Brecht Sleurs

" Brecht was een van de jongens met wie ik destijds elke dag voetbalde op het pleintje op onze wijk in Lindelhoeven (Overpelt). Hij stond altijd in de goal.
...

" Brecht was een van de jongens met wie ik destijds elke dag voetbalde op het pleintje op onze wijk in Lindelhoeven (Overpelt). Hij stond altijd in de goal. "Op een dag was hij er niet. Heel raar. Hij had een hersenbloeding, werd gezegd. Ik was dertien, Brecht vijftien. Hij had net zijn eerste vriendinnetje. Een week later was hij overleden. "De dag van zijn dood kwam een buurvrouw bij ons binnen. Ze zei: 'Het is beter met Brecht.' 's Avonds was hij er niet meer. Dat zal mij mijn hele leven bijblijven. Voor ons viel een vriend weg, maar ook een deel zekerheid. Het is nadien nooit meer hetzelfde geweest. "Op dat moment is dat een gebeurtenis. Het is pas later, eens je wat meer verstand krijgt, dat het je tekent, vind ik. Als je al wat meer meemaakte en sterker staat in het leven, ga je er bewuster aan terugdenken. Het helpt om positief te blijven. Bij grote momenten, zoals bij de geboorte van mijn dochters of zoals nu bij Club Brugge, denk ik altijd aan die jongen terug. Als ik dankbaar ben, is hij daar. Heel gek. Ik weet: wat je meemaakt, is niet vanzelfsprekend. En als er iets belangrijks voor de deur staat, denk ik: jong, ga er toch voor, want niet iedereen heeft het geluk dit te mogen meemaken. "Ik put veel kracht uit die herinnering." "Ik was de eerste Belgische jeugdspeler van PSV, Adrie van Kraaij mijn eerste jeugdtrainer daar. Ik was veertien, jeugdinternational en dacht dat ik het voetbal uitgevonden had, maar dan kom je bij PSV en ben je bij wijze van spreken niets. Toch pikte Van Kraaij er mij op de een of andere manier uit, zo van: van jou zal ik wel iets maken. "Hij zat altijd kort op mij. Een beetje zoals mijn pa, die heel streng voor mij was. Dat was ook nodig. Ik was een hyperkineet, ik wou overal bij zijn. Ik ben een moeilijke puber geweest, ook omdat ik in Eindhoven op school zat en alles daar vrij was in vergelijking met België. De leraar werd met de voornaam aangesproken en de meisjes droegen oorbelletjes en begonnen zich al te schminken. Ik wist nog van niks. Het is goed dat mijn pa mij toen even vastgehouden heeft ( lacht). "Van Kraaij was bikkelhard voor mij en dat was hij voor bijna niemand anders. Altijd vitten op de kleine dingetjes, mij verrot schelden bij een slechte pass. Ik was toen een echte pingeldoos, ik was thuis opgeleid met het boek van Wiel Coerver van onze pa. Van Kraaij heeft mij als voetballer echt proberen te vormen. Ik denk nu nog vaak: waar hij toen op hamerde, komt altijd terug. Ballen hard inspelen, op de goede voet, verdedigend positiespel. "Hij is de beste trainer-begeleider die ik ooit had. Ondertussen is hij technisch manager van PSV. Vooral via mijn vader onderhoud ik nog altijd contact met hem. Telkens er een transfer is, ga ik bij hem te rade. Alleen bij het aanbod van Club Brugge had ik zijn raad niet nodig ( lacht). "Toen ik bij PSV toekwam, was ik een verdedigende middenvelder. Bij Van Kraaij werd ik centrale verdediger, maar wel in een heel andere systeem dan in België. Ik was niet klaar om bij het Genk van Aimé Anthuenis op de man te spelen. Philippe Clement zegt nu: 'Ik herinner mij nog jouw eerste wedstrijd: het eerste wat je deed, was in de eigen zestien iemand tussen de benen spelen.' Aimé heeft mij toen ook meteen naar de kant gehaald ( lacht)." "Genk leende mij uit aan Patro en daar kwam ik Mathy tegen. Eerst zette hij mij drie weken op de bank en de vierde wedstrijd mocht ik op Sint-Niklaas invallen als linksback, terwijl ik gekomen was om verdedigende middenvelder te spelen. Ik herinner mij nog dat ik in die tijd eens tegen een doelpaal ben gaan zitten. Misschien beleefde ik daar wel mijn late puberteit ( lacht). Eén keer stonden we zelfs neus tegen neus. Ik zei: 'Allee jong, ik ga toch nie linksback staan, hé, da kan toch nie.' En hij: 'Gij gaat linksback staan!' Ik hoor hem nog roepen en tieren. Mathy was ook een hevig beestje. "Ik kwam van PSV en dacht: allee, ik zal het hier eens doen, even een jaartje bij die jongens. PSV was een Europese topclub. Ik had er Romario zien spelen en zelf af en toe samen met Ronaldo getraind. Maar in tweede klas gaan alle dromen de kast in. Dan moet je toch een serieuze klik maken. Uiteindelijk ben ik met hangende voetjes linksback gaan staan. "Mathy schudde mij wakker, hij ontnuchterde mij. Hij hield vol. Dan besef je plots: oei, het is nu of nooit, het zal moeten veranderen of het is gedaan. Hij draaide echt de knop om bij mij. Mathy zette mij met de voeten op de grond. Nooit laat ik mij nog tot grootspraak verleiden. Daar kreeg ik echt wel mijn les. "Hij maakte van mij een linksback. Wat ik mij altijd van hem zal blijven herinneren en wat mijn sterkte in mijn verdere carrière is: hij geloofde in mijn kwaliteiten als aanvallende linksback en steunde mij voluit in mijn offensieve acties. Twee jaar lang zei hij mij: 'Jongen, jij moet die lijn afgaan.' Misschien speelde ik daar wel mijn beste voetbal. Toen voelde ik: het zal toch lukken. "Van mijn lichting bij PSV zijn Robbie Wielaert van Twente en ik de enigen die het maakten. Ik denk dat het te maken heeft met de wil om te slagen, want we waren absoluut niet de besten. Het gevoel mij te moeten bewijzen bij elke club waar ik kom, is altijd een extra motivatie geweest. Overal moet ik vechten en bijten om iets te betekenen. "Ik ben een levensgenieter, maar geen decadente. Eens op stap gaan hoort bij het leven, maar ik probeer voor mijn sport te leven. Ik denk dat ik daarvoor heel goed omringd ben, ik heb een heel goed gezin en fantastische schoonouders. Mijn schoonpa is sportkinesitherapeut Fons Vrancken. Hij is de persoonlijke begeleider van Bart Wellens en de conditietrainer van Noliko Maaseik. Ik sprak ook al eens met de psycholoog uit de entourage van Wellens. Volgens hem sta ik sterk genoeg in het leven om de hogere druk bij Club Brugge aan te kunnen." S door christian vandenabeele - beeld: jonas hamers