Brugge, acht uur 's morgens. De Hallepoort gonst van de bedrijvigheid. In de perszaal verorberen journalisten, fotografen en motards een ontbijtje, halen boordradio's en lunchpaketten af, lezen een krantje, keuvelen wat. Hoewel het persvolkje daar meestal nogal cool over doet, heerst er krap twee uur voor de start van de 88e Ronde een opgewonden sfeer. Vandaag hebben wij het geluk te mogen meerijden in persvolgwagen nummer tien van Sport/Voetbal Magazine. Chauffeur Marc Meernhout, zoals de meeste bestuurders van volgwagens een ex-wielrenner, komt aandraven met zeven lunchpaketten. We trekken voorbereid ten strijde.
...

Brugge, acht uur 's morgens. De Hallepoort gonst van de bedrijvigheid. In de perszaal verorberen journalisten, fotografen en motards een ontbijtje, halen boordradio's en lunchpaketten af, lezen een krantje, keuvelen wat. Hoewel het persvolkje daar meestal nogal cool over doet, heerst er krap twee uur voor de start van de 88e Ronde een opgewonden sfeer. Vandaag hebben wij het geluk te mogen meerijden in persvolgwagen nummer tien van Sport/Voetbal Magazine. Chauffeur Marc Meernhout, zoals de meeste bestuurders van volgwagens een ex-wielrenner, komt aandraven met zeven lunchpaketten. We trekken voorbereid ten strijde. Terwijl de Hallepoort horden vips uitspuugt, banen wij ons een weg naar de Grote Markt, alwaar een bonte schare renners zijn opwachting maakt om het startblad te signeren. Het voltallige Fassa Bortolo-team schreidt voorbij. Presentator Michel Wuyts wil van Frank Vandenbroucke weten hoe hij zich voelt. "Ik voel mij perfect." Wat is zijn tiercé voor vandaag ? "De uitslag van 1999, maar dan omgekeerd : Vandenbroucke, Museeuw, Van Pete- gem." Een paar minuten later verschijnt de immer jolige Jo Planckaert, reeds in korte broek. Wuyts : "Jij staat hier in korte broek."Planckaert : "Het is toch Ronde Van Vlaanderen vandaag ? Ik trek alles uit. Desnoods doe ik in de finale mijn trui uit."Wuyts : "Wanneer ga je er een lapje op geven ?"Planckaert : "Bij het buitenrijden van Brugge."9.10 uur. Wuyts test het Nederlands van enkele anderstalige renners. Bij Oscar Camenzind en Daniele Nardello beperkt de kennis zich tot respectievelijk 'godverdoeme' en 'nai, nai'. Niet zo bij de Brit Roger Hammond, die zich goed uit de slag trekt. Wuyts stelt dat hij zeker met een Vlaamse getrouwd is. Waarop Hammond : "Nog niet, maar als er iemand is hier ?" Ludovic Capelle geeft in perfect Nederlands uitleg over het spiekbriefje op zijn stuur : "Dat zijn de momenten dat ik pijn ga hebben. Wat erop staat ? Kasseien-berg-kasseien-berg." En ja, hij is nerveus, want "er staat hier veel volk en ik ben geen zanger." Het Momument Museeuw arriveert en krijgt een daverend applaus van het publiek. De Leeuw zegt zich heel goed te voelen, zoals de voorbije achttien jaar overigens. Kan hij zijn emoties bedwingen ? "Als je diep in mijn ogen kijkt, ga je iets zien. Ik onderdruk het, maar het is moeilijk." Verder toont Museeuw zich de beminnelijkheid zelve : "Ge moogt mij alles vragen vandaag." Weet hij dat er tientallen spandoeken voor hem langs de weg hangen ? Antwoord van Museeuw : "Gaan we weer emotioneel doen ?" Monseigneur Van Gheluwe van het bisdom Brugge geeft Johan een kruisje, dat brengt geluk. Terwijl ploegmaat Oscar Freire met de blik op oneindig van het podium rijdt, meldt Marc Wauters dat Rabobank beslist heeft om tot 2008 te sponsoren. Had hij vanmorgen aan het ontbijt vernomen, als dat geen motivatie is. De rest van zijn uitleg gaat verloren in het tumult : Ludo Dierckxsens en Peter van Petegem zijn gearriveerd. Van Petegem is naar goede gewoonte de rust zelve. "Het is goei weer, het is zondag, we zijn in Brugge, dan kan je toch niet gestresseerd zijn ?" Terwijl het applaus uitsterft, verschijnt Nico Mattan. Een interview wil hij niet, maar hij heeft wel een verzoek. Hij wil dat het publiek zijn naam scandeert en geeft zelf het goede voorbeeld door loeihard zijn eigen naam in de microfoon te brullen. "Nico Pipo !", klinkt het na afloop van de eenmanshow aan de andere kant van het podium. Daar staat Dario Pieri, die meteen doorgaat op het elan van Mattan : "Bonjour à toute la Belgique. Je t'aime !" Als allerlaatste rijdt een bedrukte Dave Bruylandts het podium op. Het ongeval van zijn vrien- din Femke afgelopen vrijdag motiveert hem : hij wil haar vanavond bloemen brengen. 10.40 uur. Omdat je een perswagen die een kilometer van de officieuze start geparkeerd staat niet zomaar in een Ronde-caravaan kan manoeuvreren, hebben we de eerste vijftig kilometer van het parcours afgesneden. We rijden een half uur voor het peloton uit en onze auto vormt een attractie voor de toeschouwers die drie rijen dik staan in Lichtervelde, het dorp van de Ronde. "Den ambiance è toch wreed, eh vent", zegt onze chauffeur Marc en hij baant zich luid toeterend en uitgelaten zwaaiend een weg door de menigte. Een klein half uur later houden we halt in Ruiselede, waar we het peloton zullen opwachten. In en rond café De Plaetse is een Vlaamse kermis aan de gang : onder het genot van braadworst en bier palaveren jong en oud over de Ronde. Een man die duidelijk al een eindje boven zijn theewater is, spreekt ons aan : "Zijn ze al gepasseerd ?" We ontkennen. "Nog geen wagens ? Niks ? Danku." Een uur later dokkeren we over de eerste kasseistrook in Aarsele. Er barst een plensbui los, maar het publiek langs de kant wijkt niet. De renners zijn op komst. Radio Tour kraakt en piept. We vernemen dat een omvangrijke kopgroep op vijf minuten van onze wagen hangt. Marc zet zich aan de kant, in de achteruitkijkspiegel zien we zwaailichten, het geloei van sirenes zwelt aan. En dan schiet een waaier van 35 renners ons voorbij, gevolgd door twintig wagens. Op een voor ons onverklaarbare wijze slaagt Marc erin om onze auto in de troep te gooien. Wat volgt, heeft meer weg van een rodeo dan van koers. Marc wil naar voren en duikt in een gat dat er ons inziens gewoonweg niet ís. Op een weggetje met twee rijvakken wringen we ons met vier auto's tegelijkertijd een bocht in. Achter ons horen we gierende banden, naast ons knalt een auto over een drempel en mist op een haar na een paaltje. Na de bocht trekken we op tot vijftig per uur, om weer alles dicht te gooien voor de volgende kronkel in het parcours. De mensenhaag langs de kant vindt het allemaal prachtig en wijkt geen millimeter. Wij zouden rennen voor ons leven. 12.40 uur. Terwijl we nog steeds van links naar rechts zwalpen en ieder moment het geluid van krakend metaal en rinkelend glas verwachten, meldt de boordradio een lekke band voor Carlos Barredo Llamazales. Enkele minuten later komt de neutrale wagen ons in volle vaart voorbijgestoven. "'t Es nie woare, ze hebben die jongen zomaar laten schieten", zegt Marc. "Wacht, ik zal het wel doen, we zullen de rek eens wat langer maken." We stayeren Barredo opnieuw naar de kopgroep. De Paddestraat nadert en ondanks het feit dat de kopgroep vier minuten voor het peloton uitrijdt, maant Radio Tour ons aan om tussen de twee uit te gaan. Luid toeterend razen we de kopgroep voorbij, maar volgens een paar zwaantjes gaat het niet snel genoeg. Ze acteren nerveus, jagen ons op als vee om verder voor de koers uit te rijden. Een zwaantje met volgnummer drie, duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt, komt naast ons rijden en dreigt onze volgerslicentie in beslag te nemen als we niet voortmaken. Marc draait het raampje open en begint in volle vaart een discussie met de man. Tot drie keer toe komt dezelfde politieman - in de wagen onderhand bekend onder de naam hitsig zwaantje - ons afdreigen. Reactie van Marc : "Den eerste april is gepasseerd hoor, vent." 13.30 uur. Begin van de hellingzone. Omdat het hier te gevaarlijk is om met de wagen bij de renners te komen, kiest Marc een andere tactiek. We rijden vijf minuten voor de kopgroep uit, verstoppen de auto in een zijstraat voor het geval hitsig zwaantje langs komt rijden, laten de renners passeren, spurten vervolgens terug naar de auto en snijden een stuk van het parcours af om weer voor de renners uit te rijden. Op de smalle Rekelberg staat het volk zes, zeven rijen dik. Supporters zwaaien met vlaggen, hangen in bomen, kleine kinderen zitten in de nek van papa om toch maar geen seconde van het wonderlijke schouwspel te moeten missen. De massa slokt onze wagen op, wijkt even een paar centimeter naar achteren wanneer Marc zich luid toeterend en met brullende motor naar boven werkt. Ieder moment verwachten we de doffe klap van een lichaam dat onze auto raakt, gevolgd door een luide gil. Het gebeurt niet. We komen boven met twee ingeklapte zijspiegels, maar zijn opgelucht dat ze er überhaupt nog aanhangen. De afdaling biedt een schitterend panorama over het glooiende landschap van de Zwalmstreek. Op een van de groene heuvels in de verte, tussen de knotwilgen door, ontwaren we piepkleine rennerssilhouetten, blikkerend in de voorjaarszon. Twee helicopters zoemen als mechanische wespen tegen de achtergrond van dreigende stapelwolken. En dan kraakt Radio Tour : "Wij vernemen net dat Briek Schotte vanmorgen in Oostende overleden is." Het circus van de Ronde lijkt even ver weg. Op de Wolvenberg rijdt een oude man met een bijna even oude fiets voor ons uit, de broek in de sokken gestopt. Het publiek schreeuwt hem naar boven. De hellingen vorderen, de finale krijgt langzaam vorm. In de volgwagen trachten we het koersverloop bij te houden door tegelijkertijd Radio Tour, 92.7 Live en de rechtstreekse uitzending op Canvas te volgen. We begrijpen dat Ludo Dierckxsens weer de nodige inspanningen levert. Vlak voor het opdraaien van de Patersberg gebaart een zwaantje ons om rechtdoor te rijden. Marc maakt in eerste instantie aanstalten om de instructies op te volgen, komt dan tot het besef dat niemand minder dan hitsig zwaantje nummer drie ons de weg tracht te versperren, gooit zijn stuur om en rijdt om de man heen. Even vrezen we voor onze volgerslicentie, maar hitsig zwaantje blijkt niet snel genoeg en klopt dan maar uit pure frustratie op onze achterruit. Naarmate de finale zich verder ontvouwt, krijgt onze tocht meer en meer weg van een wilde achtervolging. Wagens en moto's van supporters versperren de weg en aan de afzink Ten Bosse gebeurt het onvermijdelijke : we rijden ons muurvast in een zijstraat. Terwijl achter ons de chauffeur van een andere perswagen de nodige krachttermen uit, springen we uit de wagen en spurten we naar boven. We zien een groepje met Ludo Dierckxsens en Leif Hoste, op de voet gevolgd door onder meer Peter Van Petegem, PoaloBettini, Oscar Freire, Jaan Kirsipuu en Dave Bruylandts. We spurten naar de wagen, nu willen we naar Meerbeke, naar de finish. Marc begint aan dolle race tegen de klok. Zonder zijn hand éénmaal van de claxon te halen, wringen we ons door het bos van motards. Bruylandts voert de forcing op de Muur, Wesemann en Hoste springen mee... We verlaten het parcours, maar dat belet Marc niet om een hele batterij auto's links voorbij te razen. Van Petegem schudt neen. Van Petegem moet passen... Aan een S-bocht komt de muur van een huis angstwekkend dichtbij, met gierende banden vliegen we door de bocht. Het groepje Bruylandts begint met 15 seconden voorsprong aan de Bosberg... Een rood licht houdt ons drie minuten op. Ze blijven voorop, de tenoren komen niet meer terug... We stuiven richting aankomst, we zien de boog van de laatste kilometer, maar twee wagens vóór ons gaan de nadarhekken onherroepelijk dicht. De renners zijn al te dicht, we mogen niet meer doorrijden tot achter de aankomst. Lopen dan maar. Dave Bruylandts demarreert, maar Leif Hoste haalt hem terug. Wesemann in een zetel... We stranden op 250 meter van de meet en zien Bruylandts met openge- sperde mond de sprint aantrekken. Hoste wijkt uit naar links, we zien het achterste van Wesemann in het gat verdwijnen. De Duitser wint. Op het moment dat de verliezers van de dag binnendruppelen, begeven we ons stapvoets naar het perscentrum. Of wat er voor moet doorgaan. De groene kiepstoeltjes en afgebladderde tafels in de refter van de Vrije Basisschool van Meerbeke lijken minstens vijftig jaar oud en vormen een schril contrast met de moderne laptops waarop journalisten als bezeten zitten te tikken. Na enig zoeken belanden we in een lokaaltje achterin, waar op het raam twee A4'tjes zijn geplakt : 'Medische controle' en 'Interview'. De geur is verschaald en muf, stoffige spinnenwebben wapperen aan de muren en centraal staat een kale houten tafel met daarop een microfoon. Tien minuten later blikt Steffen Wesemann onzeker de zaal in, zich ongetwijfeld verbazend over zoveel amateurisme in Vlaanderens Mooiste."Terwijl enkele journalisten collegiaal notities uitwisselen, begeven we ons richting auto. Van Marc vernemen we welkom te zijn in De Witte Hoeve, een supporterscafé van Nico Mattan in Mater. Onderweg wordt een boompje opgezet over het verloop van de koers. Waarom is die Leif Hoste Bruylandts gaan halen ? Heeft Bruylandts dan niet gesproken met Hoste ? Of is Wesemann hem voor geweest ? Misschien heeft Wesemann Hoste in het oor gefluisterd : 'Leif, jongen, je rijdt 200 kilometer in de aanval, je kan niet meer winnen. Voilà, zoveel als ik win.' We passeren 't Jagershoekje in Brakel, het supporterscafé van Peter van Petegem. De tenten en barbecues staan er wat verlaten bij, de sfeer is bedrukt. Niet zo in De Witte Hoeve. Het volkse etablissement zit tsjokvol met de Nico Mattan Ultra's en andere adepten van de excentrieke renner. In het midden staat, fris gewassen, hip potske op het hoofd, knalgeel T-shirt om het smalle bovenlijf, de man zelve met een trappist in de hand. "Dit is mijn ontspanning na de koers. Als ik direct naar huis moet en voor tv ga zitten, kom ik verzekerst zot." We vragen hem nog naar zijn optreden in Brugge die ochtend. "Ze hadden mij gevraagd om de sfeer er wat in te brengen. Zoiets vragen ze alleen aan ne zot als Mattan. Bij Museeuw of Van Petegem proberen ze dat niet. Zeg, ze hebben hier lekker konijn met pruimen en stoverij, kom eet iets." Een half uurtje later storten we ons hongerig op een bord frieten met stoverij, gecombineerd met een frisse pint Romy, het bier van de streek. Er wordt gekeuveld, gelachen, nagekaart en vooruitgeblikt. Wanneer Nico Mattan rechtstaat en zegt dat hij zowat door zijn benen zakt van vermoeidheid, is dat ook voor ons het sein om de weg huiswaarts aan te vatten. We laten ons voor een laatste keer neerploffen in de autostoelen en rijden langzaam de ondergaande zon tegemoet. Om halfnegen 's avonds plast Nico Mattan in het dorpje Mater tegen een boom. Dit was de Ronde van Vlaanderen 2004. door Loes GeuensOp een weggetje met twee rijvakken wringen we ons met vier auto's tegelijkertijd een bocht in. Waarom is die Leif Hoste Bruylandts gaan halen ?