Eind vorig seizoen vertoonden Lierse en Beveren nog meer overeenkomsten. Van de licentiecommissie kregen de beide clubs een transferverbod aan de broek. Beveren raakte daar vanaf door de 650.000 euro die de verkoop van Gervinho, Zito en Ouattara aan Le Mans opleverde, maar Lierse had geen goudhaantjes in de aanbieding en mag daarom tot op vandaag geen transfers doen.
...

Eind vorig seizoen vertoonden Lierse en Beveren nog meer overeenkomsten. Van de licentiecommissie kregen de beide clubs een transferverbod aan de broek. Beveren raakte daar vanaf door de 650.000 euro die de verkoop van Gervinho, Zito en Ouattara aan Le Mans opleverde, maar Lierse had geen goudhaantjes in de aanbieding en mag daarom tot op vandaag geen transfers doen. De club hoopt daar heel spoedig verandering in te brengen en rekent op Wadi Degla. Geen Aziatische multimiljonair, wel een Egyptische tweedeklasseclub. Volgens Liersevoorzitter Leo Theyskens is de nakende samenwerking méér dan een wanhoopspoging : "Van zodra de overeenkomst is ondertekend, kan Degla's voorzitter Sami Maged onmiddellijk de nodige centen op tafel leggen. We hopen daarom binnen de week (voor vandaag, nvdr.) de samenwerking te officialiseren. Wadi Degla is een heel vermogende club, jaarlijks maken ze 15 miljoen euro winst. Dat danken ze aan een businessmodel dat wij hier in Europa absoluut niet kennen. Van zodra de overeenkomst rond is, zal de club dat model voorstellen aan de pers. Voorlopig kan ik er nog niet veel over vertellen, maar het betreft een soort van piramidesysteem waarbij elke fan duizend euro aan de club betaalt. Als je weet dat de club rond de tienduizend fans telt, dan is de rekening snel gemaakt. "Degla is een private club en meer dan enkel een voetbalploeg. Ik ben ondertussen ter plaatse geweest en ze hebben topfaciliteiten voor alle mogelijke sporten. Ze werken ook samen met gerenommeerde partners. Voor het voetbal is dat bijvoorbeeld de Arsenal Soccer School, voor het tennis de Juan Carlos Ferrero-academie. Daarom staat het buiten kijf dat Degla een vlekkeloze reputatie geniet." Uiteraard is de vraag hoe een Egyptische tweedeklasser bij Lierse terechtkomt en waarom zo'n club er baat bij heeft om de financiële putten van de Pallieters te delgen. "Een zakenrelatie heeft me met de mensen van Wadi Degla in contact gebracht," zegt Theyskens, "Degla kan hier talentvolle spelers in de vitrine plaatsen, maar die spelers komen enkel na een grondige evaluatie van de huidige spelersgroep en zullen een meerwaarde moeten brengen. Vraag is ook of die spelers er dit jaar nog zullen komen. Degla staat momenteel tweede in de competitie en wil graag overgaan naar de hoogste klasse. Ze kunnen dus niet zomaar spelers missen. Ik verwacht dat Degla over een aantal jaren een absolute topclub is in Egypte." Lierse is voor de Egypenaren niet enkel financieel aantrekkelijk, zo getuigt Theyskens : "We kunnen hen helpen met een aantal zakelijke contacten. De aandeelhouders van Degla denken bijvoorbeeld na over een busfabriek in Egypte en daarmee hebben wij hier in Lier met Van Hool de perfecte partner. De samenwerking met Degla is voor Lierse van levensbelang, een must voor het voortbestaan van de club." Leuk detail aan de nakende samenwerking van Lierse met Degla : voor hun jeugdopleiding werken de Egyptenaren samen met niet minder dan veertien opleidingscentra, waaronder de Académie JMG. De aandachtige lezer herkent daarin ongetwijfeld de initialen van Jean-Marc Guillou. Het perfecte bruggetje naar Beveren, want laat Guillou nu net de belangrijkste schuldeiser van de Waaslanders zijn. Dirk Verelst, de man die het bestuur van Beveren eind vorig seizoen in handen nam, probeerde al een aantal keer met Guillou tot een zogenaamde dading te komen waarbij de beide partijen een vergelijk in het geschil vinden, maar tot op heden lukte dat niet. Guillou gooit het nu over een andere boeg : hij is bereid zijn schuldeis te laten vallen in ruil voor 80 procent zeggenschap binnen Beveren. Een voorstel waarop ze in het Waasland niet a priori neen zeggen. "We moeten dat in overweging nemen," zegt Verelst. "Het zou jammer zijn mochten we later tot het besef komen dat zijn voorstel misschien de aangewezen oplossing was. Tot nader order kiezen we voor de moeilijkste weg. Dat betekent : voorlopig niet ingaan op zijn voorstel, ook niet in vereffening gaan, maar de problemen geval per geval te lijf gaan en trachten op te lossen." Meteen bij zijn aanstelling liet Verelst verstaan dat hij hoopte dat er bij Beveren niet al te veel lijken uit de kast zouden vallen. Voorlopig blijft hij daarvan gespaard. "Echte lijken uit de kast, dat niet, maar de omvang van de bestaande problemen is vaak groter dan verwacht. Een voorbeeld : Beveren blijkt in Italië bij verstek tot een aanzienlijke geldboete te zijn veroordeeld in een rechtzaak met de vroegere kledijsponsor ABM. Het feit dat zoiets bij verstek gebeurt, geeft toch aan hoe nalatig het vorige bestuur is geweest. "In vereffening gaan, willen we niet. Dat zou nóg een degradatie met zich meebrengen. Dat kan alleen maar als mijn geld op is en dat is voorlopig nog niet het geval (lacht). Of ik daarom de redder ben van Beveren, dat laat ik in het midden. Als er straks een bijkomende investeerder gevonden wordt die de club over de streep trekt, dan is hij meteen de redder. Als de spelers dit jaar de promotie afdwingen, dan zijn zij de sportieve redders. Maar ergens tussen al die redders heb ik wel mijn plaatsje." Verelst is in ieder geval van plan om orde op zaken te stellen : "Ik wil deze voetbalclub gaan runnen als een bedrijf. Daarbij is er één grote spelregel : je mag geen geld uitgeven dat je niet hebt." Dat velen vóór hem faalden in dezelfde ambitie, daar is Verelst zich van bewust : "Ik hoop dat ik nooit de blindheid heb die veel andere bedrijfleiders wel hebben in het voetbal. Ik sluit niet uit dat het ooit zover komt, maar in dat geval reken ik op mijn vrouw. Zij ziet op dat gebied heel goed." (lacht)Nochtans was het niet de bedoeling van Verelst om zo'n vooraanstaande rol te gaan spelen in het grote reddingsplan van Beveren. "Het was inderdaad niet mijn intentie om solo te gaan," aldus Verelst. "Oorspronkelijk was ik maar een kleine schakel binnen een groep van investeerders. Die hebben voorlopig afgehaakt, maar de bruggen zijn zeker niet opgeblazen. Ik hoop dat ze snel op de kar springen want ik red het niet alleen. Het voorstel van Guillou kan een alternatief zijn, al moeten we ons er dan terdege van vergewissen wat de gevolgen voor Beveren zijn op lange termijn." Naast het financiële oogt ook het sportieve plaatje van de beide clubs opvallend gelijkaardig : de start gemist, maar stilaan punten aan het sprokkelen. Dat de stand van de bankrekening in grote mate de stand in de klassering bepaalt, ondervinden trainers Herman Helleputte (Lierse) en Alex Czerniatynski (Beveren) momenteel aan den lijve. Helleputte : "Het grote probleem is het transferverbod. Veel spelers zijn vertrokken en niemand is hen komen vervangen. Voorlopig moeten we het doen met te veel jonge jongens. Sommigen studeren bovendien en kunnen daarom ook niet alle trainingen bijwonen. Momenteel komen we echt kracht te kort om een vooraanstaande rol te spelen." Anders dan zijn collega wist Alex Czerniatynski meteen waar hij aan toe was. Czernia : "Toen Beveren me vroeg, heb ik direct ja gezegd. Ik heb duidelijk gevraagd wat de financiële mogelijkheden waren en daar houd ik me ook aan. De eerste wedstrijden lukte het niet meteen, maar dan ga ik niet in de bestuurskamer roepen dat die en die er bij moeten komen." Voor die valse start in de tweede klasse hebben beide clubs een eensluidende verklaring. Beverenaanvoerder Davy Theunis legt uit : "Wij zijn voor elke tegenstander de te kloppen ploeg. Ik heb de indruk dat onze opponenten ons als het Anderlecht van tweede klasse beschouwen. Elke week opnieuw is het aan ons om het spel te maken, vorig jaar was het verhaal net omgekeerd." Collega-kapitein Chris Janssens van Lierse beaamt dat : "Tegenstanders beschouwen ons echt nog als een eersteklasser. Op Waasland hadden wij zestien bussen vol supporters. Kijk je dan naar de overkant van de tribune dan zit daar honderd man van de thuisploeg. Zo'n sfeer motiveert de tegenstander natuurlijk. Ook aan het soort voetbal van tweede was het aanpassen. Nog meer dan in eerste wordt in tweede klasse resultaatvoetbal gespeeld. Kan je als eerste scoren in een wedstrijd, dan heb je die meer dan half gewonnen. Die mentaliteit maken we ons nu stilaan eigen." Ander probleem bij de twee degradanten : de ontgoocheling doorspoelen en aanvaarden dat er weinig anders op zit dan er een reeksje lager het beste van te maken. Ook dat kostte een paar weken tijd. Chris Janssens : "Na de eerste competitiewedstrijden kwam ik in het spelershome en vroeg ik aan enkele ploegmakkers : 'Noem eens de eerste vijf ploegen uit tweede klasse.' In het begin stonden ze met hun mond vol tanden, maar nu krijg ik steeds vaker een juist antwoord." (lacht)Ook bij Beveren heeft de ontgoocheling plaatsgemaakt voor goede luim. "Ik hoor van mensen die hier vorig seizoen al waren dat de sfeer een pak verbeterd is," vertelt Czerniatynski. Die pluim mag Czernia zelf op zijn hoed steken, want op training zit hij nooit om een grapje verlegen. Wanneer Karel Snoeckx raak schiet, roept zijn trainer vol bewondering : 'Amai, dat is je in geen twintig jaar meer gelukt !' De puntenoogst van de voorbije weken blijkt nog niet meteen uit het chaotische klassement van tweede klasse. De speelkalender werd na het opnemen van Verbroedering Geel volledig hertekend en dat maakt de interpretatie van de rangschikking er niet eenvoudiger op. Lierse bengelt onderaan, maar speelde (en verloor) wel al twee keer tegen titelkandidaat OH Leuven. Beveren bezet een postje in de middenmoot maar heeft drie wedstrijden minder gespeeld dan leider Hamme. Ook Davy Theunis raakt wel eens het noorden kwijt : "Die kalender is een vervelende zaak. Zo hebben wij drie weken na elkaar geen competitiewedstrijd kunnen spelen. Je kunt dat proberen te compenseren met oefenwedstrijden maar het is verre van ideaal." Met een andere uitloper van de affaire Geel-Namen hebben de beide neofieten het minder moeilijk : er zijn dit jaar geen periodekampioenen en de ploegen uit de topvijf van het eindklassement spelen de eindronde. Liersetrainer Herman Helleputte vindt dat voor zijn ploeg een voordeel : "Wij hebben geen ploeg die een periodekampionschap kan winnen. Ik ben dus niet rouwig om die nieuwe maatregel." Ook zijn collega Czerniatynski deelt die mening : "Het is beter voor ons, maar ook voor de hele tweede klasse. Nu krijg je geen clubs meer die op hun lauweren gaan rusten." SDoor Jan-Pieter De Vlieger