Het bot is eindelijk geheeld, het masker weg, het engelengezicht weer bloot. Met zachte stem, maar niet zonder verbazing blikt David Rozehnal terug op zijn eerste maanden in België. Iemand had de jonge Tsjech bij zijn komst naar Club Brugge toch moeten vertellen dat onze competitie een beetje een multicultureel experiment is. Het had de lieve jongen misschien veel pijn kunnen besparen.
...

Het bot is eindelijk geheeld, het masker weg, het engelengezicht weer bloot. Met zachte stem, maar niet zonder verbazing blikt David Rozehnal terug op zijn eerste maanden in België. Iemand had de jonge Tsjech bij zijn komst naar Club Brugge toch moeten vertellen dat onze competitie een beetje een multicultureel experiment is. Het had de lieve jongen misschien veel pijn kunnen besparen. "Soms vraag ik mij af wat het allemaal nog met voetbal te maken heeft", zegt hij. "Niets volgens mij. Tegen Antwerp ben ik in een duel sneller op de bal, maar wat gebeurt er ? Die spits, een zwarte jongen (Omar Mussa, nvdr), trapt mij vol aan. Waarom ? Ik snap het niet. Als ík met zekerheid weet dat ik niet bij de bal kan, ga ik er niet als een krankzinnige invliegen met het risico iemands been te breken. Het viel mij ook snel op dat hier veel meer dan in Tsjechië en in Europese wedstrijden de ellebogen gebruikt worden. In Sint-Truiden ga ik samen met hun centrumspits (Jochen Janssen, nvdr) naar een bal en hij slaat met de elleboog mijn oogkas aan stukken. Ik begrijp dat niet. Ik weet dat het de stijl van velen is, maar ik hou er niet van. Ik elimineer een spits en recupereer de bal op een zuivere manier, zonder het risico te lopen dat ik iemands lichaamsdelen breek. En wat ik ook niet begrijp, is dat zo iemand als dat nummer 16 van Sint-Truiden dan nog niet eens sorry komt zeggen." David Rozehnal : "Omdat ik wou voetballen. Ik had wel pijn en ik voelde ook dat het er slecht uitzag, maar het ging nog wel. Had ik geweten dat mijn gezicht gebroken was, dan was ik er misschien wel af gegaan, maar op dat moment wist ik dat dus nog niet." "Ik denk niet dat mijn blessure daar iets mee te maken had.""Ongelooflijk, hé (lacht). Heel vreemd. Toen ik het voor het eerst zag, dacht ik : oh, Jesus Christ ! En toen ik het voor het eerst opzette en in de spiegel keek, was het weer : oh, Jesus Christ ! Ik ben er dan mee beginnen trainen, maar ik ben wel vier, vijf keer terug naar de winkel geweest waar het gemaakt was. Er was te weinig plaats voor mijn ogen, dat was slecht voor mijn zicht (lacht)." " (Lacht.) Ik heb ook speciale huidcrème moeten gebruiken, want op sommige plaatsen drukte dat masker echt hard op mijn gezicht. Ik hield er niet van, maar ik moet die mensen toch dankbaar zijn : zonder masker had ik zes weken niet kunnen voetballen. Dan had ik Ajax gemist, AC Milan en vier, vijf competitiewedstrijden. Dat was te veel geweest." "Ja, voor de rest van mijn leven (lacht). In Tsjechië stonden de kranten er vol van, met foto's en grote koppen op frontpagina's zelfs. The Man with the Mask ! En : Hannibal Lecter(de psychopaat uit The Silence of the Lambs, nvdr)." "Misschien is dat mijn probleem, ja. Op het veld wil ik wel harder worden, maar in mijn leven kan niemand mij veranderen. Het is míjn leven. Ik hou ervan rustig en vriendelijk te zijn ; en iedereen houdt van mij. Maar in het voetbal moet ik veranderen. Als je gezegd wordt dat er iets niet goed is, moet je daarover nadenken. Zowel in Tsjechië als hier krijg ik te horen dat ik harder moet spelen. Ik wil dat ook, omdat ik beter, de béste wil worden. Eerst denk je : dat is niet goed voor mij, maar een minuut later : het is juist, ik kán hard spelen, ik moet alleen mijn gevoel en mijn training veranderen. Belangrijk voor mij is ook wel dat ik de manier van spelen van mijn tegenstanders ken. Welke voet is de beste ? Hoe gebruiken ze hun lichaam ? Zijn ze snel, sterk en groot ? In het begin kende ik niemand, nu ken ik al veel spitsen. Nu weet ik hoe bijvoorbeeld Aruna of Mornar speelt." "Toen ik met 13 jaar begon te voetballen, was ik spits. Met 17 werd ik middenvelder en met 18 verdediger.""Ik weet het niet (lacht). Ik was er alleszins niet gelukkig mee. Ik had trouwens een probleem met de coach toen ik 17 was. Zijn voetbal was : vechten voor de bal, bal afnemen en bal wegstampen. Na een wedstrijd met de beloften was ik het zat, ik zei : ik hou niet van dat soort voetbal en ik kán het ook niet. Waarop hij antwoordde : als je dat niet kan, kan je ook nooit in de eerste ploeg staan. Sedertdien heb ik het iets anders gedaan. Ik ben beginnen denken als een verdediger : ik moet in de eerste plaats onze goal en onze zestien meter verdedigen ! Voorheen dacht ik offensief. In het hart ben ik dan ook een spits. Ik wil scoren en assists leveren. Dát is voetbal, echt mooi voetbal. Ik moet zeggen dat ik het hier wel getroffen heb met de trainer. Hij zegt : challenge with the ball... Hij wil dat je als verdediger uit de verdediging komt, een tegenstander opzoekt zodat er een ploegmaat vrijkomt. Hij wil dat ik inschuif en een meerderheid creëer op het middenveld. Voor mij is dat een goed spelsysteem, want ik kán voetballen." "Door er iedere training elke seconde aan te denken : ik moet hard spelen. Door constant gefocust te zijn op : als ik crash met een andere speler moet ik de bal nemen. Ik hoop dat het almaar beter wordt. Maar laten we toch ook niet vergeten : was ik harder geweest, dan was mijn techniek misschien minder en was ik waarschijnlijk ook niet tweevoetig.""Ik wou uitvoetballen, ja. Ik zag Peter (Van der Heyden) maar kon hem niet bereiken. En dan was ik ook nog eens niet hard genoeg in het duel. De trainer zei achteraf ook : soms is het beter dat je de bal vooruit trapt, in het offensieve compartiment. Dat is zo, maar ik blijf ervan overtuigd dat je ook in verdediging kunt voetballen. Zie hoe goed Beveren dat kan, met acht zwarte jongens. Maar het gevaar is als niet iedere speler zo denkt. Als ik denk : ik kan uitvoetballen, maar een andere speler denkt : je moet een lange bal trappen... Geef ik hem dan de bal als hij hem niet wil of niet verwacht, dan gaat het fout en is het míjn fout." "Ik weet het niet, maar het is een feit dat we tegen Heusden-Zolder en Lokeren niet zo goed voetbalden als tegen Borussia Dortmund, AC Milan en Westerlo. Zes punten verliezen tegen ploegen die onderaan de tabel staan, is veel voor ons natuurlijk. Als je er dan opeens dertien achterstaat, is dat zeer veel. Maar dan zie je toch dat ook Anderlecht niet onkreukbaar is : 1-4 tegen Standard is ook zwaar. Dat zegt toch ook iets. We moeten positief denken. Ik hoop dat we tot het einde zullen kunnen strijden voor de titel en voor deelname aan de voorronde van de Champions League volgend seizoen.""Ik denk dat in de groep alles oké is, maar in voetbal is dat zo : eens meeval en eens tegenspoed, eens top en eens flop. In Lokeren zat alles tegen. We waren sterk gemotiveerd, de trainer had er vooraf ook op gedrukt dat we niet nog eens drie punten konden verliezen, maar het scenario zat compleet tegen. Kort na de aftrap kom je achter door een dekkingsfout op twee meter van je doel bij een snelle vrije trap, en net voor de rust pak je nog een goal op weer een individuele fout û waar niemand vrij van is. We speelden beter dan in Heusden-Zolder, maar als je 2-0 achterstaat bij een ploeg die zijn wedergeboorte beleeft en er je zelf niks lukt die dag, dan kost het ontzettend veel energie om terug te vechten. En dan kan het gebeuren dat je gaandeweg diep wegzakt.""Ik denk dat we een goed systeem spelen, of we het nu in 4-4-2 of 4-3-3 doen. De trainer zegt op de meeting ook altijd weer heel duidelijk hoe en wat er moet gebeuren. Het is beter met vier man in het offensief te gaan dan met zes, maar als je fouten maakt, verlies je. Iedere speler moet ook aan zijn defensieve taak denken. Misschien is het soms goed eraan te denken dat we winnen als we de tegenstander beletten te scoren en er zelf één maken. Na de euforie van de overwinning bij AC Milan is het misschien iets moeilijker de voeten op de grond te houden tegen Heusden-Zolder. Maar goed : die ervaring zijn we dan ook weer rijker. We kunnen een goed team zijn, maar moeten niks aan het toeval overlaten. Heusden-Zolder is iets heel anders dan AC Milan, maar je moet altijd bij de zaak zijn, zoniet gebeuren er ongelukken."" (Diepe zucht.) Ik denk niet aan zulke dingen, want dat is niet goed. Het enige wat ik moet doen, is zo goed mogelijk voetbal spelen en hopen dat iedereen er alles aan zal doen om de volgende wedstrijd te winnen." "Neen. Ik hou daar niet van. Medespelers moeten elkaar niet met de vinger wijzen, want dan is het einde zoek. Dan kunnen zij die niet speelden na iedere wedstrijd kritiek leveren op zij die wel speelden. Als we zo beginnen, is de kans groot dat we als tiende zullen eindigen. We moeten de tegenstander bestrijden, niet elkaar.""Ik denk dat het nog één groep is en ik hoop dat het dat ook in de toekomst nog zal zijn. Want het gevaar is dat als één speler zo begint te denken, dan een tweede en een derde volgen en... In Tsjechië maakte ik het mee dat op die manier de jongeren één groep gingen vormen en de ouderen een andere. Enkele jonge spelers speelden niet en zegden : ik zou het beter doen dan die ervaren speler... Waarop de oudere speler : wat denk je wel ? ! Dat kan dus niet, want dat is slecht voor een groep. Ik hoop dat het hier niet zal gebeuren." "Er is veel concurrentie, maar als ik er op een dag naast val, dan zal ik de fout bij mezelf zoeken. Dan zal ik er alles aan doen om beter te worden. Dan zal ik niet vechten met mijn concurrent, maar de strijd met mezelf aangaan. Alleen zo word je zelf beter, niet door je ploegmaat te vernederen.""Ik hou van deze coach, want hij is rustig, ook als we niet goed presteerden. Het is niet iemand die roept en schreeuwt, die stress en angst veroorzaakt, maar die op een rustige manier klaar en duidelijk zegt wat er fout was en wat er moet gebeuren. Hij denkt zeer positief en dat is goed voor ons team. "Alles veranderde hier voor mij. In het begin had ik het zeer kwaad op training. Hier wordt harder en langer getraind, hier is het telkens twee uur aan een stuk. Weliswaar altijd met de bal, maar aan een ritme dat mij vreemd was. Nu gaat het al veel beter. Ik voel in de wedstrijden dat ik conditioneel sterker sta.""Ik moet zeggen dat ik ook dat in Tsjechië niet heb meegemaakt. Als je er een beetje goed speelde, werd het team niet gewijzigd. Maar... hier zijn drie trainers, ik denk dat ze hun werk goed doen en er alles aan doen om te winnen. Ik zie het zo : de trainer is de baas, wat hij zegt, is heilig. Ik vind dat je zo moét denken, want als je gaat vechten met de trainer en met de medespelers kan je niet samen voetballen.""Ik hoop dat als we één van beide wedstrijden kunnen winnen, we minstens de derde plaats en de Uefacup halen. Winnen in Celta wordt moeilijk, denk ik, maar misschien kunnen we met de steun van onze fans in de slotmatch tegen Ajax wel voor de kwalificatie voor de tweede ronde spelen.""Ik denk dat Marek ongelukkig is. Hij is nu ongeveer een jaar geblesseerd, zeker ? Het is ook niet goed voor mij, voor mijn integratie. Tenslotte koos ik voor Club Brugge op zijn aandringen. Hij is iemand die ik goed ken, waarmee ik bij Olomouc heb samengespeeld en die mijn taal spreekt. Een jaar niet spelen is niet goed voor je hoofd en voetbalgevoel. Ik hoop dat hij snel terug is en even sterk als voorheen. "Maar Marek is ook ongelukkig omdat er door de club gezegd is geweest dat hij een fout maakte. De infectie die hij aan zijn enkel opliep bij een inspuiting was niet zijn schuld. Het kan iedereen overkomen. Geen enkele medicus is daar vrij van, waarom hem dan beschuldigen ? Marek heeft zich maximaal verzorgd, hij heeft er echt alles aan gedaan. Hij heeft gewoon pech gehad. Het is niet goed dat er op de club slecht over hem wordt gedacht.""In mijn hart wel. Ik droom ervan, maar ik denk dat het zeer moeilijk wordt. Ik ben een jonge speler, ik heb tijd.""Neen (lacht). Ik hou wel van bier, tenslotte wordt dat van ons van het beste ter wereld genoemd, maar alleen in combinatie met eten. Tsjechisch eten is een beetje vet en veel mensen drinken daarom een glas bier na de maaltijd. Het is een traditie bij ons." "Ik merk het verschil niet, maar ik ben dan ook geen fijnproever. Ik drink het alleen na een moeilijke wedstrijd, om beter te kunnen slapen."door Christian Vandenabeele'Ik weet dat het de stijl van velen is om de ellebogen te gebruiken, maar ik hou er niet van.''Medespelers moeten elkaar niet met de vinger wijzen, want dan is het einde zoek.'