JONGE SFEERMAKERS IN HET PARK

Donderdagmiddag en de zon verlicht de straten in en om het Lindeplein in Anderlecht. Het is rustig in de buurt van het stadion, de meeste winkels zijn gesloten. Een paar bars, een kruidenierszaak en een snacktent bieden nog wat weerstand, maar langzaam sterft de kleinhandel in deze rand van de grootstad uit. Op straat wacht een handvol scholieren op de bus. Je kan haast een muis horen trippelen.
...

Donderdagmiddag en de zon verlicht de straten in en om het Lindeplein in Anderlecht. Het is rustig in de buurt van het stadion, de meeste winkels zijn gesloten. Een paar bars, een kruidenierszaak en een snacktent bieden nog wat weerstand, maar langzaam sterft de kleinhandel in deze rand van de grootstad uit. Op straat wacht een handvol scholieren op de bus. Je kan haast een muis horen trippelen. Tijdens wedstrijddagen is het anders, drukker, hectischer. Alhoewel. Corinne, de uitbaatster van de Green Park, een brasserie aan de overkant van de hoofdingang van het Constant Vanden Stockstadion, heeft andere tijden gekend. Supporters komen later aan en vertrekken sneller dan vroeger, constateert ze. Zelfde opmerking bij Ertug, de baas van de Penalty, een bar recht tegenover de fanshop. In zijn tent hangen de truitjes van AlinStoica, Lorenzo Staelens en AnthonyVanden Borre broederlijk naast sjaals van Fenerbahçe en Galatasaray. Meer sfeer, minder sfeer? "Meer", bevestigt Michou, lokale bekendheid, supporter en uitbaatster van La Coupe, een andere bekende tent in de buurt. "Vroeger had de club 10 tot 12.000 abonnees, nu zijn dat er 20.000." Zij noemt sfeer "een kwestie van generaties". De huidige vaste bezoekers zijn jonger, en meer gemotiveerd om zich te laten horen. En de club heeft zelf ook inspanningen gedaan, sponsors warm gemaakt, een sfeervak in het leven geroepen. Het publiek overstijgt de lokale gemeenschap. Een kleine duizend supporters van de club komen uit Anderlecht zelf, de rest uit de wijde omgeving. We trekken naar de Pavillon, vlakbij. Daar hebben we een afspraak met Julien, een van de stichters van de Mauves Army. Het waren jonge Limburgers, die in 2003 meer sfeer in het stadion wilden krijgen. Zij begonnen met een sfeergroep. Julien sloot zich een jaar later aan, samen met nog wat anderen. Die groep vormt nu de harde kern, de Mauves Army. Julien: "We hadden die ook volledig Engels kunnen houden, ons Purple Army noemen, maar dat vonden we niet belangrijk. We wilden gewoon de supporters binden." Ze dragen met fierheid de mentaliteit van ultra's. Maar het duurde wel even voor ze zich konden integreren in de O-side (een blok waar de meerderheid van de Anderlechtse hooligans zich bevond, nvdr). Vervolgens verhuisden ze, na een door de club doorgevoerde reorganisatie van het stadion, van plaats, links en rechts van het scorebord. Ongeveer rond hun tiende verjaardag zijn de zaken beginnen te lopen. Na jaren hard werk, en weinig erkenning, worden ze nu gezien als de sfeermakers binnen het stadion. Julien: "Het bestuur heeft eindelijk ingezien dat we een belangrijk deel van het leven binnen een club zijn." Hun voorbeeld kreeg navolging. In 2012 konden twee van hun leden niet meer aan een abonnement raken voor de blokken N1-N2, het bastion van het collectief. Ze kochten er dan maar eentje aan de overkant, in S1, en stichtten er hun eigen groepje ultra's: de South Leaders. "De sfeer daar was niet super", erkent Olivier. Hij is 24, sloot zich een paar maanden na het ontstaan bij die groep aan en is nu een van de leiders. Ook hij constateert een verjonging van het publiek. "De oudste bij ons is 27. De verjonging heeft het imago van de club in elk geval veranderd." Julien noemt hen "onze kleine broertjes". En ze zijn niet alleen. Toen Anderlecht en Standard in mei 2008 via testwedstrijden moesten uitmaken wie de titel pakte, dacht de directie na over een manier om meer sfeer te maken. De terugwedstrijd was in Luik en beslist werd om in eigen stadion een groot scherm op te trekken. De ultra's van de Mauves Army die geen tickets voor het bezoekersvak op Sclessin konden bemachtigen, namen plaats in blok S11. Omdat ze daar voor zo veel sfeer zorgden, besliste de club om er een derde sfeergroep te creëren, hoog in het stadion, onder het dak. De Purple Hearts waren geboren. Die bestaan sinds 2009 en worden voluit gesteund door de sponsors. Zij zorgen voor materiaal, vlaggen,... Leider van dat sfeerblok is Christophe, een ex van de O-side. Hij noemt wat zij doen "geen commerciële acties". En ze zijn ook allemaal "vrijwilligers", die geen vergoeding van de club krijgen. De mentaliteit van ultra hebben ze niet gemeen met de anderen. Zij zeggen open te staan voor iedereen, opa kan daar naast zijn kleinkinderen zingen. Alle supportersgroepen zeggen dat het wat duurde voor ze erkenning kregen. En dat ze jaren miserie kenden. Ze leden ook onder de vergelijking met Standard en "de hel van Sclessin". Maar ook omdat hun ideeën voor een nieuw Anderlecht botsten met de Angelsaksische cultuur die in het stadion heerste. "Wij wilden een Latijnse toets brengen", bevestigt Julien. "De ouderen in de O-side en de BCS (de Brussels Casuals Service, een groepje Anderlechthooligans, nvdr) hadden het aanvankelijk moeilijk met onze liedjes, vlaggen, tifo's. We kregen zelfs te horen: 'Doe die vlag weg! Dit is Standard niet.' Soms werden we zelfs gesaboteerd." Dat gebeurt nu niet meer. Ze hebben de tribunes een ander imago gegeven, de kwaliteit van hun tifo's en hun steun wordt nu erkend, ook buiten de grenzen. Daar zijn ze trots op. Julien: "Dat is een beetje onze dikke nek, een kantje dat we niet verbergen en dat onderdeel is van de Brusselse cultuur. In het begin waren de mensen bang dat we alles wilden veranderen, maar dat is absoluut niet de bedoeling. Wij houden van de Engelse cultuur en respecteren die ook, maar we wilden een zuiderse toets." Niet iedereen staat recht, veel mensen bekijken nog steeds zittend de match, zelfs in hun blok. "Zij doen niet mee, maar zitten bij ons, om te genieten van onze sfeer. Onze ambitie is een honderd procent Mauves Armyblok, maar we leven in een democratie." Zelfde vaststelling bij Olivier aan de overkant: "Wij krijgen soms klachten van de mensen rond ons. Dat we rechtstaan en zingen... Voor onze komst was er geen cultuur die de spelers vooruit stuwde. Mensen kwamen naar het stadion zoals ze naar een concert gingen: om te kijken." Dat, constateert Christophe, is aan het verdwijnen. "Er zijn er nog die tegenstribbelen, maar ik durf ze bijna 'geschiedenis'te noemen." Ook in uitwedstrijden werkt het, viel ook op tijdens de voorbije Champions Leaguecampagne. Julien was erbij in het Emirates Stadium, toen de Brusselaars op een gegeven moment op 3-0 werden gezet. "Toen heb ik gezegd: putain, we zijn hier niet voor niks gekomen, laten we wat doen. Met een paar man zijn we beginnen te zingen en in de handen te klappen. Iedereen keek ons aan, vrijwel direct bereid om te volgen. Daar hebben we de sfeer omgedraaid. Toen Anderlecht terugkwam tot 3-2 en vervolgens 3-3 werden we gek. Met elk doelpunt kwam er meer sfeer." Christophe was erbij in Dortmund. "Vooraf werd veel gepraat over hun 'gele muur', maar wij waren met tien keer minder en maakten evenveel lawaai." Die verplaatsingen zijn voor veel mensen een sleutelmoment. Ook bij het bestuur. Zondag zijn ze ook op de afspraak, voor de bekerfinale in het Koning Boudewijnstadion. Zij aan zij dit keer, de drie sfeerblokken. DOOR NICOLAS TAIANA - FOTO'S CHRISTOPHE KETELS