Toegegeven, de transfer van Ronald Vargas van Club Brugge naar Anderlecht deed meer stof opwaaien, maar ook die van clubdokter Kristof Sas in omgekeerde richting passeerde niet geruisloos. Het persbericht dat Anderlecht op 7 oktober 2011 de wereld in stuurde, was bijzonder sec: "De samenwerking tussen dokter Kristof Sas en RSC Anderlecht wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. De club geeft geen verder commentaar." Een paar uur later verscheen er een uitgebreid communiqué op de website van Club Brugge. Daarin zei Vincent Mannaert: "Wij zijn bijzonder blij met de komst van Kristof Sas, die als voetballer en als arts een rijke achtergrond heeft." Hoewel hij nog altijd maar 36 is, heeft Sas inderdaad al een aardig parcours afgelegd: voetballer bij SV Oud-Turnhout, KFC Turnhout, Verbroedering Geel, KFC Herentals, Tubantia Borgerhout, Dessel Sport, Harelbeke, Wezet en Eendracht Aalst, urgentiearts in het ziekenhuis van Ronse en bijna 6,5 jaar dokter bij Anderlecht waar hij zich opwerkte tot hoofd van de medische staf.
...

Toegegeven, de transfer van Ronald Vargas van Club Brugge naar Anderlecht deed meer stof opwaaien, maar ook die van clubdokter Kristof Sas in omgekeerde richting passeerde niet geruisloos. Het persbericht dat Anderlecht op 7 oktober 2011 de wereld in stuurde, was bijzonder sec: "De samenwerking tussen dokter Kristof Sas en RSC Anderlecht wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. De club geeft geen verder commentaar." Een paar uur later verscheen er een uitgebreid communiqué op de website van Club Brugge. Daarin zei Vincent Mannaert: "Wij zijn bijzonder blij met de komst van Kristof Sas, die als voetballer en als arts een rijke achtergrond heeft." Hoewel hij nog altijd maar 36 is, heeft Sas inderdaad al een aardig parcours afgelegd: voetballer bij SV Oud-Turnhout, KFC Turnhout, Verbroedering Geel, KFC Herentals, Tubantia Borgerhout, Dessel Sport, Harelbeke, Wezet en Eendracht Aalst, urgentiearts in het ziekenhuis van Ronse en bijna 6,5 jaar dokter bij Anderlecht waar hij zich opwerkte tot hoofd van de medische staf. Kristof Sas: "Zeker. Ik heb daar gedurende 6,5 jaar meer tijd gespendeerd dan thuis. Dat gezegd zijnde, wil ik natuurlijk met Club Brugge kampioen worden. Maar anderzijds wens ik Anderlecht ook het allerbeste. Het gaat voor mij over winnen, niet over de ander die moet verliezen." "Dat klopt. Ik was toen bijna naar... Chelsea." "Wel, een headhuntersbureau had in opdracht van de club binnen heel Europa een selectieprocedure opgestart om een hoofdarts te vinden. Dat bureau had ook in België geïnformeerd, onder andere bij professor Marc Martens ( de chirurg die heel wat voetballers opereerde, nvdr) en die had mij aangeprezen. Ik heb dan een aantal testen doorstaan en ben ook twee keer in Londen geweest. Uiteindelijk was ik dé kandidaat van het headhuntersbureau, maar de overgang is afgesprongen op een paar details waar ik nu niet dieper op wil ingaan." "Anderlecht blijft, objectief gezien, de club met het grootste palmares van het land en als je de waarnemers mag geloven, worden ze ook dit seizoen kampioen. Anderzijds bekijk ik het uiteraard vooral vanuit medisch standpunt en dan vond ik dat er bij Club Brugge een grote uitdaging lag in het project dat ze gelanceerd hebben. Bij Anderlecht was ik op een soort eindpunt beland: de structuur van de medische staf stond op poten, ik had er een prachtig team dat geolied werkte en de verhuis naar Neerpede was vlot verlopen. Ik was klaar voor iets nieuws." "Mijn rol is het coördineren en superviseren van heel dat systeem. De bedoeling ervan is om elke voetballer individueel beter te maken en zo te komen tot een beter geheel en dus betere resultaten op het veld. In het personal performance center worden verschillende aspecten van elke voetballer onder de loep genomen: fysiek, mentaal, voetbaltechnisch, tactisch... In dat verband werk ik nauw samen met psycholoog Rudy Heylen, performance coach Siebe Hannosset, de kinesisten en de trainersstaf." "Ja. Vroeger bestond de medische staf uit een team van verschillende overigens erg competente artsen. Maar doordat ze elk maximaal twee dagen per week op de club aanwezig waren, ontstonden er snel communicatieproblemen. Vaak gaat dat over kleinigheden, hoor, maar het zijn net die details die bij een topclub het verschil kunnen maken. Wat bijvoorbeeld de ene dokter als 'een kleine scheur' omschrijft, is voor de andere 'een grote verrekking', terwijl ze beiden dezelfde blessure op een eenvoudige manier trachten te omschrijven voor leken. Zo creëer je een verwarrende situatie waarin een speler zegt: 'Die van gisteren had het over een verrekking en jij spreekt nu over een scheur, hoe zit het eigenlijk?' Of de ene dokter zegt aan de technische staf: 'Die speler zal fit zijn over vier dagen.' En de andere zegt: 'Hij zal fit zijn over een dag of vijf.' Dat is één dag verschil. Louter medisch gezien, is dat een kleinigheid, maar sportief bekeken kan dat belangrijk zijn. "Doordat ik nu vier à vijf dagen per week op Club Brugge ben en ook werk heb gemaakt van de communicatie door duidelijke richtlijnen te geven aan mijn team, worden zulke misverstanden vermeden." ( ontwijkend) "Ik voel niet echt de behoefte om over de grenzen van mijn eigen club te gaan kijken en commentaar te geven op het werk van anderen." "Ja, maar ik ga niet vergelijken met Anderlecht of met andere clubs. Ik kan alleen maar het volgende zeggen: Club Brugge heeft een visie die vernieuwend en uniek is in België en waarin ik mij volledig kan vinden." "Ik denk dat er in de media een verkeerd beeld geschapen is van Daum nadat hij aan de linietrainers gezegd heeft dat ze voorlopig geen trainingen meer moeten geven. Zo is de indruk ontstaan dat hij niet wil werken met het PPC. Het tegendeel is waar: hij is vragende partij om zoveel mogelijk informatie te verzamelen en op die manier preventief te kunnen werken. Dat hij de linietrainers even aan de kant heeft gezet, lijkt mij een normale reflex van een trainer die de voorbereiding van een ploeg niet heeft meegemaakt en die op een zo kort mogelijke tijd zijn spelers wil leren kennen. Daar volg ik hem helemaal in." "Goh, ik denk niet dat dat de bedoeling was van Club Brugge. Vincent Mannaert wilde vooral de medische staf herstructureren, performanter en transparanter maken. Trouwens, ik heb altijd gezegd dat de mensen die nu bij Anderlecht deel uitmaken van de medische staf hun werk perfect kunnen verderzetten zonder mij. Dus neen, ik denk niet dat Anderlecht nu gedestabiliseerd is." "Het zou kunnen dat de heer Van Holsbeeck daar zo over denkt... Nu, het is eigenlijk allemaal vrij snel gegaan. Toen ik met Vincent Mannaert gesproken had, werd al snel duidelijk dat we met elkaar verder wilden gaan. Voor mij was het ideaal geweest om op het einde van het seizoen over te stappen naar Club Brugge, maar als dat nieuws in de loop van het seizoen zou uitlekken, zou ik een enorm geloofwaardigheidsprobleem gehad hebben. Stel je voor dat ik nog bij Anderlecht gebleven zou zijn terwijl supporters en spelers weten dat ik het seizoen erop voor de concurrentie ga werken. In dat opzicht was mijn onmiddellijke overgang dus het beste. Voorafgaandelijk is er trouwens wel degelijk contact geweest tussen de drie partijen." "Ik heb met verschillende mensen van Anderlecht nog contact gehad, maar met Van Holsbeeck niet. Ik heb gehoord dat hij het er nog moeilijk mee heeft en ik begrijp dat ook. We hebben immers 6,5 jaar heel goed samengewerkt. Maar ik ben er zeker van dat we in de toekomst nog contact zullen hebben, als de storm wat is gaan liggen." ( lacht) "Misschien wel, dat zul je aan hem moeten vragen." "Ja, dat kan ook niet anders. Door de jaren heen bouw je automatisch een hechte band op met bepaalde spelers. Niet dat ik bij hen thuis over de vloer kwam, maar toch. Roland Juhász bijvoorbeeld had onmiddellijk na zijn komst naar Anderlecht een ernstige voetbreuk, is daarna hervallen, verloor zijn vader aan een hartstilstand, werd ondertussen nog eens heel zwaar ziek... Dan krijg je automatisch een menselijke band. Hetzelfde met Wasilewski en Biglia, niet toevallig twee spelers die al een tijdje bij Anderlecht zijn. "Ik denk dat er in het voetbal een gezonde rivaliteit mag zijn binnen de krijtlijnen, maar daarbuiten is het het best dat iedereen op een serene manier met elkaar omgaat. Zo ben ik onlangs ook naar de uitvaartplechtigheid geweest van José Lago, de materiaalman van Anderlecht. Een schitterende man, echt waar. Dat overstijgt de clubkleuren." "Ja, hoewel ik me ook uit mijn beginperiode bij Anderlecht een blessure van Christian Wilhelmsson herinner. Op een uitwedstrijd bij Lierse hing de helft van zijn oor los. In een duel net voor de rust was de achterkant van dat oor losgescheurd. Je kon het bijna helemaal naar voren trekken. Dat heb ik uiteraard niet aan hem gezegd, want ik denk niet dat Chippen de mentale kracht zou gehad hebben om de wedstrijd dan uit te spelen. Tijdens de rust heb ik zijn oor verdoofd en gehecht, en hij heeft het einde van de wedstrijd toch gehaald." "Neen, je bent bezig met het toedienen van de eerste zorgen en je concentreert je puur op het medische. Het moeilijkste van heel die episode voor mij was eigenlijk het moment dat hij op een brancard naar de ambulance gedragen werd. Toen greep hij mij vast en vroeg hij mij: 'Ga ik ooit nog kunnen sjotten?' Dan zie je die wanhoop in zijn ogen, krijg je het even moeilijk en hoor je jezelf toch zeggen: 'Tuurlijk ga je nog kunnen voetballen.' Maar eigenlijk weet je als dokter: dat zal niet noodzakelijk zo zijn... Dat is een pakkend moment geweest dat ik niet snel zal vergeten."DOOR STEVE VAN HERPE - BEELDEN IMAGEGLOBE"Ik hoop dat Club kampioen wordt, maar ik wens Anderlecht ook het allerbeste.""Wasilewski greep me vast en vroeg: ga ik ooit nog kunnen sjotten?"