkadering en ploeg. Daar besefte ik wat het vak inhield. Ik speelde er aan de zijde van Luc Nilis, Marc Degryse, Ruud van Nistelrooij, Arthur Numan, Phillip Cocu, Boudewijn Zenden, Wim Jonk, Jaap Stam... zulke toppers pushen je automatisch naar een hoger niveau.' Sheffield Wednesday nadien werd een serieuze tegenvaller. Je had er getekend voor vier jaar maar eigenlijk wilde je zo snel mogelijk weer weg, zo schreef je in je biografie 'Gilles - Mijn verhaal' uit 2004. De Bilde: 'Daar werden veel beloftes gedaan, maar al van bij het begin had ik door dat het niets zou worden. Slecht voetbal - constant lange ballen - , slecht weer, slecht eten, een mentaliteit die mij niet lag. Uiteindelijk hebben ze mij nog uitgeleend aan Aston Villa, waar ik Nilis moest vervangen na zijn beenbreuk. Daar had ik het wel naar mijn zin en wilde ik blijven, maar Sheffield ging niet akkoord. Ik wilde echt weg. Gelukkig kwam Anderlecht dan terug aankloppen.' In Engeland kreeg je op een bepaald moment ook de paparazzi op je dak, toen je illegaal je honden het land binnen smokkelde. Het is iets dat jou wel typeert: je drijft graag je wil door. De Bilde: 'Mijn vrouw zegt vaak dat ik heel principieel ben. Dat lijkt soms over details te gaan, maar voor mij zijn die zeer belangrijk. Dat mijn honden mee konden naar Engeland, was een vereiste om daar te tekenen - ik had immers ook een aanbod uit Italië. De manager van Sheffield Wednesday had beloofd dat dat in orde zou komen, maar dat stond niet op papier. Dus toen dat niet geregeld geraakte, ging ik op zoek naar alternatieven.' Was de Gouden Schoen begin 1995, na niet eens een half jaar eerste klasse, achteraf bekeken hét kantelmoment in je carrière en leven? Nadien stapelden incidenten zich op en verloor je veel van je aanvankelijke populariteit. De Bilde: 'Ik denk dat mijn vader zijn hersenbloeding meer een kantelmoment was, een klein jaar na het winnen van die Gouden Schoen. Want uit die situatie vloeide dat incident met de verpleger voort ( De Bilde deelde een slag uit aan een verpleger van de spoeddienst omdat die hem wilde lostrekken van zijn vader, nvdr), iets later dan dat met Krist Porte. 'Bij Anderlecht liep het niet. Ik voelde me niet goed in mijn vel. Dat waren veel zaken samen. Ik zat in een moeilijke periode en heb daar verkeerd op gereageerd. Ook daar ben ik er zeker van dat veel te herleiden valt tot mijn jeugd, waarin ik mijn vader een deel heb moeten missen... en dan sta je aan de top en krijgt je vader een hersenbloeding waarvan hij zich nooit meer hersteld heeft. Ik ben hem niet kwijt, maar eigenlijk ook wel. Dat was een beetje de factor die die hele moeilijke periode geïnitieerd heeft. Ik krijg zoiets niet uit mijn lijf.' Je bent een emotioneel mens. De Bilde: 'Goh, als je ziet welke jeugd ik had en dan plots kom je in een ongekende situatie waarbij veel deuren opengaan. De roem, het geld ... alles kon. Dan is het heel moeilijk om alles correct in te schatten. Wie heeft het goed met je voor? Wie kun je vertrouwen? Ik ben achterdochtig bij mensen die ik niet ken en naar de pers toe. Dat zal altijd zo blijven. En je roots verlaten je nooit. Ik heb mijn eigen weg daarin gevolgd, soms met mijn kop tegen de muur gelopen, maar al bij al heb ik niet te klagen gehad.' Is die opstandigheid en achterdocht een gevolg van opgroeien in een sociale woonwijk? Ilombe Mboyo, Geoffrey Mujangi Bia en Hervé Kage komen ook uit het Breughelpark en zijn evenmin onbeschreven bladen als profvoetballer... Radja Nainggolan was een kind van de beruchte Luchtbal-wijk in Antwerpen. Voel je daar een bepaalde verwantschap mee? De Bilde: 'Op sommige aspecten wel, maar op andere vlakken dan weer niet. Ik zal mensen ook niet snel beoordelen op hun leven naast het veld, ik beoordeel hen op de prestaties. Elk individu is anders, met zijn eigen kwaliteiten en gebreken. Neem Eden Hazard. Ik begrijp deels zijn nonchalance, maar hij zal later misschien ook wel eens denken: dju, toen had ik toch iets meer moeten doen. Zij die veel talent hebben, zullen er minder voor doen omdat ze het niet moeten hebben van fysiek of mentaliteit. De wereldtop bestaat natuurlijk uit zij die alles combineren. 'Ik wist dat ik met mijn instelling geen Cristiano Ronaldo zou worden. Hij komt als eerste toe op de club en vertrekt als laatste. Al twintig jaar lang. Bij Van Nistelrooij zag ik die verbetenheid ook, die drive om beter te worden. Ik doe daar mijn hoed voor af, maar het zat niet in mij. Het verschil maken met een flits was voldoende en soms kon ik negentig minuten onzichtbaar zijn. Daar had ik met Yves Vanderhaeghe ( ploegmaat bij Aalst, Anderlecht en de nationale ploeg, nvdr) vaak discussies over, dan kwam hij voor de wedstrijd even tot bij mij: 'En Gilles, hoe zit het? Ga je vandaar je toverstok bovenhalen of mag ik het weer allemaal opkuisen?'' ( lacht) Heb je vriendschappen overgehouden aan je voetbalcarrière? De Bilde: 'Vriendschap is een groot woord. Na je carrière verlies je elkaar toch uit het oog. Maar sommigen hoor ik nog; met ploegmaats had ik ook zelden problemen, met trainers iets vaker. Met Hugo Broos bij Anderlecht klikte het bijvoorbeeld niet, onze karakters lagen te ver uit elkaar. Jammer, maar c'est la vie. Ik blijf daar niet in hangen.' Met Vincent Mannaert, je ploegmaat bij Eendracht Aalst en later ook je makelaar, heb je altijd een goede band onderhouden. Handig nu je voor de media werkt? De Bilde: 'Hij is vorig jaar nog komen barbecueën bij mij. En we plagen elkaar natuurlijk vaak. Maar ik probeer privé en professioneel te scheiden. Ik heb veel inside info uit de voetbalwereld, maar ik voel niet de noodzaak om dat journalistiek te gebruiken. Hetzelfde met de interviewreeks over de Rode Duivels die ik voor VTM maakte in aanloop naar het WK 2018. Om die gasten te bereiken of iets te regelen, helpt het wel dat ze je naam kennen. Maar ik voel me daardoor niet gelukkiger of beter. 'Jaloers op hun faam en leven nu, ben ik zeker niet. Door de komst van sociale media kunnen zij geen voet meer buiten zetten of het staat online. Wij konden ons vroeger veel meer permitteren.' Koester je nostalgie naar je verleden als speler? De Bilde: 'Neen. In tegenstelling tot collega's herinner ik me eigenlijk niet zoveel van mijn carrière. Zij kunnen elke wedstrijd navertellen, terwijl ik me sommige doelpunten niet eens voor de geest kan halen.' En je drie dochters, hebben die iets meegekregen van je carrière? De Bilde: 'Neen. Dat zijn meisjes, hè. ( lacht) De twee oudsten zitten nu in hun laatste jaar secundair, de ene wil geneeskunde gaan studeren, de andere criminologie.' Wat mogen we jou nog wensen voor je 50ste verjaardag? De Bilde: 'Een cliché, maar gezond blijven is mijn prioriteit. Een goeie maat van mij heeft enkele weken geleden te horen gekregen dat hij terminale kanker heeft. Dat doet je nadenken. Zeker ook met corona het voorbije jaar, sta je nog meer bij stil bij het belang van een goede gezondheid. 'Professioneel koester ik nog wel een bepaalde ambitie, maar dat is voor later. Ik wil nu eerst dat mijn dochters helemaal op hun pootjes terecht komen. Zelf ben ik gelukkig, ik kan doen wat ik graag doe. Ja, de achtjarige Gilles De Bilde zou blij zijn met de De Bilde die hij nu ziet.'