Nikolaos Karelis kijkt wat op tegen dit interview, zegt hij in de lift van de Cristal Arena. 'Zeker in het Engels vind ik zo'n gesprek niet eenvoudig. Het is niet makkelijk om in een vreemde taal altijd weer de juiste woorden te vinden.' Maar zodra de 24-jarige Griek op de derde verdieping plaatsneemt in een van de Genkse loges, barst een stortvloed van zinnen los. Karelis blijkt sympathiek, spontaan én leuk. Echt zonde is het als persverantwoordelijke Willem Boogaerts het interview vroeger dan voorzien afbreekt. De voormalige speler van Panathinaikos heeft deze namiddag blijkbaar nog een afspraak; na een verblijf van zes weken op hotel gaat hij een huis bekijken, samen met spelersbegeleider Wout Maris. En Karelis wil eerst nog even langs het hotel, om er zijn verloofde op te pikken; een nieuwe stek kiezen doet hij niet zonder haar.
...

Nikolaos Karelis kijkt wat op tegen dit interview, zegt hij in de lift van de Cristal Arena. 'Zeker in het Engels vind ik zo'n gesprek niet eenvoudig. Het is niet makkelijk om in een vreemde taal altijd weer de juiste woorden te vinden.' Maar zodra de 24-jarige Griek op de derde verdieping plaatsneemt in een van de Genkse loges, barst een stortvloed van zinnen los. Karelis blijkt sympathiek, spontaan én leuk. Echt zonde is het als persverantwoordelijke Willem Boogaerts het interview vroeger dan voorzien afbreekt. De voormalige speler van Panathinaikos heeft deze namiddag blijkbaar nog een afspraak; na een verblijf van zes weken op hotel gaat hij een huis bekijken, samen met spelersbegeleider Wout Maris. En Karelis wil eerst nog even langs het hotel, om er zijn verloofde op te pikken; een nieuwe stek kiezen doet hij niet zonder haar. Vooraleer de Griekse spits wegstuift uit het stadion, ontspint zich dus eerst een aangename babbel, die begint bij het begin: zijn thuis. 'Ik kom uit het stadje Heraklion', vertelt Karelis. 'Dat ligt op Kreta, een heel goede plaats. (lacht) Je hebt er het beste weer van heel Griekenland; de zon schijnt er altijd, ook als het koud is in Athene. En je vindt er overal stranden; je kan daar zwemmen waar je maar wilt.' NIKOLAOS KARELIS: 'In mijn verste herinneringen draag ik al een bal onder de arm (lacht). Ik was heel gelukkig. Nu zitten kinderen vanaf hun vierde te tokkelen op een smartphone, maar toen was dat nog niet zo; ik had pas een gsm op mijn vijftiende. Hele dagen liep ik buiten met mijn vrienden; we ravotten in de speeltuin of speelden verstoppertje. En natuurlijk voetbalde ik ook heel vaak; op straat, op pleintjes, op het strand, overal. Vaak in bloot bovenlijf.' KARELIS: 'Oh, maar ik ben niet zo'n jongen die op zoek is naar romantische avontuurtjes. Ik ben graag gefocust op wat ik doe. Eerst had ik op Kreta een serieuze relatie van dik vier jaar, maar die ging stuk. In Rusland had ik geen relatie. Toen ik nadien in Athene belandde, vond ik daar een meisje dat ook uit Kreta komt. Met haar ga ik in januari trouwen.' KARELIS: 'Mijn vader zit in de bouw; hij zet huizen en appartementen. Mijn moeder bleef thuis. Zij probeerde mijn oudere broer, mij en mijn jongere zus op te voeden. Daar had ze een vette kluif aan, zeker in mijn geval. (lacht) Ik haalde eigenlijk de hele tijd kattenkwaad uit. Als je me vroeger aan deze tafel had gezet, dan was ik er al vlug op gekropen om er nadien weer af te springen. Ik klom ook graag in bomen. Als kind at ik zelfs twee keer een sigaret op. Echt waar, my friend. (lacht) Vijf of zes jaar was ik toen. Ik heb geen idee wat me bezielde. Toen moesten ze in het ziekenhuis mijn maag leegpompen. En ik belandde ook nog een derde keer in dat ziekenhuis. Mijn zus en ik waren ziek en mijn moeder gaf mij antibiotica uit een flesje. Nadien ging ze bij mijn zus om haar ook een lepel te geven. Ondertussen nam ik stiekem het flesje en dronk ik het leeg voor de televisie. Ik vond het lekker. (lacht) Mijn ouders dachten dikwijls: wat heeft onze Nikos nu weer uitgespookt?' KARELIS: 'Toen ik jong was, ging het daar goed. Maar hoe ouder ik werd, hoe minder punten ik haalde. Terwijl ik voor mijn schoolboeken zat, dacht ik elke keer: straks kan ik gaan voetballen. Als ik een pagina tien keer had gelezen, wist ik vaak nog niet wat erop stond.' KARELIS: 'Bij Ergotelis, een club op Kreta. Ik was toen zes. Mijn vader had daar ook nog gespeeld en kende er veel mensen.' KARELIS: 'Iedereen zegt dat toch, maar zelf herinner ik me niets van zijn voetbalcarrière. Hij was een middenvelder, zo'n ruwe 6, weet je wel. Mijn vader zegt dat hij in mijn spel soms de agressie ziet die hij zelf ook had op het veld. Hij scoorde vaak, maar hij raakte nooit hoger dan de derde klasse; prof werd hij niet. Mijn vader zag vlug dat ik talent had en probeerde er mee voor te zorgen dat ik wel zou slagen in het profvoetbal.' KARELIS: 'Tot mijn negentiende. Als je daar in de jeugdacademie zat, kon je ten vroegste vanaf je vijftiende naar de tweede ploeg van Ergotelis, die in de tweede klasse speelde. Maar mij stuurden ze op mijn veertiende al naar daar. En even later - ik was nog altijd maar veertien - zette Ergotelis me bij de eerste ploeg. Een team dat in de eerste klasse speelde, stel je voor, en ik mocht meetrainen met die mannen. Op het eind van dat seizoen mocht ik een eerste keer echt meespelen in een match. Toen was ik vijftien. Ergotelis maakte zo snel een prof van mij uit vrees dat een andere Griekse club me zou komen wegplukken.' KARELIS: 'Raar. En moeilijk. Bij de jeugdploegen was ik altijd goed geweest. Ik had eigenlijk al vroeg het lichaam dat ik nu nog heb. Alleen hing er toen misschien nog wat meer vet aan (lacht). Nu ben ik kleiner dan veel tegenspelers; als kind was ik groter dan de anderen. En sneller. Dus ging ik veel jongens makkelijk voorbij. Maar als je dan plots de jongste bent in de eerste ploeg en daar moet bewijzen dat de club er goed aan deed om je zo snel door te schuiven, dan is dat wel hard. Van mijn ploegmaats bij de eerste ploeg kreeg ik ook regelmatig geroep en getier naar mijn hoofd als ik een fout maakte, en dat gebeurde weleens; ik was nog een groentje. Maar door het hogere niveau bij die eerste ploeg werd ik veel sterker en deed ik een hoop ervaring op. Ik ging ook met die mannen naar de fitness en kon daar samen met hen aan mijn lichaam werken.' KARELIS: 'Het gebeurde dat er 's ochtends training was bij Ergotelis, maar dat ik eigenlijk ook naar school moest. Dan ging ik naar de training en moesten mijn vrienden naar de les. Dat vond ik wel leuk. (lacht) Op andere dagen vielen de trainingen zo dat ik wel naar school kon. Maar sowieso was het lastig voor mijn school, want ik zat ook snel bij de nationale jeugdploegen. Eerst werd ik opgeroepen voor de U15, maar al vlug ook voor de U17. Soms was ik twee weken weg met de U15 om in ik-weet-niet-meer-welke landen te spelen. Daarna kwam ik terug, maar drie weken later moest ik alweer weg met de U17. (lacht) Ik slaagde er uiteindelijk toch in mijn middelbare school af te maken, maar mijn leraars werden soms gek omdat ik er zo vaak niet was. En het ging maar door. Ik was nog maar één jaar aan de slag bij de U17 toen ze me ook al opriepen voor de U21, op mijn zestiende. Toen moest ik een toernooi spelen tussen gasten die allemaal geboren waren in 1988 terwijl ik in 1992 ben geboren, stel je voor.' (lacht) KARELIS: 'Het zit ook wel wat in mijn genen; mijn vader heeft ook brede schouders.' KARELIS: 'De club Ergotelis had natuurlijk wel vertrouwen in mij; anders hadden ze me niet zo vlug tussen de profs gezet, maar de trainer liet me er niet zo vaak spelen. Ik zeg niet dat hij om die reden een slechte trainer was; we zagen de zaken gewoon anders. Zo is voetbal nu eenmaal. Je weet nooit wat er gaat gebeuren.' KARELIS: 'Ik wilde niet naar een andere Griekse eersteklasser om daar ook op de bank te belanden, ik wilde eens zien wat ik in een ander land kon doen.' KARELIS: (ontwijkend) 'Ik hield er niet van. Ik wilde eens werken met andere mensen, ik wilde andere dingen doen. 'Rusland was een idee van mijn manager, Christos Gatzis, met wie ik nu nog altijd werk; hij is als familie voor mij. Hij zei mij dat je in het leven soms een stap achteruit moet zetten om er nadien twee vooruit te kunnen zetten. Veel mensen zeggen me dat het een slecht idee was om naar Perm te gaan, omdat ik daar ook niet vaak speelde, maar ik zie dat anders. Vóór die periode in Rusland noemden ze mij in Griekenland altijd maar een groot talent, zeker bij de nationale jeugdploegen. Maar als je dan plots in een ander land zit en daar niet aan spelen toekomt, ervaar je dat het voetbal niet alleen maar goede dingen te bieden heeft. In Rusland incasseerde ik een klap van het leven, maar dat maakte mij sterker in mijn hoofd. Ik vind dat je best al vroeg eens zo'n slag in je gezicht krijgt. Als je altijd maar op topniveau speelt en pas op je 25e een eerste grote tegenslag moet verwerken, komt die misschien des te harder aan. Wie weet stop je dan wel meteen met voetballen. Het was goed dat het mij overkwam op mijn 19e. Ik besefte toen dat ik nog harder moest werken, dat ik nog meer moest doen om een profspeler te worden in een grote club. Ik heb in Rusland meer gewonnen dan verloren. 'Mijn manager zei me dat ik hem tijdens die periode in Rusland niet één keer belde met de vraag om me daar weg te halen, terwijl daar naast de sportieve moeilijkheden ook het weer verschrikkelijk was. Die ene keer dat ik er wel in de basis stond, was het min twintig. De rest van de tijd schommelde de temperatuur tussen min vijftien en min tien. Bovendien spraken maar twee ploegmaats Engels. En in de winkel kon je daar zelfs geen fles water kopen als je geen Russisch kende. Dus zat ik de eerste maanden vooral binnen, op mijn appartement. Via Facebook sprak ik wel met mijn Griekse vrienden, maar het was in Rusland drie uur later dan in Griekenland, dus moest ik altijd wachten tot één uur 's nachts; dat was het moment dat mijn vrienden op Kreta naar binnen kwamen en nog even achter hun computer kropen. 'Ik zat daar in Perm dus vaak alleen, toch in het begin. Nadien kwam mijn broer wel bij mij. Ik probeerde in die eerste maanden wat te koken voor mezelf en ik besloot ook Russisch te gaan studeren. Ik volgde iedere dag les, drie maanden lang. Mijn Russisch is nu goed volgens Roeslan (Malinovski, Oekraïnse middenvelder bij KRC Genk, nvdr). Hoe is mijn Engels trouwens?' KARELIS: 'Mijn Russisch is niet van hetzelfde niveau, maar ik trek mijn plan.' KARELIS: 'Nee, ik dacht enkel positief. Ik zei tegen mezelf: nu speel ik niet, maar dat kan veranderen. En ik moest ook af en toe naar de nationale ploeg. Dat was een goede zaak, want daar scoorde ik aan de lopende meter.' KARELIS: 'Ja, maar nog eens: ik ben niet zo'n type dat uren zaagt over het slechte weer of dat zich dan honderd keer afvraagt waarom in godsnaam ik die keuze maakte om naar Rusland te gaan. Dat zit niet in mijn karakter. Het helpt ook dat ik me overal nogal makkelijk kan aanpassen. Dat lukt nu hier, maar dat lukte evengoed in Rusland.' KARELIS: 'Toen dacht ik echt: wauw, want dat is natuurlijk een topclub in Griekenland, een club met een grote geschiedenis, met ook veel Europese matchen op de teller. Het was een grote stap. Mijn manager en ik werkten er hard voor. Mijn manager heeft een karakter dat lijkt op het mijne; net als ik denkt hij positief en hij is ook sterk in zijn hoofd. Dat is waarom we nog altijd samenwerken. Ik kan me voorstellen dat veel spelers zouden breken met hun manager als die hen naar Rusland gebracht zou hebben en als ze daar dan niet gespeeld zouden hebben.' KARELIS: 'Ik dankte het aan mijn matchen bij de nationale ploeg. Panathinaikos had net Yannis Anastasiou teruggehaald als trainer. Hij zorgde voor een nieuwe mentaliteit, een nieuwe filosofie. En de voorzitter daar kon geen miljoenen neertellen om spelers te halen, zoals zijn voorganger deed. Dus wilde Panathinaikos vooral spelers uit de jeugdacademie en jonge Griekse internationals.' KARELIS: 'In mijn eerste matchen bij Panathinaikos werd ik door de fans omschreven als een vechter en dat bedoelden ze niet op een goede manier. Het was moeilijk. De druk was er groot. Je weet hoe fanatiek en gek de supporters daar zijn. Ik moest me tegenover hen bewijzen. Maar ik zat daar niet de hele tijd mee in mijn hoofd, ik probeerde eigenlijk gewoon goed te voetballen. In mijn eerste twee matchen bij Panathinaikos scoorde ik niet. Nadien kreeg ik vier matchen lang geen speelminuten. Toen moest ik naar de nationale ploeg. Daar scoorde ik twee keer. Toen ik terugkwam bij Panathinaikos, liet Anastasiou mij invallen in de 75e minuut. Ik scoorde twee keer (lacht). Op dat moment was de trein vertrokken. Ik speelde uiteindelijk twee seizoenen bij Panathinaikos. Toen dacht ik dat het misschien tijd was voor een volgende stap.' KARELIS: 'Ja, maar niet op dezelfde manier als Genk.' KARELIS: 'Van hun Europese wedstrijden, maar ik had niet zo veel informatie over de club.' KARELIS: 'Ik had wel zin om weer in een nieuwe filosofie te werken, met een nieuwe trainer, om nieuwe dingen te leren. Ik wil me hier nu bewijzen, dan kan ik misschien naar een nog betere competitie. We speelden met Panathinaikos niet veel Europese wedstrijden in die twee jaar dat ik daar was. En de scouts komen in Athene niet kijken naar matchen tegen kleinere ploegen. Het is makkelijker om van hieruit door te groeien. Zeker vanuit Genk zijn de voorbije jaren veel spelers vertrokken naar grotere clubs.' DOOR KRISTOF DE RYCK - FOTO'S KOEN BAUTERS'Ik heb in Rusland meer gewonnen dan verloren.' - NIKOLAOS KARELIS 'Ik was veertien toen Ergotelis me bij de eerste ploeg zette.' - NIKOLAOS KARELIS