Sporten is gezond! Een veel gehoorde slogan in onze moderne maatschappij. Dat is misschien juist, maar één zaak is zeker: topsport is dat niet en voetbal op het hoogste niveau al zeker niet. Daar kan ik van meespreken. Vooral de gewrichten zijn kwetsbaar, met op nummer één: de knieën. Op zestienjarige leeftijd was ik al een meniscus kwijt, maar dat was maar kinderspel ten opzichte van wat mij later te wachten zou staan. In 1977 speelde ik met Anderlecht in de eerste ronde van de Belgische beker tegen Olen, een vierdeklasser. Voor de wedstrijd weigerde ik mijn studs te laten vervangen, die iets te lang waren, met alle gevolgen van dien. In het begin van de match bleef ik met mijn noppen in het gras steken en verdraaide ik mijn linkerknie. Ik voelde onmiddellijk dat het ernstig was en moest het veld verlaten. Zoals altijd minimaliseerde ...

Sporten is gezond! Een veel gehoorde slogan in onze moderne maatschappij. Dat is misschien juist, maar één zaak is zeker: topsport is dat niet en voetbal op het hoogste niveau al zeker niet. Daar kan ik van meespreken. Vooral de gewrichten zijn kwetsbaar, met op nummer één: de knieën. Op zestienjarige leeftijd was ik al een meniscus kwijt, maar dat was maar kinderspel ten opzichte van wat mij later te wachten zou staan. In 1977 speelde ik met Anderlecht in de eerste ronde van de Belgische beker tegen Olen, een vierdeklasser. Voor de wedstrijd weigerde ik mijn studs te laten vervangen, die iets te lang waren, met alle gevolgen van dien. In het begin van de match bleef ik met mijn noppen in het gras steken en verdraaide ik mijn linkerknie. Ik voelde onmiddellijk dat het ernstig was en moest het veld verlaten. Zoals altijd minimaliseerde RaymondGoethals de blessure, hij liet mij zelfs drie dagen later een test afleggen voor de wedstrijd tegen Bayern München, voor de Europese supercup. Ik kon met moeite stappen, laat staan lopen. Daar is het boeltje nog verergerd. Terug in de kleedkamer werd een hele spuit bloed uit mijn knie getrokken. Mijn knie werd zes weken in het gips gestoken, dokter Martens twijfelde er nog aan om mij te opereren. Na die tijd was er nog geen verbetering voelbaar. Ik heb daarna nog een maand rondgesukkeld. Op zeker moment werd Raymond Goethals het moe en pakte Martens aan, ik heb hem zelden zo kwaad gezien. " Goede na opereire, gien geziever mier!", riep hij de dokter woedend toe. Eerst werd ik nog naar dokter Cabot in Barcelona gestuurd, voor een tweede opinie, in het gezelschap van Ludo Coeck. Met al onze miserie hebben we toch nog een leuk nachtje gehad op de Ramblas. Dansen hebben we voor alle zekerheid maar niet gedaan. Uiteindelijk werd ik geopereerd door dokter Martens in Pellenberg. Wat men heeft aangetroffen was niet fraai. Een meniscus kapot, het kraakbeen voor een gedeelte weg en een laterale band gescheurd, voor de rest was alles in orde ... Na een pijnlijke revalidatie van vier maanden was ik weer goed voor het slagveld, maar vanaf dan heb ik nooit meer getraind of gespeeld zonder pijnstillers, met af en toe een injectie voor de match als toetje. Nadien ben ik nog twee keer van club veranderd. Wat mij verwonderde was, dat ik zowel door de dokter van Toulouse als door die van Club Brugge werd goedgekeurd. Het was niet moeilijk, ze hebben niet eens die knie bekeken. Tegenwoordig loop ik rond met een linkerknie die tweemaal zo dik is als de andere en die soms om onbekende redenen vol water zit, wat vrij gevaarlijk is in de winter als het vriest. In die periode spuit ik mijn knie dan in met antivries. Grapje! Polle Van Himst behoort ook tot onze club, en daar ben ik een beetje medeschuldig aan. Voor de finale van de beker van België tegen FC Antwerp was er nog een lichte training gepland. Tijdens het traditioneel afsluitend wedstrijdje, had ik een contact met Polle, die daardoor zijn knie lichtjes verdraaide. Van Himst kon na enig oplapwerk dan toch spelen, maar tijdens de opwarming voor de match ging hij opnieuw door zijn knie, hij kon amper rechtkomen, maar speelde toch na lang gezaag van onze toenmalige trainer Urbain Braems. Het was een wonder dat hij de wedstrijd heeft uitgespeeld, maar uiteindelijk volgde er toch een meniscusoperatie. Het vet was van de soep, het begin van het einde. Het grootste medische wonder dat ik gekend heb, was Nico Jansen. Ik heb toch ook de indruk dat hij een beetje als medisch proefkonijn heeft gediend. Ik leerde hem kennen toen hij bij RWDM speelde. Hij kwam van Feyenoord waar hij zwaar geblesseerd raakte. Twee meniscussen kapot en gescheurde kruisbanden van de linkerknie: niet min. Na zo'n blessure stopt een normale mens met voetballen en gaat petanque spelen, maar Nico niet. In sommige wedstrijden sleepte hij zijn been gewoon mee. Als ik hem bezig zag, dacht ik altijd: die man eindigt nog in een rolstoel! Het was medisch onverantwoord dat hij nog op een voetbalveld rondliep. Niettemin was Nico zeer populair bij de RWDM-supporters. De mensen zien nu eenmaal graag spelers die al mankend achter een bal aanhollen en bovendien nog regelmatig scoren ook! Ik heb veel respect voor die man, net zoals voor Wasilewski, maar ik ben bang dat die ook niet veel meer gaat sporten over vijftien jaar ... "Goede na opereire, gien geziever mier!"