Het was januari 1998 en zalig heet in Ouagadougou, Burkina Faso, toen we Jean Fraiponts gingen ophalen in zijn hotel. We waren beiden op de Afrika Cup, hij om te scouten namens Germinal Ekeren, dat een halfjaar eerder een hoogtepunt in zijn bestaan had meegemaakt: winst in de beker van België tegen Anderlecht. Germinal liet het voor zijn scout niet breed hangen, Jean logeerde in een achterafhotelletje. Toen we de onverharde en door de droge sahelwind stoffig geworden straat in wandelden, veerde hij op uit zijn terrasstoel. Jean, die niks droeg behalve een kleine badhanddoek, was blij ons te zien. Na het douchen was hij even buiten in de zon gaan drogen en zijn raam was dichtgewaaid. Of wij bij de receptie een sleutel konden vinden om hem te bevrijden?
...

Het was januari 1998 en zalig heet in Ouagadougou, Burkina Faso, toen we Jean Fraiponts gingen ophalen in zijn hotel. We waren beiden op de Afrika Cup, hij om te scouten namens Germinal Ekeren, dat een halfjaar eerder een hoogtepunt in zijn bestaan had meegemaakt: winst in de beker van België tegen Anderlecht. Germinal liet het voor zijn scout niet breed hangen, Jean logeerde in een achterafhotelletje. Toen we de onverharde en door de droge sahelwind stoffig geworden straat in wandelden, veerde hij op uit zijn terrasstoel. Jean, die niks droeg behalve een kleine badhanddoek, was blij ons te zien. Na het douchen was hij even buiten in de zon gaan drogen en zijn raam was dichtgewaaid. Of wij bij de receptie een sleutel konden vinden om hem te bevrijden? Voetbal en dit soort avonturen waren zijn lang leven. Ooit speelde hij bij Wilmarsdonk, het verdwenen polderdorp waaruit Jos Verhaegen, later de sterke man van Germinal, afkomstig was, maar een talent als verdediger was hij niet. 'Ik was de slechtste van de ploeg', gaf hij eerlijk toe. Hij zette wel de lijnen uit, praten kon Jean als geen ander. Via zijn job bij General Motors kwam hij in contact met de secretaris van Antwerp, die hem vroeg om spelers te scouten. In Oostende zag hij Wilfried Puis, maar Antwerp suggereerde dat hij ze 'niet zo ver' (sic) moest gaan zoeken. Later werd hij er manager van de junioren en korte tijd assistent-manager en coach van de eerste ploeg. Eddy Wauters was er toen speler. Tijdens een voetbalmatch in zijn dorp 's Gravenwezel liep hij zijn gewezen ploegmaat bij Wilmarsdonk Albert Verhaegen tegen het lijf. Samen met zijn broer Jos en René Snelders had die een bedrijf dat shirtsponsor was van provincialer Germinal Ekeren. De drie deden dat op voorwaarde dat ze mee mochten besturen. Hun doel: doorstoten naar vierde klasse. René Snelders, pa van Eddy en opa van Kristof, later daarover: 'We vroegen Jean omdat hij een neus had voor talent. Naar een wedstrijd gaan en daar de beste speler uithalen, kan iedereen. Maar inschatten hoe hoog een speler kan geraken en of hij in jouw ploegje past, is het moeilijkste wat er is. Daar had hij een vrij goed zicht op.' Fraiponts ontwierp ook het logo van de club: een arend, het beest dat het hoogste vliegt van alle vogels, met twee koppen en een kroontje met zeven tanden, omdat hij voorspelde: wij gaan samen naar eerste. Dat betekende toen zeven keer promoveren. Hun boerenfilosofie was: als je elke dag aan je huis werkt, heb je op de duur het mooiste huis van de straat. Zo ging het ook, veel hoger dan vierde klasse: op dertien jaar van derde provinciale naar eerste klasse. Vaak met spelers die elders afgeschreven waren ( Jos Daerden, Simon Tahamata) maar ook met jong talent: Tomasz Radzinski onder meer. Hoogtepunten: een Europese primeur tegen Celtic - daags na de match vond Fraiponts een dronken Schot die in de toiletten had geslapen - en bekerwinst tegen Anderlecht. Samen met de 2-8 op Antwerp een persoonlijk hoogtepunt. Om economische redenen was een fusie onvermijdelijk, maar Fraiponts haakte toen wel af. De samenwerking met Ajax snapte hij niet, lakei zijn van een vreemde doe je niet als Antwerpenaar, vond hij. Hij bleef wel nog scouten voor Jos Verhaegen en vond Losada, Colman en nog wat anderen. Latijns Amerika fascineerde hem, ook privé, liefdesgeluk ontdekte hij op Cuba. Naast scouting had Fraiponts ook een passie voor voetbalgeschiedenis. In samenwerking met Sport 80 had hij al een boek geschreven over de Rode Duivels en toen Voetbalmagazine in 1992 startte met een blad over alleen voetbal, vond hij dat daarin ook de geschiedenis van het Belgisch voetbal aan bod moest komen. Toen leerden we Fraiponts beter kennen: een wandelende encyclopedie, welbespraakt, erudiet en met veel oog voor detail. Dat weekbladwerk van toen mondde later uit in de Kroniek van het Belgisch voetbal, dat hij schreef samen met Dirk Willockx. PETER T'KINT