'Ik had enorm veel zin om mijn kans te gaan in het buitenland', herinnert hij zich. 'En Standard leek me ideaal, want de club maakte deel uit van de Belgische top en bovendien lag Luik niet zo ver van de Nederlandse grens. Eerst wilde ik trouwens in Maastricht gaan wonen waar een van mijn nichten een huis had.'
...

'Ik had enorm veel zin om mijn kans te gaan in het buitenland', herinnert hij zich. 'En Standard leek me ideaal, want de club maakte deel uit van de Belgische top en bovendien lag Luik niet zo ver van de Nederlandse grens. Eerst wilde ik trouwens in Maastricht gaan wonen waar een van mijn nichten een huis had.' Dat komt er niet van, want al van in het begin smeedt Tahamata een vriendschapsband met Jos Daerden, die van SK Tongeren overkwam. Die nodigt Tahamata uit om zijn huis in de stad van Ambiorix te delen om daarna iets voor hem te vinden niet ver daarvandaan, in Koninksem. 'We staken een beetje tegen elkaar af omdat we in alles verschillend waren', herinnert Simon zich. 'Hij was rijzig en blond terwijl ik een donkere huid had en 1,64 meter groot was. Maar tegengestelden trekken elkaar aan.' Op het veld ging de aanpassing ook erg snel. Zo ligt de pocket player al in zijn derde match van het seizoen aan de basis van een historische aframmeling van blauw-zwart (1-7). 'Trainer Ernst Happel, die Club Brugge getraind had alvorens naar Sclessin te komen, was natuurlijk goed geplaatst om me tips te geven over de sterktes en zwaktes van zijn ex-spelers. De Vlaamse achterlijn, met jongens als Fons Bastijns, Georges Leekens en Laszlo Balint, was niet erg mobiel. Die dag heb ik hen sterretjes doen zien.' Een jaar later was het nog eens van dat, maar dan onder de leiding van Raymond Goethals. Eindresultaat: 0-3, met een hattrick van Tahamata. In Sportweekend verwoordt wijlen Rik De Saedeleer het als volgt: Club Brugge 0 - Tahamata 3. 'Raimundo is de beste trainer die ik gekend heb', vertelt Tahamata. 'Onder hem kon ik mijn intuïtie de vrije loop laten op het terrein. Tijdens de theorie voor de match zei hij me altijd: 'Simon, gaa meu sloepen', ofte: Simon, jij mag slapen.' Tahamata leert in Luik ook de betekenis van het woord 'carré' kennen, want elke maandag trok hij met zijn ploegmaats naar de plaats met dezelfde naam, in het centrum van Luik. 'Ik was tot dan toe een echte huismus', merkt hij op. 'In feite heb ik in Luik echt leren uitgaan. En ook van de kleine dingen des levens profiteren, want we gingen geregeld iets eten met een lekker glas wijn. Of bier. Vaak was dat een Maes, want dat was in die tijd de sponsor van de ploeg', lacht hij. Maar afgezien van de spijs en drank hield Simon ook van het Luikse publiek, dat hem vleugels gaf. 'Ik heb nooit zo'n warme ambiance meegemaakt', zegt hij. 'Ik heb me ook nooit beter geïntegreerd gevoeld dan bij Standard. Het was dag en nacht verschil met wat ik gekend had op het einde bij Ajax. Daar werd het niet door iedereen goed onthaald dat ik furore maakte in de eerste ploeg.' In die tijd, het moet gezegd, lag de Molukse kwestie erg gevoelig in Nederland. Op het einde van de jaren zeventig hadden enkele van zijn landgenoten het onzalige idee om tot gijzelingen over te gaan in Zuidlaren en Bovensmilde om hun rechten af te dwingen. Dat bracht een golf van racisme met zich mee in de maatschappij. 'Ik ben daarmee geconfronteerd in mijn eigen land maar nooit in België. Bij Standard werd ik als een lid van de grote familie van de Rouches beschouwd. Ik heb dan wel tot mijn veertigste gevoetbald en daarna nog de kleuren van Feyenoord en Germinal Ekeren gedragen, maar het is bij Standard dat ik mijn mooiste jaren beleefd heb. Standard heeft me in die mate geraakt dat mijn zonen een Franstalige naam hebben', zegt hij. 'De oudste heet Jean-Michel en de andere Didier. Als ik hen zie, denk ik automatisch terug aan Standard.''Standard, dat was dag en nacht verschil met wat ik gekend had bij Ajax.' - SIMON TAHAMATA