Er zijn zo van die gesprekken die bijblijven. Het was maart 2017 en Sport/Voetbalmagazine ging, in de aanloop naar de eerste bekerfinale van KV Oostende, op zoek naar het DNA van de club en de stad. De meest uiteenlopende figuren passeerden de revue. Tony Obi, een Engelse voetballer die in 1987 in Oostende belandde en er nooit meer vertrok, sp.a-voorzitter John Crombez, schepenen Tom Germonpré en Arne Deblauwe, en programmamaker/ journalist Martin Heylen: ze lieten allemaal, vanuit verschillende hoeken, hun licht schijnen op wat toen nog het weireldploegsje van Marc Coucke was.
...

Er zijn zo van die gesprekken die bijblijven. Het was maart 2017 en Sport/Voetbalmagazine ging, in de aanloop naar de eerste bekerfinale van KV Oostende, op zoek naar het DNA van de club en de stad. De meest uiteenlopende figuren passeerden de revue. Tony Obi, een Engelse voetballer die in 1987 in Oostende belandde en er nooit meer vertrok, sp.a-voorzitter John Crombez, schepenen Tom Germonpré en Arne Deblauwe, en programmamaker/ journalist Martin Heylen: ze lieten allemaal, vanuit verschillende hoeken, hun licht schijnen op wat toen nog het weireldploegsje van Marc Coucke was. Birger Verstraete (24) moest er zeker ook bij. Want: opgegroeid in de Leopold Van Tyghemlaan, het kloppend hart van het Oostendse voetbal, in huisnummer 44, op geen vijftien meter van de hoofdingang van wat toen nog het Albertpark was. De afspraak met de middenvelder was zo geregeld. Niet op het oefencomplex van KAA Gent, zoals dat gebruikelijk was/is, maar in een cafeetje in de buurt van het ouderlijk huis. Het zei alles over zijn status van toen: Verstraete, 22 jaar, was geen basisspeler onder Hein Vanhaezebrouck en dan worden de regeltjes al eens gemakkelijker versoepeld. Hij was stipt op tijd, bestelde een frisdrankje en begon te praten. Een uur lang. Ongedwongen. Een getuigenis waar de liefde van afspatte. Dat hij na zijn transfer van KV Kortrijk naar de Ghelamco Arena amper aan voetballen toekwam, liet hij op geen enkel ogenblik merken. Veel liever praatte hij over zijn ex-club, de overbuur, die zijn jonge leven had gekleurd. En dat eigenlijk nog altijd deed. Hij had al zeven of acht jaar een abonnement in de Versluys Arena. 'Ik mag spelen waar ik wil, ik zal altijd mijn abonnement verlengen. Juichen? Ik spring recht, ja, maar ingetogen. KV Oostende, dat krijg je er niet meer uit.' Toen hij nog in Kortrijk voetbalde, gaf hij op De Schorre - het trainingscomplex van KV Oostende - techniektraining aan de U8 en de U10. Een vreemd beeld: een middenvelder van KV Kortrijk die in een trainingspak van KVO op het veld stond... Op zaterdagmorgen passeerde hij er geregeld eens om er een jeugdwedstrijdje mee te pikken, op andere dagen ging hij er met een vriend wat balletjes trappen. Hij kon, zo vertelde hij, 'De Schorre niet loslaten.' Net zoals hij dat vroeger niet kon. Hij zou nooit - maar dan ook nóóit - uit Oostende vertrekken. De kleine middenvelder had zich in de jeugd nochtans snel in de belangstelling van Anderlecht en Club Brugge gevoetbald, maar hij had er geen zin in. Toen hij hoorde dat PSV een scout had gestuurd, ging hij in... doel staan. Want: hij wilde met zijn Oostendse maten blijven shotten of samen op de supportersbus richting Brussel of Luik stappen. Het deed pijn toen hij op zijn 15e, in 2009, tóch naar Brugge vertrok, maar KVO speelde in tweede klasse en hij moest op een hoger niveau kunnen voetballen. Dat viel zwaar tegen. Na amper een paar maanden ontspon zich achter de façade van huisnummer 44 een klein drama. 'Mama, ik wil terugkeren.' Maar hij beet door, net zoals hij dat jaren later óók zou moeten doen. Op zijn vijfde naar de voetbalschool van KVO, enkele maanden erna doorgeschoven naar de U6 van Tony Obi en nog hetzelfde jaar naar de U7: het ging snel voor de kleine Verstraete. Natacha Mahieu, zijn moeder, en stiefvader Gino Vynck - jeugdtrainer op De Schorre - waren niet verbaasd. 'Birger', getuigden ze, 'trapte al tegen een bal voor hij kon stappen.' En, ook toen al: bezeten. Op zaterdagmorgen zelf spelen, daarna twee wedstrijden meepikken van de oudere jeugdploegen en 's avonds naar het Albertpark, waar vaak armtierig voetbal - tweede en derde klasse - werd geserveerd. Maar de match was bijzaak. Veel liever rende hij na het laatste fluitsignaal het hoofdterrein op om er met enkele vriendjes nog wat te shotten. Tot Chaf - Robert Chaffart, uitbater van Club 31 waar ook zijn moeder achter de tapkast stond - hen in de gaten kreeg en ze snel moesten wegrennen. Hij vond het, ook meer dan vijftien jaar later, nog altijd hilarisch. Een speelvogel, ook dát zou er nooit meer uit gaan... Toen Paul Okon in het seizoen 2004/2005 de Oostendse verdediging leidde, was hij ballenraper op het Albertpark, maar zélf voetballen was veel leuker. 's Avonds na de schooluren snel naar huis rennen, een boterham met choco binnenwerken en met de vrienden op het strand of een pleintje in de buurt balletjes gaan trappen. Op De Schorre herinneren ze hem nog altijd als dat 'kleine bijtertje op het middenveld', dat het liefst op de tien voetbalde. Goede voeten, onuitputtelijk en altijd aanwezig. Een vertrek was onafwendbaar. Een delegatie van Anderlecht zakte af naar de Leopold Van Tyghemlaan, maar enkele dagen later was ook Club Brugge geïnteresseerd. De keuze was snel gemaakt, ook omdat Verstraete in de Breydelstad op de Topsportschool zat en elke dag met Brandon Mechele tussen Oostende en Brugge pendelde. Ze werden goede vrienden, ook al waren ze karakterieel tegenpolen. De speelse Verstraete versus de bedeesde Mechele. Of, zoals de kleine middenvelder hem ooit omschreef: 'Vroeger sprong Brandon op de kast als je 'boe' riep.' Ook in de schaduw van het Jan Breydelstadion ging het hard. U16, U17, beloften en - in de zomer van 2012, op zijn 17e - A-kern. In de competitiegids van Sport/Voetbalmagazine werd hij twee keer met naam genoemd: de lichtste (61 kilogram) én kleinste speler (1m71) van de A-kern, waar alleen Björn Engels enkele maanden jonger was. In september, amper drie jaar na zijn overstap, tekende hij zijn eerste profcontract en debuteerde hij tegen Zaventem in het eerste elftal. 'Het was heel moeilijk om zijn talent niet te zien. Dan kan je zeggen: 'Ja, maar hij is te klein.' Of: 'Kleine voetballers worden ook groter, we gaan zien of hij zijn weg vindt.' Birger is een intuïtieve straatrat die altijd zijn weg zal vinden. In Antwerpen heb je spelers die in de kleedkamer nu en dan zeggen: 'We gaan die richting uit.' Birger is zo iemand', analyseerde Henk Mariman, ex-hoofd van de blauw-zwarte opleiding. In volle examenperiode viert hij in Mechelen zijn eerste basisplaats in de Jupiler Pro League, vijf dagen erna start hij ook in Marítimo en laat Juan Carlos Garrido hem nóg drie wedstrijden staan. '. 'En nu moet ik dringend studeren. Maandag heb ik examen economie', klinkt het na de 1-7 in de wandelgangen van 't Kiel. 'Het vraagt wat karakter maar ik probeer het toch, want ik zou graag mijn diploma halen.' Het échte hoogtepunt moet dan komen. Terug naar maart 2017. Verstraete gooit de handen in de lucht en de ogen spatten vuur wanneer hij terugdenkt aan 4 augustus 2013: met Club Brugge aan de aftrap in 'zijn' Albertpark. 'Die match kan ik nog beschrijven alsof ze gisteren werd gespeeld. Voetballen in mijn achtertuin. Tussen de spionkop en de hoofdtribune stond een noodtribune. Had die er niet gestaan, dan kon ik van de cornervlag in onze woonkamer binnenkijken. Even zwaaien naar ma...' Maar: beter zou het in Brugge niet meer worden. Wanneer de Spaanse T1 in september 2013, kort na de start van zijn tweede seizoen, moet opkrassen en Michel Preud'homme met grote trom wordt binnengehaald, is het zelfs harken om nog een plaatsje in de dug-out te versieren. De concurrentie was groot, maar zelfs in zijn entourage vonden ze dat Verstraete zelf er niet alles aan gedaan had. Hij had, zo klonk het, 'nogal snel de neiging om zichzelf 'het mannetje' te vinden.' Arnar Grétarsson, toen nog technisch directeur in Brugge, stuurde hem samen met Zinho Gano en doelman Sven Dhoest naar Mouscron-Péruwelz. Om ervaring op te doen, klonk het, maar Verstraete en co. waren niet meer dan excuus-Belgen om op het wedstrijdblad te zetten. En dat werd door Rachid Chihab, de T1, niet eens ontkend. 'Ik wil niet met jou spelen, want ik moet de beloften van Rijsel opleiden.' In de kleedkamers van Domaine de Luchin, het opleidingscentrum in de buurt van Rijsel, mocht er geen Nederlands meer gesproken worden en ook onder de nieuwe T1, Fernando Da Cruz, werd hij na enkele wedstrijden zonder uitleg opnieuw naar de bank gestuurd. Dikke krassen op de jonge ziel. 'Tussen Rijsel en Oostende kreeg ik geregeld tranen in mijn ogen van colère.' Maar, gaf hij later toe, Moeskroen was tegelijk een belangrijke levensles: hij leerde er het voetbal relativeren en zou niet meteen panikeren als hij nog eens op de bank belandde. Club Brugge wilde zijn contract niet meer verlengen, maar ook hij was geen vragende partij voor een nieuw verblijf in het Jan Breydelstadion. Te veel concurrentie. IFK Göteborg was wél een mogelijkheid, maar hij bedankte wegens 'te ver' en tekende voor drie seizoenen in Kortrijk. Yves Vanderhaeghe was gecharmeerd door zijn vinnigheid, zijn scherpte en de durf om door te dekken, maar in het voetbal is niets te plannen: enkele weken later verkaste de T1 naar... Oostende, Verstraetetown. 'Ik heb hem daar al vaak gezien. Hij staat soms zelfs op mijn parkeerplaats', lachte de middenvelder tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen, waarin hij Johan Walem wilde overtuigen. Niet dus. Negen minuten tegen Standard, op de bank tegen Waasland-Beveren, na een half uur met rood van het veld gestuurd tegen Lokeren en dan in 19 opeenvolgende wedstrijden amper één minuutje op het veld. Het zal toch weer niet waar zijn, zeker? Maar in december klaarde de hemel boven het Guldensporenstadion helemaal open. Na de komst van Karim Belhocine werd hij de verdedigende draaischijf op het Kortrijkse middenveld en werd hij opgeroepen voor de nationale beloften. De coach? Johan Walem... Onze Man in het Guldensporenstadion zag nog werkpunten bij de verdedigende middenvelder. 'Hij deed het relatief goed, maar bij momenten bleek hij voor een zes wel nog te impulsief. Dat zorgde ervoor dat hij soms onnodig uit positie liep, te veel ruimte weggaf en vaak geel pakte.' ( zie kader) Ook in Oostende bleef stiefvader Gino zijn evolutie streng opvolgen: hij mocht niet tevreden zijn met een handvol goede matchen, maar moest week na week blijven bevestigen én de lat hoger durven te leggen. Verstraete gaf het zélf toe in een interview. 'Hij vroeg: 'Met alle respect, maar ga jíj je hele leven bij Kortrijk spelen? Wat is je ambitie? Hij werd zot toen ik zei: 'We zien wel.' Achteraf bekeken heb ik vier jaar van mijn carrière puur op talent gevoetbald. Pas het laatste jaar, zelfs de laatste maanden, zijn de woorden van mijn stiefvader echt binnengekomen en ben ik keihard gaan werken.' De beloning volgt. In januari 2017 kan hij naar KAA Gent, Hannes Van der Bruggen én een transfersom van 800.000 euro (plus bonussen) erbovenop maakt de omgekeerde beweging. Maar, de geschiedenis herhaalt zich: Verstraete komt amper aan spelen toe. In de aanloop naar het nieuwe seizoen, wanneer Thomas Foket met hartproblemen minstens zes maanden aan de kant staat, verhuist de Oostendenaar naar de rechterflank. Een noodoplossing. maar ook: Hein Vanhaezebrouck vindt hem te speels voor een centrale positie, waar elk foutje genadeloos afgestraft kan worden. 'Ik speel waar de coach me nodig heeft. En dat doe ik met veel plezier.' Verstraete is geen moeilijke jongen, maar het hart ligt toch centraal. En het geduld wordt beloond, wanneer Yves Vanderhaeghe in de Ghelamco Arena neerstrijkt. Gelijkgestemde zielen, voetballers die meedenken met hun trainer. Zoals in de wedstrijd op Antwerp, na amper drie basisplaatsen, waar hij vroeg in de wedstrijd naar de dug-out loopt en vraagt of hij wat dieper mag terugzakken om daar te beginnen voetballen. De trainer is verbaasd, maar Verstraete zou nooit meer uit de basis verdwijnen. Vinnig, explosief, sterk in duels, breekijzer en sloper tegelijk, altijd de eerste aanjager. Bondscoach Roberto Martínez keek aandachtig mee. 'Hij denkt én presteert.' Vijf minuutjes voetballen, in Hampden Park, tussen de wereldtop. Het is een begin.