G ill Swerts: "Ik speel nu twaalf jaar in Nederland, ik ben in die periode tweemaal transfervrij geweest en nooit heeft een Belgische club me benaderd. Enkel Club Brugge afgelopen zomer. Ik heb met Luc Devroe en Jacky Mathijssen gesproken, maar zij wilden tot het einde van het seizoen wachten en toen kwam AZ op de proppen. Al zag ik het wel zitten om naar België terug te keren: ik ben als anonieme jongen vertrokken bij Beveren, dan is het leuk als je langs de grote poort kan terugkeren bij een Belgische topclub.
...

G ill Swerts: "Ik speel nu twaalf jaar in Nederland, ik ben in die periode tweemaal transfervrij geweest en nooit heeft een Belgische club me benaderd. Enkel Club Brugge afgelopen zomer. Ik heb met Luc Devroe en Jacky Mathijssen gesproken, maar zij wilden tot het einde van het seizoen wachten en toen kwam AZ op de proppen. Al zag ik het wel zitten om naar België terug te keren: ik ben als anonieme jongen vertrokken bij Beveren, dan is het leuk als je langs de grote poort kan terugkeren bij een Belgische topclub. "Ik kwam in Rotterdam aan op mijn veertiende, samen met Kristof Snelders, Thomas Buffel en Sam De Meester. Het was de tijd dat Luc Nilis en Gilles De Bilde de vedetten waren bij PSV. Geoffrey Claeys speelde bij Feyenoord, Bart De Roover bij NAC. Er liepen heus al wat Belgen rond, hoor, ook jongeren. Veel jongens vanuit de streek rond Geel, Genk en Lommel maakten de overstap naar clubs als NAC, Willem II en PSV. Nadien is door de samenwerking tussen Germinal Beerschot en Ajax een andere stroom van Belgen op gang gekomen. Weet je dat Moussa Dembélé daar ook nog stage heeft gelopen? Ik denk dat de Nederlandse competitie voor veel jonge Belgen ook een uitweg is om een ander soort voetbal te ontdekken dat hen beter ligt. "Mocht ik in België gebleven zijn, had ik nu ongetwijfeld een andere persoonlijkheid. Mijn ouders zeggen ook dikwijls: 'Je bent een Hollander geworden.' Hier leerde ik veel opener en directer zijn. De Belgen in Nederland zijn vaak zelfstandige jongens, maar dat is normaal als je al zo jong het ouderlijke huis verlaat. "Tegenwoordig woon ik in Rijnmond, net buiten Alkmaar. Het is er heel gemoedelijk. Het voetbal leeft er wel enorm, maar op een serene manier. Dat was bij ADO wel anders, daar had je geregeld ambras langs de lijn. Vitesse Arnhem is ook zo'n rusteloze club, ze noemen dat het Hollywood aan de Rijn, er gebeurt elk seizoen wat. Nochtans een mooi stadion, elke thuiswedstrijd 20.000 man, een van de beste velden van Nederland, maar op een of andere manier loopt het daar iedere keer weer mis. "De Friezen en de Noord-Hollanders zijn stabiele, hardwerkende mensen. Dat zie je ook aan hun clubs: Twente, Heerenveen, Groningen. Allemaal clubs die gestaag groeien. Je hebt er als speler minder afleiding buiten het voetbal. Ik ken jongens die in Enschede van feestbeest tot topsporter geëvolueerd zijn. Hetzelfde bij de Brabantse clubs tegen de Belgische grens aan: NAC, Willem II, RKC, allemaal heel gezellig en gezapig. Niks moet, alles kan. "Kom je als jonge gast bij Feyenoord of Ajax terecht, dan is het in het begin echt wel overleven. Er zijn genoeg jongens bij Ajax die met hangende pootjes naar Germinal Beerschot teruggekeerd zijn. Er is al meteen druk, je krijgt geld en aanzien, je bent ver van huis, er zijn heel veel verlokkingen. Ik ben wel fier op mezelf dat ik daar allemaal aan heb kunnen weerstaan. Ik heb genoeg grote talenten zien afvallen. "De sportcultuur staat in Nederland op een hoger niveau. Volgens mij valt dat te herleiden tot het schoolsysteem: als je van jongs af een pakket krijgt dat op sport gericht is, zal je veel sneller evolueren. Los daarvan moet ik wel zeggen dat de schoolopleiding in België hoger aangeschreven staat. Mijn dochter, Loulou, heeft de Nederlandse nationaliteit, maar ik wil haar later naar de middelbare school in België sturen. Ik herinner me dat ik in het begin heel veel moeite had met de losse sfeer op de Nederlandse school. 's Ochtends was je vrij om te trainen, 's middags had je enkele vakken of kon je je huiswerk al maken en in de namiddag ging je weer trainen. De theorie was ook bijlange niet zo uitgebreid, alles werd één keer uitgelegd en vervolgens kreeg je een hele week om een hoofdstuk aan te leren. Meer was het niet. Geen oefeningen aan het bord of een andere vorm van controle. In België word je toch meer bij het handje gehouden. "Je merkt de laatste maanden dat er iets veranderd is, door het succes van de belofteploeg op de Spelen en de goede resultaten van de Rode Duivels praten de Nederlanders met meer respect over het Belgische voetbal. Vroeger dreven ze de spot met ons, en je kon je niet verweren want je speelde geen EK of WK. Het enige wat je kon antwoorden was: 'Ja, maar wij winnen met Tien voor Taal.' ( lacht)." S door matthias stockmans