Dat Antwerp al na twee seizoenen in eerste klasse bij de topclubs mag worden gerekend, blijkt uit het volgende. Eén: zomervakantie of niet, voor de eerste Europese wedstrijd in meer dan twee decennia was er donderdag een late Sinksenfoor onder het Atomium in Brussel. Met ruim 17.000 waren ze present, in het Brusselse Koning Antwerpstadion op het Heizelplateau. De helft van wat de Rode Duivels gemiddeld lokken, maar elke Antwerpsupporter maakte kabaal voor twee Duivelse fans, en dronk voor vier. Alle centrale tribunes palmden ze in, de fans van rood en wit, en het was een komen en gaan van de volgers van de werken van barmhartigheid. De dorstigen moesten gelaafd worden.
...

Dat Antwerp al na twee seizoenen in eerste klasse bij de topclubs mag worden gerekend, blijkt uit het volgende. Eén: zomervakantie of niet, voor de eerste Europese wedstrijd in meer dan twee decennia was er donderdag een late Sinksenfoor onder het Atomium in Brussel. Met ruim 17.000 waren ze present, in het Brusselse Koning Antwerpstadion op het Heizelplateau. De helft van wat de Rode Duivels gemiddeld lokken, maar elke Antwerpsupporter maakte kabaal voor twee Duivelse fans, en dronk voor vier. Alle centrale tribunes palmden ze in, de fans van rood en wit, en het was een komen en gaan van de volgers van de werken van barmhartigheid. De dorstigen moesten gelaafd worden. Twee: sportief duurt het nog even voor Antwerp nationaal tegen een topper uitkomt. Tot eind augustus en speeldag 5 om exact te zijn, als KAA Gent te gast is. Hoe anders was dat de voorbije jaren, toen Antwerp in de zomer steevast uitkwam tegen de groten. In 2017/18 tegen achtereenvolgens Anderlecht, Gent en Genk. Vorig seizoen begon met een uitwedstrijd bij Charleroi (het seizoen voordien nog derde na de reguliere competitie) en een topper tegen Club Brugge op speeldag 4. Dit keer is de aanloop 'zachter', een signaal voor het gestegen prestige, want het klopt wat Hein Vanhaezebrouck in zijn column aan de kaak stelde: de programmamaker spaart de topclubs in augustus. Hun prioriteit ligt bij het afdwingen van Europees voetbal in de diverse poules. En dan willen ze drie of vier dagen voordien liever geen match op het scherp van de snee. Opletten voor (te) snelle conclusies, de nationale competitie is pas drie speeldagen ver en voor de Great Old moeten de toppers er dus nog aankomen, maar één ding moet je László Bölöni wel nageven: voor het derde jaar op rij miste hij met zijn Antwerp de start niet. Twee seizoenen geleden had Antwerp eind augustus 10 op 15, vorig jaar was dat 11 op 15. Nu, na amper drie speeldagen, zit de Great Old aan 6 op 9. Met straks nog duels tegen STVV en Gent kan het de beste start ooit worden. Tussendoor werd Europees gewonnen van Viktoria Pilsen. Want dat komt er nu aan belasting bij, in augustus: Europese duels. Als Antwerp morgen in Tsjechië de return overleeft is er weer een flinke stap in de ontwikkeling gezet.Het geheim: stap voor stap meer kwaliteit in de continuïteit en het goed omgaan met tegenslagen in één welbepaalde sector: de verdediging waar drie van de vijf pionnen ( Arslanagic, Borges en Pius) out zijn. De nieuwe verdedigende middenvelder Martin Hongla kon afgelopen zondag pas voor het eerst worden getest, zodat Bölöni zijn sterkte van de voorbije twee seizoenen (een grote defensieve zekerheid) nog niet kon uitspelen. Vandaar dat ze intern van mening waren dat Antwerp defensief wat zwakker stond dan de voorbije seizoenen. De goeie defensieve prestatie tegen Pilsen, waar Sinan Bolat voor het eerst de nul kon houden, bracht wat opluchting. In Tsjechië moet dat worden bevestigd, want ook op Charleroi werd de verdediging een paar keer gepakt. De grootste transformatie kende Antwerp op offensief vlak. Transformatie qua kwaliteit en vrijheid. Antwerp in zijn eerste jaar in eerste klasse, dat was mandekking over het hele veld in balverlies, en in balbezit hopen op een goeie counter. Niet toevallig scoorde de ploeg veel beter in uitwedstrijden (22 punten na 15 matchen) dan thuis (19 punten). Een negatief doelsaldo (38/40) leidde de ploeg naar een achtste plaats in de reguliere competitie. Antwerp had in de zomer van 2017 offensief wat gegokt maar verloren. Om zijn spitsenkwaliteit na de promotie te pimpen, zette Luciano D'Onofrio in op een spits met veel potentie: Obbi Oulare. Helaas maakte Oulare mee want hem nu ook bij Standard overkomt: overmatige blessurelast. Hij zou uiteindelijk over een heel seizoen maar dertien keer aan de aftrap komen en drie keer scoren. Een kwaliteitsinjectie in de winter - met SébastienSiani en Jonathan Pitroipa centraal - mislukte. Gebeten honden in de analyse van dat eerste jaar waren: het kind van het huis Geoffry Hairemans (in 27 wedstrijden 3 goals en 3 assists was te weinig) en Ivo Rodrigues (19 wedstrijden, eveneens 3 goals en 2 assists). Bij een tweede kwaliteitsinjectie kwamen zij onder druk, al bleef men potentie in de twee zien: Hairemans verlengde zijn contract, dat van Rodrigues werd van huurovereenkomst omgezet in een definitieve. Ze kregen wel concurrentie. Rodrigues van Amara Baby en Didier Lamkel Zé, Hairemans van Lior Refaelov en OmarGovea, al bleek die uiteindelijk beter geschikt voor een rol naast de verdedigende middenvelder. En voorin kwam met DieumerciMbokani voor Oulare veel meer bedrijfszekerheid. Refaelov toonde Hairemans meteen dat cijfers belangrijk zijn: 8 doelpunten en 2 assists in de reguliere, 2 goals in play-off 1. Het mondde uit in het omzetten van zijn huurcontract in een definitief. Onder impuls van de twee dertigers Refaelov en Mbokani en met de inbreng van Govea naast Faris Haroun als extra spelmaker werd Antwerp vorig seizoen geleidelijk een ploeg die nog iets betere resultaten puurde uit iets beter voetbal, zonder nu echt spectaculair te zijn: de 38 goals voor werden er 39, het aantal tegengoals verminderde van 40 naar 34. Opnieuw bleek in de reguliere competitie dat uitwedstrijden (27 punten) meer opleverden dan thuiswedstrijden (22 punten). Maar met een zesde plaats was play-off 1 dit keer wel bereikt.Opvallend in dat tweede seizoen was dat Antwerp nog steeds veel vaker niet de bal had in een match dan wel. In de reguliere competitie haalde het 11 keer in 30 wedstrijden het meeste balbezit (met als uitschieters de thuiswedstrijden tegen Zulte Waregem, 63 procent, en Waasland-Beveren, met 67 procent). Die eerste werd ruim gewonnen, met 5-1, de tweede miraculeus verloren met 0-2, balbezit is maar wat het is. In play-off 1 was het nog frappanter: in geen enkele van zijn tien wedstrijden had Antwerp het meeste balbezit. Nog straffer: in vijf van die tien duels raakte Antwerp niet eens aan veertig procent balbezit. Opnieuw: het is geen garantie voor winst, want play-off 1 leverde uiteindelijk wél 14 op 30 op. Maar met gemiddeld 16 counters per wedstrijd bleek de Great Old vooral een ploeg van de reactie. Opmerkelijk: het duel tegen Charleroi met een Europees ticket als inzet was weer helemaal anders: 59 procent balbezit, en 465 passes in plaats van de 275 in Gent. Antwerp kon ook anders voetballen. Die lijn lijkt de Great Old dit seizoen thuis door te gaan trekken: 58 procent balbezit tegen Waasland-Beveren en een totaal van 564 passes, die leidden tot vier goals. Meer spektakel in eigen huis, zou het dit jaar kunnen? Toch nog even afwachten wat de match zondag tegen STVV brengt. De andere drie wedstrijden waren uit: in Eupen, Brussel en Charleroi. Op speeldag 1 in de Oostkantons presenteerde Antwerp zich nog eens ouderwets efficiënt: 43 procent balbezit, 'amper' 360 passes, 18 counters, maar van de 17 schoten op doel wel 7 on target en 4 doelpunten in het netje. Een stevige match was het daar aan de Kehrweg met ook 183 challenges voor de bal en 70(!) luchtduels. Europees kregen we in Brussel tegen Pilsen een beetje van hetzelfde laken een pak: 46 procent balbezit, 162 duels, waarvan 59 door de lucht, en 17 counters. Ook in het Zwarte land recidiveerde Antwerp, met andere types weliswaar. Baby, Hongla, Ritchie De Laet en Sander Coopman kwamen in ander voetbal terecht, met veel meer lange ballen en veel minder positiewissels op het veld. Want dat was net de sterkte in de eerste wedstrijden: minder voorspelbaarheid, meer verrassing. Antwerp miste rechtsachter Aurélio Buta door blessure in de play-offs, dat scheelde een stuk in de animatie, want Daniel Opare kon offensief niet hetzelfde brengen. Buta was er evenmin in Charleroi en dat scheelde offensief weer een pak, De Laet hield het vooral bij verdedigend werk. Maar het grote verschil (en deels een verklaring van de nederlaag) lag in de animatie op het middenveld. Vorig seizoen koos Bölöni vaak voor een tweede spits op de flank. Daar wisselden Jonathan Bolingi, WilliamOwusu, Baby en Lamkel Zé elkaar af. Rodrigues stak slechts nu en dan zijn neus aan het venster, en Govea kwam als tweede spelmaker pas in de play-offs boven water. Op die plaats speelt nu Alexis de Sart, de voorbije weken de enige nieuweling in het geheel. Anders qua voetballer maar een voltreffer. De nieuwe Haroun, net zoals zijn broer bij KV Kortrijk: infiltrerend, veel loopvermogen, altijd beschikbaar, goed met de bal aan de voet. In balbezit vaak voor Haroun, op één lijn samen met Refaelov, Hairemans en Rodrigues. Antwerp speelde zo op papier in een 4-1-4-1, met Simen Juklerod en Buta op de flanken offensief in steun. In Charleroi was die job voor Hongla, maar die ontdekte 1A en wisselde goed af met minder. De grootste winst bij de neutrale voetballiefhebber boekte Bölöni in het opstellen van Rodrigues én Hairemans naast Refaelov. Zolang dat duurt, uiteraard. Baby en Lamkel Zé zagen we al op Mambour en zeker die laatste komt terug. In tegenstelling tot wat je zou denken als je hem ziet is Zé geen fysiek beest. Vorig seizoen won hij maar 27 procent van zijn duels tegen Charleroi, slechts 28 procent tegen Club Brugge. Hij is groot en lijkt sterk, maar ook zijn kopduels zijn niet altijd top: tegen Pilsen won hij maar 1 van zijn 7 luchtduels. Lamkel Zé is een voetballer. Een doelgerichte. In play-off 1 vorig seizoen goed voor 20 schoten op doel en drie treffers. Hem lang aan de kant houden, zal Bölöni niet doen. Op voorwaarde dat hij zich plooit naar het geheel. Deze zomer deed hij dat niet, en dat kwam publiekslieveling Hairemans ten goede. Jofke, op handen gedragen door de fans, die hém luid toejuichten en Zé uitjouwden bij hun wissel tegen Pilsen. Objectief gezien was die vervanging terecht, de cijfers van Hairemans waren aan het duikelen, vergeleken bij de twee voorgaande competitiewedstrijden. Minder passes (49 tegen Eupen, 58 tegen Waasland-Beveren, nu 32 tegen de Tsjechen), minder slaagpercentage, minder gewonnen duels, ... Daar waar Rodrigues en vooral Refaelov Europees hun stats konden aanhouden, zakten die van de held van Deurne. Meer dan Rodrigues moet Hairemans omkijken naar wat in zijn rug gebeurt. Het is geen toeval dat de Portugees in Charleroi startte (maar bleek speelde) en Refaelov inviel. Jofke bleef op de bank. Maar tot dan was het wel weer even genieten. Van de vrijheid die hij, Rodrigues en Refaelov op het veld krijgen. In principe start Hairemans rechts en Rodrigues links, maar als je hun heatmap analyseert, lopen ze alle drie overal. Alle drie kunnen ze naar doel shotten of voorzetten. Vaak komen ze naar binnen, soms gaan ze buitenom. Wat daarbij ook opvalt is het toegenomen collectief gedrag van Rodrigues. In zijn beginfase vooral een dribbelaar: twee seizoenen geleden 6 dribbels bij zijn debuut tegen KV Mechelen en maar liefst 11 op Oostende en 12 op Club Brugge. Toen de tegenstand hem beter leerde kennen en het slaagpercentage daalde ging Rodrigues werken aan variatie. Zijn stats nu: slechts 3 dribbels tegen Waasland-Beveren, amper 4 in Eupen en tegen Pilsen. Rodrigues werd collectiever en efficiënter. Al twee goals dit seizoen dat is... evenveel als vorig seizoen.