In heel zijn carrière heeft Lucien Van Impe het belang van trainen aan den lijve ondervonden. Ondanks alle vernieuwingen en technologische innovaties bleef de basis van de wielersport voor hem altijd dezelfde: hoe meer je kunt afzien, hoe beter je presteert. Daarom heeft hij wel eens moeite met jonge renners die met een opgeblonken fiets pronken en een modieuze zonnebril dragen.
...

In heel zijn carrière heeft Lucien Van Impe het belang van trainen aan den lijve ondervonden. Ondanks alle vernieuwingen en technologische innovaties bleef de basis van de wielersport voor hem altijd dezelfde: hoe meer je kunt afzien, hoe beter je presteert. Daarom heeft hij wel eens moeite met jonge renners die met een opgeblonken fiets pronken en een modieuze zonnebril dragen. Altijd leek Lucien Van Impe vrij en blij door het peloton te fladderen. Maar achter dat onbezorgde imago ging veel gedrevenheid schuil. Dat is niet altijd zo geweest. In het begin van zijn carrière deed de zesvoudige bergkoning van de Tour er helemaal niets voor. Zijn vader stippelde een trainingsschema uit, maar veel liever sloeg Van Impe de eerste straat in en ging aan de meisjesschool staan. Hij keek liever naar de grieten dan zichzelf af te beulen op de fiets. Daar kwam zijn vader snel achter. Lucien kreeg bij momenten meer slaag dan eten, maar dat hielp nauwelijks. Uiteindelijk liet zijn vader hem onderweg gele briefkaarten posten om hem zo te verplichten te trainen. Ook dat bracht Van Impe echter niet op andere gedachten. Hij gaf die briefkaarten mee met andere renners. Tot hij op een gegeven moment een hele week goed trainde en bij de amateurs met sprekend gemak een wedstrijd won. Vanaf dat moment werd er bij de Oost-Vlaming een knop omgedraaid. Maar de ijzeren hand van zijn vader bleef. Als amateur reed Van Impe 's ochtends nog de kranten rond, zo kweekte hij spieren. Rik Van Looy, zo wist zijn vader, had dat ook ooit gedaan. Hij maakte het zijn zoon niet gemakkelijk. Lucien won bij de amateurs eens de Ster van Aartselaar. Daar hing een mooie prijs aan vast: een auto. Maar hij mocht er nooit mee rijden van zijn vader. En in de winter moest hij bij de metselaars gaan werken om karkas te kweken. Lucien Van Impe is vandaag een van de drie ploegleiders van het uiterst bescheiden Veranda Williams. Thierry Marichal en Jean-François Bourlart waren dit jaar zijn collega's, Steven Caethoven , Stefan Van Dijk en Jurgen Van Goolen de kopmannen van de ploeg. Maar Van Impe voelt zich niet te groot voor deze job. Egotripperij en vedetteneigingen zijn hem altijd vreemd geweest. Hij toeft graag tussen het volk. Na zijn carrière trok Van Impe een jaar of vijftien met groepen wielerliefhebbers de hele wereld rond. Hij vertelde dan over zijn loopbaan en verklapte de geheimen van het vak. Met passie en weemoed. Van Impe heeft zijn actieve carrière nooit echt afgesloten. Als hij zijn renners tijdens een ploegstage in Spanje bergop ziet demarreren, kriebelt het. Dan duikt hij in het verleden, dan komen de herinneringen boven, dan zou hij liefst van al weer zelf op de fiets kruipen. Alles, gewoon alles had Lucien Van Impe voor zijn vak over. Een familiefeest woonde hij nooit bij, zelfs de communie van zijn kinderen liet hij aan zich voorbij gaan. Trainen groeide voor hem uit tot een obsessie. Omdat zijn vader ervan overtuigd was dat er in hem een klimmer schuilde, spurtte hij constant de Muur van Geraardsbergen op. Tien, twintig keer na mekaar, tot het voor zijn ogen begon te schemeren. Elke dag opnieuw. Of hij trok naar de Ardennen. Want klimmen, zo leerde Van Impe heel snel, moet je onderhouden, anders geraak je die souplesse meteen kwijt. Altijd heeft hij beweerd dat je als klimmer niet wordt geboren, dat je dat echt kunt leren. Natuurlijk komt Lucien Van Impe uit een ander tijdperk. Hij was nog maar vier dagen prof toen hij in 1969 in de Ronde van Frankrijk debuteerde. Twee dagen voor de start reed hij nog een wedstrijd in Valenciennes om toch eens bij de beroepsrenners te hebben meegereden. Hij zat mee in een kopgroep, tot hij in de laatste ronde lek reed. Er was geen enkele ploeg die Van Impe wilde, maar dankzij bemiddeling van Edgard Sorgeloos, de voormalige helper van Rik Van Looy, vond hij onderdak bij het Franse Sonolor-Lejeune. Jean Stablinski, de sportdirecteur, had nog nooit van hem gehoord. Ook de ploegmaats, onder wie de voormalige Tourwinnaar Lucien Aimar, keken raar op bij de komst van de kleine Belg. Maar Van Impe deed een opmerkelijke geste: hij zei dat hij niet in het prijzengeld wilde delen. Het was een poging om het hele team achter zich te krijgen. Pal voor Lucien Van Impe zijn allereerste Tour zou rijden, nam zijn vader hem mee naar een café in Deinze. Dat werd opengehouden door iemand die wel iets van koers kende, zei hij. Het was een man van een jaar of 75 die met handen als kolenschoppen alles uitlegde. Lucien hoorde niet wat hij vertelde. Hij keek alleen naar die handen. Maar de man in kwestie had wel recht van spreken. Het was Lucien Buysse die in 1926 de Ronde van Frankrijk had gewonnen. De Tour van 1969 was deze waarin Eddy Merckx het hele peloton terroriseerde. Merckx was in de Ronde van Italië op doping betrapt en naar huis gestuurd. Hij voelde zich geflikt en aasde op revanche. Merckx koerste met zoveel verbittering en woede dat hij er drie weken lang een slagveld van maakte. Van Impe werd uiteindelijk twaalfde, op iets minder dan een uur en nadat hij in het begin van de Tour in de etappe naar Maastricht een belangrijke ontsnapping miste en tien minuten verloor. Die prestatie viel door de verpletterende suprematie van Merckx niet op. Ook al niet omdat de Belgen dat jaar dertien ritten wonnen. Toch groeide het aanzien van Lucien Van Impe binnen het peloton. Dat was aanvankelijk niet zo. Toen hij zich in een van eerste ritten eens op kop van het peloton zette, pakte Martin van Den Bossche, de luitenant van Eddy Merckx, hem bij zijn vel en zei schamper: "Ga jij maar achteraan rijden, manneke." Al jaren woont Lucien Van Impe in Impe, een klein dorpje in de buurt van Lede. Hij liet er in 1976 een villa bouwen waar op de voorgevel in zwart smeedwerk met sierlijke letters Alpe d'Huez staat te lezen. De ruwbouw van dit huis was net af toen Van Impe op deze mythische col voor het eerst in zijn carrière de gele trui mocht aantrekken. Dat hij nooit op Alpe d'Huez kon winnen, beschouwt hij als een van de minpunten in zijn carrière. Voor hem was dit niet de zwaarste maar zeker de mooiste col uit de Tour. Het enthousiasme van het publiek bezorgt hem vandaag nog rillingen. De Tour van 1976 vormt het hoogtepunt in de carrière van Lucien Van Impe. Hij reed voor de Franse ploeg Gitane, geleid door de wat arrogante Cyrille Guimard die zich de grootste strateeg sinds Napoleon waande. Met vijf aankomsten bergop leek deze Ronde op maat geknipt voor Van Impe, ook al was niet hij, maar de Fransman Bernard Thévenet de grote favoriet. Ook al omdat Eddy Merckx op zijn retour was en niet aan de start verscheen. Lucien Van Impe kent het draaiboek nog goed. Hoe hij behoorlijk begon in de proloog, op slechts een halve minuut van de superieure Freddy Maertens, hoe hij dus op Alpe d'Huez het geel veroverde, vervolgens aan Raymond Delisle weer kwijtspeelde en die gele trui op Pla d'Adet toch weer heroverde en niet meer afstond. Maar hij herinnert zich vooral de brutale botsing met Guimard die Van Impe op een gegeven moment binnen de ploeg leek te isoleren. De ruzie barstte los om een simpele bidon. Van Impe had de gewoonte om voor iedere bergrit zelf vloeiende voeding klaar te maken. Toen hij op een gegeven moment aan zijn trouwe ploegmaat René Dillen vroeg om die drinkbus bij Guimard te gaan halen, weigerde die tot twee keer toe die te geven. Van Impe liet zich toen zelf tot bij zijn sportdirecteur afzakken, met de gele trui om de lenden. Guimard was razend en zei dat hij vooraan moest rijden. Toen Van Impe om de drinkbus vroeg, schudde hij hautain met het hoofd. Dat deed bij Lucien Van Impe de stoppen doorslaan. Hij riep tegen Guimard: ' Tu es un con. ' En bleef naast hem rijden tot hij de drinkbus kreeg. 's Avonds in het hotel wilde Guimard dat Van Impe zich zou verontschuldigen. Die weigerde. Uiteindelijk gaf de sportdirecteur de hele ploeg het bevel om niet meer voor hem te rijden. Het kostte hem de overwinning in de etappe met aankomst op de Puy-de-Dôme. Van Impe had die rit al langer aangekruist, maar omdat niemand voor hem mocht werken, moest hij iedere aanval zelf beantwoorden. Uiteindelijk werd hij verslagen door Joop Zoetemelk. Van Impe was 's avonds zo kwaad dat hij naar huis wilde. Iemand belde toen zijn vrouw Rita, die meteen naar de Tour vertrok en Lucien overhaalde om zich alsnog bij Guimard te excuseren. Het voorval is altijd op zijn lever blijven liggen. Maar de vreugde om de zege was er niet minder om. In de in Mere gelegen herberg, die zijn ouders openhielden en waar Lucien werd geboren en getogen, werd de zijgevel vereeuwigd met een cartoon van de Tourwinnaar. Het dorp leefde in een roes en heel het land deelde in de vreugde. Weken aan een stuk kwamen mensen naar Mere afgezakt om er een heuse Vlaamse kermis mee te maken. Alles bij Lucien Van Impe moest wijken voor de Ronde van Frankrijk. Wat hem betreft, zou de wedstrijd veertig dagen hebben mogen duren. Hij weet zeker dat hij die periode zonder inzinking zou zijn doorgekomen. Natuurlijk waren er, zeker in die periode, minder aangename kanten. Het feit dat de renners altijd hetzelfde avondmaal kregen bijvoorbeeld: soep, biefstuk met puree en de onvermijdelijke haricots verts, de prinsessenboontjes die na drie weken iedereen de keel uitkwamen. Weinig afwisseling was er qua logement: de renners werden vaak ondergebracht in scholen waar ze met veertig in dezelfde ruimte sliepen, van elkaar gescheiden door een doek. Je werd wakker gehouden door het gehoest van anderen. Als het heet was veranderde die slaapzaal in een bakoven. Een verhaal wil dat Luis Ocaña, de winnaar van de Tour van 1973, het op een gegeven moment niet meer kon harden en ongemerkt naar een hotel vluchtte. Maar concurrerende ploegleiders trommelden de Tourbazen Jacques Goddet en Felix Lévitan op die op zoek gingen naar Ocaña. Om vier uur 's ochtends lag de Spanjaard weer waar hij hoorde: in een schoolbed. Met vertedering is Lucien Van Impe altijd over de Tour blijven praten. Hij weet dat er voor hem niet meer inzat dan die ene overwinning. Vooral dan omdat hij altijd in een relatief zwakke ploeg reed en in de ploegentijdritten zeven minuten verloor tegenover de andere favorieten. Van Impe verbaasde er zich lang over dat hij nooit een aanbieding kreeg van een topteam, dat iemand als bijvoorbeeld Peter Post jaren naar een klassementsrenner zocht, maar nooit bij hem aanklopte. Het zij zo. De beperkingen van de ploeg bepaalden de strategie van Lucien Van Impe. Hij mikte vooral naar het bergklassement omdat hij ervan overtuigd was dat niemand beter klom dan hij. Hij veroverde de bolletjestrui in totaal zes keer. Van Impe was op zijn best als hij werd uitgedaagd, als ze keihard waren tegen hem, als ze begonnen te roepen en te tieren. Het was het gevolg van de scheldkanonnades die zijn vader vroeger op hem afvuurde. Altijd viel Lucien Van Impe in de bergen op dezelfde manier aan. Hij gebruikte twee demarrages. De eerste keer reed hij tegen 80 procent van zijn mogelijkheden, sommigen pikten dan weer hijgend aan. Op dat moment gaf hij voor de tweede keer plankgas, tot hij de laatste renner uit zijn wiel ranselde. Of het nu in de Alpen of de Pyreneeën was, de strategie bleef dezelfde. Net zoals de manier waarop hij door de Ronde van Frankrijk gleed. Op een maniakale manier probeerde Van Impe krachten te sparen. Zo nam hij aan tafel nooit een dessert. Dat liet hij liever door een ploegmaat naar boven brengen. Op die manier lag hij tien minuten vroeger op zijn bed. En hij rekende voor: tweeëntwintig keer tien minuten, dat is bijna vier uur extra rust. Vijftien jaar toefde Lucien Van Impe in het profpeloton. In 1981 werd hij op zijn 34e nog tweede in de Ronde van Frankrijk, als lid van de bescheiden Bostonploeg van de excentrieke sportdirecteur Robert Lauwers. Twee jaar later werd hij in Ronse onverwacht nationaal kampioen. Hij hoorde niet bij de favorieten, maar kende het parcours tot in de puntjes, zocht naar de juiste versnelling en schreef ieder detail op. En hij trainde met de overtuiging: ik word straks kampioen. In een spurt bergop wees hij Marc Sergeant met een banddikte terug. Dat Van Impe zich zo op deze wedstrijd had gefocust, kwam door Walter Planckaert. Die had hem in het oor gefluisterd dat hij op deze omloop niet kon verliezen. Zelden heeft Lucien Van Impe zichzelf bewierookt. Tenzij het over klimmen ging. Dan durfde hij al eens te roepen even goed te zijn geweest als de illustere berggeiten Federico Bahamontes of Charly Gaul. En dat zijn record van zes overwinningen in het bergklassement werd gebroken door Richard Virenque was voor hem een dolksteek. Terecht bestempelt hij de Fransman niet als een rasklimmer. Geen dag dat Lucien Van Impe niet aan de Ronde van Frankrijk wordt herinnerd. In juli organiseerde zijn familie nog een verrassingsfeestje. Omdat het 35 jaar geleden was dat Lucien de Ronde won. Zijn familie en vrienden wachtten hem op voor zijn villa. Van Impe was een en al ontroering. Negentien jaar toefde Lucien Van Impe in het profpeloton. Hij won precies 80 wedstrijden. Dat hij het beeld verwierf van iemand die alleen in de Tour moest presteren, stoort Van Impe vandaag nog. Dan vertelt hij dat hij in alle rittenwedstrijden waaraan hij deelnam de bergprijs won. En dat hij 140 koersen per jaar reed. Bijna dubbel zoveel als de gemiddelde renner vandaag. DOOR JACQUES SYSIn de Tour nam van Impe nooit een dessert. Dat leverde hem bijna vier uur extra rust op.