Een halfuur voor het begin van de wedstrijd tussen Mouscron-Péruwelz en KV Oostende zaten er rond de 30 mensen in de onder de hoofdtribune gelegen brasserie Le Stade. Veel meer dan naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, leken ze zich klaar te maken om een kaartje te leggen. Toen de match begon, bevonden er zich niet eens 2500 toeschouwers in het stadion. Het is tekenend voor een club die wacht op een lotsbestemming. Mouscron-Péruwelz, met elf Fransen aan de aftrap, loopt in dit kille decor een achtste opeenvolgende nederlaag op en tuimelt zo verder in een bodemloze put.
...

Een halfuur voor het begin van de wedstrijd tussen Mouscron-Péruwelz en KV Oostende zaten er rond de 30 mensen in de onder de hoofdtribune gelegen brasserie Le Stade. Veel meer dan naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, leken ze zich klaar te maken om een kaartje te leggen. Toen de match begon, bevonden er zich niet eens 2500 toeschouwers in het stadion. Het is tekenend voor een club die wacht op een lotsbestemming. Mouscron-Péruwelz, met elf Fransen aan de aftrap, loopt in dit kille decor een achtste opeenvolgende nederlaag op en tuimelt zo verder in een bodemloze put. Op de persconferentie klinkt trainer Fernando Da Cruz strijdvaardig. Hij zegt ervan overtuigd te zijn in de resterende vier wedstrijden - met nog drie uitmatchen - voldoende punten te verzamelen om het verblijf in eerste klasse te verlengen. Maar de realiteit is anders: in de huidige omstandigheden heeft deze club geen enkele bestaansreden op het hoogste niveau. Er is in en rond Le Canonnier totaal geen sfeer. Hoe hartelijk journalisten ook worden ontvangen. Ze krijgen aan de rust een heerlijk dampende kop soep. Net zoals bij... Cercle Brugge. Ook groen-zwart koestert oude waarden. Het blijft in deze donkere momenten een gezellige vereniging met een sociale missie. Maar de waarheid in het voetbal ligt alleen op het veld. Cercle geraakt niet uit het degradatiemoeras. De manier waarop het zaterdag op Lierse werd weggespeeld, zet aan het denken. De trainerswissel bleek geen succes en de vraag rijst of een onervaren hoofdcoach als Arnar Vidarsson -hoeveel positivisme hij ook uitstraalt - voldoende bagage heeft om een met zichzelf in de knoop liggende spelersgroep te bevrijden. Ook tijdens de transferperiode zijn er fouten gemaakt die on-eigen zijn aan het doorgaans rationeel en verstandig geleide Cercle. De komst van de zwaar betaalde spits Richard Sukuta-Paso was daarbij een dieptepunt. Eindeloos lang kreeg hij krediet. En telkens weer groeiden zijn optredens uit tot een treurspel. Cercle Brugge maakte 17 goals in 26 wedstrijden en kent in doelman Olivier Werner zijn beste speler. Dat symboliseert de neergang. Cercle mist een afwerker die een club als Waasland-Beveren wel heeft. Renaud Emond stond al in voor tien goals. Hij participeert niet in het combinatiespel, maar is brandgevaarlijk in de zestien meter. Een knap staaltje werk zou het van Guido Brepoels niettemin zijn als hij deze niet in kwaliteit badende ploeg in eerste klasse houdt. En een mirakel kondigt zich ook op Lierse aan waar Maged Samy zijn gelijk lijkt te bewijzen door de kaart van de jeugd te trekken. Een alibivoetballer als Hernán Losada werd net zo gemakkelijk uitgerangeerd als publiekslieveling Arjan Swinkels, die vooral opviel door zijn grote bek. Zelfs de met veel poeha binnengehaalde Spaanse wereldkampioen, Joan Capdevila,zat zaterdag op de bank. Na een lauw weekend blijven Club Brugge en Anderlecht de titelfavorieten. Als prelude op play-off 1 spelen ze op 22 maart de bekerfinale. Voor de terugwedstrijden van deze competitie kwamen samen 13.400 toeschouwers opdagen. Een ontluisterend cijfer. Straks moet het Koning Boudewijnstadion vollopen. Ongetwijfeld worden de komende weken herinneringen over vroeger vanuit de archieven gehaald. Over de bekerfinale die Club en Anderlecht in 1977 speelden, op een bloedhete zondag. Club zette een 1-3-achterstand in een 4-3-zege om. Raoul Lambert scoorde per hoge uitzondering met het hoofd, de houterig ogende Brit Roger Davies maakte twee doelpunten. Na afloop ging de memorabele Oostenrijkse trainer Ernst Happel voor de eerste keer in zijn Brugse periode op de schouders, terwijl Raymond Goethals bij Anderlecht met zijn bekermedaille in de kleedkamer kwam en die woedend tegen het plafond smeet. Het waren andere tijden. Anderlecht en Club Brugge stonden toen ook aan de Europese top. Ze speelden tegen clubs van een heel ander kaliber dan Dinamo Moskou of Aalborg. Club had in de Europacup voor landskampioenen Real Madrid uitgeschakeld, niemand die dat abnormaal vond. Het struikelde in de kwartfinale over Borussia Mönchengladbach. En Anderlecht bereikte (en verloor) de finale van de Europacup voor bekerwinnaars tegen Hamburg. Er vielen toen, zoals afgelopen weekend, amper verhalen te rapen over een gebrek aan bezieling. @JacquesSys DOOR JACQUES SYSStraks krijgt Maged Samy nog gelijk.