Henke Pistorius was een excentrieke zakenman die hoge pieken afwisselde met diepe dalen, maar die ten tijde van Oscars geboorte goed boerde en in staat was zijn gezin de materiële welstand te schenken die paste bij de blanke hogere middenklasse in de Apartheidsdagen. Henke betreurde vlak na de geboorte van Oscar zijn eigen gelofte. Kort ervoor had hij namelijk nog tegen de verloskundige gezegd dat het hem niet uitmaakte of zijn kind een jongen of een meisje was, als het maar tien vingers en tien tenen had. Toen hij als eerste de misvormde voeten van het kind had opgemerkt, had hij het omhooggehouden en plechtig tegenover zijn vrouw, de arts en de verpleegsters verklaard: "Dit is mijn zoon Oscar en ik verklaar tegenover God dat ik hem voor de rest van mijn leven zal liefhebben en bijstaan."
...

Henke Pistorius was een excentrieke zakenman die hoge pieken afwisselde met diepe dalen, maar die ten tijde van Oscars geboorte goed boerde en in staat was zijn gezin de materiële welstand te schenken die paste bij de blanke hogere middenklasse in de Apartheidsdagen. Henke betreurde vlak na de geboorte van Oscar zijn eigen gelofte. Kort ervoor had hij namelijk nog tegen de verloskundige gezegd dat het hem niet uitmaakte of zijn kind een jongen of een meisje was, als het maar tien vingers en tien tenen had. Toen hij als eerste de misvormde voeten van het kind had opgemerkt, had hij het omhooggehouden en plechtig tegenover zijn vrouw, de arts en de verpleegsters verklaard: "Dit is mijn zoon Oscar en ik verklaar tegenover God dat ik hem voor de rest van mijn leven zal liefhebben en bijstaan." Deze gelofte kwam in de praktijk neer op de keuze tussen amputatie van zijn benen of een reeks hersteloperaties. Oscar Pistorius kwam op 22 november 1986 ter wereld met een aandoening die 'fibulaire hemimelie' wordt genoemd. De ziekte is even mysterieus als zeldzaam. De fibula of het kuitbeen, een dun bot dat parallel aan het dikkere scheenbeen de knie met de enkel verbindt, ontbrak in zijn twee opmerkelijk korte benen. In totaal raadpleegde het koppel elf artsen, zowel in Zuid-Afrika als daarbuiten. Een aantal opteerde voor een operatie aan beide benen, een aantal stelde amputatie van de rechtervoet en een operatie aan de linker voor. Het advies van één Zuid-Afrikaanse arts, Gerry Versfeld, gaf uiteindelijk de doorslag om beide benen onder de knie af te zetten. Als Henke en zijn vrouw Sheila dokter Versfeld, een blanke arts die in een ziekenhuis in Soweto werkte waar alleen zwarte patiënten terechtkonden, niet tegen het lijf waren gelopen, zouden ze misschien niet de moed hebben gehad om de meest drastische optie door te zetten. Een snelle amputatie betekende dat ze zich het ijzingwekkende beeld moesten voorstellen van hun zoon die op de operatietafel lag terwijl zijn kleine beentjes eraf gehaald werden. Ze zouden hem in een geamputeerde veranderen, voor de rest van zijn leven veroordeeld tot het gebruik van kunstbenen. Ze zouden op een dag mogelijk door een verminkte zoon, die hen hun beslissing wellicht nooit zou vergeven, ter verantwoording worden geroepen. Maar Oscar bleef hen en dokter Versfeld altijd dankbaar. Als zijn twee onderbenen niet al op zeer jonge leeftijd waren geamputeerd, had hij tot aan het einde van zijn tienerjaren vele operaties moeten ondergaan. En dan nog zou het eindresultaat niet volmaakt zijn geweest. En hij zou nooit hebben kunnen hardlopen. Dokter Versfeld was een zachtaardige, bescheiden man, op een serene manier overtuigd van zijn eigen kunnen. Maar zijn gezicht betrok toen het moment naderde waarop de elf maanden oude jongen onder het mes moest. Hij gaf later toe moeite te hebben gehad om de afstandelijkheid op te brengen die zijn vak vereiste. "Omdat er veel op het spel stond, probeerde ik mijn gevoelens zo veel mogelijk uit te schakelen. In je hoofd weet je dat het moet, je weet dat je ratio moet overwinnen. Ik bleef mezelf voorhouden dat als het besluit eenmaal genomen is, je niets rest dan het uit te voeren. Toch bleef het moeilijk om de ledematen van een klein jongetje weg te halen." Ook in technisch opzicht was Versfelds taak verre van eenvoudig. Het was geen kwestie van simpel een bot doorzagen en alles weggooien wat eraan hing. Dokter Versfeld had beslist dat de mismaakte voet deels behouden moest blijven om de jongen in staat te stellen zich zonder protheses, waarvan hij de rest van zijn leven grotendeels zij het niet volledig afhankelijk zou blijven, nog een beetje voort te bewegen. Dit betrof het hielvlak, 'het kussen van de natuur', zoals dokter Versfeld het omschreef. Het doel was om beide hielvlakken - die net als de knieën het gewicht van het lichaam droegen - te behouden en onder aan Oscars geamputeerde been te bevestigen zodat hij niet uitsluitend op zijn protheses aangewezen was, maar ook op zijn stompen korte afstanden kon afleggen. Omdat hij slechts gebruikmaakte van handinstrumenten en alles met het blote oog deed, moest hij al zijn concentratie en ervaring aanspreken om de hiel er intact uit te krijgen, hem los te maken van de achillespees en de enkel, het bindweefsel te verwijderen en de hielvlakken onder aan het scheenbeen te bevestigen. De procedure - een kwelling voor de wachtende ouders - nam vier uur in beslag, twee voor elk been. Drie maanden later liepen Pistorius' ouders met Oscar de spreekkamer binnen van Trevor Brauckmann, de in protheses gespecialiseerde orthopeed in Pretoria, om hem zijn eerste paar kunstbenen te laten aanmeten. Oscar bekeek de houten benen die hij van Brauckmann kreeg aandachtig, keek goedkeurend toe hoe men de diepe kommen van de protheses over zijn stompen schoof, hield zich vast aan een brug met gelijke leggers, liet los en begon vrolijk door de kamer te schuifelen. Hij was, net als ieder kind dat begint te lopen, opgetogen over deze nieuwe stap naar zelfstandigheid. In de daaropvolgende jaren rende en speelde hij aan de zijde van zijn onstuimige broer Carl, als altijd aangespoord door zijn moeder, die hem leerde om zich nooit als een gehandicapte te gedragen. Daar had hij veel aan. Als zijn moeder hem die mentale eigenschap niet had ingeprent, had hij zich nooit durven voorstellen dat hij in staat zou zijn om het tegen 's werelds snelste atleten op te nemen. Volgens de familie gaf Henke niet altijd even enthousiast gevolg aan zijn belofte om er altijd voor zijn zoon te zijn, zoals hij op de dag van diens geboorte had verkondigd. Hij en Sheila gingen uit elkaar toen Oscar zes was. Henke ging in Port Elizabeth wonen, 1100 kilometer ver weg - toevallig de stad aan de Zuid-Afrikaanse zuidoostkust waar Reeva Steenkamp opgroeide. Hij verdween niet. Aanvankelijk. Hij zag zijn drie kinderen om de twee weken en zij beleefden veel plezier aan hun uitjes, maar hij leefde al zijn financiële verplichtingen niet na. Vaak omdat hij er niet toe in staat was. Henke verdiende zijn geld voornamelijk in de kalksteenwinning, maar hij was een wispelturige zakenman: het ging op en neer met hem en hij richtte bedrijfjes op en doekte ze weer op in een tempo dat de rest van de familie tot wanhoop dreef, vooral zijn drie broers, die allen succesvolle zakenlieden waren. Sheila en de kinderen waren gedwongen om een kleinere woonruimte te zoeken en zij moest voor het eerst van haar leven gaan werken, als secretaresse op een school. Dat ging ten koste van het huishoudelijke werk. Bovendien kon ze ook minder tijd besteden aan het kind dat de meeste zorg nodig had. De medische zorg die Oscar kreeg, leed er ook onder. Ze kon het zich niet langer veroorloven om een orthopedisch instrumentmaker voor haar zoon te betalen, en in plaats daarvan moest hij naar een openbaar ziekenhuis om zijn benen te laten aanpassen aan zijn groeiende lichaam. Ze had, net als haar zoon twintig jaar later, het geluk dat de uitgebreide Pistoriusfamilie niet om geld verlegen zat, in tegenstelling tot het zwarte schaap Henke. Het huis waar ze introkken, was niet gekocht door Henke, maar door diens bemiddelde broer Arnold. Sheila had, met wat een beangstigend vooruitziende blik bleek, dermate weinig vertrouwen in haar echtgenoot dat ze Arnold en zijn vrouw op een dag benaderde en hen vroeg om in geval van haar overlijden alsjeblieft voor haar kinderen te zorgen. Ze verzekerden haar dat ze dat zouden doen. Ze bedankte haar zwager, maar ze dankte vooral God. Als toegewijd christen zong ze in het kerkkoor, reisde ze naar Jeruzalem om de heilige plaatsen te bezoeken en leerde ze haar kinderen om de Heer lief te hebben en te prijzen. "De dingen gebeuren met een reden", zei ze tegen haar zoon. God was haar steun en toeverlaat, en zij was die van Oscar. Hij zoog wat ze zei in zich op, want in zijn jeugd en ook later ging hij naar de kerk en bad hij dagelijks. Zij was het middelpunt van zijn kinderuniversum en ze wist de overtuiging in hem te laten postvatten dat hij weliswaar anders was dan anderen, maar dat hij alles kon. Daar stelde hij zijn lichaam en geest op in. Aan haar, en niet aan zijn vader, schreef hij later zijn sterke drang om succesvol te worden toe. Terwijl hij zijn vader steeds minder zag, leerde zijn moeder hem om geen zelfmedelijden te voelen, om sterk te zijn wanneer hij, zoals op de lagere school wel gebeurde, werd geplaagd vanwege zijn kunstbenen. Ze zei ook dat hij het beste met een grapje kon reageren op rare opmerkingen van onbekenden over zijn benen door bijvoorbeeld te zeggen dat zijn voeten er door een witte haai waren afgehapt, of uit te leggen dat kunstbenen zo hun voordelen hadden. Je kon er een spijker in slaan, wat hij soms deed om nietsvermoedende mensen die hij net had leren kennen te choqueren. Gedurende de periodes in zijn jeugd, die soms wel maanden duurden, dat de wonden en blaren aan zijn stompen te veel pijn deden om naar school te gaan, was zij het die hem verzorgde en troostte. Dan zat ze naast hem en streelde zijn haar, terwijl hij zijn hoofd tegen haar borst liet rusten. In haar vastbeslotenheid ervoor te zorgen dat hij zich nooit ongemakkelijk zou voelen, prentte ze hem één les in. Nooit, maar dan ook nooit vergeten, zei ze, dat de mensen je zien zoals je jezelf ziet. Hij luisterde goed naar wat ze zei en handelde ernaar. Wat ze niet kon voorzien, was dat door de waarheid voor hemzelf en anderen te verbergen, hij weliswaar op korte termijn een beter zelfbeeld kreeg, maar wellicht niet in staat zou zijn zijn gehandicapte lichaam te accepteren en een gezond gevoelsleven te ontwikkelen. Het betekende soms dat hij dieper moest gaan dan hij eigenlijk wilde, het betekende glimlachen en zich sterk voordoen wanneer hij zich verdrietig of zwak voelde. Het was de prijs die hij betaalde voor het verbergen van zijn kwetsbaarheid. Zijn streven om altijd als normaal beschouwd te worden, in het reine met zijn handicap, bevatte een element van zelfbedrog en bezorgde hem angst en niet-aflatende stress. Maar een kind dat zich zo sterk op zijn moeder richtte, was zich niet bewust van de spanning tussen de twee personen die hij in zich verenigde, en hij zoog haar levenslessen in zich op. Hij deed hetzelfde wat zij deed wanneer mensen haar vroegen hoe zij wist om te gaan met het feit dat ze een kind zonder voeten had: ontkennen dat er een probleem was en altijd maar dat dappere gezicht tonen. Vanaf het begin was Sheila Pistorius niet van plan geweest om haar zoon naar welke school dan ook voor gehandicapte kinderen te sturen. De eerste jaren zat Pistorius op een normale school voor normale kinderen, en toen de puberteit zich aandiende, deed ze hem het gewaagde voorstel om zich in te schrijven op de Pretoria Boys High School, waar alleen de beste en stoerste jongens naartoe gingen. In 2000, toen Pistorius dertien jaar oud was en een jaar later naar de middelbare school zou gaan, hadden hij en zijn moeder een afspraak met schoolhoofd Bill Schroder. Schroder was een beer van een vent die op indrukwekkende wijze goedhartigheid en strengheid in zich verenigde, maar tijdens de ontmoeting voelde hij zich niet erg op zijn gemak. Sheila Pistorius, toen 42 jaar oud, was een aantrekkelijke vrouw met een gulle glimlach en een uitbundige persoonlijkheid. Schroder, die meer gewend was om ontzag in te boezemen dan ontzag te hebben, kon zich de ontmoeting jaren later nog levendig herinneren. Hij had meer ouders ontmoet dan hij zich wist te herinneren, maar dit, zei hij, was "een verbazingwekkende vrouw, zeer opvallend, met een bijzondere uitstraling". Pretoria Boys had nog nooit een jongen zonder voeten toegelaten - in ieder geval niet in de tien jaar dat Schroder er de leiding had. Op een gegeven moment wist hij zijn bezorgdheid niet langer in te houden en vroeg: "Ja, maar... zal hij het wel redden?" Sheila Pistorius keek verbijsterd. Ze wisselde een blik met haar zoon, die zijn schouders ophaalde. "Ik geloof niet dat ik u kan volgen", antwoordde ze. "Wat bedoelt u?" Schroder mompelde iets over de toestand van de jongen, zijn... euh... prothetische benen. "Ha," zei Sheila Pistorius met een glimlach, "ik snap het. Maar maakt u zich alstublieft geen zorgen. Dat is geen enkel probleem. Hij is helemaal normaal!" Ze legde uit dat ze heel goed begreep dat Pretoria Boys een naam had hoog te houden op het gebied van sport en dat dat volstrekt geen aanleiding tot zorg was. In het begin van het volgende schooljaar ging Pistorius naar Pretoria Boys High. Hij zou zich al snel moeten bewijzen. De nieuwe leerlingen werden voor drie dagen naar een afgelegen boerderij van de school gestuurd. Het was vroeg in het jaar, hoogzomer, en dor en heet in het Zuid-Afrikaanse Hoogveld - ideale omstandigheden om de nieuwelingen op de proef te stellen met een anderhalve kilometer lange klim over een oneffen, rotsachtige helling. Er zat een militaristisch randje aan de opvoedmethode op Pretoria Boys. Het draaide allemaal om discipline, solidariteit en een mystieke samenhorigheid. Het personeel kreeg ingeprent dat ze er waren om een traditie op te leggen. Als het nodig was op onverbiddelijke wijze. De leider van de expeditie was Paul Anthony, een rugbycoach die het grootste deel van zijn veertigjarige leven op de school had doorgebracht, eerst als leerling en later als docent. De meesten van de jongens wisten in een redelijke tijd naar boven en weer naar beneden te komen. Maar een stuk of zes hadden moeite met de terugweg. Anthony vertrok in een busje om de ploeteraars op te halen. "Het was mijn allereerste ontmoeting met Ozzie", herinnerde Anthony zich. "Ik was, om het voorzichtig uit te drukken, verbaasd toen ik zijn houten benen zag." Pistorius droeg een korte broek, zweette hevig en zat onder het rode stof, de kleur van de Hoogveldaarde. "Zijn benen waren, op het punt waar ze vastzaten aan de protheses, geschaafd, en zaten onder het bloed", vervolgde Anthony. "Ik zei tegen hem dat hij in het busje moest klimmen. Vier of vijf andere leerlingen waren daar al op ingegaan. Maar hij weigerde. Ik drong aan en zei: 'Kom op, het is geen schande. Moet je naar die andere jongens hierbinnen kijken.' Maar hij weigerde op te geven. Hij kwam als laatste binnen, maar hij had het hele traject afgelegd. Ik was echt enorm getroffen door zijn vasthoudendheid." Zoals haar zoon pas als volwassene zou inzien, kende haar eigen leven een schaduwkant die ze met veel moeite verborgen had proberen te houden. In gezelschap van vrienden en kennissen was ze altijd opgewekt en ze toonde nooit iets van haar innerlijke verdriet. Iedereen zag haar zoals het hoofd van Pretoria Boys High had gedaan. Andere leraren die haar leerden kennen, werden getroffen door hoe energiek, inlevend en spontaan ze was, hoe sprankelend en opgewekt. Haar zoon omschreef haar in dezelfde bewoordingen. Misschien bleef hij ook als volwassene nog geloven dat thuis alles goed was geweest, en misschien werd de gewoonte om ongemakkelijke waarheden te ontkennen zozeer zijn tweede natuur dat hij niet merkte dat zijn moeder zichzelf vaak in slaap dronk. Ze was een geregelde en stille drinker, die niet alleen bij God verlichting vond voor de pijn die ze vreesde, maar ook bij de fles. Soms dronk ze zo veel dat ze midden in de nacht niet wakker werd als de jongste twee kinderen huilden. In die gevallen speelde Carl, de oudste van de drie, de rol van vader, waardoor zijn broertjes niets merkten van de toestand van hun moeder. Oscar wist een geharde overlever en moreel kompas in haar te blijven zien, en niet iemand die gebroken was na een leven vol ongeluk en verkeerde keuzes. De lessen die ze op hem overdroeg, kwamen allemaal neer op dezelfde boodschap, die hij optekende in de inleiding van zijn autobiografie Blade Runner, geschreven vijf jaar voordat hij Reeva Steenkamp neerschoot, op een moment in zijn leven dat het zijn allesbeheersende doel was om zo snel mogelijk te lopen. Sheila schreef een tekst voor haar zoon toen die vijf maanden oud was die hij zou moeten lezen als hij volwassen was. De tekst luidde, zoals in zijn boek te lezen valt, als volgt: 'De ware verliezer is nooit degene die als laatste over de finish gaat. De ware verliezer is degene die aan de kant zit, degene die niet eens probeert mee te doen. ' Het was onuitsprekelijk treurig dat ze niet lang genoeg leefde om haar zoon te zien hardlopen en strijden en overal ter wereld als eerste over de finish te zien gaan. De laatste vijftien jaar van haar leven probeerde ze ervoor te zorgen dat het leven van haar zoon niet het tranendal werd dat het voorbestemd was te zijn, maar ze kon hem niet de tragedie van haar eigen dood besparen. Acht jaar na haar scheiding, acht jaren van moederlijke opoffering en voortdurende zorg om rond te komen, werd Sheila ziek. De artsen constateerden dat ze een zwaar aangetaste lever had, maar stelden niet de juiste diagnose. Ze dachten dat ze hepatitis had en schreven overeenkomstig medicatie voor. Ze reageerde daar slecht op en werd in het ziekenhuis opgenomen, waar haar toestand snel verslechterde. Henkes reactie liet zien dat hij zijn onvolkomenheden had, maar geen onmens was. De relatie met zijn ex-vrouw was altijd oppervlakkig hartelijk geweest. Hij had haar verlaten en ze was diep gekwetst geweest, maar in het belang van de kinderen, zo zei ze tegen zichzelf, had ze nooit enige woede getoond. Nu Sheila hulp nodig had, probeerde hij die te bieden, en hij wendde zich tot zijn oude vriend Gerry Versfeld voor advies. Ze bespraken de mogelijkheid van een levertransplantatie, maar het was te laat. Geheel in lijn met haar karakter had Sheila haar kinderen niet verteld hoe ziek ze was. Oscar zat op 6 maart 2002 midden in een geschiedenisles van het tweede jaar op Pretoria Boys High, toen Bill Schroder de klas binnenkwam en zei dat hij onmiddellijk moest meekomen naar zijn vader, die bij het hek van de school stond te wachten. Hij en zijn broer Carl sprongen in de Mercedes van Henke en die reed met hoge snelheid naar het ziekenhuis, meer in gedachten verzonken dan ze hem ooit hadden gezien. Er stonden al familieleden en vrienden te wachten, maar het was veeleer een wake dan een afscheid. Ze stierf zonder hen te hebben herkend, in coma en met overal slangetjes in haar lichaam, op de leeftijd van 43 jaar. Aimée en Carl huilden op de begrafenis van hun moeder, maar hun broer niet. Toen hij na de begrafenis naar school terugging, vertelde hij maar aan een paar klasgenoten wat er was gebeurd. Maar de volgende ochtend werd hij in een tranenvloed wakker. Op je vijftiende je moeder verliezen was in normale omstandigheden al erg genoeg, maar ze was zijn steun en toeverlaat en grote voorbeeld geweest. Ze had zijn persoonlijkheid gevormd, zijn sterke kanten alsook zijn zwakheden, en zelfs toen ze er niet meer was, bleef ze zijn leven bepalen in een mate die pas later echt duidelijk zou worden, na de volgende grote tragedie die hem trof. Behalve het drinken had haar karakter nog een kant die Pistorius liever vergat, maar die een blijvende indruk op hem maakte. Sheila was doodsbang voor misdaad. Ze dacht voortdurend dat er inbrekers in huis waren en midden in de nacht schoot ze vaak overeind omdat ze iets hoorde, waarna ze naar de telefoon holde om de politie te bellen. Dan maakte ze de kinderen wakker, nam hen mee naar haar slaapkamer, deed de deur op slot en wachtte tot de politie er was. Haar angst was niet helemaal ongefundeerd. Toen Henke haar verliet, verhuisde het gezin niet alleen naar een kleinere woning, maar ook naar een onveiliger buurt. Er werd meerdere keren in haar woning ingebroken, waar ze op reageerde door een extreme voorzorgsmaatregel te nemen. Iedere avond ging ze slapen met een geladen pistool onder haar kussen. DOOR JOHN CARLINZijn streven om altijd als normaal beschouwd te worden bevatte een element van zelfbedrog en bezorgde hem angst en niet-aflatende stress. Sheila was doodsbang voor misdaad. Ze dacht voortdurend dat er inbrekers in huis waren en midden in de nacht belde ze vaak de politie.