Het mag dan al in de stad Bergen zijn dat de grote vlaggen wapperen voor haar beroemde inwoner premier Elio Di Rupo, in het niet veel verder gelegen Frameries mag men nu toch ook een kleine wimpel uitsteken. De straten en trottoirs van die gemeente in de Borinage kunnen nochtans een opknapbeurt gebruiken. Het is daar, in het hart van wat ooit een groot mijnbekken was, dat de familie van Massimo Bruno woont. De rijtjeshuizen doen hun best om er zo identiek mogelijk uit te zien en, zoals Enrico Macias het zong, " à l'horizon de leur campagne, c'est le charbon qui est montagne", aan de horizon achter de velden vormt het steenkool de bergen. De mijnterrils getuigen nog van het leed van vroeger, voor altijd vastgelegd in de sociaal bewogen film Misère au Borinage uit 1933 van de Oostendse cineasten Henri Storck en Joris Ivens.
...

Het mag dan al in de stad Bergen zijn dat de grote vlaggen wapperen voor haar beroemde inwoner premier Elio Di Rupo, in het niet veel verder gelegen Frameries mag men nu toch ook een kleine wimpel uitsteken. De straten en trottoirs van die gemeente in de Borinage kunnen nochtans een opknapbeurt gebruiken. Het is daar, in het hart van wat ooit een groot mijnbekken was, dat de familie van Massimo Bruno woont. De rijtjeshuizen doen hun best om er zo identiek mogelijk uit te zien en, zoals Enrico Macias het zong, " à l'horizon de leur campagne, c'est le charbon qui est montagne", aan de horizon achter de velden vormt het steenkool de bergen. De mijnterrils getuigen nog van het leed van vroeger, voor altijd vastgelegd in de sociaal bewogen film Misère au Borinage uit 1933 van de Oostendse cineasten Henri Storck en Joris Ivens. In de rue Donaire is nog maar één zwart beroet gezicht te zien, dat van een oude man met wie Alfredo, de papa van Massimo, een praatje slaat over de dingen des levens. "Onze wijk is in twintig jaar tijd totaal veranderd", zegt Alfredo. "Nu vind je hier vooral jonge gezinnen: ze verbouwen de huizen en zijn zeer ondernemend." Massimo woont momenteel wel op een appartement in Anderlecht, maar hij keert graag terug naar de Borinage. "Frameries, dat is mijn thuis", zegt hij. "Het is niet zoals de grootstad, de mensen hier kennen elkaar, hebben geen kapsones. Ik hou van die eenvoud, die rust: hier doe ik graag nieuwe energie op." Zijn vader is nochtans ver van hier geboren, in San Cataldo, onder de Siciliaanse zon. Aan het eind van de golden sixties besluiten de Bruno's om hun koffers te pakken en hun kans te wagen in het buitenland. Andere inwoners van San Cataldo hebben dan al een stek gevonden in La Bouverie, een gehucht van Frameries. Daar hebben ze een kostbaar goed gevonden: werk. Na wat mond-tot-mondreclame vestigen ook de Bruno's zich in het hartje van de Borinage. De mijnen hebben hun laatste tonnen steenkool dan al wel uitgebraakt, voor sterke armen is er nog altijd werk. Alfredo, de vader van Massimo, is op het moment van de verhuis vijf jaar. "La Bouverie was toen Klein Sicilië", glimlacht hij. "De samenhorigheid tussen de mensen was erg groot. Wanneer er gebouwd of verbouwd moest worden, staken alle vrienden van de familie hun handen uit de mouwen." Wanneer hij veertien is, gaat Alfredo uit werken, in de glasblazerij van Boussu. "Ik verdiende minder dan twee euro per uur", vertelt hij. "Dat extra inkomen was welkom in een gezin met zes kinderen. Het loon van onze pa, die eerst bij de Forges de Clabecq werkte en nadien als metselaar, volstond niet. Ik wou hem helpen om de eindjes aan elkaar te knopen." En zo ging het leven verder. Alfredo huwde met Maria Mastroianni ("Geen familie van Marcello.") en het paar kreeg twee zonen: Massimo, geboren op 17 september 1993, en Théo, die zeven jaar jonger is. Massimo laat zich al snel opmerken op de voetbalvelden van SB Frameries en trekt dan de aandacht van RAEC Bergen. Ilbambino was nog maar zeven jaar, maar schiet ze wel al met de ogen dicht binnen. Anderlecht krijgt er lucht van en nodigt hem uit voor een test. Die valt positief uit, maar paars-wit heeft Bergen niet op de hoogte gebracht en daar steigert men. "Ze waren zo woest dat ze Massimo midden in het seizoen van de training wegstuurden", zegt Alfredo. "Maar in Neerpede ging er voor onze jongen een nieuwe wereld open. Het betekende harder werken, meer concurrentie en veel heen en weer rijden tussen Frameries en Brussel. Ons gezinsleven werd dooreengeschud, mijn vrouw en ik brachten vele uren in de wagen door opdat Massimo zijn droom zou kunnen waarmaken. Toen hij twaalf was, kende hij moeilijkheden door een probleem met de enkel. Die deed zo veel pijn dat hij vier maanden gestopt is met voetballen. Jeugdcoach Frédéric Peiremans wou hem wel houden maar Anderlecht oordeelde dat het voorbij was." Het lot voert hem voor een jaar terug naar Bergen. Zijn enkelpijn brengt andere problemen voort: hij compenseert, loopt verkeerd, met horten en stoten, zijn hele lichaam raakt uit balans. Gelukkig heeft zijn vader dan het goede idee om hem toe te vertrouwen aan een specialist en elke zondagochtend werkt hij in het park van La Bouverie. De jongen van veertien weet het dan nog niet, maar daar wordt de basis gelegd van zijn carrière. Hij hervindt beetje bij beetje zijn sprints op de rechterflank, de precisie van zijn voorzetten en zijn neus voor goals. Dat ontgaat niet aan het kennersoog van Raymond Mommens, op dat moment scout van Charleroi. Hij stuurt hem naar de opleidingsschool van Didier Beugnies en Bruno wordt international in alle jeugdcategorieën. Maar in de loop van het seizoen 2010/11 pakken donkere wolken samen. "We kregen aanbiedingen uit Italië, van Parma en Sampdoria", vertelt Alfredo. "Maar het was te vroeg, ook al moest er wel iets gebeuren want Charleroi bood geen enkel toekomstperspectief. Anderlecht, Standard en AA Gent hebben daarvan geprofiteerd om ons te contacteren. Michel Louwagie was heel enthousiast en wou Massimo meteen in de A-kern opnemen. Standard drong ook aan, ik ben op de Académie Robert Louis-Dreyfus met Dominique D'Onofrio gaan praten. Maar de Luikenaars verrasten me: ze wilden dat ik de helft van het verblijf in het internaat zou betalen. Daar kon geen sprake van zijn, al hield D'Onofrio vol: 'Zo zal je zoon nog meer gemotiveerd zijn.' Maar het geld groeide niet op onze rug, het ging gewoon niet. Op de Académie kwam ik spelersmakelaar Youri Selak tegen, die Massimo al een tijdje volgde. Ik kon niet op mijn eentje blijven onderhandelen met de clubs, ik had iemand nodig die de belangen van mijn zoon deftig verdedigde. Uiteindelijk zijn we teruggekeerd naar Anderlecht, dat was ideaal om zijn opleiding te voltooien en een perspectief te hebben voor de toekomst." Vorig seizoen liet een Brits managementbureau zijn oog vallen op Massimo Bruno. "Maar één ding is zeker: we zouden nooit dezelfde beslissing genomen hebben als de Musonda's", gaat Alfredo verder. "Massimo mag niet te vroeg naar het buitenland vertrekken. Hij moet eerst hier een vaste waarde worden in eerste klasse. Massimo weet dat het snel kan misgaan en hij wil geen stappen overslaan. Het is ook zo delicaat, ik ben blij dat ik voor de onderhandelingen kan terugvallen op Selak, die samenwerkt met Mogi Bayat. Selak kent het voetbal, heeft onder meer François Sterchele ontdekt, en Bayat is goed thuis op Anderlecht. Ik heb managers gekend die aan mij vroegen welk contract ze moesten onderhandelen... Dat is nu voorbij, nu moet Massimo alleen nog aan voetbal denken." Bij Anderlecht volgen Urbain Haesaert en Geert Emmerechts Massimo van nabij op. Ook Alfredo is nooit veraf, hij luistert, kijkt, trekt zijn conclusies en is veeleisend voor zijn zoon. De beloning komt er begin dit seizoen. John van den Brom gaat met zijn 4-3-3-systeem van start en dat is precies de veldbezetting waar Massimo, die door Ariël Jacobs compleet werd genegeerd, van droomt. Anderlecht speelt weer offensief en dat is op maat geknipt voor Massimo, die wel verrast is dat hij in vriendschappelijke wedstrijden soms als nummer 9 wordt uitgespeeld. Wanneer Van den Brom de kern uitdunt, wil hij Massimo Bruno behouden. Aan de directie legt hij, in het Frans met een Nederlands accent, uit dat de jongen top classe is. De bazen van paars-wit kunnen stilaan een naam plakken op dat gezicht uit de Borinage. Sommigen verwarden hem met Gianni Bruno, de Italiaans-Belgische spits van Lille OSC. Alfredo lacht: "Neen, dat is geen familie." Maar dat gaat over wanneer hij speelminuten krijgt tegen Cercle, Limassol en Genk. De droom wordt werkelijkheid en de paars-witte fans ontdekken een nieuwe ster. Nadat de inspanningen van Massimo Bruno tot de kwalificatie voor de Champions League hebben geleid, wordt hij voorgesteld aan Roger Vanden Stock, die ook de sympathieke familie leert kennen. "Dat waren mooie momenten voor ons en vooral voor Bruno", bekent Alfredo. "Een beloning voor het harde werk. Tegen Limassol en Genk kon ik mijn emoties amper in bedwang houden, mijn vrouw zat te huilen in de tribune." Massimo genoot van alle sympathiebetuigingen en nam dan een beetje afstand: "In het voetbal telt alleen morgen. Ik probeer zo veel mogelijk op te steken van Dieumerci Mbokani, Milan Jovanovic, Tom De Sutter, Lucas Biglia, Sasja Jakovenko en noem maar op. Nu ik daar sta, moet ik ijveriger en geduldiger zijn dan ooit." Nadat hij met andere jongeren heeft samengeleefd, staat Massimo Bruno nu op eigen benen en hij heeft zijn rijbewijs - het valt zijn mama zwaar. Het traject van haar zoon doet wat denken aan dat van Enzo Scifo, wiens vader ook jarenlang mee naar de trainingen ging. "Enzo, dat was wereldklasse", zegt Alfredo bewonderend. "En Massimo speelt ook op een andere positie." Vergelijkingen zijn nutteloos, de tijden zijn veranderd, het voetbal ook. Wat blijft zijn de verhalen van twee Siciliaanse families die het hier gemaakt hebben. Met een kleine nuance: de mama van Massimo is van Napels en Massimo's Italiaans is niet zo goed. Nochtans liet de RAI zijn naam al eens vallen in de samenvatting van een match van Anderlecht. In Frameries heeft Alfredo Bruno zijn zaakjes goed voor elkaar. Hij heeft eigenhandig zijn huis verbouwd, muren gesloopt, tegels gelegd, een badkamer geïnstalleerd. En hij heeft plannen om het familiale nest nog te vergroten, al doet hij het nu even piano piano, kalmpjes aan, want de sportieve emoties overheersen alles. Met het shirt van zijn zoon poseert hij op het veld van Sporting Bosquetia Frameries, de grasmat waarop alles begonnen is. Met de bedenking: als de kleine clubs in de Borinage kunstgrasvelden zouden hebben, zodat ze in de winter niet herschapen worden in modderpoelen, dan zouden er meer Massimo Bruno's zijn. DOOR PIERRE BILIC"Frameries, dat is mijn thuis, hier doe ik graag nieuwe energie op." Massimo Bruno