Toen het Britse weekblad Cycling WeeklyWout van Aert eind vorig seizoen vroeg waarom hij zo'n indrukwekkend aantal zeges én toptienplaatsen op zijn erelijst heeft staan, antwoordde hij: 'Ik geef gewoon nooit op. Is het niet voor de zege, dan voor een ereplaats. Niet veel renners hebben dat. Zij laten vaak het hoofd hangen als ze niet meer kunnen winnen. Ik zelden. Soms vraag ik me ook af: waarom doe ik het? Maar die drang is sterker dan mezelf.'
...

Toen het Britse weekblad Cycling WeeklyWout van Aert eind vorig seizoen vroeg waarom hij zo'n indrukwekkend aantal zeges én toptienplaatsen op zijn erelijst heeft staan, antwoordde hij: 'Ik geef gewoon nooit op. Is het niet voor de zege, dan voor een ereplaats. Niet veel renners hebben dat. Zij laten vaak het hoofd hangen als ze niet meer kunnen winnen. Ik zelden. Soms vraag ik me ook af: waarom doe ik het? Maar die drang is sterker dan mezelf.' Een drang om zichzelf tot het uiterste te drijven, welke plaats het ook oplevert. Het is zelfs de rode draad doorheen Van Aerts carrière. Als een grenzenverlegger die tijdens zijn ontdekkingstocht elke steen omdraait, hoewel hij ook al enkele lawines over zich heeft gekregen. Telkens krabbelde de Kempenaar echter weer recht, met nieuwe inzichten over hoe hij zijn begenadigde lichaam, maar ook zijn mindset kon bijschaven. Een gigantisch doorzettingsvermogen dat deels aangeboren is en deels gevormd werd tijdens zijn jeugdjaren. Dan al drijft bij elk spelletje de winnaar (en soms slechte verliezer) in Van Aert boven: van Monopoly met zijn vrienden tot 'schipper mag ik overvaren?' bij atletiekclub AC Lille. Aanvankelijk speelde hij ook voetbal, bij FC Lille, maar dat bleek niets voor hem - daar kon hij immers niet zélf winnen. Als jonge atleet, bij de spelletjes en later als beginnend coureur wel. Zoals in de jaarlijkse Scholentrofee in Geel-Kievermont, waar hij op zijn negende naar zijn allereerste zege sprint. Toch blijven die overwinningen in de jaren erna vrij zeldzaam. Wout wordt dan niet toevallig Woutje genoemd. Een ventje dat net tekortschiet tegen vroegrijpe jongens, zoals de broers Laurens en Diether Sweeck. Na een zoveelste ereplaats durft Van Aerts potje weleens over te koken en smijt hij zijn fiets weg. René Nuyts, zijn ploegleider bij DCM Vorselaar, noemt hem daarom ook een buzzeke. Vlug ontvlambaar, niet op zijn mondje gevallen, altijd uitkomend voor zijn mening. Maar vooral een doorbijter die verliezen zo haat dat hij blijft knokken, tot hij erbij neervalt. Ook wanneer Van Aert bij de nieuwelingen, en de vele jaren erna, tegen een nog groter talent moet optornen: Mathieu van der Poel. Een tweestrijd, in veel van de 232 crossen en wegraces waarin ze tot nu toe samen aan de start verschenen zijn, die de Kempenaar mede gemaakt heeft tot de topper die hij vandaag is. Wat hij op Instagram ook zelf postte na hun felbevochten sprint in de Ronde van Vlaanderen van 2020. ' Thanks @mathieuvanderpoel to push me to my limit for years. Yesterday was our closest battle ever... To be continued ?' Die volharding om altijd zijn limieten opzoeken, in en buiten de race, heeft Van Aert zo al op jonge leeftijd geleerd. 'Dan blijft dat bij. Later is dat veel moeilijker op te pikken als je dat van nature weinig hebt', zei hij daarover ooit in het Britse magazine Rouleur. Toch had hij daar niet altijd Mathieu van der Poel voor nodig. Herinner u de fameuze editie van de Strade Bianche in 2018, waar hij op de steile Via Santa Caterina in Siena met krampen tot achter de oren moest afstappen en opnieuw op de fiets sprong. Om na de finish, als Christus met gespreide armen, uit te hijgen op de plaveien van de Piazza del Campo. Herinner u ook de soortgelijke beelden na Parijs-Roubaix 2019 toen Van Aert, geveld door een hongerklop, op het grasplein van de Vélodrome neerzeeg en daarna al hakkelend, snotterend en stamelend amper een zin kon formuleren. Met de jaren leerde de Kempenaar zelfs om zijn pijngrens nog een stukje verder te duwen. In crossen of tijdritten dankzij onder meer het trucje dat sportpsycholoog Rudy Heylen hem leerde: door van bocht tot bocht te denken, en niet van start tot aankomst, waardoor de pijn in zijn hoofd als het ware telkens onderbroken wordt. Zoals Van Aert zich ook op training zulke minidoelen leerde stellen om de pijn te verdragen. Door bij elk interval nóg een seconde onder zijn vorige tijd te willen duiken. 'Omdat ik weet: hier ga ik beter van worden. Niet aangenaam, die pijn, maar achteraf haal ik er veel voldoening uit', vertelde de Jumbo-Vismarenner in de jongste Wielergids van dit magazine. Om aan die zware trainingen, zelfs met wat lichte tegenzin, te beginnen, hanteert hij dan ook de mantra die hij ooit na een lactaattest op Instagram postte: ' The only way around suffering is to go straight through it.' Niet met een bocht eromheen, maar er dwars door knallen. Naast die knokkersmentaliteit heeft Van Aert al van kleins af nog een onontbeerlijke eigenschap van een topatleet: de drive om alles voor zijn sport te doen én te laten - uit pure liefde voor de fiets. Wanneer ploegleider Nekes Nuyts elke woensdagmiddag training geeft aan jonge crossers, tekenen slechts twee crossertjes altijd present, bij regen en ontij: Woutje en zijn maat Daan Soete, die nooit kou krijgen, nooit moe worden, en met volle goesting door de modder ploeteren. Een eigenschap die de Lillenaar ook meeneemt als junior en belofte, dan ook al gepaard aan een enorme detailzucht. Zo merkt bondscoach Rudy De Bie tijdens een training met de nationale beloften hoe Van Aert als enige het poeder in zijn bidon tot op de gram afmeet en élk uur passeert bij de wagen voor een nieuwe drinkbus. Ook Marc Lamberts, de coach bij wie de renner al op zijn achttiende aanklopt, merkt meteen dat zijn nieuwe poulain niets over het hoofd ziet. Wanneer hij hem vertelt dat magere kwark met honing het spierherstel bevordert, speelt die elke avond plichtbewust een potje naar binnen. Precies zoals Van Aert nu ook nauwgezet de Foodcoach-app van Jumbo-Visma volgt. Een detailzucht en planmatigheid die in de loop der jaren steeds groter werden, net als Van Aerts drive. Drie weken op Tenerife trainen, weg van vrouw Sarah en zoontje Georges, is ook voor hem niet makkelijk. Maar, benadrukte hij op de jongste teamvoorstelling: 'Koersen op dit niveau ís niet makkelijk. Je moet er opofferingen voor doen. Gaan we nu al zeggen dat een hoogtestage van drie weken mentaal lastig is?' Voor Van Aert niet, want hij beschouwt die mentale belasting als een deel van de survival of the fittest. Zijn remedie? 'Even een helikoptervisie nemen en beseffen: dit is wat ik dolgraag doe. Ik kan me écht niet inbeelden dat ik niet meer graag met de fiets zou rijden', zei hij in Ride Magazine. Wat dat betreft spiegelt Van Aert zich ook aan zijn ploegmaat Primoz Roglic, in wie hij zijn gedrevenheid bevestigd ziet. 'In de topsport komt niets vanzelf en moet je keihard werken. Dat doet Primoz meer dan wie ook.' Een andere eigenschap die Van Aert met de Sloveen deelt: het vermogen om de knop zeer snel om te draaien. Zoals in de Tour van vorig jaar, toen hij in de eerste week zijn zinnen gezet had op de gele trui. Toen dat mislukte, door een nog niet optimale conditie, focuste de Belgisch kampioen op ritzeges. Het resultaat is bekend. Zijn veelzeggende uitleg na zijn fameuze etappezege over de Mont Ventoux: 'Als je een atleet bent, loopt het vaak fout. Maar als je dan opgeeft, kom je nergens. Je moet blijven proberen en dan lukt het op een dag wel.' Van Aert staat dan ook nooit lang stil bij een tegenslag. Zijn gedachteproces is steevast: aanvaarden, analyseren en zich richten op het heden en de toekomst, om zo negatieve gedachten weg te zuiveren. Zo doorstond hij begin 2021 de moeilijke periode na de geboorte van zijn zoontje Georges, toen er levensgevaarlijke complicaties bij zijn vrouw Sarah optraden en zij dagenlang in het ziekenhuis moest verblijven. Zo werd hij ook niet uit zijn lood geslagen toen hij in zijn voorbereiding op de daaropvolgende Tour een blindedarmontsteking kreeg, waardoor hij in allerijl van Spanje naar huis moest rijden en een week plat lag. Zo bleef hij in die periode ook zen toen een onverwachte uitspraak van het Arbeidshof van Antwerpen op zijn dak viel. Dat bepaalde dat hij een boete van 662.000 euro aan Nick Nuyens moest betalen, wegens contractbreuk met Team Veranda's Willems-Crelan in 2018. Van Aert was er naar eigen zeggen één dag niet goed van en focuste daarna weer op zijn sportieve voorbereiding, op wat hij zélf kon controleren. Die raakte weliswaar verstoord door zijn appendicitis, maar ook toen dacht hij in oplossingen: hoe kan ik me, in de beperkte tijd die me rest, het beste voorbereiden? Van Aert is naar eigen zeggen dan wel een halve autist op training, waarbij hij heel nauwgezet de vooropgezette wattagecijfers volgt, hij bezit evenzeer een grote flexibiliteit. Daarbij helpt onder meer zijn geloof in het lot. De overtuiging dat sommige dingen, ook grote tegenslagen, met een reden gebeuren. Zoals zijn zware val in de Tour van 2019, waarbij hij zijn rechterbovenbeen open reet aan een dranghek. 'Die denkwijze heeft mij geholpen om dat zwarte blad om te draaien. Om niet meer te denken: waarom moest mij dit nu overkomen? Maar wel: dit is een kans om nóg beter te worden', zei de Kempenaar daarover in Sport/Voetbalmagazine. Een periode die hem nog meer deed beseffen hoe graag hij fietst. Gekoppeld bovendien aan een groot relativeringsvermogen dat de Herentalsenaar heeft ontwikkeld na de dood van zijn ploegmaat en vriend Michael Goolaerts tijdens Parijs-Roubaix 2018. 'Het ergste wat me ooit is overkomen', zei Van Aert al meermaals. 'Omdat Michaels dood niet meer te herstellen valt, mijn tegenslagen wel.' Die zienswijze hielp hem ook zijn blindedarmontsteking en de opgelegde boete van de rechtbank te relativeren toen begin juni vorig jaar zijn vriend en ex-klasgenoot Glenn Smolderen overleed na een lang gevecht tegen botkanker. Drie weken lang trainde Van Aert in de Alpen met het idee om voor zijn overleden makker het BK in Waregem te winnen. Wat hij effectief ook deed. Vervolgens droeg hij zijn titel op aan deSmol. 'Hij heeft me veel kracht gegeven.' Dat relativeringsvermogen had Van Aert al opgekrikt na de geboorte van Georges, begin 2021. Beseffend dat een kind veel belangrijker is dan gelijk welke koers. Het gaf hem nog meer rust. Het vermogen ook om met de immense druk om te gaan, als hét boegbeeld van het Belgische wielrennen. Naast de fiets, maar ook erop. Steevast zijn cool bewarend, zelfs in hectische finales - een eigenschap die zijn teamgenoot Primoz Roglic in Van Aert het meest bewondert, zo vertelde die tijdens de jongste uitreiking van de Kristallen Fiets. Toch kan ook Van Aerts vat met mentale belasting soms overlopen. Zoals op het WK veldrijden in Oostende in 2021, toen hij voorop lag, maar dan lek reed en niet meer kon terugvechten. Even gekraakt na enkele zeer moeilijke weken, gezien de complicaties van vrouwlief Sarah na de geboorte van hun zoontje. Een ander voorbeeld: de tijdrit op de Olympische Spelen in Tokio, toen hij na zilver in de wegrit zichzelf niet meer tot het uiterste kon drijven. Decompressie na het fantastische slot in de Tour, met drie etappezeges, en die onverwachte eerste olympische medaille. Bovendien was, behalve Remco Evenepoel, de rest van de Belgische ploeg al naar huis en verlangde de papa in Van Aert naar Sarah en Georges. Zoals hij ook later in Parijs-Roubaix, in oktober, het niet meer kon opbrengen om zich op elke modderige kasseistrook vooraan te posteren. Na een zeer druk jaar en een ontgoochelend WK in Leuven smachtend naar een lange vakantie. Die kwam er ook, in het Zuid-Italiaanse Marina di Lizzano. Van Aert genoot er met volle teugen van, maar ook daar kroop het bloed waar het niet gaan kan: de renner ging er geregeld lopen. En niet veel later keek hij al uit naar de start van het veldrijden, zijn eerste liefde die hij nooit helemaal zal laten vallen. Ook omdat hij zo niet te lang hoeft te wachten om zich aan de smaak van een zege te laven. Zelfs in de discipline waarin hij al alles won, drijft immers nog steeds dat winnaarsinstinct boven. En het knagende gevoel na een nederlaag, zeker tegen Mathieu van der Poel. Bovendien wil Van Aert voldoen aan de verwachtingen die met zijn status gepaard gaan en dan laat hij geen enkele cross zomaar schieten. Zie hoe hij afgelopen seizoen in Hulst tekeerging na zijn kettingproblemen in de eerste ronde. De Herentalsenaar moest er zo goed als in laatste positie weer vertrekken, ging als een razende in de achtervolging, op een parcours waarop je amper kon voorbijsteken. Uiteindelijk eindigde hij als vierde en was hij toch een heel klein beetje ontgoocheld: zijn langste ongeslagen reeks ooit (toen zeven op zeven) had hij graag voortgezet. Die veldritcampagne past ook bij Van Aerts kortetermijndoelen. Omdat het, zegt hij zelf, hem helpt om op de toppen van zijn tenen te blijven lopen. Toen hij eind 2021 in Het Nieuwsblad een dubbelgesprek had met Bashir Abdi, bewonderde hij niet toevallig diens focus om maandenlang hard te trainen voor slechts twee marathons per jaar. 'Super knap, want ik zou geen twee maanden zonder koers kunnen.' Het liefst zou Van Aert zelfs zoveel mogelijk wedstrijden rijden en (proberen te) winnen. Wat dat betreft moeten ze hem bij Jumbo-Visma intomen. Dat kost de ploegleiding meer moeite dan hem intomen op trainingen - die zijn toch al zwaar genoeg. Daarom had de Kempenaar het in de lockdown van 2020 mentaal ook weleens moeilijk, na een zoveelste training zonder direct uitzicht op een wedstrijd. Zoals zijn vrouw Sarah toen getuigde in Humo: ''Wat ben ik hier aan het doen?', vroeg Wout zich soms af. Waarna hij er direct op liet volgen: 'Zo mag ik niet denken. Dan gaat het bergaf.' Hoe moeilijk het ook is, Wout werkt zijn trainingen af zoals het hoort. Veelzeggend over z'n karakter. Over hoe hij kan doorbijten als hij iets echt wil.' Van Aerts doel toen, na een lange trainingsperiode in Tignes: meteen schitteren in de Strade Bianche, zijn eerste koers op 1 augustus 2020, en een week later ook in Milaan-Sanremo. Tweemaal schoot hij recht in de roos. Zoals hij ook de jongste Omloop Het Nieuwsblad won, zonder één competitiekilometer op de teller. Dat Van Aert op zoveel terreinen uit de voeten kan - als crosser, sprinter, tijdrijder, klassieke renner, halve klimmer - voedt ook die motivatie. Want, zo zei hij in maart vorig jaar in L'Equipe: 'Mijn grenzen ken ik nog altijd niet. Daarom wil ik vooral nieuwe koersen ontdekken, nieuwe uitdagingen aangaan, waarvan mensen zeggen dat ze voor mij onmogelijk haalbaar zijn. Het motiveert me enorm om die te kunnen realiseren.' Precies zoals de Belgisch kampioen deed met zijn drieklapper in de daaropvolgende Tour: een bergetappe over de mythische Ventoux, een tijdrit én de massasprint op de Champs-Elysées winnen. De laatsten die hem dat hadden voorgedaan: Bernard Hinault en Eddy Merckx. Dat is ook de reden waarom Van Aert indertijd besliste om niet alleen veldrijder te blijven. Terwijl hij in zijn eerste jaren als jeugd- of als profcrosser nooit van de weg had gedroomd - zijn idolen waren toen Bart Wellens en Erwin Vervecken. Al vlug dreef echter de grenzenverlegger in hem boven en werden de uitdagingen als wegcoureur steeds groter. Al van toen de Kempenaar in mei 2016 tijdritspecialist Tony Martin versloeg in de proloog van de Belgium Tour en op slag verliefd was op de discipline. Die past dan ook bij het detaillistische, hyperprofessionele en structurele denkpatroon dat hij de jaren erna nog meer bijschaafde en waarmee hij een zeer brede erelijst wil uitbouwen. Daarom was Van Aert zo ontgoocheld, tot tranen toe, na zijn zilveren medaille op het WK op de weg in Imola in 2020. Of na zijn nipte nederlaag tegen Filippo Ganna in het jongste WK tijdrijden in Brugge. Daarom ging de Jumbo-Vismarenner vorig jaar in Tirreno-Adriatico ook vol voor eindwinst, om te kijken of hij dergelijke rittenkoersen van een week mettertijd op zijn palmares zou kunnen zetten. Daarom offerde Van Aert dit voorseizoen het WK veldrijden (dat hij al drie keer won) en de Strade Bianche (al één zege) op om dit jaar de Ronde van Vlaanderen en/of Parijs-Roubaix te winnen. Daarom wil hij in de komende Tour, ondanks de geletrui-ambities van teamgenoot Primoz Roglic, absoluut voor groen gaan. Iets wat hij naar eigen zeggen bij contractbesprekingen ter sprake heeft gebracht. 'Wielrennen is een ploegsport, maar je individueel palmares bepaalt ook welke renner je bent. En ik wil nog veel verschillende koersen, truien en prijzen winnen. Het liefst degene die ik nog niet heb gewonnen', zei Van Aert vorig jaar in De Morgen. Zijn ultieme doel: in de voetsporen van zijn stadsgenoot Rik Van Looy treden. De Keizer van Herentals die, zoals Eddy Merckx, álle grote klassiekers op zijn naam heeft staan, ook tweemaal wereldkampioen werd, de groene trui en etappes in alle grote rondes won. 'Het zou een grote eer zijn om op die lijst ( met zeges in alle monumenten, nvdr) te staan', zei hij in Procycling, terugblikkend op het wielerseizoen 2020, waarin hij Milaan-Sanremo al op zak had gestoken. Liever dan drie, vier keer de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix te winnen - zoals kasseikoningen Johan Museeuw of Tom Boonen - zou hij na een eerste triomf in die monumenten dan ook Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije aan zijn palmares willen toevoegen. Om dan misschien ooit de gele trui in de Tour na te streven. Een doel dat nu nog helemaal achter in zijn diepvriezer zit, want eerst wil Van Aert alle andere hokjes van zijn to-dolijstje aankruisen. Met een onblusbare honger waarmee hij zelfs na de verrukkelijkste maaltijden op zoek gaat naar een nieuw driesterrenrestaurant. Als de grenzenverlegger bij uitstek. In naam van de Keizer.