Toen haar kort voor de afreis naar Athene gevraagd werd of ze het niet erg vond dat de meeste aandacht op de Spelen in het judo nu weer naar Gella Vandecaveye zou gaan, schudde Ilse Heylen (27) spontaan het hoofd en lachte. Het kwam haar goed uit, zei ze, dat niet alle aandacht naar haarzelf zou gaan. Anders zou dat voor te veel druk zorgen. Om diezelfde reden was ze bij aankomst in Athene ook blij dat ze al op de tweede dag van de Spelen als eerste Belgische judoka mocht vechten. "Dan voel ik de druk niet dat het aan mij is om in het judo die verhoopte medaille te halen. Maar ik ga wel voor een podiumplaats." Die haalde ze ook, met een verbeten trek kampend tot in de verlengingen.
...

Toen haar kort voor de afreis naar Athene gevraagd werd of ze het niet erg vond dat de meeste aandacht op de Spelen in het judo nu weer naar Gella Vandecaveye zou gaan, schudde Ilse Heylen (27) spontaan het hoofd en lachte. Het kwam haar goed uit, zei ze, dat niet alle aandacht naar haarzelf zou gaan. Anders zou dat voor te veel druk zorgen. Om diezelfde reden was ze bij aankomst in Athene ook blij dat ze al op de tweede dag van de Spelen als eerste Belgische judoka mocht vechten. "Dan voel ik de druk niet dat het aan mij is om in het judo die verhoopte medaille te halen. Maar ik ga wel voor een podiumplaats." Die haalde ze ook, met een verbeten trek kampend tot in de verlengingen. Dat Heylen in Athene een medaille haalde, verbaast de judokenners niet, ook al bleef ze tot vorig jaar internationaal een subtopper. In het afgelopen jaar maakte ze echter een sterke ontwikkeling door. "Een bankzitter die plots basisspeler werd", zo omschrijft voormalig bondscoach Jean-Marie Dedecker, op doorreis in Athene, haar ontwikkeling. Heylen was heel lang het nummer twee in haar gewichtsklasse. Altijd stootte ze op iemand die incontournable was : eerst was er in de min 48 kilo Ann Simons, brons in Sydney. Mede door gewichtsproblemen om onder die 48 kilo te blijven, stapte Heylen over naar de categorie min 52 kilo. Ook in die hogere gewichtsklasse vecht ze overigens tegen het gewicht. Met het ouder worden raakt een atleet immers moeizamer gewicht kwijt omdat de vochtafdrijving minder vlot verloopt. Heylen veranderde destijds echter vooral van gewichtsklasse omdat Ann Simons haar in de groep onder 48 kilo de weg naar de absolute top afsneed. Niet dat het verschil in intrinsiek talent tussen beide meisjes groot was, vindt Dedecker : "Er was weinig verschil. Je stuurt hen naar dezelfde toernooien en wie het meest wint, gaat naar een EK of WK. Simons won gewoon vaker. Ann bloeide vroeger open, al van bij de junioren. Ik merkte Ilse ook al op bij de junioren, maar zij is net als Gella Vandecaveye een laatbloeier. Gella haalde bij de junioren ook weinig medailles, terwijl Ulla Werbrouck en Ann Simons er stonden vanaf hun vijftiende. Simons noch Heylen zijn pure judotalenten, vechtbeestjes die van jongs af op geen inspanning keken. Ilse komt evenmin als Simons uit de technische school, maar ze legde zich snel toe op het grondwerk, zoals veel atleten die technisch minder begaafd zijn. Je kan daar veel compenseren met inzet en strijdlust. Ze leeft ook voor het judo, dat zit in haar." In een hogere gewichtsklasse scheen Heylen hetzelfde lot te ondergaan als voorheen, want in de min 52 raakte ze niet voorbij Inge Clement. Haar geluk was dat Clement in 2002 stopte. Vervolgens zette Heylen zich in de directe strijd tegen haar concurrente Kristel Taelmans door. Maar ook tevoren ging ze mee naar internationale toernooien en keerde ze regelmatig terug met een medaille. Internationale subtop vond Dedecker haar toen. Dat is ze nu nog : "Zij maakte deel uit van de nationale ploeg, maar ze miste een persoonlijke begeleider zoals Gella had met Eddy Vinckier, of zoals ik dat deed voor Ulla. Die heeft ze nu wel in Danny Belmans." Dedecker omschrijft Heylen als heel introvert, bescheiden. "Een vriendelijk meisje. Intelligent ook, want ze behaalde een licentie Lichamelijke Opvoeding aan de universiteit van Leuven. Ilse kan je typeren als een stille werker, typisch Vlaams : met zweet en kracht. Met doorgedreven hard werken word je ooit eens derde, zoals nu. De laatste zes maanden is ze veel sterker geworden. De resultaten bewijzen dat, met een tweede plaats op het EK. Had ze toen echt in zichzelf geloofd, was ze Europees kampioene geworden. Maar ze leek tevreden dat ze in de finale zat - het Belgische probleem, met andere woorden. Ik hoop dat deze medaille haar nog meer zelfvertrouwen zal geven en dat ze zo op haar weg kan doorgaan. Want ik ben er zeker van dat ze als mens niet zal veranderen. Er bestaat weinig kans dat Ilse naast haar schoenen gaat lopen."Op basis van zijn ervaring verwachtte Dedecker vooraf in Athene een medaille voor Heylen, maar in tegenstelling tot de rest van het Belgische kamp jubelt hij niet. "Ik ben hier nog maar één dag en ik voel nu al de zelfgenoegzaamheid opduiken. Omdat ze deze medaille weer gaan gebruiken om alles bij het oude te laten. De paniek die er voor de afreis even was, dat het dit keer helemaal niets zou worden, is met twee medailles in twee dagen weer weg. Opgelucht kan er weer gefeest worden, alsof er niets aan de hand is. Iedereen, het publiek incluis, denkt weer : we zijn goed bezig, terwijl het judo er structureel nog nooit zo erg aan toe was als nu. Die medailles worden niet gehaald door maar ondanks het systeem." "Op Ilse Heylen na is er sprake van een judodrama", legt Dedecker de vinger in de wonde. "Vier jaar na elkaar haalden we op geen enkel jeugdkampioenschap een medaille. Maar wie ziet dat ? Er is geen opvolging, er is niets. Men moet mij niet zeggen dat ik er niets aan deed. Toen ik stopte, had je Catherine Jacques, Sissy Veys, Brigitte Olivier, Koen Sleeckx : allemaal hadden ze een medaille op een EK of WK. Toen ze zeventien en achttien waren had men in hen moeten investeren, hen meepakken op stage. Anders missen ze de boot. Dat er geen geld was, mag geen excuus zijn. Ik heb het nooit anders geweten. Er was in mijn tijd ook geen geld. Dan ging ik zelf een sponsor zoeken om een stage te betalen. Zo ging dat. Nu is het écht de woestijn. Men zou Jacques Rogge moeten vragen om de Spelen eens vier jaar uit te stellen opdat we onze achterstand zouden kunnen inhalen. Het succes van Ilse Heylen zal nu de reden zijn om er niets aan te doen, om voort te kabbelen. Maar daar moet zij zich niet schuldig over voelen. Die medaille heeft ze op eigen kracht verdiend." door Geert Foutré'Ilse Heylen is geen puur judotalent, maar wel een vechtbeestje dat van jongs af aan op geen inspanning keek.' (Jean-Marie Dedecker)