'De band met de Buffalo's is toe te schrijven aan mijn vader. Hij was autovertegenwoordiger en -verkoper van beroep. En sinds het eind van de jaren zestig fungeerde onze pa als vaste chauffeur van de Peugeot die voor, tijdens en na een competitiewedstrijd in het Ottenstadion op de grasmat toertjes reed. Vanaf mijn vijfde mocht ik naast hem zitten. Mijn één jaar jongere broer was door de invloed van de buren immers een supporter van Club Brugge geworden. Meteen werd ik gebeten door de microbe, omdat ik van kortbij de opwarming van de spelers meemaakte. Ik moest mijn raampje maar opendraaien en ik kon mijn idool Aad Koudijzer aanrak...

'De band met de Buffalo's is toe te schrijven aan mijn vader. Hij was autovertegenwoordiger en -verkoper van beroep. En sinds het eind van de jaren zestig fungeerde onze pa als vaste chauffeur van de Peugeot die voor, tijdens en na een competitiewedstrijd in het Ottenstadion op de grasmat toertjes reed. Vanaf mijn vijfde mocht ik naast hem zitten. Mijn één jaar jongere broer was door de invloed van de buren immers een supporter van Club Brugge geworden. Meteen werd ik gebeten door de microbe, omdat ik van kortbij de opwarming van de spelers meemaakte. Ik moest mijn raampje maar opendraaien en ik kon mijn idool Aad Koudijzer aanraken. Het waren de roemruchte jaren, het tijdperk van de mythische voorzitter Albert De Meester, met Willy Quipor, Søren Busk, mijn dorpsgenoot Luc Criel, André Raes, André Laureyssen, ... 'Koudijzer moet de slimste voetballer zijn die ik tot nu toe op de Belgische velden zag. Een aanvaller die terugzakte en als spelverdeler optrad. Maar bovenal ook een leidersfiguur. Ik keek daar als kind gigantisch naar op, omdat ik op school en in de klas een voortrekker was. Later werd ik niet toevallig de leider van een band. Toen ik in 2003 als Gentenaar werd gelauwerd met de Toni Fakkel Award, kreeg ik die trofee - tot mijn eigen verbazing - uit handen van Koudijzer. Daaruit ontstond een vriendschapsband, want hij ging zelfs eens in op mijn uitnodiging voor een vriendenwedstrijd hier in Beervelde. 'Nu zit ik als abonnee aan de zijde van mijn vader in het rustigste gedeelte van de Ghelamco Arena. Die wedstrijden en de bijhorende discussies, dat vormen gigantische vader-zoonmomenten. Dan kunnen we nog eens bijpraten, roken we samen een sigaartje én genieten we. Dát pakken ze ons echt niet af. Stiekem heb ik ook al een plaatsje naast mij gereserveerd voor mijn zoon, maar hij is pas acht én bij hem kriebelt het nog niet zo erg. Ik ben wel vrij fanatiek, maar hou er ook van om vrienden of mijn broer die voor de tegenstander supporteren, uit te nodigen. Dan mogen die in alle sportiviteit winnen, ik kan dat objectief benaderen. Ik kan er erg boos over worden dat stewards mensen uit elkaar moeten halen en uit een vak verwijderen. In mijn ideale wereld zitten alle fans samen, zonder compartimentering. 'Ik droom over een functie binnen de club binnen een aantal jaren. Wat dan ook. Stiekem zou ik graag iets binnen de voetballerij doen. Ik heb al een beetje mijn connecties bij AA Gent, Sven Kums werd zelfs een copain. Al jaren doe ik de ploegvoorstelling op het Sint-Baafsplein, ik nam vorig jaar nog ter ere van voorzitter Ivan De Witte een nieuw supporterslied op en trad al vaak op bij sponsoravonden. Ook bij de kampioenshulde stond ik op het podium tijdens dat collectieve delirium in de stad, een kippenvelmoment. Maar het meest heuglijke moment was het telefoontje van Hein Vanhaezebrouck, om tijdens de teambuildingstage in Vielsalm op de slotdag met de piano de spelers te begeleiden bij het maken van een supporterslied. Ik was met mijn pianootje al onderweg nog voor hij de telefoon neerlegde.' DOOR FRÉDÉRIC VANHEULE - FOTO KOEN BAUTERS'Ik moest mijn raampje maar opendraaien en ik kon mijn idool Aad Koudijzer aanraken.' MIGUEL WIELS