Met de komst van Karim Saïdi (28) heeft Lierse weer iets dat op een stabiele defensie lijkt. De Tunesische centrale verdediger toonde al dat hij een meerwaarde is voor zijn team én de Belgische eerste klasse. Hij heeft ook geïnvesteerd in het sportieve om naar hier te komen. "Bij Antalyaspor kon ik een stuk meer verdienen," zegt hij, "maar ik bén al eens in Turkije geweest. Ik wilde me op mijn leeftijd nog eens tonen in een andere Europese competitie, voor ik aan een nieuw leven begin te denken."

Of dat andere leven zich in zijn thuisland Tunesië zal afspelen, weet hij nog niet. In één jaar is er in Tunesië veel gebeurd. Op 17 december 2010 stak de 26-jarige groenteverkoper Mohamed Bouazizi zich in brand om te protesteren tegen zijn uitzichtloze lot. De Jasmijnrevolutie die daarop volgde, was de aanzet tot de Arabische Lente. Een paar weken geleden werd na de eerste vrije verkiezingen de voormalige mensenrechtenactivist Moncef Marzouki als nieuwe president aangeduid, maar Karim Saïdi jubelt niet. Hij is bezorgd.

Karim, jij komt uit Tunis. Had jij een jaar geleden de gebeurtenissen zien aankomen?

Karim Saïdi: "Helemaal niet. Ik voetbalde bij Tours in de Franse tweede klasse toen de revolutie begon. Een man die een kar had gekocht om groenten te verkopen werd tegengehouden door een politieagente die zei dat dat niet mocht. Hij had een universitair diploma, maar met zijn diploma had hij geen werk gevonden. Dat gaat zo bij ons. Werk vind je pas als je veel mensen kent, een goed netwerk hebt. Heb je dat niet, dan kom je nergens, ook niet met de beste diploma's. Ze hebben dus zijn kar in beslag genomen - en hij heeft zichzelf in brand gestoken.

"Ik moet toegeven dat ik als profvoetballer niet te klagen had. Als je iemand was - een dokter, een voetballer - met goeie relaties, kreeg je in Tunis alles gedaan. Als ik in het stadhuis iets wou, volstond het dat ik iemand belde en zei dat ik langskwam. Dan liep ik daar gewoon binnen, terwijl andere mensen vanaf acht uur 's ochtends moesten aanschuiven. Mensen met connecties wachten niet, de anderen moeten wachten. Dat is bij ons de gewoonte: de groten maken de kleintjes dood. Ik heb dat altijd vreselijk gevonden."

Wanneer heb jij begrepen dat er iets ernstigs aan de hand was?

"Zodra ik merkte dat iedereen solidair was en volhield. Dat verraste me, want na 23 jaar dictatuur was iedereen bang. Wij kenden geen vrijheid, niemand durfde zeggen wat hij dacht. In de moskee mocht je bidden, maar niet blijven hangen. Alleen extremisten bleven hangen om bij te praten, dat was de algemene opvatting. Het Tunesische volk bleek sterker dan de president voor mogelijk hield."

Tweedehandsauto

Uit wat voor milieu kom jij?

"Uit een volksbuurt. Mijn vader was chauffeur, hij werkte voor een bank. Nu is hij met pensioen. Mijn moeder was huisvrouw. Ik heb een oudere broer die taxichauffeur is en een jongere die als hulpkok werkt in een restaurant. De meeste van mijn vrienden leerde ik in mijn tijd als voetballer kennen, zij zijn ook in Europa terechtgekomen. Tot mijn tiende vond mijn vader voetbal maar niets. Hij was op school geen goeie leerling en wilde dat ik wel goed studeerde. Maar ook ik was geen studiehoofd. Toen mensen hem overtuigden dat ik echt wel iets kon als voetballer is hij me gaan steunen en heeft hij een tweedehandsauto gekocht om me te voeren. Tevoren hadden we thuis geen auto. Ik kwam van school, nam mijn tas, wandelde naar het metrostation, at op de metro, kleedde me er ook dikwijls al om en kwam 's avonds doodmoe van de training thuis. Van mijn tiende tot mijn zestiende heeft mijn vader alles voor me gedaan. Uit respect voor hem heb ik ons zoontje naar hem genoemd. Ahmed heet hij. Mijn middelbare school heb ik niet afgemaakt. Wat voor verschil had dat diploma voor mij uitgemaakt in een land waar je niets bent met een diploma, als je niemand kent? Ik wist dat ik een bijzonder talent had en nam me voor om alles op alles te zetten om het daarmee te maken."

Wat zou je gedaan hebben als je geen profvoetballer was geworden?

"Misschien een restaurant openen. Dat is nu nog mijn droom. Ik kan wat koken, ik kijk ook naar kookprogramma's. Misschien komt het er ooit nog van. Maar goed, het is me dus wél gelukt in het voetbal. Op mijn achttiende kreeg ik een profcontract, een jaar later kon ik naar Feyenoord. Ik wist niets van de Nederlandse competitie en plots kon ik daar 400.000 euro per jaar verdienen, het minimumloon voor een speler van buiten de EU. Was dat even schrikken. Ik had niets gevraagd, ik wilde gewoon voetballen. Na zes maanden braken ze mijn contract al open: in plaats van twee jaar kreeg ik er nog eens drie bij. Maar korte tijd later gingen de trainer en de sportief directeur weg, hun vervangers brachten twee verdedigers mee. Zo gaat dat.

"Nederland was een ander land dan Tunesië. Heimwee had ik niet, ik kan best op mijn eentje zijn. Ik vond Rotterdam een leuke stad, ik heb er ook mijn vrouw ontmoet: zij is daar geboren, maar van Tunesische afkomst. In Nederland heb ik geleerd om eerlijk en rechtuit te zijn. In Tunesië wordt niets recht in je gezicht verteld, vanwege die angst die men altijd en overal had. Maar het gebeurt wel achter de rug, terwijl een goeie moslim dat niet mag doen. In Nederland heb ik geleerd dat je het meteen kunt zeggen als je met iemand een probleem hebt. Iemand trapt je op training onderuit en 's anderendaags stapt hij op je af. 'Is alles goed?' Ik wist niet wat ik hoorde. Als je in Tunesië een incident hebt op training, spreekt de ander een week niet tegen je."

Lampedusa

Ga je na je loopbaan terug naar Tunesië?

"Ik weet het nog niet. Mijn vrouw is in Nederland geboren en ik wacht af hoe Tunesië evolueert. Ik kan daar altijd nog een paar jaar voetballen, al stelt de competitie er niet zo veel voor. Je speelt er 20 matchen per seizoen, terwijl je er in de Franse tweede klasse 40 speelt. Het kan gebeuren dat men morgen zegt: de match van overmorgen gaat niet door. De scheidsrechters zijn corrupt: als je ze geld geeft, fluiten ze in je voordeel. Daarom worden nu scheidsrechters uit het buitenland gehaald. En de spelers zijn er nooit helemaal geconcentreerd, ze doen gewoon hun ding. Ik zou er een veel kleiner contract hebben, maar het leven is er ook een stuk goedkoper en ik zou bijna geen belastingen betalen, zeker geen 40 procent zoals hier in België. Waarschijnlijk zou men me ook een deel van mijn loon in het zwart geven. Een gemiddelde werknemer in Tunesië verdient 200 euro. Daar kun je ginder best van leven."

Als dat zo is, waarom willen zo veel jonge Tunesiërs dan nog altijd met gevaar voor eigen leven via Lampedusa naar Italië?

"Omdat ze onwetend zijn over wat hen daar wacht en omdat ze wanhopig zijn. Iemand zei me: hier sterf ik binnenkort ook, dus kan ik evengoed de oversteek wagen en het risico nemen. Als ik op zee sterf, is mijn lot niet anders dan wanneer ik hier blijf. Veel mensen zitten hier gewoon te wachten tot hen iets in de schoot geworpen wordt. Ik vind dat erg. Je moet van je leven zelf iets maken en niet tien jaar in je bed liggen en zeuren dat niemand iets voor je doet. Die mentaliteit maakt me soms zó boos.

(op dreef nu) "Op een dag zei mijn jongste broer dat hij naar Italië wou. Ik heb hem gevraagd: weet je wel wat je daar te wachten staat? Waar ze leven en waarvan ze leven, de Tunesiërs daar? Ik heb hem meegenomen naar Rotterdam, hij bleef een paar maanden bij me en heeft gezien hoe Noord-Afrikanen er overleven: op straat, illegaal, zonder inkomen, in de metro. Het is ook de fout van veel ouders, die hun kinderen laten gaan en denken dat ze bakken geld uit Europa zullen meebrengen. Ze denken dat iedereen zomaar geld verdient en dat de vluchtelingen hun geld naar huis zullen sturen en de hele familie onderhouden. Ze beseffen niet hoeveel de huur van een appartement hier bedraagt, hoeveel belastingen je betaalt, hoe duur het leven hier is, welke papieren je nodig hebt. Wat doen al die Tunesiërs in Italië? Ik weet het, ik heb een half jaar bij Lecce gespeeld, in Zuid-Italië. Ik heb ze daar gezien. In het beste geval doen ze wat zwartwerk, vaak verkopen ze drugs en belanden in de gevangenis."

Waarom keren ze dan niet terug naar Tunesië?

"Ze durven niet en vaak kunnen ze ook niet. Ze zijn beschaamd en berooid, ze kunnen vaak niet eens hun eigen vliegticket betalen. En als ze het toch doen, denkt men op het thuisfront: 'Ha, Karim komt terug, die heeft tien jaar in Europa geleefd, die gaat geld en cadeaus meehebben voor ons allemaal.' De schande om na al die jaren met lege handen terug te keren en te zeggen dat je een ellendig leven hebt gehad, is te groot. Ik had in Nederland een vriend, een werkloze Tunesiër, aan wie ik vroeg hoe lang hij al niet meer naar huis was geweest. Tien jaar, antwoordde hij. Ik zei: hoe is dat mogelijk, dat je al tien jaar je familie nier meer zag? Weet je wat hij zei? 'Ik heb niet eens geld om zelf een vliegtuigticket te kopen en zeker niet om nog eens cadeaus te kopen voor al de mensen die dat van mij verwachten en die daarnaast ook nog eens willen dat ik hen geld in de handen stop.' Hij krijgt in Nederland 900 euro uitkering, waarvan er 500 naar de huur van zijn appartement gaat. Met 400 euro - waarmee hij in Tunesië comfortabel zou kunnen leven - moet hij rondkomen. Dus heb ik met een vriend afgesproken om hem een cadeau te doen: een vliegticket en 1000 euro om cadeaus te kopen. Hij huilde van geluk, is een week daar geweest, maar weer teruggekeerd naar Nederland."

Rosse buurt

Heb jij gestemd met de verkiezingen?

"Ja, op iemand die mijn vader me aanraadde. Ik ken die mensen niet, ik weet niet wat er gaat gebeuren. Tunis is een moderne stad. Je hebt er een rosse buurt. Die heb je in Caïro niet, hoor. En als je wilt uitgaan in een discotheek en feesten tot het ochtendgloren, kan dat. De Islamitische partij die de verkiezingen won, Ennahda, zegt dat ze al die dingen niet wil afschaffen, maar niemand weet wat er gaat gebeuren. Er hangt een gevoel van onzekerheid."

Is het leven veel veranderd in Tunesië tijdens het afgelopen jaar?

"Ik vond Tunis niets veranderd. Er is geen werk gekomen, er zijn geen jobs gecreëerd, het toerisme is stilgevallen. Als je een diploma hebt, heb je nog altijd connecties of smeergeld nodig om aan een job te raken ... Daarom hebben veel mensen nu al heimwee naar de tijd van Ben Ali. Toen had je ook corruptie. Als een agent me tegenhield, was het niet zijn bedoeling om een pv te schrijven, maar om met mijn geld zijn loon aan te vullen. Nu is er de onveiligheid bijgekomen. Ik ben van Tunis, maar als ik er nu kom, voel ik me niet veilig. Mijn vader zei onlangs: 'Karim, als je iemand wilt vermoorden, doe het dan nu, want nu kan alles, niemand zal je iets in de weg leggen.' Ik ben 28, nog nooit had ik gehoord dat in Tunesië een bank was overvallen. Nu gebeurt dat wel. Alles kan nu: stelen, moorden, kinderen kidnappen en vervolgens losgeld vragen. Ik heb een zoon van één jaar, dat houdt me bezig. Ik heb in Tunis een mooie auto, maar ik durf er op dit moment niet mee te rijden omdat ik bang ben dat hij gestolen word of dat ze me op de weg tegenhouden om hem af te nemen. Veel mensen rijden door het rode licht, uit vrees voor een overval als ze stilstaan. Je kunt nu ook zonder problemen door het rode licht rijden, er is geen respect meer voor de politie na wat er vorig jaar is gebeurd. Als een agent nu iemand tegenhoudt, wordt hij vaak uitgescholden en rijdt men gewoon door.

"Na de omwenteling zijn mijn vader en mijn oudste broer een tijd gestopt met werken om de wacht te houden in onze buurt, samen met andere inwoners. De veiligheid was niet meer gegarandeerd, je moest daar zelf voor zorgen. Ik wacht af. Hier weet ik dat mijn geld veilig is als het op de bank staat. Ginder niet. Er zijn geen regels meer. Een paar maanden lang werden internet en Facebook plots afgesloten. Zomaar. Nu kun je ze weer gebruiken. Een tijd geleden zei een vriend me dat hij van plan was om met vakantie naar Tunesië te gaan, en of ik hem dat kon aanraden. Ik antwoordde: niet doen!"

door Geert Foutré - beelden: Imageglobe

"Alles kan nu: stelen, moorden, kinderen kidnappen."

"Als je iemand was met goeie relaties kreeg je in Tunis alles gedaan."

Met de komst van Karim Saïdi (28) heeft Lierse weer iets dat op een stabiele defensie lijkt. De Tunesische centrale verdediger toonde al dat hij een meerwaarde is voor zijn team én de Belgische eerste klasse. Hij heeft ook geïnvesteerd in het sportieve om naar hier te komen. "Bij Antalyaspor kon ik een stuk meer verdienen," zegt hij, "maar ik bén al eens in Turkije geweest. Ik wilde me op mijn leeftijd nog eens tonen in een andere Europese competitie, voor ik aan een nieuw leven begin te denken." Of dat andere leven zich in zijn thuisland Tunesië zal afspelen, weet hij nog niet. In één jaar is er in Tunesië veel gebeurd. Op 17 december 2010 stak de 26-jarige groenteverkoper Mohamed Bouazizi zich in brand om te protesteren tegen zijn uitzichtloze lot. De Jasmijnrevolutie die daarop volgde, was de aanzet tot de Arabische Lente. Een paar weken geleden werd na de eerste vrije verkiezingen de voormalige mensenrechtenactivist Moncef Marzouki als nieuwe president aangeduid, maar Karim Saïdi jubelt niet. Hij is bezorgd. Karim Saïdi: "Helemaal niet. Ik voetbalde bij Tours in de Franse tweede klasse toen de revolutie begon. Een man die een kar had gekocht om groenten te verkopen werd tegengehouden door een politieagente die zei dat dat niet mocht. Hij had een universitair diploma, maar met zijn diploma had hij geen werk gevonden. Dat gaat zo bij ons. Werk vind je pas als je veel mensen kent, een goed netwerk hebt. Heb je dat niet, dan kom je nergens, ook niet met de beste diploma's. Ze hebben dus zijn kar in beslag genomen - en hij heeft zichzelf in brand gestoken. "Ik moet toegeven dat ik als profvoetballer niet te klagen had. Als je iemand was - een dokter, een voetballer - met goeie relaties, kreeg je in Tunis alles gedaan. Als ik in het stadhuis iets wou, volstond het dat ik iemand belde en zei dat ik langskwam. Dan liep ik daar gewoon binnen, terwijl andere mensen vanaf acht uur 's ochtends moesten aanschuiven. Mensen met connecties wachten niet, de anderen moeten wachten. Dat is bij ons de gewoonte: de groten maken de kleintjes dood. Ik heb dat altijd vreselijk gevonden." "Zodra ik merkte dat iedereen solidair was en volhield. Dat verraste me, want na 23 jaar dictatuur was iedereen bang. Wij kenden geen vrijheid, niemand durfde zeggen wat hij dacht. In de moskee mocht je bidden, maar niet blijven hangen. Alleen extremisten bleven hangen om bij te praten, dat was de algemene opvatting. Het Tunesische volk bleek sterker dan de president voor mogelijk hield." "Uit een volksbuurt. Mijn vader was chauffeur, hij werkte voor een bank. Nu is hij met pensioen. Mijn moeder was huisvrouw. Ik heb een oudere broer die taxichauffeur is en een jongere die als hulpkok werkt in een restaurant. De meeste van mijn vrienden leerde ik in mijn tijd als voetballer kennen, zij zijn ook in Europa terechtgekomen. Tot mijn tiende vond mijn vader voetbal maar niets. Hij was op school geen goeie leerling en wilde dat ik wel goed studeerde. Maar ook ik was geen studiehoofd. Toen mensen hem overtuigden dat ik echt wel iets kon als voetballer is hij me gaan steunen en heeft hij een tweedehandsauto gekocht om me te voeren. Tevoren hadden we thuis geen auto. Ik kwam van school, nam mijn tas, wandelde naar het metrostation, at op de metro, kleedde me er ook dikwijls al om en kwam 's avonds doodmoe van de training thuis. Van mijn tiende tot mijn zestiende heeft mijn vader alles voor me gedaan. Uit respect voor hem heb ik ons zoontje naar hem genoemd. Ahmed heet hij. Mijn middelbare school heb ik niet afgemaakt. Wat voor verschil had dat diploma voor mij uitgemaakt in een land waar je niets bent met een diploma, als je niemand kent? Ik wist dat ik een bijzonder talent had en nam me voor om alles op alles te zetten om het daarmee te maken." "Misschien een restaurant openen. Dat is nu nog mijn droom. Ik kan wat koken, ik kijk ook naar kookprogramma's. Misschien komt het er ooit nog van. Maar goed, het is me dus wél gelukt in het voetbal. Op mijn achttiende kreeg ik een profcontract, een jaar later kon ik naar Feyenoord. Ik wist niets van de Nederlandse competitie en plots kon ik daar 400.000 euro per jaar verdienen, het minimumloon voor een speler van buiten de EU. Was dat even schrikken. Ik had niets gevraagd, ik wilde gewoon voetballen. Na zes maanden braken ze mijn contract al open: in plaats van twee jaar kreeg ik er nog eens drie bij. Maar korte tijd later gingen de trainer en de sportief directeur weg, hun vervangers brachten twee verdedigers mee. Zo gaat dat. "Nederland was een ander land dan Tunesië. Heimwee had ik niet, ik kan best op mijn eentje zijn. Ik vond Rotterdam een leuke stad, ik heb er ook mijn vrouw ontmoet: zij is daar geboren, maar van Tunesische afkomst. In Nederland heb ik geleerd om eerlijk en rechtuit te zijn. In Tunesië wordt niets recht in je gezicht verteld, vanwege die angst die men altijd en overal had. Maar het gebeurt wel achter de rug, terwijl een goeie moslim dat niet mag doen. In Nederland heb ik geleerd dat je het meteen kunt zeggen als je met iemand een probleem hebt. Iemand trapt je op training onderuit en 's anderendaags stapt hij op je af. 'Is alles goed?' Ik wist niet wat ik hoorde. Als je in Tunesië een incident hebt op training, spreekt de ander een week niet tegen je." "Ik weet het nog niet. Mijn vrouw is in Nederland geboren en ik wacht af hoe Tunesië evolueert. Ik kan daar altijd nog een paar jaar voetballen, al stelt de competitie er niet zo veel voor. Je speelt er 20 matchen per seizoen, terwijl je er in de Franse tweede klasse 40 speelt. Het kan gebeuren dat men morgen zegt: de match van overmorgen gaat niet door. De scheidsrechters zijn corrupt: als je ze geld geeft, fluiten ze in je voordeel. Daarom worden nu scheidsrechters uit het buitenland gehaald. En de spelers zijn er nooit helemaal geconcentreerd, ze doen gewoon hun ding. Ik zou er een veel kleiner contract hebben, maar het leven is er ook een stuk goedkoper en ik zou bijna geen belastingen betalen, zeker geen 40 procent zoals hier in België. Waarschijnlijk zou men me ook een deel van mijn loon in het zwart geven. Een gemiddelde werknemer in Tunesië verdient 200 euro. Daar kun je ginder best van leven." "Omdat ze onwetend zijn over wat hen daar wacht en omdat ze wanhopig zijn. Iemand zei me: hier sterf ik binnenkort ook, dus kan ik evengoed de oversteek wagen en het risico nemen. Als ik op zee sterf, is mijn lot niet anders dan wanneer ik hier blijf. Veel mensen zitten hier gewoon te wachten tot hen iets in de schoot geworpen wordt. Ik vind dat erg. Je moet van je leven zelf iets maken en niet tien jaar in je bed liggen en zeuren dat niemand iets voor je doet. Die mentaliteit maakt me soms zó boos. (op dreef nu) "Op een dag zei mijn jongste broer dat hij naar Italië wou. Ik heb hem gevraagd: weet je wel wat je daar te wachten staat? Waar ze leven en waarvan ze leven, de Tunesiërs daar? Ik heb hem meegenomen naar Rotterdam, hij bleef een paar maanden bij me en heeft gezien hoe Noord-Afrikanen er overleven: op straat, illegaal, zonder inkomen, in de metro. Het is ook de fout van veel ouders, die hun kinderen laten gaan en denken dat ze bakken geld uit Europa zullen meebrengen. Ze denken dat iedereen zomaar geld verdient en dat de vluchtelingen hun geld naar huis zullen sturen en de hele familie onderhouden. Ze beseffen niet hoeveel de huur van een appartement hier bedraagt, hoeveel belastingen je betaalt, hoe duur het leven hier is, welke papieren je nodig hebt. Wat doen al die Tunesiërs in Italië? Ik weet het, ik heb een half jaar bij Lecce gespeeld, in Zuid-Italië. Ik heb ze daar gezien. In het beste geval doen ze wat zwartwerk, vaak verkopen ze drugs en belanden in de gevangenis." "Ze durven niet en vaak kunnen ze ook niet. Ze zijn beschaamd en berooid, ze kunnen vaak niet eens hun eigen vliegticket betalen. En als ze het toch doen, denkt men op het thuisfront: 'Ha, Karim komt terug, die heeft tien jaar in Europa geleefd, die gaat geld en cadeaus meehebben voor ons allemaal.' De schande om na al die jaren met lege handen terug te keren en te zeggen dat je een ellendig leven hebt gehad, is te groot. Ik had in Nederland een vriend, een werkloze Tunesiër, aan wie ik vroeg hoe lang hij al niet meer naar huis was geweest. Tien jaar, antwoordde hij. Ik zei: hoe is dat mogelijk, dat je al tien jaar je familie nier meer zag? Weet je wat hij zei? 'Ik heb niet eens geld om zelf een vliegtuigticket te kopen en zeker niet om nog eens cadeaus te kopen voor al de mensen die dat van mij verwachten en die daarnaast ook nog eens willen dat ik hen geld in de handen stop.' Hij krijgt in Nederland 900 euro uitkering, waarvan er 500 naar de huur van zijn appartement gaat. Met 400 euro - waarmee hij in Tunesië comfortabel zou kunnen leven - moet hij rondkomen. Dus heb ik met een vriend afgesproken om hem een cadeau te doen: een vliegticket en 1000 euro om cadeaus te kopen. Hij huilde van geluk, is een week daar geweest, maar weer teruggekeerd naar Nederland." "Ja, op iemand die mijn vader me aanraadde. Ik ken die mensen niet, ik weet niet wat er gaat gebeuren. Tunis is een moderne stad. Je hebt er een rosse buurt. Die heb je in Caïro niet, hoor. En als je wilt uitgaan in een discotheek en feesten tot het ochtendgloren, kan dat. De Islamitische partij die de verkiezingen won, Ennahda, zegt dat ze al die dingen niet wil afschaffen, maar niemand weet wat er gaat gebeuren. Er hangt een gevoel van onzekerheid." "Ik vond Tunis niets veranderd. Er is geen werk gekomen, er zijn geen jobs gecreëerd, het toerisme is stilgevallen. Als je een diploma hebt, heb je nog altijd connecties of smeergeld nodig om aan een job te raken ... Daarom hebben veel mensen nu al heimwee naar de tijd van Ben Ali. Toen had je ook corruptie. Als een agent me tegenhield, was het niet zijn bedoeling om een pv te schrijven, maar om met mijn geld zijn loon aan te vullen. Nu is er de onveiligheid bijgekomen. Ik ben van Tunis, maar als ik er nu kom, voel ik me niet veilig. Mijn vader zei onlangs: 'Karim, als je iemand wilt vermoorden, doe het dan nu, want nu kan alles, niemand zal je iets in de weg leggen.' Ik ben 28, nog nooit had ik gehoord dat in Tunesië een bank was overvallen. Nu gebeurt dat wel. Alles kan nu: stelen, moorden, kinderen kidnappen en vervolgens losgeld vragen. Ik heb een zoon van één jaar, dat houdt me bezig. Ik heb in Tunis een mooie auto, maar ik durf er op dit moment niet mee te rijden omdat ik bang ben dat hij gestolen word of dat ze me op de weg tegenhouden om hem af te nemen. Veel mensen rijden door het rode licht, uit vrees voor een overval als ze stilstaan. Je kunt nu ook zonder problemen door het rode licht rijden, er is geen respect meer voor de politie na wat er vorig jaar is gebeurd. Als een agent nu iemand tegenhoudt, wordt hij vaak uitgescholden en rijdt men gewoon door. "Na de omwenteling zijn mijn vader en mijn oudste broer een tijd gestopt met werken om de wacht te houden in onze buurt, samen met andere inwoners. De veiligheid was niet meer gegarandeerd, je moest daar zelf voor zorgen. Ik wacht af. Hier weet ik dat mijn geld veilig is als het op de bank staat. Ginder niet. Er zijn geen regels meer. Een paar maanden lang werden internet en Facebook plots afgesloten. Zomaar. Nu kun je ze weer gebruiken. Een tijd geleden zei een vriend me dat hij van plan was om met vakantie naar Tunesië te gaan, en of ik hem dat kon aanraden. Ik antwoordde: niet doen!" door Geert Foutré - beelden: Imageglobe"Alles kan nu: stelen, moorden, kinderen kidnappen." "Als je iemand was met goeie relaties kreeg je in Tunis alles gedaan."