Het symbool van yin en yang zou niet misstaan op het logo van Standard. Op Sclessin, meer dan elders in België, wisselen de uitersten elkaar af en grenzen de emoties vaak aan de waanzin. Dit seizoen is daar de perfecte illustratie van. Nog niet zo lang geleden was Sclessin ondergedompeld in een crisis en mocht coach Yannick Ferrera na een weinig flatterende 5 op 15 zijn biezen pakken. Maar nog geen maand later staan de Rouches op de tweede plaats in de competitie en zijn ze op een bevredigende manier aan hun Europese campagne begonnen tegen Celta de Vigo (1-1). De winnende kopbal van Ishak Belfodil tegen Genk deed zelfs de kritiek op het transferbeleid verstommen. Maar vorige woensdag kende Standard dan weer een terugslag en liet het zich in Geel elimineren uit de beker, die het enkele maanden geleden nog won. Vier dagen later herpakte het zich tegen Eupen in de competitie. Het is een parcours dat op een achtbaan lijkt. Maar zelfs al zouden slechte resultaten tegen Ajax en Anderlecht ertoe kunnen leiden dat alles weer in vraag wordt gesteld, er zijn momenteel toch tekenen van stabiliteit te bespeuren op Sclessin. We zoeken naar de redenen via een analyse van de voornaamste machthebbers in Luik.
...

Het symbool van yin en yang zou niet misstaan op het logo van Standard. Op Sclessin, meer dan elders in België, wisselen de uitersten elkaar af en grenzen de emoties vaak aan de waanzin. Dit seizoen is daar de perfecte illustratie van. Nog niet zo lang geleden was Sclessin ondergedompeld in een crisis en mocht coach Yannick Ferrera na een weinig flatterende 5 op 15 zijn biezen pakken. Maar nog geen maand later staan de Rouches op de tweede plaats in de competitie en zijn ze op een bevredigende manier aan hun Europese campagne begonnen tegen Celta de Vigo (1-1). De winnende kopbal van Ishak Belfodil tegen Genk deed zelfs de kritiek op het transferbeleid verstommen. Maar vorige woensdag kende Standard dan weer een terugslag en liet het zich in Geel elimineren uit de beker, die het enkele maanden geleden nog won. Vier dagen later herpakte het zich tegen Eupen in de competitie. Het is een parcours dat op een achtbaan lijkt. Maar zelfs al zouden slechte resultaten tegen Ajax en Anderlecht ertoe kunnen leiden dat alles weer in vraag wordt gesteld, er zijn momenteel toch tekenen van stabiliteit te bespeuren op Sclessin. We zoeken naar de redenen via een analyse van de voornaamste machthebbers in Luik. Sinds hij in juli 2015 de macht overnam, heeft Bruno Venanzi de club altijd wel goed in het oog gehouden. De postjes van adviseur, van coach en van algemeen directeur werden dan ook bezet door quasi nieuwelingen. Sedert de verkoop van Lampiris in juni laatstleden heeft Venanzi een zekere gemoedsrust die correspondeert met zijn volle portemonnee. Deze voorzitter-supporter heeft zich in zijn nieuwe kostuum al wel enkele malen verbrand. Denk maar aan de ongelukkige uitlating dat hij weet had van een speler van Standard (we weten nog altijd niet wie) die zijn trainer betaald had om te mogen spelen. Daarna heeft de man zich wel wat terughoudender en voorzichtiger opgesteld tegenover de media. Niettemin weet Venanzi nog altijd te verrassen nu en dan, zoals met de tweet, gericht aan de Ultras Inferno, dat er een knallende mercato zou komen. Het bericht keerde een beetje als een boemerang terug, want de transferperiode kwam in Luik pas echt op gang gedurende de laatste dagen, zelfs de laatste uren. De wat onhandige tweet toont wel aan dat de voorzitter dicht bij zijn publiek staat. Kort voor hij Standard overnam, had hij trouwens in het grootste geheim een onderhoud met een aantal ouwe getrouwen van Sclessin om hen zijn project uit te leggen en hun steun te vragen. Dat verklaart waarom Sclessin vorig seizoen niet ontploft is, ondanks een erg moeilijk seizoen. Die relatie bestuur- supporters werd concreet gemaakt door een van de stichters van de Ultras aan te stellen als een community manager te velde. Venanzi werd ten onrechte voorgesteld als een mannetje van Roland Duchâtelet. Hij heeft niet van de ene dag op de andere beslist om de club van zijn hart over te nemen. Dat idee was hem al een tijd daarvoor ingefluisterd door zijn goede vriend, makelaar Christophe Henrotay. Die laatste heeft Venanzi heel erg geholpen bij het weven van een netwerk in een wereldje dat die amper kende. Hij bracht hem bijvoorbeeld in contact met mensen als de voorzitter van Olympiacos, of met vicevoorzitter Vadim Vasiljev, die Venanzi tegenwoordig als een vriend beschouwt - wat uiteraard enkele recente transfers gemakkelijker maakte. In het organigram dat Venanzi uittekende bij het begin van zijn voorzitterschap bekleedde Bob Claes als algemeen directeur natuurlijk een belangrijke functie. Maar zijn vijandschap met Daniel Van Buyten - gesymboliseerd door een aantal steken onder water in de media ten tijde van de transfer van Víctor Valdés - samen met de verkoop van Lampiris en de aanstelling van Venanzi als ceo leidden onvermijdelijk tot het afzetten van Claes. Samen met Ferrera behoort hij tot degenen van wie de kop moest rollen toen Van Buyten in augustus aankondigde dat er 'veranderingen op alle echelons van de club' zouden komen. Hoewel Ferrera nog lang kon rekenen op de steun van zijn voorzitter, die stabiliteit wilde in de club ondanks het mislopen van play-off 1, tekende de coach zijn doodvonnis toen hij Renaud Emond en Mohamed Yattara naar de C-kern stuurde om hen enkele dagen later weer terug te roepen. De vader van Emond, die erg ontstemd was over de manier waarop zijn zoon behandeld werd, vroeg rekenschap aan het bestuur en aan Venanzi. Voor Venanzi was dat de misstap te veel van Ferrera. Naast Venanzi staat zijn adviseur, Daniel Van Buyten. Waarnemers hebben evenwel moeite om zijn exacte functie en zijn echte impact op de club te definiëren. In een recent interview met Le Soir legde Venanzi het zo uit: 'Olivier Renard is onze sportief directeur, degene die de technische kwaliteiten van een mogelijke aanwinst beoordeelt. Als hij graag raad wil, kan hij altijd aankloppen bij Daniel, die ook in staat is om bepaalde deuren voor ons te openen.' De kritiek op Van Buyten was de laatste weken niet min. De verwijten: zijn dubbele rol, belangenconflicten, weinig toegankelijk voor anderen binnen de club... 'Ik ben gekomen om Bruno te helpen de club te structureren op sportief vlak.' Discipline en een winnaarsmentaliteit terugkrijgen is een hele opgave. Want volgens hem was er van alles mis met de club en moest hij naar eigen zeggen te vaak voor brandweerman spelen. Zijn rol mag zeker niet geminimaliseerd worden, want hij heeft zijn mannetjes geïnstalleerd op sleutelposities: exit Bob Claes, enter Thierry Verjans als sportief coördinator belast met de Académie voor hij ook de functie opnam van assistent van Aleksandar Jankovic, Philippe Vande Walle of Erik Roex. Op 3 september, de avond van de vriendschappelijke wedstrijd tussen Standard en Marseille in Namen, verscheen Olivier Renard met een vermoeide en wat verwilderde blik in een reportage van de VRT. De sportief directeur had net zijn eerste en uiterst intensieve transferperiode afgesloten. Nochtans verzekerde hij dat het wel meeviel: 'Neen, zo zwaar was de mercato niet. Als je bij een club als Standard werkt, dan weet je op voorhand dat er in die periode veel druk is.' Op dit moment heeft de kritiek plaatsgemaakt voor enthousiasme in de wandelgangen van Sclessin. Die ommekeer valt te verklaren door het feit dat de nieuwkomers Jean-François Gillet, Konstantinos Laifis, Benito Raman en vooral Ishak Belfodil het goed doen. Die laatste wist zelfs in luttele wedstrijden het weinig gesmaakte vertrek van Ivan Santini naar Caen te doen vergeten. Wat de andere acht (!) nieuwkomers betreft: moeilijk om een beeld van hun waarde te krijgen, ook al zullen sommigen van hen nog wel van nut zijn, gezien de kern 33 spelers telt. Maar Renard was natuurlijk de voornaamste pleiter voor de komst van Aleksandar Jankovic, zeker omdat zijn relatie met Ferrera al enkele maanden in het slop zat. Renard preciseert: 'Het was geen beslissing tegen Ferrera maar voor Standard. Ik merkte dat het niet klikte met meerdere spelers. En ik denk dat de komst van Jankovic enkele spelers wakker heeft geschud, die voordien wat te comfortabel in hun zetel zaten.' We denken daarbij natuurlijk aan Adrien Trebel en Mathieu Dossevi, die in het begin van het seizoen niet op niveau waren. De twee Fransen hadden een beschermd statuut onder Ferrera, zij ontsnapten aan de kritiek. Trebel wilde van de zomer vertrekken, maar besefte dat hij die ambitie beter kon laten rusten gezien er geen ernstig bod op hem werd uitgebracht. De nieuwe coach Jankovic, die van Mechelen kwam, neemt veel spelers even apart en lijkt het effect van een zweepslag te hebben op de gewezen speler van Nantes. Sinds de komst van de Servische trainer lijkt hij een metamorfose ondergaan te hebben. De komst van de nieuwe spelers heeft niet alleen gezorgd voor meer lengte in de kern, maar ook voor meer concurrentie. Een spraakmakende transfer werd er niet gerealiseerd, maar de aanwinsten lijken beloftevol te zijn. 'Laifis volgde ik al twee jaar. Ik wilde hem naar Mechelen halen, maar hij was te duur', legt Olivier Renard uit. De Cypriotische verdediger kwam uiteindelijk naar Standard ondanks een negatief medisch rapport (wegens een hardnekkige pubalgie). Renard had ook een hand in de transfer van Belfodil, die hij al een eerste keer had gescout tijdens een stage van Baniyas, diens club in de VAE. De ex-doelman moet voorzichtig te werk gaan, want zijn financiële mogelijkheden zijn niet onbeperkt. Maar door zijn verleden bij KV Mechelen heeft hij gelukkig een voordelig netwerk kunnen uitbouwen waardoor hij spelers als Obradovic, Hanni en Kosanovic kon aantrekken. 'Ik hou van mijn job, ik discussieer graag met buitenlandse clubbestuurders, ik ga met verschillende makelaars rond de tafel zitten en ik sluit de deur voor niemand want ik weet dat het in het voetbal allemaal snel kan gaan. Door mijn verleden in Italië heb ik het respect van belangrijke mensen verkregen, zoals de bestuurders van Lazio en AS Roma.' Het is daarentegen zogoed als onmogelijk geworden om spelers als William Vainqueur of Sofiane Hanni aan te trekken, omdat hun salariseisen te hoog liggen voor een club als Standard, die sinds januari besloten heeft om de loonmassa te reduceren. 'Toen we hoorden wat Sofiane kon verdienen bij Anderlecht, hebben we besloten om daar niet mee te concurreren. Bruno wil zijn club beheren als een goede huisvader. Hij houdt een oogje op de totale loonmassa, maar hij kan nog wel eens een uitschieter doen als we een speler echt willen hebben. Denk nu ook niet dat ik een vrekkige voorzitter heb die de supporters een wortel voor de neus houdt. Trouwens, als je goed georganiseerd bent, dan kun je erg goeie spelers halen voor één miljoen euro in plaats van drie. Dat is wat moeilijker, ja, maar dat vind ik net de uitdaging in dit beroep.' Renard beweert dat hij een hand heeft gehad in alle zomertransfers: 'Ik ben de sportief directeur, niet de loopjongen van Daniel Van Buyten zoals sommigen beweren. En het moet ook maar eens gedaan zijn met te denken dat Christophe Henrotay betrokken is bij alle beslissingen. Het klikt uiteraard tussen Christophe en Daniel, maar zo werkt het dus niet.' De volgende missie van Olivier Renard is het snoeien van een te ruime kern. Niet zo'n eenvoudige taak want Standard verkocht bijna geen enkele speler afgelopen zomer hoewel er velen in de uitverkoop gezet waren. De schuld daarvan ligt bij enkele vette contracten uit de periode-Duchâtelet, die bepaalde spelers 'blokkeert', zoals Dino Arslanagic, die tot 2018 onder contract ligt. Zulte Waregem toonde interesse, maar was niet in staat om zo veel op te hoesten. Dat verklaart ook waarom spelers als Yohann Thuram of Astrit Ajdarevic de toestemming kregen om de club gratis te verlaten. DOOR THOMAS BRICMONT - FOTO'S BELGAIMAGEWaarnemers hebben moeite om de exacte functie en impact van Daniel Van Buyten te definiëren.