U was vorig seizoen nog trainer bij het bescheiden Getafe. Nu moet u dagelijks werken met een plejade vedetten bij Real Madrid. Bent u het al een beetje gewoon om te moeten omgaan met eigenzinnige persoonlijkheden zoals u er zelf een was als speler?

Bernd Schuster: "Tja, ik herinner me dat nogal wat trainers niet erg blij waren met iemand als Bernd Schuster in hun team. Maar je mag dat niet zwart-wit zien. Ik zorgde niet alleen voor conflicten. Er waren ook positieve zaken, maar die haalden minder de pers. Ik moet zeggen dat ik nu graag met dergelijke spelers werk. Liever dan met jongens bij wie de beleving ver te zoeken is en die er enkel zijn om geld te rapen."
...

Bernd Schuster: "Tja, ik herinner me dat nogal wat trainers niet erg blij waren met iemand als Bernd Schuster in hun team. Maar je mag dat niet zwart-wit zien. Ik zorgde niet alleen voor conflicten. Er waren ook positieve zaken, maar die haalden minder de pers. Ik moet zeggen dat ik nu graag met dergelijke spelers werk. Liever dan met jongens bij wie de beleving ver te zoeken is en die er enkel zijn om geld te rapen." "Ja, Guti bijvoorbeeld. Raúl en Cannavaro eigenlijk ook. En nieuwkomer Wesley Sneijder wordt door velen als een heel lieve jongen beschouwd, maar hij kan verbaal enorm uithalen. Ik vind dat niet erg. Ik denk dan terug aan vroeger. Wat zocht ik als speler? Waaraan had ik nood? Ik weet nu dat het opzoeken van de confrontatie meestal verkeerd was. Wat ik nodig had, was dat men mij voor mijn verantwoordelijkheid plaatste. Het was voor mij belangrijk dat ik de ene keer geloofd werd en de andere keer wat meer aangevuurd." "Ik had eigenlijk enkel problemen met trainers zonder persoonlijkheid. Ik begon indertijd bij Keulen onder de grote Hennes Weisweiler. Daarna kwam Karl-Heinz Heddergott, een vroegere jeugdtrainer. Die haalde 's avonds zijn gitaar boven en stelde voor om liedjes te zingen. Ik was 20, had net de Europacup gewonnen en in de blik die ik doelman Toni Schumacher toewierp, moet de vraag te lezen zijn geweest of we weer bij de junioren speelden. Het was te gek voor woorden. Er zijn ook nogal wat trainers die het niet kunnen wegsteken dat ze eigenlijk jaloers zijn op spelers met een sterke persoonlijkheid. Een trainer die zelf de vedette wil uithangen, is eraan voor zijn moeite. Dat besef ik maar al te goed. Ik heb natuurlijk ook mijn persoonlijkheid, maar ik vergeet niet dat Raúl hier de echte ster is en dat Cannavaro wereldkampioen is. Mijn kop hoeft niet elke dag in de krant." "Ik wist dat ik me niet mocht laten beïnvloeden. De spelers keken heel goed toe of ik daardoor van de wijs werd gebracht en zaken ging veranderen. Maar ik ken dat. Als speler heb ik dat ook meegemaakt. Je mag de pers niet de indruk geven dat je twijfelt. Gewoon jezelf blijven en duidelijke antwoorden geven is dan de boodschap." "Ik ken nu eenmaal de zeden en geplogenheden van het voetbal. Vergeet niet dat ik zelf bij Real gespeeld heb en dat ik ook daarna als trainer bijna altijd in Spanje heb gewerkt. Aan één blik van Raúl of Guti heb ik genoeg om te zien wat er leeft." "Ik wil dat men aan het voetbal dat mijn team speelt dadelijk merkt dat Schuster de trainer is. Natuurlijk wordt van een club als Real altijd offensief voetbal verlangd, maar dat is niet alles. Ik wil dat we niet voorspelbaar zijn, dat we ook eens op de counter kunnen spelen en het initiatief aan de tegenstander laten. Van topspelers zoals bij Real denk ik toch te mogen verlangen dat ze op een accurate manier kunnen reageren op verschillende spelsituaties en soepel genoeg zijn om zich aan te passen." "Ik meen dat het werk in de week geleverd moet worden. Een coach moet niet staan molenwieken met zijn armen zoals een politieagent op een kruispunt. Dat is belachelijk." "Het ziet er inderdaad naar uit dat spelers van het type-Schuster in het moderne voetbal weinig kans maken. Tot diep in de jaren tachtig had je in veel teams in Europa en in Latijns-Amerika nog dergelijke types, maar van de ene generatie op de andere is dat niet meer het geval. Ik hoefde niet snel te zijn. Günter Netzer en Wolfgang Overath waren ook niet bijster snel. Wij dachten wel veel sneller dan de anderen en konden zo het verschil maken." "Jongens als Platini en Zico waren gewoon geniaal. Vergelijk hen gerust met kunstenaars voor wie mensen eeuwen later nog naar het museum komen." "Ik weet het niet. Er zijn altijd spelers - en ik vrees dat ik zelf tot die categorie behoorde - die voortdurend als het ware tussen hemel en hel reizen. De ene keer realiseren ze grootse dingen, de andere keer reageren ze als een klein kind. Beckenbauer, Overath, dat waren jongens die de meest ongelooflijke dingen lieten zien. Ik was ook een beetje zo: een grillige speler die zichzelf niet goed in de hand heeft en die soms spontaan dingen toont waarvoor anderen een heel leven moeten trainen, maar die vervolgens uit de bocht gaat." "Ja, eigenlijk heel bewust. Ik vergelijk het met John McEnroe, die zijn sterkste prestaties neerzette als hij de scheidsrechter verrot schold. Ik moest in de week conflicten hebben met de voorzitter en de trainer om in het weekend sterke matchen te kunnen spelen." "Ja, enorm. Ik haat alles wat naar routine en gewoonte ruikt. Eigenlijk is het een mirakel dat ik acht jaar bij Barcelona ben gebleven. Als ik in een hotel kom en ik weet wie daar in de potten roert, hoeft het eigenlijk al niet meer voor mij. Dan schop ik keet en ga ergens anders heen. Vandaar dat ik na 13 jaar Spanje bewust naar Duitsland terugkeerde. Iedereen die beweerde dat ik te oud geworden was voor de Bundesliga, wilde ik tot elke prijs een poepje laten ruiken. Ik haalde daar een enorme motivatie uit." "In zekere zin wel, al hebben ook omstandigheden daarin een rol gespeeld. Ik was nog heel jong en mijn zes jaar oudere vrouw Gaby was mijn manager. Zij was absoluut geen traditionele spelersvrouw en als er problemen opdoken, kreeg zij heel vaak de schuld: zij was zogenaamd een geldwolf, die een slechte invloed op mij had, mij van de buitenwereld afsloot enzovoort." "Ik hou het erop dat veel mensen gewoon jaloers waren. We hadden geld en succes en zagen er niet slecht uit. Ik kan alleen zeggen dat ik de kritiek aan het adres van mijn vrouw niet terecht vond. Zij had nu eenmaal het talent om over contracten te onderhandelen, terwijl ik dat gewoon haatte. Gaby en de voorzitters van de clubs met wie ze heeft onderhandeld, genoten er echter van." "Een advocaat. Mijn vrouw is daar zes jaar geleden mee gestopt, toen ik als trainer aan de slag ging bij Jerez. Ze is toen niet met me meegegaan." "Het klinkt misschien verrassend, maar ik heb ongelooflijk graag voor de nationale ploeg gespeeld. Als ik uit Spanje kwam om voor Duitsland te spelen was ik blij als een kind. Bondscoach Jupp Derwall had dat eigenlijk moeten weten en me beter moeten beschermen." "De pers had het er in die dagen heel moeilijk mee dat ik in het buitenland voetbalde. Vergeet niet dat men toen vond dat de Bundelisga de sterkste competitie ter wereld was. Het was gewoon not done om als Duitser daar niet te spelen. Als de nationale ploeg op zondag in Frankfurt samenkwam, konden Uli Stielike en ik er nog niet bij zijn, omdat wij 's zondags nog onze competitiematch moesten spelen. Dan begon het gedonder al. Had Jupp me toen beter in bescherming genomen, dan had ik de nationale ploeg nooit opgegeven. Maar ik was de hele heisa beu. Nu heb ik daar inderdaad spijt van, want ik had in 1990 wereldkampioen kunnen worden." "De eerste trainer die na Weisweiler echt met me kon praten was Cesar Luis Menotti. Voor hem zou ik door een vuur zijn gegaan. Bij de nationale ploeg was het nog een schandaal toen ik aan een interland tegen Albanië verzaakte omdat ik bij de geboorte van mijn derde kind aanwezig wilde zijn. In Barcelona lieten we dan bij mijn vierde kind de geboorte op donderdag inleiden, zodat ik de zondag tegen Las Palmas zou kunnen aantreden. Ik meldde dat aan Menotti, maar die zei dat ik me geen zorgen moest maken. Dat ik gewoon bij mijn familie moest blijven. Klasse vond ik dat." "In staat zijn om een nederlaag te accepteren. Hij kon dat, ik niet. Ik leg altijd de schuld bij mezelf. Ik kan een verloren wedstrijd ook niet opnieuw op video bekijken, want als ik dat doe, kan ik niet meer slapen. Ook als speler kon ik dat niet. De video's van de eindronde van het EK in 1980 liggen thuis onder het stof. Mezelf bezig horen op een persconferentie kan ik ook niet. Als mensen me zeggen dat ik op televisie ben, vraag ik hen om snel weg te zappen." "Helemaal niet. Ik heb de opleiding gewoon gevolgd om het papiertje te hebben, net zoals ik ook een rijbewijs heb om met een motor te rijden en een pasje om met een boot te varen. Ik wist wel dat ik bij het voetbal betrokken wilde blijven." "Dat was ook zo. Dan moet ik daar toch niet huichelachtig over doen." "Normaal wel. Ik heb nu eenmaal het hart op de tong. Bij Keulen heb ik eens over spits Holger Gaissmaier gezegd dat het een straf is om naast zo iemand te moeten spelen. Dat is stom natuurlijk, maar van zulke fouten leer je veel." "Ja, dat klopt toch. Journalisten zullen altijd minder weten van het trainersvak dan trainers zelf. Ik heb ook niet de pretentie dat ik evenveel over journalistiek weet als zij. Ik denk gewoon anders dan de pers denkt en ik vond dat ik dat duidelijk mocht maken." "Ja. Religie is voor mij heel belangrijk. Ook hier in Madrid. Ik kan me niet voorstellen dat ik hier niet op de mensen van mijn geloofsgemeenschap zou kunnen terugvallen." "Angst leidt alleen tot negatieve zaken zoals blessures en ziektes. Daarom moet men proberen de angst te bedwingen. Ik kom ook in situaties waarin ik bang ben, maar dan weet ik hoe ik daarmee moet omgaan. Iedereen heeft momenten in het leven waarop hij hulp nodig heeft. In onze gemeenschap weten we dat er altijd mensen klaar staan, die men dacht en nacht kan bellen en om hulp kan vragen. Ook hier in Madrid." "Neen. Als speler heb ik altijd verlangd dat men mijn godsdienstbeleving zou respecteren. Op dezelfde manier respecteer ik dat de dokters hun werk moeten doen. Ik bekijk het dus op mijn manier en probeer ook mensen uit mijn omgeving bij die geloofsbeleving te betrekken, zonder daarom fanatiek te zijn." "Ja, maar ik maak daar niet te veel heisa rond en ik spreek er ook met de spelers niet over. Dat is allemaal heel persoonlijk. Ik bid ook voor mezelf en voor mijn familie, waarom zou ik het dan niet doen voor mijn spelers. Trouwens, zevenvoudig wereldkampioen formule 1 Michael Schumacher bad ook dat zijn auto niet stil zou vallen ..." S door cathrin gilbert en jörg kramer