Bizar welke verschillende methodiek trainers gebruiken om hun ploeg weer op de rails te zetten. Na de 2-0-nederlaag van Zulte Waregem op KV Kortrijk poneerde de anders altijd beheerste Francky Dury dat hij een analyse in de diepte zou maken over zijn spelersgroep. Het was duidelijk, zo liet hij verstaan, dat het sommigen aan niveau ontbrak en dat hij zou ingrijpen. Tegelijkertijd wilde Dury het moreel van zijn manschappen weer oppeppen. Een vreemd dualisme: spelers met hun beperkingen confronteren om ze zo te prikkelen.
...

Bizar welke verschillende methodiek trainers gebruiken om hun ploeg weer op de rails te zetten. Na de 2-0-nederlaag van Zulte Waregem op KV Kortrijk poneerde de anders altijd beheerste Francky Dury dat hij een analyse in de diepte zou maken over zijn spelersgroep. Het was duidelijk, zo liet hij verstaan, dat het sommigen aan niveau ontbrak en dat hij zou ingrijpen. Tegelijkertijd wilde Dury het moreel van zijn manschappen weer oppeppen. Een vreemd dualisme: spelers met hun beperkingen confronteren om ze zo te prikkelen. Op hetzelfde moment schudde Georges Leekens de vraag of zijn ploeg een Europees ticket mag ambiëren resoluut van zich af. Daar is KV Kortrijk volgens hem niet klaar voor. Want, bediende Leekens zich van een vergelijking, een atleet die over 2 meter 10 springt, weet dat hij niet over 2 meter 30 raakt. Realistisch blijven is dus hier de boodschap. Over Europees voetbal willen ze ook in Sint-Truiden niet praten. Daar denkt niemand aan, pleegt trainer Guido Brepoels te laten horen. Wat de ploeg dan wel wil? Lekker ballen, zegt dezelfde Brepoels dan. Hij predikt het evangelie van de eenvoud. Er is een Europees ticket in de aanbieding, maar het lijkt erop dat sommige clubs dat liever niet grijpen. Omdat de voorronde van de Europa League er al heel snel aankomt? Omdat een wedstrijd tegen een Europese topclub traumatisch kan werken, zoals AA Gent in juli en augustus vorig jaar ervoer toen het door AS Roma werd geridiculiseerd? Hetzelfde AA Gent liet vorige week bij monde van manager Michel Louwagie verstaan de beker interessanter te vinden dan een tweede plaats en een eventueel ticket voor de CL-voorronde. Voorzitter Ivan De Witte deed achteraf zijn best om die uitspraak te nuanceren. Niettemin: het lijkt erop dat Belgische clubs het moeilijk hebben om zich op meer dan één doel te focussen. Anderhalve week geleden speelde Standard met een B-elftal op RC Genk om zich op de confrontatie tegen Hamburger SV te concentreren. Het zette daarmee de waarde van play-off 2 op de helling. Vervolgens bleek tegen Hamburg waar Standard echt staat: een elftal dat constant grijpt naar het wapen van de lange bal. De verfrissende accenten die de afgelopen jaren werden gelegd, zijn weggespoeld, de zorgvuldig gebouwde fundamenten ingestort. Iedere uitzonderlijke prestatie in de wielersport draait uit op een vergelijking met Eddy Merckx. Toen Philippe Gilbert twee jaar geleden na een solorit van veertig kilometer de (toen nog) Omloop Het Volk won, heette dat een Merckxiaanse prestatie te zijn. Hetzelfde toen Johan Museeuw ooit in de Ronde van Vlaanderen zegevierde na een aanval op de Muur van Geraardsbergen. Het is telkens weer een belediging voor de grootste wielrenner aller tijden. Af en toe moet dan aan de manier waarop Merckx won, herinnerd worden: zowel in de Ronde van Vlaanderen als in Parijs-Roubaix scheurde hij op 100 kilometer van het einde de wedstrijd open, stampte iedereen uit het wiel en telde aan de aankomst acht minuten voorsprong. Waarop Merckx hijgde dat het wel erg lastig was geweest. Geen renner die zo weinig met zijn suprematie te koop liep als Merckx, de kampioen van de getemperde vreugde. Als in de huidige, moderne wielersport iemand met een staaltje van krachtpatserij uitpakte dat een klein beetje raakpunten vertoont met het machtsvertoon van Meckx, dan is het Fabian Cancellara. In Parijs-Roubaix, een relict uit oude tijden, degradeerde hij de tegenstanders tot figuranten. Hij vloog over de prehistorische kasseien, als een fantoom op twee wielen, onverwoestbaar en ontembaar. Meer dan twee en drie minuten voorsprong op de concurrentie, het komt in deze tijd niet zo vaak meer voor. Tom Boonen bleef met lege handen achter. Ergens erkende hij het meesterschap van Cancellara, maar toch zocht hij weer naar excuses. Er werd in de achtervolgende groep niet genoeg gewerkt, hij zat alleen, zonder ploegmaat. Moeilijk, heel moeilijk hebben toprenners het telkens weer als ze met hun beperkingen worden geconfronteerd. Alsof er binnen hun denkwereld geen plaats is voor kwetsbaarheid. door JACQUES SYS"Alle fundamenten zijn bij Standard ingestort. "