Van een transfer wordt een professionele voetbalspeler af en toe beter. Neem nu de Zweedse international Zlatan Ibrahimovic. Bij Juventus was de nukkige spits niet eens een van de topverdieners, met een jaarlijks nettosalaris van 1,8 miljoen euro. Na zijn overgang naar Inter zag hij zijn netto jaarloon stijgen naar zes miljoen euro. Daarmee is hij meteen de best betaalde profvoetballer in Italië. Vorig jaar was dat nog Andriy Shevchenko, die toen onder contract lag bij AC Milan. Ibrahimovic moet zich ook de komende jaren geen zorgen maken : zijn contract loopt nog tot 2011. Nog vier spelers strijken per jaar meer dan 5 miljoen euro netto op : Kaká van AC Milan (5,5), Gianluigi Buffon van...

Van een transfer wordt een professionele voetbalspeler af en toe beter. Neem nu de Zweedse international Zlatan Ibrahimovic. Bij Juventus was de nukkige spits niet eens een van de topverdieners, met een jaarlijks nettosalaris van 1,8 miljoen euro. Na zijn overgang naar Inter zag hij zijn netto jaarloon stijgen naar zes miljoen euro. Daarmee is hij meteen de best betaalde profvoetballer in Italië. Vorig jaar was dat nog Andriy Shevchenko, die toen onder contract lag bij AC Milan. Ibrahimovic moet zich ook de komende jaren geen zorgen maken : zijn contract loopt nog tot 2011. Nog vier spelers strijken per jaar meer dan 5 miljoen euro netto op : Kaká van AC Milan (5,5), Gianluigi Buffon van tweedeklasser Juventus (5,3), Patrick Vieira van Inter (5,3) en Francesco Totti (5,2) van AS Roma. Over het algemeen wordt in de Serie A en B de laatste jaren flink bespaard op de lonen, bij alle clubs. Vorig jaar verdienden nog 132 van de 609 ingeschreven profs in de Serie A één miljoen euro bruto of meer. In het seizoen 2001/02 waren dat er nog 203 (op een totaal van 685 profs). Het gemiddelde jaarsalaris in de eerste klasse bedroeg vorig jaar net geen miljoen euro bruto, dat is ongeveer een half miljoen euro netto. Eén speler op vijf heeft een nettojaarsalaris van 103.000 euro of minder. De grote ontsporing vond plaats op het eind van de jaren negentig. In het seizoen 1995/96 waren er van de 393 profs maar 29 die meer dan één miljoen euro verdienden, plus nog eens 79 die boven een half miljoen euro uitkwamen : samen iets meer dan één vierde van het totale aantal profs. In het seizoen 2002/03 verdiende al 42 procent van de profs uit de Italiaanse eerste klasse een half miljoen euro of méér. Nooit lag het gemiddelde jaarloon hoger dan toen. Een doorsnee-eersteklassevoetballer streek dat jaar 1,13 miljoen euro op. Vanaf het seizoen 2003/04 daalde het gemiddelde jaarloon, terwijl ook het aantal profs (nog 685 in het seizoen 2001/02) afnam. Ook in de Serie B is de tijd van het grote geld voorbij. Afgelopen seizoen verdienden nog drie spelers een jaarsalaris van één miljoen euro. Twee jaar eerder waren dat er nog zestien. Vorig seizoen bedroeg het gemiddelde jaarloon van een tweedeklassevoetballer 204.000 euro, iets minder dan de helft van het gemiddelde jaarloon in eerste. In het seizoen 1994/95 verdiende de gemiddelde tweedeklasser 123.000 euro per jaar. Walter Baseggio heeft een nieuwe trainer : na tien punten uit tien wedstrijden (vier nederlagen, evenveel gelijke spelen, twee zeges) verving Treviso Diego Bortoluzzi door de 44-jarige Ezio Rossi, vorig jaar zelf na elf speeldagen weggestuurd bij Treviso. Met Baseggio (die onder Bortoluzzi de laatste weken niet meer aan bod kwam) in de basis won Teviso vrijdag met 1-0 van Rimini, derde in het klassement, waardoor het uit de degradatiezone raakt. Vorige week werden de heenwedstrijden voor de achtste finales van de Coppa Italia gespeeld, waarin de best gerangschikte acht uit de Serie A van vorig jaar de acht overlevenden uit de vorige rondes ontmoetten. De terugwedstrijden hebben plaats op 29 november en 6 december. In de running zijn nog vijf tweedeklassers : Genoa, Triestina, Napoli, Arezzo en Brescia. Twee van de vijf wonnen : in de Toscaanse derby schakelde Arezzo eersteklasser Livorno (2-1) uit. Napoli dat eerder Juventus uitschakelde, haalde het thuis van Parma (1-0). Inter won bij Messina (1-2), AC Milan klopte moeizaam Brescia (4-2), Reggina-Chievo eindigde op 2-2. AS Roma geraakte voorbij Triestina (2-1), Sampdoria won van Palermo (1-0) en Empoli versloeg Genoa (1-0). Opvallend blijft de extreem lage opkomst voor de Italiaanse bekermatchen. 50.000 kijkers woonden de acht wedstrijden bij, dat is een gemiddelde van 6268. Messina (16.000 kijkers tegen Inter) en Napoli ('slechts' 12.000 kijkers, drie dagen na de 60.000 tegen Juventus) trokken dat cijfer nog naar boven. Reggina-Chievo haalde amper 1059 kijkers, AC Milan-Brescia 1833. GF