De Belgian Red Flames zullen morgen het kokette Eneco Stadion van OH Leuven aan Den Dreef aardig doen vollopen voor het burenduel met Nederland. De Flames zijn ongemeen populair bij de eerste lichting K3-fans en de appgeneratie. Op Twitter vertaalt zich dat naar 31.000 volgers. Dat is een pak minder dan de Rode Duivels met hun 584.000 volgers, maar een stuk beter dan een aantal van de ons omringende landen. De Oranje Leeuwinnen flirten met 24.000 volgers, de succesvolle Duitse Frauen-Nationalmannschaft heeft er 45.000 en Les bleues hebben niet eens een afzonderlijke Twitteraccount. Vooral #Flames4History is trending. De hashtag dekt de lading helemaal: de Belgische vrouwen hebben geschiedenis geschreven door zich voor het eerst in de geschiedenis voor een groot toernooi te plaatsen. Dat België zijn kwalificatie mede te danken heeft aan de uitbreiding van het deelnemersveld naar zestien ploegen, kon de pret niet bederven. Want Team Belgium komt van héél ver terug. 'België is aan een grote inhaalbeweging bezig', meent Marc Lesenfants, voorzitter van het Belgische vrouwenvoetbal. 'We zijn in 1972 begonnen met het vrouwenvoetbal en sindsdien is er niet veel mee gedaan.'
...

De Belgian Red Flames zullen morgen het kokette Eneco Stadion van OH Leuven aan Den Dreef aardig doen vollopen voor het burenduel met Nederland. De Flames zijn ongemeen populair bij de eerste lichting K3-fans en de appgeneratie. Op Twitter vertaalt zich dat naar 31.000 volgers. Dat is een pak minder dan de Rode Duivels met hun 584.000 volgers, maar een stuk beter dan een aantal van de ons omringende landen. De Oranje Leeuwinnen flirten met 24.000 volgers, de succesvolle Duitse Frauen-Nationalmannschaft heeft er 45.000 en Les bleues hebben niet eens een afzonderlijke Twitteraccount. Vooral #Flames4History is trending. De hashtag dekt de lading helemaal: de Belgische vrouwen hebben geschiedenis geschreven door zich voor het eerst in de geschiedenis voor een groot toernooi te plaatsen. Dat België zijn kwalificatie mede te danken heeft aan de uitbreiding van het deelnemersveld naar zestien ploegen, kon de pret niet bederven. Want Team Belgium komt van héél ver terug. 'België is aan een grote inhaalbeweging bezig', meent Marc Lesenfants, voorzitter van het Belgische vrouwenvoetbal. 'We zijn in 1972 begonnen met het vrouwenvoetbal en sindsdien is er niet veel mee gedaan.' Lesenfants doelt op het machogedrag binnen de voetbalbond en bij de clubs en geeft een voorbeeld: 'Vroeger moesten de meisjes die in een jongensploeg waren ondergebracht vooral de bank warm houden. Trainers dachten enkel aan winnen en met die meisjes konden ze niets aanvangen. Na twee maanden gaven die meisjes er de brui aan en was je hen voorgoed kwijt.' De basis - zeg maar de clubs uit provinciale - moet dus ferm verbreed worden. In drie jaar tijd steeg het ledenaantal van 22.000 naar 30.200. Frankrijk heeft zo'n 85.000 aangeslotenen, Nederland ruim 140.000. De kloof met onze noorderburen is onoverbrugbaar, maar de Belgische voetbalbond ambieert op termijn wel 80.000 vrouwelijke leden. Uit een studie onder de tien Europese landen met de meeste leden is gebleken dat België verhoudingsgewijs het minste aantal speelsters heeft onder de 18 jaar, zegt Marc Lesenfants. Aan de top van de piramide is de situatie niet veel beter. Het clubvoetbal profiteert nog niet van de hype rond de Red Flames. Integendeel. Op korte tijd trokken Club Brugge en Lierse, bekerwinnaar in 2015 en 2016, zich terug uit de Super League. Officieel omdat ze zich op hun kerntaak willen concentreren: speelsters opleiden en laten doorstromen naar de eerste ploeg. Maar wellicht hebben budgettaire redenen de doorslag gegeven. Binnen het bestuur van Club Brugge en Lierse was er geen (financieel) draagvlak meer om een semiprofessionele vrouwenafdeling in leven te houden. Het vrouwenvoetbal kampt met een gebrek aan leadership, een visionair die de rest meetrekt. Bart Verhaeghe en Marc Coucke - twee van de machtigste en rijkste voetbalbobo's van België - tonen nog te weinig interesse in het vrouwenvoetbal. Waarom zouden de andere clubleiders dan het voortouw moeten nemen? Ives Serneels, manager van het vrouwenvoetbal en bondscoach van de Red Flames, heeft een plan klaarliggen om de profclubs in zijn slipstream mee te krijgen. 'Ik heb aan de Pro League een voorstel overgemaakt om de samenwerking tussen prof- en amateurclubs te intensifiëren. Clubs uit 1A en 1B werken nu al samen met hun buren in een straal van dertig kilometer. Waarom dan de opleiding van meisjes niet integreren in die samenwerkingsverbanden? De profclubs zouden dan ook het eerste elftal van de vrouwen beheren en accommodatie ter beschikking stellen.' KAA Gent Ladies, de opkomende voetbalmacht bij de vrouwen, bewijst sinds enkele jaren dat je met een beetje voetbalvisie ver kunt geraken en is nu zelfs titelkandidaat, samen met Standard. Met haar 200 speelsters verspreid over twaalf ploegen is de opvolger van Cercle Melle stap voor stap uitgegroeid tot de grootste vrouwenclub van België. 'Daar plukken we ook de vruchten van bij de nationale jeugdelftallen', zegt Dominique Reyns, voorzitster van KAA Gent Ladies. 'Een paar weken geleden waren bij een interland van de U19 in een EK-kwalificatieduel tegen Wit-Rusland zes van de elf basisspeelsters bij ons aangesloten.' Financieel heeft de Oost-Vlaamse club het evenwel niet breed, geeft Reyns toe. 'We zijn de Belgische topclub met het kleinste kapitaal. We proberen zoveel mogelijk zelf te doen: we hebben een stickerboek uitgebracht, organiseren nu en dan een spaghettiavond en binnenkort brengen we een duokalender uit met onze mannelijke collega's.' In theorie zouden ze aan de Houba De Strooperlaan op twee paarden moeten wedden: een performante nationale ploeg en een attractieve competitie. Maar bij gebrek aan middelen werden de prioriteiten verlegd naar de Red Flames. Marc Lesenfants: 'Ons werkingsbudget bedraagt 950.000 euro, een peulschil in vergelijking met de 17 miljoen euro waar Engeland mee aan de slag kan. Idealiter hebben we 2,5 miljoen euro nodig om de omkadering te versterken van alle ploegen vanaf de U15 en twee tot drie vaste krachten te kunnen aanwerven. Nu zijn enkel bondscoach Ives Serneels en zijn assistent Tamara Cassimon vast in dienst. Voor alle duidelijkheid: het geld zal niet in de zakken van de speelsters verdwijnen. Ze vragen daar ook niet naar, ze zijn tevreden met hun premie van 250 euro voor een zege. In provinciale heb je voetballers die voor dat dat bedrag niet buitenkomen.' Iedereen moet dus creatief omspringen met de weinige centen, inclusief de bondscoach. 'Een paar jaar geleden speelde tachtig procent van mijn selectie in België, nu is dat zestig procent', zegt Ives Serneels. 'Dat wil zeggen dat ik inventief moet zijn met de centen die ik ter beschikking krijg voor mijn scoutingopdrachten. Soms pik ik thuis een wedstrijd mee via een livestream of ik koop voor tien euro een voucher voor een duel in de Zweedse competitie. Daarmee bespaar ik enkele honderden euro's die ik anders aan een vliegtuigticket, hotelovernachting of huurauto gespendeerd zou hebben.' Lesenfants merkt dat het EK iets teweeg heeft gebracht bij de bondsleiders. 'Vroeger hoorde ik in de wandelgangen al eens iemand minachtend spreken over het vrouwenvoetbal. Nu willen dezelfde mensen de Red Flames helpen. Bij de media hebben we ook goodwill gecreëerd. Laatst vroeg ik aan Michel Lecomte van de RTBF wanneer hij in zijn talkshow La Tribune aandacht zou schenken aan het vrouwenvoetbal. Hij zei: nu jullie de kwalificatie op zak hebben, zijn we van plan om een item te spenderen aan de vrouwen. Dat is alvast nieuw.' DOOR ALAIN ELIASY - FOTO'S BELGAIMAGEHet clubvoetbal profiteert nog niet van de hype rond de Red Flames.